1 Samuel 30:5

“Davids1732 beide8147 vrouwen802 waren ook gevankelijk weggevoerd,7617 8738 Ahinoam,293 de Jizreelietische,3159 en Abigail,26 de huisvrouw802 van Nabal,5037 den Karmeliet.3761”

1 Samuel 30:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 31 in 1 Samuel chapter 30 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Samuel 30 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het geschiedde1961 8799 nu, als 1732 en zijn mannen582 den derden7992 dag3117 te 6860 kwamen,935 8800 dat de Amalekieten6003 in413 het zuiden5045 en te413 6860 ingevallen waren,6584 8804 en 6860 geslagen,5221 8686 en dezelve853 met vuur784 verbrand hadden;8313 8799 En dat zij de vrouwen,802 die834 daarin waren, gevankelijk weggevoerd hadden;7617 8799 [doch] zij hadden niemand3808 376 doodgeslagen,4191 8689 van4480 den kleinste6996 tot5704 den grootste,1419 maar hadden ze weggevoerd5090 8799 en waren huns weegs1870 gegaan.3212 8799 En 1732 en zijn mannen582 kwamen935 8799 aan413 de stad,5892 en ziet,2009 zij was met vuur784 verbrand;8313 8803 en hun vrouwen,802 en hun zonen1121 en hun dochteren1323 waren gevankelijk weggevoerd.7617 8738 Toen hief5375 1732 en het volk,5971 dat834 bij854 hem was, hun stem6963 op,5375 8799 en weenden,1058 8799 tot5704 dat834 er geen369 kracht3581 [meer] in hen was369 om te wenen.1058 8800 Davids1732 beide8147 vrouwen802 waren ook gevankelijk weggevoerd,7617 8738 ,293 de ,3159 en ,26 de huisvrouw802 van ,5037 den .3761 En 1732 werd zeer3966 bang,3334 8799 want3588 het volk5971 sprak559 8804 van hem te stenigen;5619 8800 want3588 de zielen5315 van het ganse3605 volk5971 waren verbitterd,4843 8804 een iegelijk376 over5921 zijn zonen1121 en over5921 zijn dochteren;1323 doch 1732 sterkte zich2388 8691 in den HEERE,3068 zijn God.430 En 1732 zeide559 8799 tot413 den priester3548 ,54 den zoon1121 van :288 Breng5066 8685 mij toch4994 den efod646 hier. En Abjathar54 bracht5066 8686 den efod646 tot413 .1732 Toen vraagde7592 8799 1732 den HEERE,3068 zeggende:559 8800 ik deze2088 bende1416 achternajagen?7291 8799 310 ik ze achterhalen?5381 8686 En zeide559 8799 tot hem: Jaag na,7291 8798 want3588 gij zult gewisselijk5381 8687 achterhalen,5381 8686 en gij zult gewisselijk5337 8687 verlossen.5337 8686 1732 ging heen,3212 8799 hij1931 en de zes8337 honderd3967 mannen,376 die834 bij854 hem waren; en als zij kwamen935 8799 aan5704 de beek5158 ,1308 zo bleven5975 de overigen3498 8737 staan.5975 8804 En 1732 vervolgde7291 8799 hen, hij1931 en die vierhonderd702 3967 mannen;376 en tweehonderd3967 mannen bleven staan,5975 8799 die zo moede waren,6296 8765 dat834 zij over de beek5158 Besor1308 niet4480 konden gaan.5674 8800 En zij vonden4672 8799 een Egyptischen4713 man376 op het veld,7704 en zij brachten3947 8799 hem853 tot413 ;1732 en zij gaven5414 8799 hem brood,3899 en hij at,398 8799 en zij gaven8248 hem water4325 te drinken.8248 8686 Zij gaven5414 8799 hem ook een stuk6400 van een klomp1690 vijgen, en twee8147 stukken rozijnen;6778 en hij at,398 8799 en zijn geest7307 kwam weder7725 8799 in413 hem; want3588 hij had [in] drie7969 dagen3117 en drie7969 nachten3915 geen3808 brood3899 gegeten,398 8804 noch3808 water4325 gedronken.8354 8804 Daarna zeide559 8799 1732 tot hem: Wiens4310 zijt gij?859 En van4480 2088 waar533 zijt gij?859 zeide559 8799 de Egyptische4713 jongen:5288 Ik595 ben de knecht5650 van een Amalekietischen6003 man,376 en mijn heer113 heeft mij verlaten,5800 8799 omdat3588 ik [voor] drie7969 dagen3117 krank geworden ben.2470 8804 Wij587 waren ingevallen6584 8804 tegen het zuiden5045 van de ,3774 en op5921 hetgeen834 van Juda3063 is, en tegen5921 het zuiden5045 van ;3612 en wij hebben 6860 met vuur784 verbrand.8313 8804 Toen zeide559 8799 1732 tot413 hem: Zoudt gij mij wel henen afleiden3381 8686 tot413 deze2088 bende?1416 zeide:559 8799 