1 Samuel 2:35

“En Ik zal Mij een getrouwen539 8737 priester3548 verwekken;6965 8689 die zal doen,6213 8799 gelijk als834 in Mijn hart3824 en in Mijn ziel5315 zijn zal; dien zal Ik een bestendig539 8737 huis1004 bouwen,1129 8804 en hij zal altijd3605 3117 voor het aangezicht6440 Mijns Gezalfden4899 wandelen.1980 8694”

1 Samuel 2:35 — Statenvertaling (1637)

Verse 35 of 36 in 1 Samuel chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Samuel 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen bad6419 8691 Hanna2584 en zeide:559 8799 hart3820 springt van vreugde op5970 8804 in den HEERE;3068 mijn hoorn7161 is verhoogd7311 8804 in den HEERE;3068 mijn mond6310 is wijd opengedaan7337 8804 over5921 mijn vijanden;341 8802 want3588 ik verheug mij8055 8804 in Uw heil.3444 Er is niemand369 heilig,6918 gelijk de HEERE;3068 want3588 er is niemand369 1115 , en er is geen369 rotssteen,6697 gelijk onze God!430 Maakt7235 het niet408 te veel,7235 8686 dat gij hoog,1364 hoog1364 zoudt spreken,1696 8762 dat iets hards6277 uit4480 uw mond6310 zou gaan;3318 8799 want3588 de HEERE3068 is een God410 der wetenschappen,1844 en daden5949 zijn recht gedaan.8505 8738 De boog7198 der sterken1368 is gebroken;2844 en die struikelden,3782 8737 zijn met sterkte2428 omgord.247 8804 Die verzadigd7649 waren, hebben zich verhuurd7936 8738 om brood,3899 en die hongerig7457 waren, zijn het niet meer;2308 8804 totdat5704 de onvruchtbare6135 zeven7651 heeft gebaard,3205 8804 en die vele7227 kinderen1121 had, krachteloos is geworden.535 8797 De HEERE3068 doodt4191 8688 en maakt levend;2421 8764 doet ter helle7585 nederdalen,3381 8688 en doet [weder] opkomen.5927 8686 De HEERE3068 maakt arm3423 8688 en maakt rijk;6238 8688 vernedert,8213 8688 ook637 verhoogt .7311 8789 Hij verheft6965 8688 den geringe1800 uit4480 het stof,6083 [en] den nooddruftige34 verhoogt Hij7311 8686 uit4480 den drek,830 om te doen zitten3427 8687 bij5973 de vorsten,5081 dat hen den stoel3678 der ere3519 doe beerven;5157 8686 want3588 de grondvesten4690 des aardrijks776 zijn des HEEREN,3068 en heeft de wereld8398 daarop5921 gezet.7896 8799 Hij zal de voeten7272 gunstgenoten2623 bewaren;8104 8799 maar de goddelozen7563 zullen zwijgen1826 8735 in duisternis;2822 want3588 een man376 vermag1396 8799 niet door kracht.3581 Die met den HEERE3068 twisten,7378 8688 zullen verpletterd worden;2865 8735 zal in den hemel8064 over5921 hen donderen;7481 8686 de HEERE3068 zal de einden657 der aarde776 richten,1777 8799 en zal Koning4428 sterkte5797 geven,5414 8799 en den hoorn7161 Gezalfden4899 verhogen.7311 8686 Daarna ging3212 8799 Elkana511 naar Rama7414 in5921 zijn huis;1004 maar de jongeling5288 was1961 8804 den HEERE3068 dienende8334 8764 voor het aangezicht6440 van den priester3548 .5941 Doch de zonen1121 van 5941 waren kinderen1121 ;1100 zij kenden3045 8804 den HEERE3068 niet.3808 Want de wijze4941 dier priesters3548 met het volk5971 was, dat, [wanneer] iemand3605 376 een offerande2077 offerde,2076 8802 des priesters3548 jongen5288 