1 Samuel 28:21
“De vrouw802 nu kwam935 8799 tot413 Saul,7586 en zag,7200 8799 dat3588 hij zeer3966 verbaasd was;926 8738 en zij zeide559 8799 tot413 hem: Zie,2009 uw dienstmaagd8198 heeft naar uw stem6963 gehoord,8085 8804 en ik heb mijn ziel5315 in mijn hand3709 gesteld,7760 8799 en ik heb uw woorden1697 gehoord,8085 8799 die834 gij tot413 mij gesproken hebt.1696 8765”
1 Samuel 28:21 — Statenvertaling (1637)
Verse 21 of 25 in 1 Samuel chapter 28 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Samuel 28 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het geschiedde1961 8799 in die1992 dagen,3117 als de Filistijnen6430 hun legers4264 vergaderden6908 8799 tot den strijd,6635 om tegen 3478 te strijden,3898 8736 zo zeide559 8799 Achis397 tot413 :1732 zult zekerlijk3045 8800 weten,3045 8799 dat3588 gij met854 mij in het leger4264 zult uittrekken,3318 8799 gij859 en uw mannen.582 Toen zeide559 8799 1732 tot413 :397 Aldus3651 zult gij859 weten,3045 8799 wat834 uw knecht5650 doen zal.6213 8799 En Achis397 zeide559 8799 tot413 :1732 Daarom3651 zal ik u ten bewaarder8104 8802 mijns hoofds7218 zetten,7760 8799 te allen3605 dage.3117 8050 nu was gestorven,4191 8804 en gans3605 3478 had rouw over hem bedreven;5594 8799 en zij hadden hem begraven6912 8799 te ,7414 te weten in zijn stad.5892 En 7586 had uit4480 het land776 weggedaan5493 8689 de waarzeggers178 en duivelskunstenaars.3049 En de Filistijnen6430 kwamen935 8799 en vergaderden zich,6908 8735 en zij legerden zich2583 8799 te ;7766 en 7586 vergaderde6908 8799 gans3605 ,3478 en zij legerden zich2583 8799 op .1533 Toen 7586 het leger4264 der Filistijnen6430 zag,7200 8799 zo vreesde hij,3372 8799 en zijn hart3820 beefde2729 8799 zeer.3966 En 7586 vraagde7592 8799 den HEERE;3068 maar de HEERE3068 antwoordde6030 8804 hem niet;3808 noch1571 door dromen,2472 noch1571 door de urim,224 noch1571 door de profeten.5030 Toen zeide559 8799 7586 tot zijn knechten:5650 Zoekt1245 8761 mij een vrouw,802 die een waarzeggenden geest178 heeft,1172 dat ik tot413 haar ga,3212 8799 en door haar onderzoeke.1875 8799 knechten5650 nu zeiden559 8799 tot413 hem: Zie,2009 te 5874 is een vrouw,802 die een waarzeggenden geest178 heeft.1172 En 7586 verstelde zich,2664 8691 en trok3847 andere312 klederen899 aan,3847 8799 en1931 ging heen,3212 8799 en twee8147 mannen582 met5973 hem, en zij kwamen935 8799 des nachts3915 tot413 de vrouw,802 en hij zeide:559 8799 Voorzeg7080 8798 mij toch4994 door den waarzeggenden geest,178 en doe mij opkomen,5927 8685 dien834 ik tot413 u zeggen zal.559 8799 Toen zeide559 8799 de vrouw802 tot413 hem: Zie,2009 gij859 weet,3045 8804 wat834 7586 gedaan heeft,6213 8804 hoe834 hij de waarzegsters178 en de duivelskunstenaars3049 uit4480 dit land776 heeft uitgeroeid;3772 8689 waarom4100 stelt5367 gij859 mijn ziel5315 een strik,5367 8693 om mij te doden?4191 8687 7586 nu zwoer7650 8735 haar bij den HEERE,3068 zeggende:559 8800 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 indien518 u een straf5771 om deze2008 zaak1697 zal overkomen!7136 8799 Toen zeide559 8799 de vrouw:802 Wien4310 zal ik u doen opkomen?5927 8686 En hij zeide:559 8799 mij 8050 opkomen.5927 8685 Toen nu de vrouw802 8050 zag,7200 8799 zo riep zij2199 8799 met luider1419 stem,6963 en de vrouw802 sprak559 8799 tot413 ,7586 zeggende:559 8800 Waarom4100 hebt gij mij bedrogen?7411 8765 gij859 zijt .7586 En de koning4428 zeide559 8799 tot haar: Vrees3372 8799 niet;408 