2 Chronicles 19:8
“Daartoe stelde5975 8689 Josafat3092 ook1571 te Jeruzalem3389 [enige] van4480 de Levieten,3881 en van de priesteren,3548 en van4480 de hoofden7218 der vaderen1 van Israel,3478 over het gericht4941 des HEEREN,3068 en over rechtsgeschillen,7379 als zij weder7725 te Jeruzalem3389 gekomen waren.7725 8799”
2 Chronicles 19:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 11 in 2 Chronicles chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Chronicles 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En ,3092 de koning4428 van ,3063 keerde7725 met vrede7965 weder7725 8799 naar413 zijn huis1004 te .3389 En ,3058 de zoon1121 van ,2607 de ziener,2374 ging uit,3318 8799 hem tegen,413 6440 en zeide559 8799 tot413 den koning4428 :3092 gij den goddeloze7563 helpen,5826 8800 en die den HEERE3068 haten,8130 8802 liefhebben?157 8799 Nu is daarom2063 over5921 u van4480 het aangezicht6440 des HEEREN3068 grote toornigheid.7110 Evenwel61 goede2896 dingen1697 zijn bij5973 u gevonden;4672 8738 want3588 gij hebt de bossen842 uit4480 het land776 weggedaan,1197 8765 en uw hart3824 gericht3559 8689 om God430 te zoeken.1875 8800 Josafat3092 nu woonde3427 8799 in ;3389 en hij toog3318 wederom7725 8799 uit3318 8799 door het volk,5971 van4480 -seba884 af tot5704 het gebergte2022 van Efraim669 toe, en deed hen wederkeren7725 8686 tot413 den HEERE,3068 hunner vaderen1 God.430 En hij stelde5975 8686 richters8199 8802 in het land,776 in alle3605 vaste1219 8803 steden5892 van ,3063 van stad5892 tot stad.5892 En hij zeide559 8799 tot413 de richters:8199 8802 Ziet7200 8798 wat4100 gij859 doet,6213 8802 want3588 gij houdt het gericht8199 8799 niet3808 den mens,120 maar3588 den HEERE;3068 en is bij5973 u in de zaak1697 van het gericht.4941 Nu ,6258 de verschrikking6343 des HEEREN3068 zij1961 8799 op5921 ulieden; neemt waar,8104 8798 en doet6213 8798 het; want3588 bij5973 den HEERE,3068 onzen God,430 is geen369 onrecht,5766 noch aanneming4856 van personen,6440 noch ontvanging4727 van geschenken.7810 Daartoe stelde5975 8689 Josafat3092 ook1571 te Jeruzalem3389 [enige] van4480 de ,3881 en van de priesteren,3548 en van4480 de hoofden7218 der vaderen1 van ,3478 over het gericht4941 des HEEREN,3068 en over rechtsgeschillen,7379 als zij weder7725 te Jeruzalem3389 gekomen waren.7725 8799 En hij gebood6680 8762 5921 hun, zeggende:559 8800 Doet6213 8799 alzo3541 in de vreze3374 des HEEREN,3068 met getrouwheid530 en met een volkomen8003 hart.3824 En [in] alle3605 geschil,7379 hetwelk834 van4480 uw broederen,251 die in hun steden5892 wonen,3427 8802 tot5921 u zal komen,935 8799 tussen996 bloed1818 en bloed,1818 tussen996 wet8451 en gebod,4687 en inzettingen2706 en rechten,4941 zo vermaant2094 8689 hen,853 dat zij niet3808 schuldig worden816 8799 aan den HEERE,3068 en een grote toornigheid7110 over5921 u en over5921 uw broederen251 zij;1961 8804 doet6213 8799 alzo,3541 en gij zult niet3808 schuldig worden.816 8799 En ziet,2009 ,568 de hoofdpriester,7218 3548 is over5921 u in alle3605 zaak1697 des HEEREN;3068 en ,2069 de zoon1121 van ,3458 de vorst5057 van het huis1004 van ,3063 in alle3605 zaak1697 des konings;4428 ook zijn de ambtlieden,7860 8802 de ,3881 voor uw aangezicht;6440 weest sterk2388 8798 en doet6213 8798 het, en de HEERE3068 zal met5973 den goede2896 zijn.1961 8799