1 Samuel 24:4
“[024:5] Toen zeiden559 8799 de mannen582 van David1732 tot413 hem: Zie2009 den dag,3117 [in] welken834 de HEERE3068 tot413 u zegt:559 8804 Zie,2009 Ik595 geef5414 8802 uw vijand341 8802 in uw hand,3027 en gij zult hem doen,6213 8804 gelijk als834 het goed zal zijn3190 8799 in uw ogen.5869 En David1732 stond op,6965 8799 en sneed3772 8799 stilletjes3909 een slip3671 van834 Sauls7586 mantel.4598”
1 Samuel 24:4 — Statenvertaling (1637)
Verse 4 of 22 in 1 Samuel chapter 24 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Samuel 24 — full chapter (Statenvertaling (1637))
[024:2] En het geschiedde,1961 8799 nadat834 7586 wedergekeerd was7725 8804 van4480 achter310 de ,6430 zo gaf men hem te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 ,2009 1732 is in de woestijn4057 van En-gedi.5872 [024:3] nam3947 8799 7586 drie7969 duizend505 uitgelezen977 8803 mannen376 uit4480 gans3605 ,3478 en hij toog heen,3212 8799 om 1732 en zijn mannen582 te zoeken1245 8763 boven5921 op6440 de rotsstenen6697 der steenbokken.3277 [024:4] En hij kwam935 8799 tot413 de schaapskooien1448 6629 aan5921 den weg,1870 waar8033 een spelonk4631 was; en 7586 ging935 8799 daarin, om zijn voeten7272 te dekken.5526 8687 1732 nu en zijn mannen582 zaten3427 8802 aan de zijden3411 der spelonk.4631 [024:5] zeiden559 8799 de mannen582 van 1732 tot413 hem: Zie2009 den dag,3117 [in] welken834 de HEERE3068 tot413 u zegt:559 8804 ,2009 Ik595 geef5414 8802 uw vijand341 8802 in uw hand,3027 en gij zult hem doen,6213 8804 gelijk als834 het goed zal zijn3190 8799 in uw ogen.5869 En 1732 stond op,6965 8799 en sneed3772 8799 stilletjes3909 een slip3671 van834 Sauls7586 mantel.4598 [024:6] het geschiedde1961 8799 daarna,310 3651 dat Davids1732 hart3820 hem853 sloeg,5221 8686 omdat5921 834 hij de slip3671 van834 7586 afgesneden had.3772 8804 [024:7] En hij zeide559 8799 tot zijn mannen:582 late4480 de HEERE3068 ver van2486 mij zijn, dat518 ik2088 die zaak1697 doen zou6213 8799 aan mijn heer,113 den gezalfde4899 des HEEREN,3068 dat ik mijn hand3027 tegen hem uitsteken zou;7971 8800 want3588 hij1931 is de gezalfde4899 des HEEREN!3068 [024:8] En 1732 scheidde8156 8762 zijn mannen582 met woorden,1697 en liet5414 hun niet3808 toe,5414 8804 dat zij opstonden6965 8800 tegen413 .7586 En 7586 maakte zich op6965 8804 uit4480 de spelonk,4631 en ging3212 8799 op den weg.1870 [024:9] Daarna310 3651 maakte zich6965 1732 ook op,6965 8799 en ging3318 8799 uit4480 de spelonk,4631 en hij riep7121 8799 7586 achterna,310 zeggende:559 8800 heer113 koning!4428 zag5027 8686 7586 achter310 zich om, en 1732 boog zich6915 8799 met het aangezicht639 ter aarde776 en neigde zich.7812 8691 [024:10] En 1732 zeide559 8799 tot :7586 Waarom4100 hoort gij8085 8799 de woorden1697 der mensen,120 zeggende:559 8800 ,2009 1732 zoekt1245 8764 uw kwaad?7451 [024:11] ,2009 te dezen2088 dage3117 hebben uw ogen5869 gezien,7200 8804 dat834 de HEERE3068 u