2 Chronicles 18:28
“Alzo toog5927 de koning4428 van Israel,3478 en Josafat,3092 de koning4428 van Juda,3063 op5927 8799 naar413 Ramoth7433 in Gilead.1568”
2 Chronicles 18:28 — Statenvertaling (1637)
Verse 28 of 34 in 2 Chronicles chapter 18 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Chronicles 18 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Josafat3092 nu had1961 8799 rijkdom6239 en eer3519 in overvloed;7230 en hij verzwagerde zich2859 8691 aan .256 En ten einde7093 van [enige] jaren8141 toog hij af3381 8799 tot413 Achab256 naar ;8111 en Achab256 slachtte2076 8799 schapen6629 en runderen1241 voor hem in menigte,7230 en voor het volk,5971 dat834 met waren hem was; en hij porde hem aan,5496 8686 om op te trekken5927 8800 naar413 Ramoth7433 in .1568 Want ,256 de koning4428 van ,3478 zeide559 8799 tot413 ,3092 den koning4428 van :3063 gij met5973 mij gaan3212 8799 naar Ramoth7433 in ?1568 En hij zeide559 8799 tot hem: Zo3644 zal ik zijn, gelijk3644 gij zijt, en gelijk3644 uw volk5971 is,3644 zal mijn volk5971 zijn, en wij zullen met u zijn in dezen krijg.4421 Verder zeide559 8799 Josafat3092 tot413 den koning4428 van :3478 Vraag1875 8798 toch4994 als heden3117 naar het woord1697 des HEEREN.3068 Toen vergaderde6908 8799 de koning4428 van 3478 de profeten,5030 vierhonderd702 3967 mannen,376 en hij zeide559 8799 tot413 hen: Zullen wij tegen413 Ramoth7433 in 1568 ten strijde4421 trekken,3212 8799 of518 zal ik het nalaten?2308 8799 En zij zeiden:559 8799 op,5927 8798 want God430 zal hen in de hand3027 des konings4428 geven.5414 8799 Maar Josafat3092 zeide:559 8799 Is369 hier6311 niet369 nog5750 een profeet5030 des HEEREN,3068 dat wij van4480 hem854 vragen mochten?1875 8799 Toen zeide559 8799 de koning4428 van 3478 tot413 :3092 Er is nog5750 een259 man,376 om door4480 hem854 den HEERE3068 te vragen;1875 8800 maar ik589 haat8130 8804 hem, want3588 hij profeteert369 5012 8693 over5921 mij niets369 goeds,2896 maar3588 altijd3605 3117 kwaad;7451 deze1931 is ,4321 de zoon1121 van .3229 En Josafat3092 zeide:559 8799 de koning4428 zegge559 8799 niet408 alzo.3651 Toen riep7121 8799 413 de koning4428 van 3478 een259 kamerling,5631 en hij zeide:559 8799 haastelijk4116 8761 ,4319 den zoon1121 van .3229 De koning4428 van 3478 nu en ,3092 de koning4428 van ,3063 zaten3427 8802 elk376 op5921 zijn troon,3678 bekleed3847 8794 met [hun] klederen,899 en zij zaten3427 8802 op het plein,1637 aan de deur6607 der poort8179 van ;8111 en al3605 de profeten5030 profeteerden5012 8693 in hun tegenwoordigheid.6440 En ,6667 de zoon1121 van ,3668 had zich ijzeren1270 hoornen7161 gemaakt,6213 8799 en hij zeide:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 deze428 zult gij de Syriers758 stoten,5055 8762 totdat5704 gij hen gans verdaan zult hebben.3615 8763 En al3605 de profeten5030 profeteerden5012 8737 alzo,3651 zeggende:559 8800 op5927 8798 naar Ramoth7433 in ,1568 en gij zult voorspoedig zijn,6743 8685 want de HEERE3068 zal hen in de hand3027 des konings4428 geven.5414 8804 De bode4397 nu, die834 heengegaan was,1980 8804 om Micha4321 te roepen,7121 8800 sprak1696 8765 tot413 hem, zeggende:559 8800 ,2009 de woorden1697 der profeten5030 zijn, uit een259 mond,6310 goed2896 tot413 den koning;4428 dat nu toch4994 uw woord1697 zij,1961 8799 gelijk als van4480 een259 uit hen, en spreek1696 8765 het goede.2896 Doch Micha4321 zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 3588 hetgeen834 mijn God430 zeggen zal,559 8799 dat853 zal ik spreken!1696 8762 Als hij tot413 den koning4428 gekomen was,935 8799 zo zeide559 8799 de koning4428 tot413 hem: Micha,4318 zullen wij naar413 Ramoth7433 in 1568 ten strijde4421 trekken,3212 8799 of518 zal ik het nalaten?2308 8799 En hij zeide:559 8799 op,5927 8798 en gijlieden zult voorspoedig zijn,6743 8685 want zij zullen in uw hand3027 gegeven worden.5414 8735 En de koning4428 zeide559 8799 tot413 hem: Tot4100 hoevele4100 reizen6471 zal589 ik u bezweren,7650 8688 opdat834 gij tot413 mij niet3808 spreekt,1696 8762 7535 de waarheid,571 in den Naam8034 des HEEREN?3068 En hij zeide:559 8799 Ik zag7200 8804 het ganse3605 3478 verstrooid6327 8737 op5921 de bergen,2022 gelijk schapen,6629 die834 geen369 herder7462 8802 hebben;369 en de HEERE3068 zeide:559 8799 