kwam,935 8804 terwijl het vlees1320 kookte,1310 8763 met een drietandigen7969 8127 krauwel4207 in zijn hand;3027 En sloeg5221 8689 in de teile,3595 of176 in den ketel,1731 of176 in de pan,7037 of176 in den pot;6517 al3604 wat834 de krauwel4207 optrok,5927 8686 dat nam3947 8799 de priester3548 voor zich. Alzo3602 deden zij6213 8799 aan al3605 de ,3478 die te8033 Silo7887 kwamen.935 8802 Ook1571 eer2962 zij het vet2459 aanstaken,6999 8686 kwam935 8804 des priesters3548 jongen,5288 en zeide559 8804 tot den man,376 die offerde:2076 8802 Geef5414 8798 dat vlees1320 om te braden6740 8800 voor den priester;3548 want hij zal geen3808 gekookt1310 8794 vlees1320 van4480 u nemen,3947 8799 maar3588 518 rauw.2416 Wanneer nu die man376 tot413 hem zeide:559 8799 zullen dat vet2459 als heden3117 ganselijk6999 8763 aansteken,6999 8686 zo neem3947 8798 voor u, gelijk als834 het uw ziel5315 lusten zal;183 8762 zo zeide hij559 8804 tot hem: Nu6258 zult gij het immers3588 geven,5414 8799 en zo518 niet,3808 ik zal het met geweld2394 nemen.3947 8804 Alzo was1961 8799 de zonde2403 dezer jongelingen5288 zeer3966 groot1419 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 want3588 de lieden582 verachtten5006 8765 het spijsoffer4503 des HEEREN.3068 Doch 8050 diende8334 8764 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 zijnde een jongeling,5288 omgord2296 8803 met den linnen906 lijfrok.646 En zijn moeder517 maakte6213 8799 hem een kleinen6996 rok,4598 en bracht5927 8689 hem dien van4480 jaar3117 tot jaar,3117 als zij opkwam5927 8800 met haar man,376 om het jaarlijkse3117 offer2077 te offeren.2076 8800 En 5941 zegende1288 8765 ,511 en zijn huisvrouw,802 en zeide:559 8804 De HEERE3068 geve7760 8799 u zaad2233 uit4480 deze2063 vrouw802 voor8478 de bede,7596 die834 zij den HEERE3068 afgebeden heeft.7592 8804 En zij gingen1980 8804 naar zijn plaats.4725 Want3588 de HEERE3068 bezocht6485 8804 ,2584 en zij werd bevrucht,2029 8799 en baarde3205 8799 drie7969 zonen1121 en twee8147 dochters;1323 en de jongeling5288 8050 werd groot1431 8799 bij5973 den HEERE.3068 Doch 5941 was zeer3966 oud,2204 8804 en hoorde8085 8804 al,3605 wat834 zijn zonen1121 aan gans3605 3478 deden,6213 8799 en dat834 zij sliepen7901 8799 bij de vrouwen,802 die met hopen samenkwamen6633 8802 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst.4150 En hij zeide559 8799 tot hen: Waarom4100 doet gij6213 8799 al zulke4287 dingen,1697 dat834 ik595 deze uw boze7451 stukken1697 hore8085 8802 van4480 dit428 ganse3605 volk?5971 Niet,408 mijn zonen;1121 want3588 dit is geen3808 goed2896 gerucht,8052 dat834 ik595 hoor;8085 8802 gij maakt, dat het volk5971 des HEEREN3068 overtreedt.5674 8688 Wanneer518 een mens376 tegen een mens376 zondigt,2398 8799 zo zullen de goden430 hem oordelen;6419 8765 maar wanneer518 een mens376 tegen den HEERE3068 zondigt,2398 8799 wie4310 zal voor hem bidden?6419 8691 zij hoorden8085 8799 de stem6963 huns vaders1 niet,3808 want3588 de HEERE3068 wilde2654 8804 hen doden.4191 8687 En de