1 Samuel 22:9
“Toen antwoordde6030 8799 Doeg,1673 de Edomiet,130 die1931 bij5921 de knechten5650 van Saul7586 stond,5324 8737 en zeide:559 8799 Ik zag7200 8804 den zoon1121 van Isai,3448 komende935 8802 te Nob,5011 tot413 Achimelech,288 den zoon1121 van Ahitub;285”
1 Samuel 22:9 — Statenvertaling (1637)
Verse 9 of 23 in 1 Samuel chapter 22 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Samuel 22 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen ging3212 8799 1732 van4480 daar,8033 en ontkwam4422 8735 in413 de spelonk4631 van .5725 En zijn broeders251 hoorden8085 8799 het, en het ganse3605 huis1004 zijns vaders,1 en kwamen3381 8799 derwaarts8033 tot413 hem af. En tot413 hem vergaderde6908 8691 alle3605 man,376 die benauwd4689 was, en alle3605 man,376 die834 een schuldeiser had,5378 8801 en alle3605 man,376 wiens ziel5315 bitterlijk bedroefd was,4751 en hij werd1961 8799 tot overste8269 over5921 hen; zodat bij5973 hem waren1961 8799 omtrent vierhonderd702 3967 mannen.376 En 1732 ging3212 8799 van4480 daar8033 naar Mizpa4708 der ;4124 en hij zeide559 8799 tot413 den koning4428 der :4124 toch4994 mijn vader1 en mijn moeder517 bij854 ulieden uitgaan,3318 8799 totdat5704 834 ik weet,3045 8799 wat4100 God430 mij doen zal.6213 8799 En hij bracht5148 8686 hen voor het aangezicht6440 van den koning4428 der ;4124 en zij bleven3427 8799 bij5973 hem al3605 de dagen,3117 die 1732 in de vesting4686 was.1961 8800 Doch de profeet5030 1410 zeide559 8799 tot413 :1732 Blijf3427 8799 in de vesting4686 niet,3808 ga heen,3212 8798 en ga935 8804 in het land776 van .3063 ging3212 8799 1732 heen, en hij kwam935 8799 in het woud3293 .2802 En 7586 hoorde,8085 8799 dat3588 1732 bekend geworden was,3045 8738 en de mannen,582 die834 bij854 hem waren. 7586 nu zat3427 8802 op een heuvel1390 onder8478 het geboomte815 te ,7414 en hij had zijn spies2595 in zijn hand,3027 en al3605 zijn knechten5650 stonden5324 8737 bij5921 hem. Toen zeide559 8799 7586 tot zijn knechten,5650 die bij5921 hem stonden:5324 8737 Hoort8085 8798 toch,4994 gij, zonen1121 van ,1145 zal ook1571 de zoon1121 van Isai3448 u altegader akkers7704 en wijnbergen3754 geven?5414 8799 hij u allen tot oversten8269 van duizenden,505 en oversten8269 van honderden3967 stellen?7760 8799 Dat3588 gij u allen3605 tegen5921 mij verbonden hebt,7194 8804 en niemand369 [voor] mijn oor241 openbaart,1540 8802 dat mijn zoon1121 een verbond gemaakt heeft3772 8800 met5973 den zoon1121 van ;3448 en niemand is369 onder4480 ulieden, dien het wee doet2470 8802 van5921 mijnentwege, en die het [voor] mijn oor241 openbaart;1540 8802 want3588 mijn zoon1121 heeft mijn knecht5650 tegen5921 mij opgewekt,6965 8689 tot een lagenlegger,693 8802 gelijk het te dezen2088 dage3117 is. Toen antwoordde6030 8799 ,1673 de ,130 die1931 bij5921 de knechten5650 van 7586 stond,5324 8737 en zeide:559 8799 Ik zag7200 8804 den zoon1121 van ,3448 komende935 8802 te ,5011 tot413 ,288 den zoon1121 van ;285 Die den HEERE3068 voor hem vraagde,7592 8799 en gaf5414 8804 hem teerkost;6720 hij gaf5414 8804 hem ook het zwaard2719 van ,1555 den .6430 Toen zond7971 8799 de koning4428 heen, om den priester3548 ,288 den zoon1121 