Zweer7650 8734 mij bij God,430 dat518 gij mij niet518 zult doden,4191 8686 en dat518 gij mij niet518 zult overleveren5462 8686 in de hand3027 mijns heren!113 Zo zal ik u tot413 deze2088 bende1416 afleiden.3381 8686 En hij leidde hem af,3381 8686 en ziet,2009 zij lagen verstrooid5203 8803 over5921 6440 de ganse3605 aarde,776 etende,398 8802 en drinkende,8354 8802 en dansende,2287 8802 om al3605 den groten1419 buit,7998 dien834 zij genomen hadden3947 8804 uit4480 het land776 der ,6430 en uit4480 het land776 van .3063 En 1732 sloeg5221 8686 hen van4480 de schemering5399 tot5704 aan den avond6153 van hunlieder anderen dag;4283 en er ontkwam4422 8738 niet3808 een man376 van4480 hen, behalve3588 518 vierhonderd702 3967 jonge5288 mannen,376 die834 op5921 kemelen1581 reden7392 8804 en vloden.5127 8799 Alzo redde5337 8686 1732 al3605 wat834 de Amalekieten6002 genomen hadden;3947 8804 ook redde5337 8689 1732 zijn twee8147 vrouwen.802 En onder hen werd niet3808 gemist5737 8738 van4480 den kleinste6996 tot aan5704 den grootste,1419 en tot aan5704 de zonen1121 en dochteren;1323 en van4480 den buit,7998 ook tot5704 alles,3605 wat834 zij van hen genomen hadden;3947 8804 1732 bracht7725 het altemaal3605 weder.7725 8689 1732 nam3947 8799 ook al3605 de schapen6629 en de runderen;1241 zij dreven5090 8804 ze voor6440 datzelve1931 vee4735 heen, en zeiden:559 8799 Dit2008 is Davids1732 buit.7998 Als 1732 tot413 de tweehonderd3967 mannen582 kwam,935 8799 die834 zo moede waren geweest,6296 8765 dat4480 zij 1732 niet4480 hadden kunnen navolgen,3212 8800 310 en die zij aan de beek5158 Besor1308 hadden laten blijven,3427 8686 die gingen3318 8799 1732 tegemoet,7125 8800 en het volk,5971 dat834 bij854 hem was, tegemoet;7125 8800 en 1732 trad5066 8799 tot het volk,5971 en hij vraagde7592 8799 hen naar den welstand.7965 Toen antwoordde6030 8799 een ieder3605 boos7451 en Belials1100 man376 onder4480 de mannen,582 die834 met5973 1732 getogen waren,1980 8804 en zij zeiden:559 8799 Omdat3282 834 zij met5973 ons niet3808 getogen zijn,1980 8804 zullen wij hun van4480 den buit,7998 dien834 wij gered hebben,5337 8689 niet3808 geven,5414 8799 maar3588 518 aan een iegelijk376 zijn vrouw802 en zijn kinderen;1121 laat hen die heenleiden,5090 8799 en weggaan.3212 8799 Maar 1732 zeide:559 8799 Alzo3651 zult gij niet3808 doen,6213 8799 mijn broeders,251 met hetgeen834 ons de HEERE3068 gegeven heeft,5414 8804 en heeft ons853 bewaard,8104 8799 en heeft de bende,1416 die tegen5921 ons kwam,935 8802 in onze hand3027 gegeven.5414 8799 Wie4310 zou toch ulieden in deze2088 zaak1697 horen?8085 8799 Want3588 gelijk het deel2506 dergenen is, die in den strijd4421 mede afgetogen zijn,3381 8802 8675 3381 8717 alzo zal ook het deel2506 dergenen zijn, die bij5921 het gereedschap3627 gebleven zijn;3427 8802 zij zullen gelijkelijk3162 delen.2505 8799 En dit is van4480 dien1931 dag3117 af en voortaan4605 [alzo] geweest;1961 8799 want hij heeft het tot een inzetting2706 en tot een recht4941 gesteld7760 8799 in ,3478 tot5704 op dezen2088 dag.3117 Als nu 1732 te413 6860 kwam,935 8799 zo zond hij7971 8762 tot de oudsten2205 van ,3063 zijn vrienden,7453 van4480 den buit,7998 zeggende:559 8800 ,2009 daar is een zegen1293 voor ulieden, van4480 den buit7998 der vijanden341 8802 des HEEREN.3068 [] tot die834 te -el,1008 en tot die te Ramoth7418 tegen het zuiden,5045 en tot die te ,3492 En tot die te ,6177 en tot die te ,8224 en tot die te ,851 En tot die te ,7403 en tot die, welke in de steden5892 der Jerahmeelieten3397 waren, en tot die, welke in de steden5892 der Kenieten7017 waren, En tot die te ,2767 en tot die te -asan,3565 en tot die te ,6269 En tot die te ,2275 en tot al3605 de plaatsen,4725 waar834 8033 1732 gewandeld had,1980 8694 hij1931 en zijn mannen.582

Every verse in 1 Samuel 30

Chapter navigation

0:000:00