2 Chronicles 14:10

“Toen toog3318 Asa609 tegen6440 hem uit;3318 8799 en zij stelden6186 8799 de slagorde4421 in het dal1516 Zefatha6859 bij Maresa.4762”

2 Chronicles 14:10 — Statenvertaling (1637)

Verse 10 of 15 in 2 Chronicles chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Zo ontsliep7901 8799 Abia29 met5973 zijn vaderen,1 en zij begroeven6912 8799 hem853 in de stad5892 ,1732 en zijn zoon1121 609 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478 In zijn dagen3117 was8252 het land776 tien6235 jaren8141 stil.8252 8804 En 609 deed6213 8799 dat goed2896 en dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 zijns .430 Want hij nam5493 de altaren4196 der vreemden,5236 en de hoogten1116 weg,5493 8686 en brak7665 8762 de opgerichte beelden,4676 en hieuw1438 de bossen842 af.1438 8762 En hij zeide559 8799 tot ,3063 dat zij den HEERE,3068 den God430 hunner vaderen,1 zoeken,1875 8800 en dat zij de wet8451 en het gebod4687 doen zouden.6213 8800 Hij nam ook weg5493 8686 uit4480 alle3605 steden5892 van Juda3063 de hoogten1116 en de zonnebeelden;2553 en het koninkrijk4467 was8252 voor6440 hem stil.8252 8799 Daartoe bouwde hij1129 8799 vaste4694 steden5892 in ;3063 want3588 het land776 was stil,8252 8804 en er was geen369 oorlog4421 in die428 jaren8141 tegen5973 hem, dewijl3588 de HEERE3068 hem rust gaf.5117 8689 Want hij zeide559 8799 tot :3063 ons deze428 steden5892 bouwen,1129 8799 en muren2346 daarom trekken,5437 8686 en torens,4026 deuren1817 en grendelen,1280 terwijl het land776 nog is voor ons aangezicht;6440 want3588 wij hebben den HEERE,3068 onzen God,430 gezocht,1875 8804 wij hebben [] gezocht,1875 8804 en heeft ons rondom5439 henen4480 rust gegeven.5117 8799 Zo bouwden zij1129 8799 en hadden voorspoed.6743 8686 609 nu had1961 8799 een heir2428 van driehonderd7969 3967 duizend505 uit4480 ,3063 rondas6793 en spies7420 dragende,5375 8802 en tweehonderd3967 en tachtig8084 duizend505 uit4480 ,1144 het schild4043 dragende5375 8802 en den boog7198 spannende;1869 8802 al3605 dezen428 waren kloeke2428 helden.1368 En ,2226 de ,3569 kwam tegen413 hen uit,3318 8799 met een heir2428 van duizend505 maal duizend,505 en driehonderd7969 3967 wagenen;4818 en hij kwam935 8799 tot5704 Maresa4762 toe. Toen toog3318 609 tegen6440 hem uit;3318 8799 en zij stelden6186 8799 de slagorde4421 in het dal1516 Zefatha6859 bij .4762 En 609 riep7121 8799 tot413 den HEERE,3068 zijn God,430 en zeide:559 8799 HEERE,3068 het is niets369 bij5973 U, te helpen5826 8800 hetzij996 den machtige,7227 hetzij den krachteloze;369 3581 help5826 8798 ons, o HEERE,3068 onze God!430 Want3588 wij steunen8172 8738 op5921 U, en in Uw Naam8034 zijn wij gekomen935 8804 tegen5921 deze2088 menigte;1995 o HEERE!3068 Gij859 zijt onze God;430 laat den sterfelijken mens582 tegen5973 U niets408 vermogen.6113 8799 En de HEERE3068 plaagde5062 8799 de Moren3569 voor6440 609 en voor6440 ;3063 en de Moren3569 vloden.5127 8799 609 nu en het volk,5971 dat834 met5973 hem was, jaagden hen na7291 8799 tot5704 Gerar1642 toe; en [zo] [velen] vielen5307 8799 er van4480 de ,3569 dat er voor hen geen369 hervatting4241 was;369 want3588 zij waren verbroken7665 8738 voor6440 den HEERE3068 en voor6440 leger;4264 en zij droegen5375 8799 zeer3966 veel7235 8687 roofs7998 daarvan. En zij sloegen5221 8686 alle3605 steden5892 rondom5439 ;1642 want3588 de verschrikking6343 des HEEREN3068 was1961 8804 over5921 hen; en zij beroofden962 8799 al3605 de steden,5892 omdat3588 veel7227 roofs961 in dezelve2088 was.1961 8804 En zij sloegen5221 8689 ook1571 de tenten168 van het vee,4735 en voerden weg7617 8799 schapen6629 in menigte,7230 en kemelen;1581 en kwamen weder7725 8799 te .3389

Every verse in 2 Chronicles 14

Chapter navigation

0:000:00