1 Timothy 2:6
“Die3588 Zichzelven1438 gegeven heeft1325 5631 [tot] een rantsoen487 voor5228 allen,3956 [zijnde] de getuigenis3142 te zijner2398 tijd;2540”
1 Timothy 2:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 15 in 1 Timothy chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Timothy 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ik vermaan3870 5719 3767 voor4412 alle dingen,3956 dat gedaan worden4160 5745 smekingen,1162 gebeden,4335 voorbiddingen,1783 dankzeggingen,2169 voor5228 alle3956 mensen;444 Voor5228 koningen,935 en2532 allen,3956 die in1722 hoogheid5247 zijn;5607 5752 opdat2443 wij een gerust2263 en2532 stil2272 leven979 leiden mogen1236 5725 in1722 alle3956 godzaligheid2150 en2532 eerbaarheid.4587 Want1063 dat5124 is goed2570 en2532 aangenaam587 voor1799 God,2316 onzen2257 ;4990 Welke3739 wil,2309 5719 dat alle3956 mensen444 zalig worden,4982 5683 en2532 tot1519 kennis1922 der waarheid225 komen.2064 5629 Want1063 er is een1520 God,2316 er is ook2532 een1520 Middelaar3316 Gods2316 en2532 der mensen,444 de Mens444 Christus5547 ;2424 Die3588 Zichzelven1438 gegeven heeft1325 5631 [tot] een rantsoen487 voor5228 allen,3956 [zijnde] de getuigenis3142 te zijner2398 tijd;2540 Waartoe1519 3739 ik1473 gesteld ben5087 5681 een prediker2783 en2532 apostel652 (ik zeg3004 5719 de waarheid225 in1722 ,5547 ik lieg5574 5736 niet3756), een leraar1320 der heidenen,1484 in1722 geloof4102 en2532 waarheid.225 Ik wil1014 5736 ,3767 dat de mannen435 bidden4336 5738 in1722 alle3956 plaatsen,5117 opheffende1869 5723 heilige3741 handen,5495 zonder5565 toorn3709 en2532 twisting.1261 Desgelijks5615 ook,2532 dat de vrouwen,1135 in1722 een eerbaar2887 gewaad,2689 met3326 schaamte127 en2532 matigheid4997 zichzelven1438 versieren,2885 5721 niet3361 in1722 vlechtingen4117 [des] [haars], of2228 goud,5557 of2228 paarlen,3135 of2228 kostelijke4185 kleding;2441 Maar235 (hetwelk3739 de vrouwen1135 betaamt,4241 5719 die de godvruchtigheid2317 belijden1861 5740) door1223 goede18 werken.2041 Een vrouw1135 late zich leren3129 5720 in1722 stilheid,2271 in1722 alle3956 onderdanigheid.5292 Doch1161 ik laat de vrouw1135 niet3756 toe,2010 5719 dat zij lere,1321 5721 noch3761 over den man435 heerse,831 5721 maar235 [wil], dat zij in1722 stilheid2271 zij.1511 5750 Want1063 76 is eerst4413 gemaakt,4111 5681 daarna1534 .2096 En2532 76 is niet3756 verleid geworden;538 5681 maar1161 de vrouw,1135 verleid zijnde,538 5685 is in1722 overtreding3847 geweest.1096 5754 Doch1161 zij zal zalig worden4982 5701 in1223 kinderen te baren,5042 zo1437 zij blijft3306 5661 in1722 het geloof,4102 en2532 liefde,26 en2532 heiligmaking,38 met3326 matigheid.4997