1 Samuel 6:21
“Zo zonden zij7971 8799 boden4397 tot413 de inwoners3427 8802 van Kirjath-jearim,7157 zeggende:559 8800 De Filistijnen6430 hebben de ark727 des HEEREN3068 wedergebracht;7725 8689 komt af,3381 8798 haalt5972 ze853 opwaarts5927 8685 tot413 u.”
1 Samuel 6:21 — Statenvertaling (1637)
Verse 21 of 21 in 1 Samuel chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Samuel 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Als nu de 727 des HEEREN3068 zeven7651 maanden2320 in het land7704 der Filistijnen6430 geweest was,1961 8799 Zo riepen7121 8799 de Filistijnen6430 de priesters3548 en de waarzeggers,7080 8802 zeggende:559 8800 Wat4100 zullen wij met de 727 des HEEREN3068 doen?6213 8799 ons weten,3045 8685 waarmede4100 wij ze aan haar plaats4725 zenden zullen.7971 8762 Zij zeiden:559 8799 Indien518 gij de 727 des Gods430 van 3478 wegzendt,7971 8764 zendt7971 8762 haar853 niet408 ledig7387 weg, maar3588 vergeldt7725 8686 ganselijk7725 8687 een schuldoffer;817 227 zult gij genezen worden,7495 8735 en ulieden zal bekend worden,3045 8738 waarom4100 hand3027 van4480 u niet3808 afwijkt.5493 8799 Toen zeiden zij:559 8799 Welk4100 is dat schuldoffer,817 dat834 wij vergelden zullen?7725 8686 En zij zeiden:559 8799 Vijf2568 gouden2091 spenen,2914 8675 6076 en vijf2568 gouden2091 muizen,5909 naar het getal4557 van de vorsten5633 der ;6430 want3588 het is enerlei259 plaag4046 over u allen,3605 en over uw vorsten.5633 Zo maakt6213 8804 beelden6754 uwer spenen,2914 8675 6076 en beelden6754 uwer muizen,5909 die het land776 verderven,7843 8688 en geeft5414 8804 den God430 van 3478 de eer;3519 misschien194 zal hand3027 verlichten7043 8686 van4480 over5921 ulieden, en van4480 over5921 uw god,430 en van4480 over5921 uw land.776 Waarom4100 toch zoudt gijlieden uw hart3824 verzwaren,3513 8762 gelijk834 de Egyptenaars4714 en Farao6547 hun hart3820 verzwaard hebben?3513 8765 zij niet,3808 toen834 [wonderlijk] met hen gehandeld had,5953 8694 hen laten trekken,7971 8762 dat zij heengingen?3212 8799 Nu ,6258 neemt3947 8798 en maakt6213 8798 een259 nieuwen2319 wagen,5699 en twee8147 zogende5763 8802 koeien,6510 op5921 dewelke834 geen3808 juk5923 gekomen is;5927 8804 spant631 8804 de koeien6510 aan den wagen,5699 en brengt7725 8689 haar kalveren1121 van4480 achter310 haar weder naar huis.1004 Neemt3947 8804 de 727 des HEEREN,3068 en zet5414 8804 ze853 op den wagen,5699 en legt7760 8799 de gouden2091 kleinoden,3627 die834 gij ten schuldoffer817 vergelden zult,7725 8689 in een koffertje712 aan4480 haar zijde;6654 en zendt7971 ze853 weg,7971 8765 dat zij heenga.1980 8804 Ziet toe,7200 8804 indien518 zij1931 den weg1870 van haar landpale1366 opgaat5927 8799 naar -semes,1053 zo heeft ons dit2063 groot1419 kwaad7451 gedaan;6213 8804 maar zo518 niet,3808 zo zullen wij weten,3045 8804 dat3588 hand3027 ons niet3808 geraakt heeft;5060 8804 het1931 is ons een toeval4745 geweest.1961 8804 En die lieden582 deden6213 8799 alzo,3651 en namen3947 8799 twee8147 zogende5763 8802 koeien,6510 