1 Samuel 17:8
“Deze nu stond,5975 8799 en riep7121 8799 tot413 de slagorden4634 van Israel,3478 en zeide559 8799 tot hen: Waarom4100 zoudt gijlieden uittrekken,3318 8799 om de slagorde4421 te stellen?6186 8800 Ben ik595 niet3808 een Filistijn,6430 en gijlieden859 knechten5650 van Saul?7586 Kiest1262 8798 een man376 onder u, die tot413 mij afkome.3381 8799”
1 Samuel 17:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 58 in 1 Samuel chapter 17 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Samuel 17 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En de Filistijnen6430 verzamelden622 8799 hun heir4264 ten strijde,4421 en verzamelden zich622 8735 te ,7755 dat834 in Juda3063 is; en zij legerden zich2583 8799 tussen996 Socho7755 en tussen996 ,5825 aan het einde van .658 Doch 7586 en de mannen376 van 3478 verzamelden zich,622 8738 en legerden zich2583 8799 in het eikendal;6010 425 en stelden6186 8799 de slagorde4421 tegen7125 8800 de Filistijnen6430 aan. De Filistijnen6430 nu stonden5975 8802 aan413 een berg2022 aan4480 gene,2088 en de Israelieten3478 stonden5975 8802 aan413 een berg2022 aan4480 deze2088 zijde; en de vallei1516 was tussen996 hen. Toen ging3318 er een kampvechter376 1143 uit,3318 8799 uit4480 het leger4264 der ;6430 zijn naam8034 was ,1555 van4480 ;1661 zijn hoogte1363 was zes8337 ellen520 en een .2239 En hij had een koperen5178 helm3553 op5921 zijn hoofd,7218 en hij1931 had3847 een schubachtig7193 pantsier8302 aan;3847 8803 en het gewicht4948 van het pantsier8302 was vijf2568 duizend505 sikkelen8255 kopers;5178 En een koperen5178 scheenharnas4697 boven5921 zijn voeten,7272 en een koperen5178 schild3591 tussen996 zijn schouders;3802 En de schacht6086 8675 2671 zijner spies2595 was als een weversboom,707 8802 4500 en het lemmer3852 zijner spies2595 was van zeshonderd8337 3967 sikkelen8255 ijzers;1270 en de schilddrager5375 8802 6793 ging1980 8802 voor zijn aangezicht.6440 Deze nu stond,5975 8799 en riep7121 8799 tot413 de slagorden4634 van ,3478 en zeide559 8799 tot hen: Waarom4100 zoudt gijlieden uittrekken,3318 8799 om de slagorde4421 te stellen?6186 8800 ik595 niet3808 een ,6430 en gijlieden859 knechten5650 van ?7586 Kiest1262 8798 een man376 onder u, die tot413 mij afkome.3381 8799 Indien518 hij tegen854 mij strijden3898 8736 en mij verslaan5221 8689 kan,3201 8799 zo zullen wij ulieden tot knechten5650 zijn;1961 8804 maar indien518 ik589 hem overwin3201 8799 en hem sla,5221 8689 zo zult gij ons tot knechten5650 zijn,1961 8804 en ons853 dienen.5647 8804 Verder zeide559 8799 de :6430 Ik589 heb heden3117 2088 de slagorden4634 van 3478 gehoond,2778 8765 [zeggende]: Geeft5414 8798 mij een man,376 dat wij te zamen3162 strijden!3898 8735 Toen 7586 en het ganse3605 3478 deze428 woorden1697 van den Filistijn6430 hoorden,8085 8799 zo ontzetten zij zich,2865 8735 en vreesden3372 8799 zeer.3966 1732 nu was de zoon1121 van den Efrathischen673 man376 2088 van4480 -juda,1035 3063 wiens naam8034 was ,3448 en [die] acht8083 zonen1121 had, en in de dagen3117 van 7586 was hij een man,376 oud,2204 8804 afgaande935 8804 onder de mannen.582 En de drie7969 grootste1419 zonen1121 van Isai3448 gingen heen;3212 8799 zij volgden 7586 na310 in den krijg.4421 De namen8034 nu zijner drie7969 zonen,1121 die834 in den krijg4421 gingen,1980 8804 waren: Eliab,446 de eerstgeborene,1060 en zijn tweede4932 ,41 en de derde7992 .8048 En 1732 was1931 de kleinste;6996 en de drie7969 grootsten1419 waren 7586 nagevolgd.1980 8804 310 Doch 