Dezen428 hebben geen3808 heer;113 een iegelijk376 kere weder7725 8799 naar zijn huis1004 in vrede.7965 Toen zeide559 8799 de koning4428 van 3478 tot413 :3092 ik tot413 u niet3808 gezegd:559 8804 zal over5921 mij niets3808 goeds,2896 maar3588 518 kwaad7451 profeteren?5012 8691 Verder zeide hij:559 8799 Daarom3651 hoort8085 8798 het woord1697 des HEEREN:3068 Ik zag7200 8804 den HEERE,3068 zittende3427 8802 op5921 troon,3678 en al3605 het hemelse8064 heir,6635 staande5975 8802 aan5921 rechter3225 [hand] en linkerhand.8040 En de HEERE3068 zeide:559 8799 Wie4310 zal ,256 den koning4428 van ,3478 overreden,6601 8762 dat hij optrekke,5927 8799 en valle5307 8799 te Ramoth7433 in ?1568 zeide :559 8799 Deze2088 zegt559 8802 aldus,3602 en die2088 zegt559 8802 alzo.3602 Toen kwam3318 een geest7307 voort,3318 8799 en stond5975 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 en zeide:559 8799 Ik589 zal hem overreden.6601 8762 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot413 hem: Waarmede?4100 En zeide:559 8799 Ik zal uitgaan,3318 8799 en een leugengeest8267 7307 zijn1961 8804 in den mond6310 van al3605 zijn profeten.5030 En zeide:559 8799 zult overreden,6601 8762 en zult ook1571 vermogen;3201 8799 ga uit,3318 8798 en doe6213 8798 alzo.3651 Nu ,6258 zie,2009 de HEERE3068 heeft een leugengeest8267 7307 in den mond6310 van deze428 uw profeten5030 gegeven,5414 8804 en de HEERE3068 heeft kwaad7451 over5921 u gesproken.1696 8765 Toen trad5066 ,6667 de zoon1121 van ,3668 toe,5066 8799 en sloeg5221 8686 Micha4321 op5921 het kinnebakken,3895 en hij zeide:559 8799 wat335 2088 weg1870 is de Geest7307 des HEEREN3068 van4480 mij854 doorgegaan,5674 8804 om u853 aan te spreken?1696 8763 En Micha4321 zeide:559 8799 ,2009 gij zult het zien7200 8802 aan dienzelfden1931 dag,3117 als834 gij zult gaan935 8799 van kamer2315 in kamer,2315 om u te versteken.2244 8736 De koning4428 van 3478 nu zeide:559 8799 Neemt3947 8798 ,4321 en brengt hem weder7725 8685 tot413 ,526 den overste8269 der stad,5892 en tot413 ,3101 den zoon4428 des konings;1121 En gijlieden zult zeggen:559 8804 Zo3541 zegt559 8804 de koning:4428 Zet7760 8798 dezen2088 in het gevangenhuis,1004 3608 en spijst398 8685 hem met brood3899 der bedruktheid,3906 en met water4325 der bedruktheid,3906 totdat5704 ik met vrede7965 wederkom.7725 8800 En Micha4321 zeide:559 8799 Indien518 gij enigszins7725 8800 met vrede7965 wederkomt,7725 8799 zo heeft de HEERE3068 door mij niet3808 gesproken.1696 8765 zeide hij:559 8799 ,8085 8798 gij volken5971 altegaar!3605 Alzo toog5927 de koning4428 van ,3478 en ,3092 de koning4428 van ,3063 op5927 8799 naar413 Ramoth7433 in .1568 En de koning4428 van 3478 zeide559 8799 tot413 :3092 ik mij versteld heb,2664 8692 zal ik in den strijd4421 komen;935 8800 maar gij,859 trek3847 uw klederen899 aan.3847 8798 verstelde zich2664 8691 de koning4428 van ,3478 en zij kwamen935 8799 in den strijd.4421 De koning4428 nu van Syrie758 had geboden6680 8765 aan de oversten8269 der wagenen,7393 die834 hij had, zeggende:559 8800 zult niet3808 strijden3898 8735 tegen kleinen6996 noch groten,1419 maar3588 518 tegen den koning4428 van 3478 alleen.909 Het geschiedde1961 8799 , als de oversten8269 der wagenen7393 Josafat3092 zagen,7200 8800 dat zij1992 zeiden:559 8804 Die1931 is de koning4428 van ;3478 en zij togen rondom5437 8799 5921 hem, om te strijden;3898 8736 maar Josafat3092 riep,2199 8799 en de HEERE3068 hielp5826 8804 hem, en God430 wendde5496 8686 hen van4480 hem af. Want het geschiedde,1961 8799 als de oversten8269 der wagenen7393 zagen,7200 8800 dat3588 het de koning4428 van 3478 niet3808 was,1961 8804 dat zij van4480 achter310 hem afkeerden.7725 8799 Toen spande4900 8804 een man den boog7198 in zijn eenvoudigheid,8537 en schoot5221 8686 den koning4428 van 3478 tussen996 de gespen1694 en tussen996 het pantsier.8302 zeide hij559 8799 tot den voerman:7395 376 Keer2015 8798 uw hand3027 en voer3318 8689 mij uit4480 het leger,4264 want3588 ik ben verwond.2470 8717 En de strijd4421 nam5927 op dien1931 dag3117 toe,5927 8799 en de koning4428 van 3478 deed zich met den wagen4818 staande houden1961 8804 5975 8689 tegenover5227 de ,758 tot5704 den avond6153 toe; en hij stierf4191 8799 ter tijd,6256 als de zon8121 onderging.935 8800