heden3117 in mijn hand3027 gegeven heeft5414 8804 in deze spelonk,4631 en men zeide,559 8804 dat ik u doden zou;2026 8800 doch [mijn] [hand] verschoonde2347 8799 u,5921 want ik zeide:559 8799 Ik zal mijn hand3027 niet3808 uitsteken7971 8799 tegen mijn heer,113 want3588 hij1931 is de gezalfde4899 des HEEREN.3068 [024:12] Zie7200 8798 toch, mijn vader,1 ja,1571 zie7200 8798 de slip3671 uws mantels4598 in mijn hand;3027 want3588 als ik de slip3671 uws mantels4598 afgesneden heb,3772 8800 zo heb ik u niet3808 gedood;2026 8804 beken3045 8798 en zie,7200 8798 dat3588 er in mijn hand3027 geen kwaad,7451 noch369 overtreding6588 is,369 en ik tegen u niet3808 gezondigd heb;2398 8804 nochtans jaagt gij859 6658 8802 mijn ziel,5315 dat gij ze wegneemt.3947 8800 [024:13] De HEERE3068 zal richten8199 8799 tussen996 mij en tussen996 u, en de HEERE3068 zal mij wreken5358 8804 aan4480 u; maar mijn hand3027 zal niet3808 tegen u zijn.1961 8799 [024:14] als834 het spreekwoord4912 der ouden6931 zegt:559 8799 de goddelozen7563 komt3318 goddeloosheid7562 voort;3318 8799 maar mijn hand3027 zal niet3808 tegen u zijn.1961 8799 [024:15] Naar310 wien4310 is de koning4428 van 3478 uitgegaan?3318 8804 Wien4310 jaagt7291 8802 gij859 na?310 Naar310 een doden4191 8801 hond,3611 naar310 een enige259 vlo!6550 [024:16] de HEERE3068 zal zijn1961 8804 tot ,1781 en richten8199 8804 tussen996 mij en tussen996 u, en zien7200 8799 daarin, en twisten7378 8799 mijn twist,7379 en richten8199 8799 mij van4480 uw hand.3027 [024:17] En het geschiedde,1961 8799 toen 1732 geeindigd had3615 8763 al deze428 woorden1697 tot413 7586 te spreken,1696 8763 zo zeide559 8799 :7586 Is dit2088 uw stem,6963 mijn zoon1121 ?1732 hief5375 7586 zijn stem6963 op5375 8799 en weende.1058 8799 [024:18] En hij zeide559 8799 tot413 :1732 Gij859 zijt rechtvaardiger6662 4480 ik; want3588 gij859 hebt mij goed2896 vergolden,1580 8804 en ik589 heb u kwaad7451 vergolden.1580 8804 [024:19] En gij859 hebt [mij] heden3117 aangewezen,5046 8689 dat834 gij mij853 goed2896 gedaan hebt;6213 8804 want834 de HEERE3068 had mij in uw hand3027 besloten,5462 8765 en gij hebt mij niet3808 gedood.2026 8804 [024:20] Zo wanneer3588 iemand376 zijn vijand341 8802 gevonden heeft,4672 8799 zal hij hem op een goeden2896 weg1870 laten gaan?7971 8765 De HEERE3068 nu vergelde7999 8762 u het goede,2896 voor8478 dezen2088 dag,3117 dien834 gij mij heden gemaakt hebt.6213 8804 [024:21] En nu,6258 zie,2009 ik weet,3045 8804 dat3588 gij voorzeker4427 8800 koning worden zult,4427 8799 en dat het koninkrijk4467 van 3478 in uw hand3027 bestaan zal.6965 8804 [024:22] Zo zweer7650 8734 mij nu6258 bij den HEERE,3068 zo518 gij mijn zaad2233 na310 mij zult uitroeien,3772 8686 en518 mijn naam8034 zult uitdelgen8045 8686 van4480 mijns vaders1 huis!1004 [024:23] zwoer7650 8735 1732 aan ;7586 en 7586 ging3212 8799 in413 zijn huis,1004 maar 1732 en zijn mannen582 gingen op5927 8804 in5921 de vesting.4686