1732 ging henen,1980 8802 en kwam weder7725 8802 van4480 5921 ,7586 om zijns vaders1 schapen6629 te weiden7462 8800 te .1035 De Filistijn6430 nu trad toe,5066 8799 des morgens vroeg7925 8687 en des avonds.6150 8687 stelde hij zich3320 8691 [daar] veertig705 dagen3117 lang. En Isai3448 zeide559 8799 tot zijn zoon1121 :1732 Neem3947 8798 toch4994 voor uw broeders251 een efa374 van dit2088 geroost koren,7039 en deze2088 tien6235 broden,3899 en breng ze terloops7323 8685 in het leger4264 tot uw broederen.251 Maar breng935 8686 deze428 tien6235 melkkazen2461 2757 aan de oversten8269 over duizend;505 en gij zult uw broederen251 bezoeken,6485 8799 of het hun welga,7965 en gij zult van hen pand6161 medenemen.3947 8799 7586 nu, en zij,1992 en alle3605 mannen376 van 3478 waren bij het eikendal6010 425 met5973 de Filistijnen6430 strijdende.3898 8737 Toen maakte zich7925 1732 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en hij liet5203 8799 de schapen6629 bij5921 den hoeder,8104 8802 en hij nam het op,5375 8799 en ging henen,3212 8799 gelijk als834 Isai3448 hem bevolen had;6680 8765 en hij kwam935 8799 aan den wagenburg,4570 als het heir2428 in413 slagorde4634 uittoog,3318 8802 en men ten strijde4421 riep.7321 8689 En de Israelieten3478 en Filistijnen6430 stelden6186 8799 slagorde4634 tegen7125 8800 slagorde.4634 1732 nu liet5203 8799 de vaten3627 van4480 5921 zich, onder5921 de hand3027 van den bewaarder8104 8802 der vaten,3627 en hij liep7323 8799 ter slagorde;4634 en hij kwam935 8799 en vraagde7592 8799 zijn broederen251 naar [hun] welstand.7965 Toen hij1931 met5973 hen sprak,1696 8764 ziet,2009 zo kwam5927 8802 de kampvechter376 1143 op; zijn naam8034 was ,1555 de Filistijn6430 van4480 ,1661 uit4480 het heir4634 8675 4630 der ,6430 en hij sprak1696 8762 achtereenvolgens die428 woorden;1697 en 1732 hoorde8085 8799 ze. Doch alle3605 mannen376 in ,3478 als zij dien man376 zagen,7200 8800 zo vluchtten zij5127 8799 voor4480 zijn aangezicht,6440 en zij vreesden3372 8799 zeer.3966 En de mannen376 Israels3478 zeiden:559 8799 gijlieden dien2088 man376 wel gezien,7200 8804 die opgekomen is?5927 8802 Want3588 hij is opgekomen,5927 8802 om 3478 te honen;2778 8763 en het zal geschieden,1961 8804 dat de koning4428 dien man,376 die834 hem slaat,5221 8686 met groten1419 rijkdom6239 verrijken zal,6238 8686 en hij zal hem zijn dochter1323 geven,5414 8799 en hij zal zijns vaders1 huis1004 vrijmaken6213 8799 2670 in .3478 Toen zeide559 8799 1732 tot413 de mannen,582 die bij5973 hem stonden,5975 8802 zeggende:559 8800 Wat4100 zal men dien man376 doen,6213 8735 die834 dezen1975 Filistijn6430 slaat,5221 8686 en den smaad2781 van4480 5921 3478 wendt?5493 8689 Want3588 wie4310 is deze2088 onbesneden6189 ,6430 dat3588 hij de slagorden4634 van den levenden2416 God430 zou honen?2778 8765 Wederom zeide559 8799 hem het volk5971 achtervolgens dat2088 woord,1697 zeggende:559 8800 Alzo3541 zal men den man376 doen,6213 8735 die834 hem slaat.5221 8686 Als ,446 zijn grootste1419 broeder,251 hem tot413 die mannen582 hoorde8085 8799 spreken,1696 8763 zo ontstak2734 8799 de toorn639 van Eliab446 tegen ,1732 en hij zeide:559 8799 Waarom4100 2088 zijt gij nu afgekomen,3381 8804 en onder5921 wien4310 hebt gij de2007 weinige4592 schapen6629 in de woestijn4057 gelaten?5203 8804 Ik589 ken3045 8804 uw vermetelheid,2087 en de boosheid7455 uws harten3824 wel; want3588 gij zijt afgekomen,3381 8804 opdat4616 gij den strijd4421 zaagt.7200 8800 Toen zeide559 8799 :1732 