1 Samuel 29:2
“En de vorsten5633 der Filistijnen6430 togen daarheen5674 8802 met honderden,3967 en met duizenden;505 doch David1732 met zijn mannen582 togen5674 8802 met5973 Achis397 in den achtertocht.314”
1 Samuel 29:2 — Statenvertaling (1637)
Verse 2 of 11 in 1 Samuel chapter 29 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Samuel 29 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De Filistijnen6430 nu hadden al3605 hun legers4264 vergaderd6908 8799 te ;663 en de Israelieten3478 legerden zich2583 8802 bij de fontein,5869 die834 bij Jizreel3157 is. En de vorsten5633 der Filistijnen6430 togen daarheen5674 8802 met honderden,3967 en met duizenden;505 doch 1732 met zijn mannen582 togen5674 8802 met5973 Achis397 in den achtertocht.314 Toen zeiden559 8799 de oversten8269 der :6430 Wat4100 zullen deze428 ?5680 Zo zeide559 8799 Achis397 tot413 de oversten8269 der :6430 Is deze2088 niet3808 ,1732 de knecht5650 van ,7586 den koning4428 van ,3478 die834 deze2088 dagen3117 of176 deze2088 jaren8141 bij854 mij geweest is?1961 8804 En ik heb in hem niets3808 3972 gevonden4672 8804 van4480 dien dag3117 af, dat hij afgevallen is5307 8800 tot5704 dezen2088 dag3117 toe. Doch de oversten8269 der Filistijnen6430 werden zeer toornig7107 8799 op5921 hem, en de oversten8269 der Filistijnen6430 zeiden559 8799 tot hem: Doe den man376 wederkeren,7725 8685 dat hij tot413 zijn plaats4725 wederkere,7725 8799 waar834 8033 gij hem besteld hebt,6485 8689 en dat hij niet3808 met5973 ons aftrekke3381 8799 in den strijd,4421 opdat hij ons niet3808 tot een tegenpartijder7854 worde1961 8799 in den strijd;4421 want waarmede4100 zou deze2088 zich bij413 zijn heer113 aangenaam maken?7521 8691 Is het niet3808 met de hoofden7218 dezer1992 mannen?582 Is dit2088 niet3808 die ,1732 van denwelken834 zij in den rei4246 [elkander] antwoordden,6030 8799 zeggende:559 8800 7586 heeft zijn duizenden505 geslagen,5221 8689 maar 1732 zijn tienduizenden?7233 Toen riep7121 8799 ,397 413 ,1732 en zeide559 8799 tot413 hem: [] [is] [zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 dat3588 gij859 oprecht zijt,3477 en uw uitgang3318 8800 en uw ingang935 8800 met854 mij in het leger4264 is goed2896 in mijn ogen;5869 want3588 ik heb geen3808 kwaad7451 bij u gevonden,4672 8804 van4480 dien dag3117 af, dat gij tot413 mij zijt gekomen,935 8800 tot5704 dezen2088 dag3117 toe; maar gij859 zijt niet3808 aangenaam2896 in de ogen5869 der vorsten.5633 Zo keer7725 nu6258 om,7725 8798 en ga3212 8798 in vrede,7965 opdat gij geen3808 kwaad7451 doet6213 8799 in de ogen5869 van de vorsten5633 der .6430 Toen zeide559 8799 1732 tot413 :397 Maar3588 wat4100 heb ik gedaan?6213 8804 Of wat4100 hebt gij in uw knecht5650 gevonden,4672 8804 van4480 dien dag3117 af, dat834 ik voor uw aangezicht6440 geweest ben,1961 8799 tot5704 dezen2008 dag3117 toe, dat3588 ik niet3808 zal gaan935 8799 en strijden3898 8738 tegen de vijanden341 8802 van mijn heer,113 den koning?4428 Achis397 nu antwoordde6030 8799 en zeide559 8799 tot413 :1732 Ik weet3045 8804 het; voorwaar,3588 gij859 zijt aangenaam2896 in mijn ogen,5869 als een engel4397 ;430 maar389 de oversten8269 der Filistijnen6430 hebben gezegd:559 8804 hem met5973 ons in dezen strijd4421 niet3808 optrekken.5927 8799 Nu ,6258 maak u morgen1242 vroeg op7925 8685 met de knechten5650 uws heren,113 die834 met854 u gekomen zijn;935 8804 en als gijlieden u morgen1242 vroeg zult opgemaakt hebben,7925 8689 en het ulieden licht geworden is,215 8804 zo gaat heen.3212 8798 Toen maakte zich 1732 vroeg op,7925 8686 hij1931 en zijn mannen,582 dat zij des morgens1242 weggingen,3212 8800 om weder te keren7725 8800 in413 het land776 der ;6430 de Filistijnen6430 daarentegen togen op5927 8804 naar .3157