maar3588 wat4100 ziet gij?7200 8804 zeide559 8799 de vrouw802 tot413 :7586 Ik zie7200 8804 goden,430 uit4480 de aarde776 opkomende.5927 8802 Hij zeide559 8799 tot haar: Hoe4100 is zijn gedaante?8389 En zij zeide:559 8799 Er komt5927 een oud2205 man376 op,5927 8802 en hij1931 is met een mantel4598 bekleed.5844 8802 7586 vernam,3045 8799 dat3588 het1931 8050 was, zo neigde hij zich6915 8799 met het aangezicht639 ter aarde,776 en hij boog zich.7812 8691 En 8050 zeide559 8799 tot413 :7586 Waarom4100 hebt gij mij853 onrustig gemaakt,7264 8689 mij doende opkomen?5927 8687 zeide559 8799 :7586 Ik ben zeer3966 beangstigd,6887 8804 want de Filistijnen6430 krijgen3898 8737 tegen mij, en God430 is van4480 5921 mij geweken,5493 8804 en antwoordt6030 8804 mij niet3808 meer,5750 noch1571 door den dienst3027 der profeten,5030 noch1571 door dromen;2472 daarom heb ik u geroepen,7121 8799 dat gij mij te kennen geeft,3045 8687 wat4100 ik doen zal.6213 8799 Toen zeide559 8799 :8050 Waarom4100 vraagt gij7592 8799 mij toch, dewijl de HEERE3068 van4480 5921 u geweken5493 8804 en uw vijand6145 geworden is?1961 8799 Want de HEERE3068 heeft voor gedaan,6213 8799 gelijk als834 door mijn dienst3027 gesproken heeft;1696 8765 en3068 heeft het koninkrijk4467 van4480 uw hand3027 gescheurd,7167 8799 en heeft dat gegeven5414 8799 aan uw naaste,7453 aan .1732 Gelijk als834 gij naar de stem6963 des HEEREN3068 niet3808 gehoord hebt,8085 8804 en de hittigheid2740 toorns639 niet3808 uitgericht hebt6213 8804 tegen ;6002 daarom5921 3651 heeft de HEERE3068 u deze2088 zaak1697 gedaan6213 8804 te dezen2088 dage.3117 En de HEERE3068 zal ook1571 3478 met5973 u in de hand3027 der Filistijnen6430 geven,5414 8799 en morgen4279 zult gij859 en uw zonen1121 bij5973 mij zijn; ook1571 zal de HEERE3068 het leger4264 van 3478 in de hand3027 der Filistijnen6430 geven.5414 8799 Toen viel5307 8799 7586 haastelijk4116 8762 ter aarde,776 zo lang6967 als hij was,4393 en hij vreesde3372 8799 zeer3966 vanwege4480 de woorden1697 van ;8050 ook1571 was1961 8804 er geen3808 kracht3581 in hem; want3588 hij had den gehelen3605 dag3117 en den gehelen3605 nacht3915 geen3808 brood3899 gegeten.398 8804 De vrouw802 nu kwam935 8799 tot413 ,7586 en zag,7200 8799 dat3588 hij zeer3966 verbaasd was;926 8738 en zij zeide559 8799 tot413 hem: Zie,2009 uw dienstmaagd8198 heeft naar uw stem6963 gehoord,8085 8804 en ik heb mijn ziel5315 in mijn hand3709 gesteld,7760 8799 en ik heb uw woorden1697 gehoord,8085 8799 die834 gij tot413 mij gesproken hebt.1696 8765 Zo hoor8085 8798 toch4994 gij859 nu6258 ook1571 naar de stem6963 uwer dienstmaagd,8198 en laat mij een bete6595 broods3899 voor6440 u zetten,7760 8799 en eet;398 8798 zo zal er kracht3581 in u zijn,1961 8799 dat3588 gij over weg1870 gaat.3212 8799 Doch hij weigerde3985 8762 het, en zeide:559 8799 Ik zal niet3808 eten.398 8799 zijn knechten,5650 en ook1571 de vrouw,802 hielden bij hem aan.6555 8799 hoorde hij8085 8799 naar hun stem,6963 en hij stond op6965 8799 van4480 de aarde,776 en zette zich3427 8799 op413 het bed.4296 En de vrouw802 had een gemest4770 kalf5695 in het huis;1004 en zij haastte zich4116 8762 en slachtte2076 8799 het; en zij nam3947 8799 meel,7058 en kneedde3888 8799 het, en bakte644 8799 daar ongezuurde4682 [koeken] van. En zij bracht5066 8686 ze voor6440 7586 en voor6440 zijn knechten,5650 en zij aten;398 8799 daarna stonden zij op,6965 8799 en gingen weg3212 8799 in dienzelfden1931 nacht.3915