Wat4100 heb ik nu6258 gedaan?6213 8804 Is1931 er geen3808 oorzaak?1697 En hij wendde zich af5437 8735 van4480 681 dien naar413 4136 een anderen312 toe, en hij zeide559 8799 achtereenvolgens dat2088 woord;1697 en het volk5971 gaf hem weder7725 8686 antwoord,1697 achtervolgens de eerste7223 woorden.1697 Toen die woorden1697 gehoord werden,8085 8735 die834 1732 gesproken had,1696 8765 en in de tegenwoordigheid6440 van 7586 verkondigd werden,5046 8686 zo liet hij hem halen.3947 8799 En 1732 zeide559 8799 tot413 :7586 geen408 mens120 ontvalle5307 8799 het hart,3820 om5921 zijnentwil. Uw knecht5650 zal heengaan3212 8799 en hij zal met5973 dezen2088 Filistijn6430 strijden.3898 8738 Maar 7586 zeide559 8799 tot413 :1732 zult niet3808 kunnen3201 8799 heengaan3212 8800 tot413 dezen2088 ,6430 om met5973 hem te strijden;3898 8736 want3588 gij859 zijt een jongeling,5288 en hij1931 is een krijgsman376 4421 van4480 zijn jeugd5271 af. Toen zeide559 8799 1732 tot413 :7586 Uw knecht5650 weidde7462 8802 1961 8804 de schapen6629 zijns vaders,1 en er kwam935 8804 een leeuw738 en een beer,1677 en nam5375 8804 een schaap7716 8675 2089 van4480 de kudde5739 weg. En ik ging uit3318 8804 hem na,310 en ik sloeg5221 8689 hem, en redde5337 8689 het uit4480 zijn mond;6310 toen hij tegen5921 mij opstond,6965 8799 zo vatte ik2388 8689 hem bij zijn baard,2206 en sloeg5221 8689 hem, en doodde4191 8689 hem. Uw knecht5650 heeft zo1571 den leeuw738 als1571 den beer1677 geslagen;5221 8689 alzo zal deze2088 onbesneden6189 Filistijn6430 zijn,1961 8804 gelijk een259 van4480 die, omdat3588 hij de slagorden4634 van den levenden2416 God430 gehoond heeft.2778 8765 Verder zeide559 8799 :1732 De HEERE,3068 Die834 mij van4480 de hand3027 des leeuws738 gered heeft,5337 8689 en uit4480 de hand3027 des beers,1677 Die1931 zal mij redden5337 8686 uit4480 de hand3027 van dezen2088 .6430 zeide559 8799 7586 tot413 :1732 Ga heen,3212 8798 en de HEERE3068 zij1961 8799 met5973 u! En 7586 kleedde3847 8686 1732 met zijn klederen,4055 en zette5414 8804 een koperen5178 helm6959 op5921 zijn hoofd,7218 en kleedde3847 8686 hem853 met een pantsier.8302 En 1732 gordde2296 8799 zijn zwaard2719 aan over4480 5921 zijn klederen,4055 en wilde2974 8686 gaan;3212 8800 want3588 hij had het nooit3808 verzocht.5254 8765 zeide559 8799 1732 tot413 :7586 Ik kan3201 8799 in deze428 niet3808 gaan,3212 8800 want3588 ik heb het nooit3808 verzocht;5254 8765 en 1732 leide5493 ze van4480 5921 zich.5493 8686 En hij nam3947 8799 zijn staf4731 in zijn hand,3027 en hij koos977 8799 zich vijf2568 gladde2512 stenen68 uit4480 de beek,5158 en leide7760 8799 ze853 in de herderstas,7462 8802 3627 die834 hij had, te weten in den zak,3219 en zijn slinger7050 was in zijn hand;3027 alzo naderde hij5066 8799 tot413 den .6430 De Filistijn6430 ging ook heen,3212 8799 gaande1980 8802 en naderende7131 tot413 ,1732 en zijn schilddrager376 5375 8802 6793 [ging] voor zijn aangezicht.6440 Toen de Filistijn6430 opzag,5027 8686 en 1732 zag,7200 8799 zo verachtte hij959 8799 hem; want3588 hij was1961 8804 een jongeling,5288 roodachtig,132 mitsgaders5973 schoon3303 van aanzien.4758 De Filistijn6430 nu zeide559 8799 tot413 :1732 ik595 een hond,3611 dat3588 gij859 tot413 mij komt935 8802 met stokken?4731 En de Filistijn6430 vloekte7043 8762 1732 bij zijn goden.430 Daarna zeide559 8799 de Filistijn6430 tot413 :1732 Kom3212 8798 tot413 mij, zo zal ik uw vlees1320 aan de vogelen5775 des hemels8064 geven,5414 8799 en aan de dieren929 des velds.7704 