jongeling5288 8050 nam toe,1980 8802 en werd groot1432 en aangenaam2896 beide1571 bij5973 den HEERE3068 en ook1571 bij5973 de mensen.582 En er kwam935 8799 een man376 Gods430 tot413 ,5941 en zeide559 8799 tot413 hem: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Ik klaarlijk1540 8736 geopenbaard1540 8738 aan413 het huis1004 uws vaders,1 toen zij in Egypte4714 waren,1961 8800 in het huis1004 van ?6547 En Ik heb hem853 uit4480 alle3605 stammen7626 van 3478 ten priester3548 verkoren,977 8800 om te offeren5927 8800 op5921 altaar,4196 om het reukwerk7004 aan te steken,6999 8687 om den efod646 voor aangezicht6440 te dragen;5375 8800 en heb aan het huis1004 uws vaders1 gegeven5414 8799 al3605 de vuurofferen801 van de kinderen1121 .3478 Waarom4100 slaat gijlieden achteruit1163 8799 tegen slachtoffer,2077 en tegen spijsoffer,4503 hetwelk834 Ik geboden heb6680 8765 [in] de woning;4583 en eert3513 8762 uw zonen1121 meer 4480 , dat gijlieden u mest1254 8687 van4480 het voornaamste7225 van alle3605 spijsoffers4503 van volk5971 ?3478 Daarom3651 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 de God430 :3478 Ik had wel klaarlijk559 8800 gezegd:559 8804 3588 Uw huis1004 en uws vaders1 huis1004 zouden voor aangezicht6440 wandelen1980 8691 tot in5704 eeuwigheid;5769 maar nu6258 spreekt5002 8803 de HEERE:3068 zij verre van2486 ; want3588 die eren,3513 8764 zal Ik eren,3513 8762 maar die versmaden,959 8802 zullen licht geacht worden.7043 8799 Zie,2009 de dagen3117 komen,935 8802 dat Ik uw arm2220 zal afhouwen,1438 8804 en den arm2220 van uws vaders1 huis,1004 dat er geen4480 oud man2205 in uw huis1004 wezen zal.1961 8800 En gij zult aanschouwen5027 8689 de benauwdheid6862 der woning4583 [], in plaats van al3605 het goede3190 , dat834 3478 zou gedaan hebben;3190 8686 en er zal te genen3808 3605 dage3117 een oud man2205 in uw huis1004 zijn.3808 1961 8799 Doch de man,376 dien Ik u niet3808 zal uitroeien3772 8686 van4480 6973 altaar,4196 zou zijn om uw ogen5869 te verteren,3615 8763 en om uw ziel5315 te bedroeven;109 en al3605 de menigte4768 uws huizes1004 zal sterven,4191 8799 mannen582 geworden zijnde. Dit2088 nu zal u een teken226 zijn, hetwelk834 over413 uw beide8147 zonen,1121 over413 Hofni2652 en ,6372 komen zal:935 8799 op een259 dag3117 zullen zij beiden8147 sterven.4191 8799 En Ik zal een getrouwen539 8737 priester3548 verwekken;6965 8689 die zal doen,6213 8799 gelijk als834 in hart3824 en in ziel5315 zijn zal; dien zal Ik een bestendig539 8737 huis1004 bouwen,1129 8804 en hij zal altijd3605 3117 voor het aangezicht6440 Gezalfden4899 wandelen.1980 8694 En het zal geschieden,1961 8804 dat al3605 wie van uw huis1004 zal overig zijn,3498 8737 zal komen,935 8799 om zich voor hem neder te buigen7812 8692 voor een stukje95 gelds,3701 en een bolle3603 broods,3899 en zal zeggen:559 8804 Neem5596 mij toch4994 aan5596 8798 tot413 enige259 priesterlijke bediening,3550 dat ik een bete6595 broods3899 moge eten.398 8800

Every verse in 1 Samuel 2

Chapter navigation

0:000:00