en spanden631 8799 ze aan den wagen,5699 en haar kalveren1121 sloten zij3607 8804 in huis.1004 En zij zetten7760 8799 de 727 des HEEREN3068 op413 den wagen,5699 en het koffertje712 met de gouden2091 muizen,5909 en de beelden6754 hunner spenen.2914 De koeien6510 nu gingen recht3474 8799 in dien weg,1870 op5921 den weg1870 naar -semes1053 op een259 straat;4546 zij gingen1980 8804 steeds voort,1980 8800 al loeiende,1600 8800 en weken5493 8804 noch3808 ter rechter3225 [hand] noch ter linkerhand;8040 en de vorsten5633 der Filistijnen6430 gingen1980 8802 achter310 dezelve tot aan5704 de landpale1366 van -semes.1053 En die van -semes1053 maaiden7114 8802 den tarweoogst2406 7105 in het dal,6010 en als zij hun ogen5869 ophieven,5375 8799 zagen zij7200 8799 de 727 en verblijdden zich,8055 8799 als zij [die] zagen.7200 8800 En de wagen5699 kwam935 8802 op413 den akker7704 van ,3091 den -semiet,1030 en bleef daar8033 staande;5975 8799 en daar8033 was een grote1419 steen,68 en zij kloofden1234 8762 het hout6086 van den wagen,5699 en offerden5927 8689 de koeien6510 den HEERE3068 ten brandoffer.5930 En de Levieten3881 namen3381 8689 de 727 des HEEREN3068 af en het koffertje,712 dat834 daarbij854 was, waarin834 de gouden2091 kleinoden3627 waren, en zetten7760 8799 ze op413 dien groten1419 steen;68 en die lieden582 van -semes1053 offerden5927 8689 brandofferen,5930 en slachtten2076 8799 slachtofferen2077 den HEERE,3068 op denzelven1931 dag.3117 En als de vijf2568 vorsten5633 der Filistijnen6430 zulks gezien hadden,7200 8804 zo keerden zij weder7725 8799 op denzelven1931 dag3117 naar .6138 Dit428 nu zijn de gouden2091 spenen,2914 die834 de Filistijnen6430 aan den HEERE3068 ten schuldoffer817 vergolden hebben:7725 8689 Asdod795 een259 voor 5804 een,259 voor Askelon831 een,259 voor 1661 een,259 voor 6138 een.259 Ook gouden2091 muizen,5909 naar het getal4557 van alle3605 steden5892 der ,6430 onder de vijf2568 vorsten,5633 van4480 de vaste4013 steden5892 af tot aan5704 de landvlekken;6521 3724 en tot aan5704 ,59 den groten1419 [steen], op5921 denwelken834 zij de 727 des HEEREN3068 nedergesteld hadden,3240 8689 die tot op5704 dezen2088 dag3117 is op den akker7704 van ,3091 den -semiet.1030 En [de] [] sloeg5221 8686 onder die lieden376 van -semes,1053 omdat3588 zij in de 727 des HEEREN3068 gezien hadden;7200 8804 ja, Hij sloeg5221 8686 van het volk5971 zeventig7657 mannen, [en] vijftig2572 duizend505 mannen.582 bedreef56 het volk5971 rouw,56 8691 omdat3588 de HEERE3068 een groten1419 slag4347 onder het volk5971 geslagen had.5221 8689 Toen zeiden559 8799 de lieden582 van -semes:1053 Wie4310 zou kunnen3201 8799 bestaan5975 8800 voor het aangezicht6440 van den HEERE,3068 dezen2088 heiligen6918 God?430 En tot413 wien4310 van4480 5921 ons zal optrekken?5927 8799 Zo zonden zij7971 8799 boden4397 tot413 de inwoners3427 8802 van -jearim,7157 zeggende:559 8800 De Filistijnen6430 hebben de 727 des HEEREN3068 wedergebracht;7725 8689 komt af,3381 8798 haalt5972 ze853 opwaarts5927 8685 tot413 u.