1732 daarentegen zeide559 8799 tot413 den :6430 gij859 komt935 8802 tot413 mij met een zwaard,2719 en met een spies,2595 en met een schild;3591 maar ik595 kom935 8802 tot413 u in den Naam8034 van den HEERE3068 der heirscharen,6635 den God430 der slagorden4634 van ,3478 Dien834 gij gehoond hebt.2778 8765 Te dezen2088 dage3117 zal de HEERE3068 u besluiten5462 8762 in mijn hand,3027 en ik zal u slaan,5221 8689 en ik zal uw hoofd7218 van4480 5921 u wegnemen,5493 8689 en ik zal de dode lichamen6297 van der Filistijnen6430 leger4264 dezen2088 dag3117 aan de vogelen5775 des hemels,8064 en aan de beesten2416 des velds776 geven;5414 8804 en de ganse3605 aarde776 zal weten,3045 8799 dat3588 3478 een God430 heeft.3426 En deze2088 ganse3605 vergadering6951 zal weten,3045 8799 dat3588 de HEERE3068 niet3808 door het zwaard,2719 noch door de spies2595 verlost;3467 8686 want3588 de krijg4421 is des HEEREN,3068 zal ulieden853 in onze hand3027 geven.5414 8804 En het geschiedde,1961 8804 toen3588 de Filistijn6430 zich opmaakte,6965 8804 en heenging,3212 8799 en 1732 tegemoet7125 8800 naderde,7126 8799 zo haastte4116 8762 ,1732 en liep7323 8799 naar de slagorde4634 toe, den Filistijn6430 tegemoet.7125 8800 En 1732 stak7971 8799 zijn hand3027 in413 de tas,3627 en hij nam3947 8799 een steen68 daaruit,4480 8033 en hij slingerde,7049 8762 en trof5221 8686 den Filistijn6430 in413 zijn voorhoofd;4696 zodat de steen68 zonk2883 8799 in zijn voorhoofd,4696 en hij viel5307 8799 op5921 zijn aangezicht6440 ter aarde.776 Alzo overweldigde2388 8799 4480 1732 den Filistijn6430 met een slinger7050 en met een steen;68 en hij versloeg5221 8686 den ,6430 en doodde4191 8686 hem; doch 1732 had geen369 zwaard2719 in de hand.3027 Daarom liep7323 8799 ,1732 en stond5975 8799 op413 den ,6430 en nam3947 8799 zijn zwaard,2719 en hij trok8025 8799 het uit4480 zijn schede,8593 en hij doodde4191 8787 hem, en hij hieuw3772 hem het hoofd7218 daarmede af.3772 8799 de Filistijnen6430 zagen,7200 8799 dat3588 hun geweldigste1368 dood was,4191 8804 zo vluchtten zij.5127 8799 Toen maakten zich6965 de mannen582 van 3478 en van Juda3063 op,6965 8799 en juichten,7321 8686 en vervolgden7291 8799 de ,6430 tot5704 daar men komt935 8800 aan de vallei,1516 en tot5704 aan de poorten8179 van ;6138 en de verwonden2491 der Filistijnen6430 vielen5307 8799 op den weg1870 van ,8189 en tot5704 aan ,1661 en tot5704 aan .6138 Daarna keerden7725 de kinderen1121 Israels3478 om,7725 8799 van4480 het hittig najagen1814 8800 310 der ,6430 en zij beroofden8155 8799 hun legers.4264 Daarna nam3947 8799 1732 het hoofd7218 van den ,6430 en bracht935 8686 het naar ;3389 maar zijn wapenen3627 leide hij7760 8804 in zijn tent.168 Toen 7586 1732 zag7200 8800 uitgaan3318 8802 den Filistijn6430 tegemoet,7125 8800 zeide hij559 8804 tot413 ,74 den krijgsoverste:8269 6635 Wiens4310 zoon1121 is deze2088 jongeling,5288 ?74 En 74 zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] uw ziel5315 leeft,2416 o koning!4428 ik weet3045 8804 het niet.518 De koning4428 nu zeide:559 8799 Vraag7592 8798 gij859 het, wiens4310 zoon1121 deze2088 jongeling5958 is. Als 1732 wederkeerde7725 8800 van4480 het slaan5221 8687 des ,6430 zo nam3947 8799 hem853 ,74 en hij bracht935 8686 hem voor het aangezicht6440 van ,7586 en het hoofd7218 van den Filistijn6430 was in zijn hand.3027 En 7586 zeide559 8799 tot413 hem: Wiens4310 zoon1121 zijt gij,859 jongeling?5288 En 1732 zeide:559 8799 Ik ben een zoon1121 van uw knecht5650 ,3448 den .1022