2 Chronicles 10:8

“Maar hij verliet5800 8799 den raad6098 der oudsten,2205 dien834 zij hem geraden hadden;3289 8804 en hij hield raad3289 8735 met de jongelingen,3206 die834 met854 hem opgewassen waren,1431 8804 die voor zijn aangezicht6440 stonden.5975 8802”

2 Chronicles 10:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 19 in 2 Chronicles chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En Rehabeam7346 toog3212 8799 naar ;7927 want3588 het ganse3605 3478 was te Sichem7927 gekomen,935 8804 om hem853 koning te maken.4427 8687 Het geschiedde1961 8799 nu, als ,3379 de zoon1121 van ,5028 [dat] hoorde8085 8800 (dezelve1931 nu was in ,4714 alwaar834 hij van4480 het aangezicht6440 van den koning4428 Salomo8010 gevloden was1272 8804), dat Jerobeam3379 uit4480 Egypte4714 wederkeerde;7725 8799 Want zij zonden henen,7971 8799 en lieten hem roepen;7121 8799 zo kwam935 8799 Jerobeam3379 met het ganse3605 ,3478 en zij spraken1696 8762 tot413 ,7346 zeggende:559 8800 Uw vader1 heeft ons juk5923 hard gemaakt,7185 8689 nu , maak7043 gij859 uws vaders1 harden7186 dienst,4480 5656 en zijn zwaar3515 juk,4480 5923 dat834 hij ons opgelegd heeft,5414 8804 5921 lichter,7043 8685 en wij zullen u dienen.5647 8799 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Komt7725 over5750 drie7969 dagen3117 weder7725 8798 tot413 mij. En het volk5971 ging heen.3212 8799 En de koning4428 Rehabeam7346 hield raad3289 8735 met de oudsten,2205 die834 gestaan hadden1961 8804 5975 8802 voor het aangezicht6440 van zijn vader1 ,8010 als hij leefde,1961 8800 2416 zeggende:559 8800 Hoe349 raadt3289 8737 gijlieden,859 dat men dit2088 volk5971 antwoorden zal?7725 8687 1697 En zij spraken1696 8762 tot413 hem, zeggende:559 8800 Indien518 gij dit2088 volk5971 goedertieren2896 en jegens hen goedwillig7521 8804 wezen zult,1961 8799 en tot413 hen goede2896 woorden1697 spreken,1696 8765 zo zullen zij te allen3605 dage3117 uw knechten5650 zijn.1961 8804 Maar hij verliet5800 8799 den raad6098 der oudsten,2205 dien834 zij hem geraden hadden;3289 8804 en hij hield raad3289 8735 met de jongelingen,3206 die834 met854 hem opgewassen waren,1431 8804 die voor zijn aangezicht6440 stonden.5975 8802 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Wat4100 raadt3289 8737 gijlieden,859 dat wij dit2088 volk5971 antwoorden zullen,7725 8686 1697 die834 tot413 mij gesproken hebben,1696 8765 zeggende:559 8800 Maak7043 het juk,4480 5923 dat834 uw vader1 ons opgelegd heeft,5414 8804 5921 lichter?7043 8685 En de jongelingen3206 die834 met854 hem opgewassen waren,1431 8804 spraken1696 8762 tot853 hem, zeggende:559 8800 Alzo3541 zult gij zeggen559 8799 tot dat volk,5971 dat834 tot413 u gesproken heeft,1696 8765 zeggende:559 8800 Uw vader1 heeft ons juk5923 zwaar gemaakt,3513 8689 maar maak7043 gij859 het over4480 5921 ons lichter;7043 8685 alzo3541 zult gij tot413 hen spreken:559 8799 kleinste6995 [vinger] zal dikker zijn5666 8804 4480 mijns vaders1 lenden.4975 Indien nu6258 mijn vader1 een zwaar3515 juk5923 op5921 u heeft doen laden,6006 8689 zo zal ik589 boven5921 uw juk5923 nog daartoe doen;3254 8686 mijn vader1 heeft u853 met geselen7752 gekastijd,3256 8765 maar ik589 [zal] [u] met schorpioenen6137 [kastijden]. Zo kwam935 8799 Jerobeam3379 en al3605 het volk5971 tot3605 ,7346 op den derden7992 dag,3117 gelijk als834 de koning4428 gesproken had,1696 8765 zeggende:559 8800 weder7725 8798 tot413 mij op den derden7992 dag.3117 En de koning4428 antwoordde6030 8799 hun hardelijk;7186 want de koning4428 Rehabeam7346 verliet5800 8799 den raad6098 der oudsten.2205 En hij sprak1696 8762 tot413 hen naar den raad6098 der jongelingen,3206 zeggende:559 8800 vader1 heeft uw juk5923 zwaar gemaakt,3513 8689 maar ik589 zal nog daarboven5921 toedoen;3254 8686 mijn vader1 heeft u853 met geselen7752 gekastijd,3256 8765 maar ik589 [zal] [u] met schorpioenen6137 [kastijden]. Alzo hoorde8085 8804 de koning4428 naar413 het volk5971 niet;3808 want3588 deze omwending5252 was1961 8804 van4480 5973 God,430 opdat4616 de HEERE3068 woord1697 bevestigde,6965 8687 hetwelk834 door den dienst3027 van ,281 den ,7888 gesproken had1696 8765 tot413 ,3379 den zoon1121 van .5028 Toen het ganse3605 volk 3478 zag,7200 8804 dat3588 de koning4428 naar hen niet3808 hoorde,8085 8804 zo antwoordde7725 8686 het volk5971 den koning,4428 zeggende:559 8800 Wat4100 deel2506 hebben wij aan ?1732 Ja, geen3808 erve5159 [hebben] [wij] aan den zoon1121 van ;3448 een ieder376 naar uw tenten,168 o !3478 Voorzie7200 8798 nu6258 uw huis,1004 o !1732 Zo ging3212 8799 het ganse3605 3478 naar zijn tenten.168 Doch aangaande de kinderen1121 van ,3478 die in de steden5892 van Juda3063 woonden,3427 8802 over5921 die regeerde4427 8799 Rehabeam7346 ook. Toen zond7971 8799 de koning4428 Rehabeam7346 ,1913 die834 over5921 de schatting4522 was; en de kinderen1121 Israels3478 stenigden7275 8799 hem met stenen,68 dat hij stierf;4191 8799 maar de koning4428 Rehabeam7346 verkloekte zich,553 8694 om op een wagen4818 te klimmen,5927 8800 dat hij naar Jeruzalem3389 vluchtte.5127 8800 Alzo vielen6586 de Israelieten3478 van het huis1004 van 1732 af,6586 8799 tot op5704 dezen2088 dag.3117

Every verse in 2 Chronicles 10

Chapter navigation

0:000:00