van ,285 te roepen,7121 8800 en zijns vaders1 ganse3605 huis,1004 de priesters,3548 die834 te Nob5011 waren; en zij kwamen935 8799 allen3605 tot den koning.4428 En 7586 zeide:559 8799 Hoor8085 8798 nu,4994 gij, zoon1121 van !285 En hij zeide:559 8799 ,2009 [hier] ben ik, mijn heer!113 Toen zeide559 8799 7586 tot413 hem: Waarom4100 hebt gijlieden samen u7194 tegen5921 mij verbonden,7194 8804 gij859 en de zoon1121 van ,3448 mits dat gij hem gegeven hebt5414 8800 brood3899 en het zwaard,2719 en God430 voor413 hem gevraagd,7592 8800 dat hij zou opstaan6965 8800 tegen mij tot een lagenlegger,693 8802 gelijk het te dezen2088 dage3117 is? En Achimelech288 antwoordde6030 8799 den koning4428 en zeide:559 8799 Wie4310 is toch onder al3605 uw knechten5650 getrouw539 8737 als ,1732 en des konings4428 schoonzoon,2860 en voortgaande5493 8804 in413 uw gehoorzaamheid,4928 en is eerlijk3513 8737 in uw huis?1004 Heb ik heden3117 begonnen2490 8689 God430 voor hem te vragen?7592 8800 zij verre van mij,2486 de koning4428 legge7760 8799 op zijn knecht5650 geen408 ding,1697 [noch] op het ganse3605 huis1004 mijns vader;1 want3588 uw knecht5650 heeft van al3605 deze2063 dingen1697 niet3808 geweten,3045 8804 klein6996 noch176 groot.1419 Doch de koning4428 zeide:559 8799 ,288 gij859 moet den dood4191 8800 sterven,4191 8799 gij en het ganse3605 huis1004 uws vaders.1 En de koning4428 zeide559 8799 tot de trawanten,7323 8801 die bij5921 hem stonden:5324 8737 u,5437 8798 en doodt4191 8685 de priesters3548 des HEEREN,3068 omdat3588 hun hand3027 ook1571 met5973 1732 is, en omdat3588 zij geweten hebben,3045 8804 dat3588 hij1931 vluchtte,1272 8802 en hebben het voor mijn oren241 niet3808 geopenbaard.1540 8804 de knechten5650 des konings4428 wilden14 8804 hun hand3027 niet3808 uitsteken,7971 8800 om op de priesters3548 des HEEREN3068 aan te vallen.6293 8800 Toen zeide559 8799 de koning4428 tot :1673 gij859 u,5437 8798 en val aan6293 8798 op de priesters.3548 wendde zich5437 8735 ,1673 de ,130 en hij1931 viel aan6293 8799 op de priesters,3548 en doodde4191 8686 te dien1931 dage3117 vijf2568 en tachtig8084 mannen,376 die den linnen906 lijfrok646 droegen.5375 8802 Hij sloeg5221 8689 ook ,5011 de stad5892 dezer priesters,3548 met de scherpte6310 des zwaards,2719 van4480 den man376 tot5704 de vrouw,802 van4480 de kinderen5768 tot5704 de zuigelingen,3243 8802 zelfs de ossen7794 en ezels,2543 en de schapen,7716 [sloeg] [hij] met de scherpte6310 des zwaards.2719 Doch een259 der zonen1121 van ,288 den zoon1121 van ,285 ontkwam,4422 8735 wiens naam8034 was ;54 die vluchtte1272 8799 1732 na.310 En Abjathar54 boodschapte5046 8686 het ,1732 dat3588 7586 de priesteren3068 des HEEREN3548 gedood had.2026 8804 Toen zeide559 8799 1732 tot :54 Ik wist3045 8804 wel te dien1931 dage,3117 toen3588 ,1673 de ,130 daar8033 was, dat3588 hij het voorzeker5046 8687 7586 zou te kennen geven;5046 8686 ik595 heb oorzaak gegeven5437 8804 tegen al3605 de zielen5315 van uws vaders1 huis.1004 Blijf3427 8798 bij854 mij; vrees3372 8799 niet;408 want3588 wie834 mijn ziel5315 zoeken zal,1245 8762 die zal uw ziel5315 zoeken;1245 8762 maar3588 gij859 zult met5973 mij in bewaring4931 zijn.