2 Chronicles 11:7
“En Beth-zur,1049 en Socho,7755 en Adullam,5725”
2 Chronicles 11:7 — Statenvertaling (1637)
Verse 7 of 23 in 2 Chronicles chapter 11 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Chronicles 11 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen nu Rehabeam7346 te Jeruzalem3389 gekomen was,935 8799 vergaderde hij6950 8686 het huis1004 van Juda3063 en ,1144 eenhonderd3967 en tachtig8084 duizend505 uitgelezenen,977 8803 geoefend6213 8802 ten oorlog,4421 om tegen5973 3478 te strijden,3898 8736 opdat hij het koninkrijk4467 weder7725 aan Rehabeam7346 bracht.7725 8687 Doch het woord1697 des HEEREN3068 geschiedde1961 8799 tot413 ,8098 den man376 ,430 zeggende:559 8800 Zeg559 8798 tot413 ,7346 den zoon1121 van ,8010 den koning4428 van ,3063 en tot413 het ganse3605 3478 in Juda3063 en ,1144 zeggende:559 8800 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 zult niet3808 optrekken,5927 8799 noch3808 strijden3898 8735 tegen5973 uw broederen;251 een ieder376 kere weder7725 8798 tot zijn huis,1004 want3588 deze2088 zaak1697 is van4480 Mij854 geschied.1961 8738 En zij hoorden8085 8799 de woorden1697 des HEEREN,3068 en zij keerden weder7725 8799 van4480 tegen413 Jerobeam3379 te trekken.3212 8800 Rehabeam7346 nu woonde3427 8799 te ;3389 en hij bouwde1129 8799 steden5892 tot vastigheden4692 in .3063 Hij bouwde1129 8799 nu ,1035 en ,5862 en ,8620 En -zur,1049 en ,7755 en ,5725 En ,1661 en ,4762 en ,2128 En ,115 en ,3923 en ,5825 En ,6881 en ,357 en ;2275 dewelke834 in Juda3063 en in 1144 de vaste4694 steden5892 waren. En hij sterkte2388 8762 deze vastigheden,4694 en leide5414 8799 oversten5057 daarin, en schatten214 van spijs,3978 en olie,8081 en wijn;3196 En in elke3605 stad5902 5892 rondassen6793 en spiesen,7420 en sterkte7235 8687 ze gans2388 8762 zeer;3966 zo was1961 8799 ,3063 en 1144 zijne. Daartoe de priesteren3548 en de ,3881 die834 in het ganse3605 3478 waren, stelden zich3320 8694 bij5921 hem uit4480 al3605 hun landpalen.1366 Want3588 de Levieten3881 verlieten5800 8804 hun voorsteden4054 en hun bezitting,272 en kwamen3212 8799 in Juda3063 en in ;3389 want3588 Jerobeam3379 en zijn zonen1121 hadden hen verstoten,2186 8689 van4480 het priesterdom3547 des HEEREN3068 te mogen bedienen.3547 8763 En hij had zich priesteren3548 gesteld5975 8686 voor de hoogte,1116 en voor de duivelen,8163 en voor de kalveren,5695 die834 hij gemaakt had.6213 8804 Na310 die kwamen935 8804 ook uit4480 alle3605 stammen7626 van 3478 te ,3389 die hun hart3824 begaven,5414 8802 om den HEERE,3068 den God430 ,3478 te zoeken,1245 8763 dat zij den HEERE,3068 den God430 hunner vaderen,1 offerande deden.2076 8800 Alzo sterkten zij2388 8762 het koninkrijk4438 van ,3063 en bekrachtigden553 8762 ,7346 den zoon1121 van ,8010 drie7969 jaren;8141 want3588 drie7969 jaren8141 wandelden zij1980 8804 in den weg1870 van ,1732 en .8010 En Rehabeam7346 nam zich,3947 8799 benevens ,4258 de dochter1323 8675 1121 van ,3406 den zoon1121 van ,1732 ter vrouwe802 ,32 de dochter1323 van ,446 den zoon1121 van ,3448 Dewelke hem zonen1121 baarde,3205 8799 ,3266 en ,8114 en .2093 En na310 haar nam hij3947 8804 ,4601 de dochter1323 van ;53 deze baarde3205 8799 hem ,29 en ,6262 en ,2124 en .8019 En Rehabeam7346 had157 ,4601 Absaloms53 dochter,1323 liever157 8799 4480 al3605 zijn vrouwen802 en zijn bijwijven;6370 want3588 hij had achttien8083 6240 vrouwen802 genomen,5375 8804 en zestig8346 bijwijven;6370 en hij gewon3205 8686 acht8083 en twintig6242 zonen1121 en zestig8346 dochteren.1323 En Rehabeam7346 stelde5975 8686 ,29 den zoon1121 van ,4601 tot een hoofd,7218 om een overste5057 te zijn onder zijn broederen;251 want3588 het was om hem koning te maken.4427 8687 En hij handelde verstandelijk,995 8799 dat hij van4480 al3605 zijn zonen,1121 door alle3605 landen776 van Juda3063 en ,1144 in alle3605 vaste4694 steden5892 verspreidde,6555 8799 denwelken hij spijze4202 gaf5414 8799 in overvloed;7230 en hij begeerde7592 8799 de veelheid1995 van vrouwen.802