2 Chronicles 28:1

“Achaz271 was twintig6242 jaren8141 oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 zestien8337 6240 jaren8141 te Jeruzalem;3389 en hij deed6213 8804 niet3808 dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 gelijk zijn vader1 David;1732”

2 Chronicles 28:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 27 in 2 Chronicles chapter 28 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 28 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Achaz271 was twintig6242 jaren8141 oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 zestien8337 6240 jaren8141 te ;3389 en hij deed6213 8804 niet3808 dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 gelijk zijn vader1 ;1732 Maar hij wandelde3212 8799 in de wegen1870 der koningen4428 van ;3478 daartoe maakte hij6213 8804 ook1571 gegotene beelden4541 voor de .1168 Dezelve1931 rookte6999 8689 ook in het dal1516 des zoons1121 van ;2011 en hij brandde1197 8686 zijn zonen1121 in het vuur,784 naar de gruwelen8441 der heidenen,1471 die834 de HEERE3068 voor4480 het aangezicht6440 der kinderen1121 Israels3478 uit de bezitting verdreven had.3423 8689 Ook offerde hij2076 8762 en rookte6999 8762 op5921 de hoogten1116 en op5921 de heuvelen,1389 mitsgaders onder8478 alle3605 groen7488 geboomte.6086 Daarom gaf5414 8799 hem de HEERE,3068 zijn God,430 in de hand3027 des konings4428 van ,758 dat zij hem sloegen,5221 8686 en van4480 hem gevankelijk wegvoerden7617 8799 een grote menigte1419 van gevangenen,7633 die zij te Damaskus1834 brachten.935 8686 En hij werd ook1571 gegeven5414 8737 in de hand3027 des konings4428 van ,3478 die hem sloeg5221 8686 met een groten1419 slag.4347 Want ,6492 de zoon1121 van ,7425 sloeg2026 8799 in Juda3063 honderd3967 en twintig6242 duizend505 dood op een259 dag,3117 allen3605 strijdbare2428 mannen,1121 omdat zij den HEERE,3068 den God430 hunner vaderen,1 verlaten hadden.5800 8800 En ,2147 een geweldig man1368 van ,669 sloeg2026 ,4641 den zoon1121 des konings,4428 dood,2026 8799 en ,5840 den huisoverste,5057 1004 mitsgaders ,511 den tweede4932 na den koning.4428 En de kinderen1121 Israels3478 voerden7617 van4480 hun broederen251 gevankelijk weg7617 8799 tweehonderd3967 duizend,505 vrouwen,802 zonen1121 en dochteren,1323 en plunderden962 8804 ook1571 veel7227 roofs7998 van4480 hen; en zij brachten935 8686 den roof7998 te .8111 Aldaar8033 nu was1961 8804 een profeet5030 des HEEREN,3068 wiens naam8034 was ;5752 die ging uit,3318 8799 het heir6635 tegen,6440 dat naar 8111 kwam,935 8802 en zeide559 8799 tot hen: Ziet,2009 door de grimmigheid2534 des HEEREN,3068 des Gods430 uwer vaderen,1 over5921 ,3063 heeft hen in uw hand3027 gegeven,5414 8804 en gij hebt hen doodgeslagen2026 8799 in toornigheid,2197 [die] tot aan5704 den hemel8064 raakt.5060 8689 Daartoe denkt559 8802 gij859 nu6258 de kinderen1121 van Juda3063 en Jeruzalem3389 u tot slaven5650 en slavinnen8198 te onderwerpen;3533 8800 zijt gij859 het niet3808 alleenlijk?7535 Bij5973 ulieden zijn schulden819 tegen den HEERE,3068 uw God.430 Nu ,6258 hoort8085 8798 mij, en brengt7725 de gevangenen7633 weder,7725 8685 die834 gij van4480 uw broederen251 gevankelijk weggevoerd hebt;7617 8804 want3588 de hitte2740 van des HEEREN3068 toorn639 is over5921 u. Toen maakten zich6965 mannen582 op6965 8799 van4480 de hoofden7218 der kinderen1121 van ,669 ,5838 de zoon1121 van ,3076 ,1296 de zoon1121 van Mesillemoth4919 en ,3169 de zoon1121 van ,7967 en ,6021 de zoon1121 van ,2311 tegen5921 degenen, die uit4480 het heir6635 kwamen.935 8802 En zij zeiden559 8799 tot hen: Gij zult deze gevangenen7633 hier2008 niet3808 inbrengen,935 8686 3588 tot een schuld819 over5921 ons tegen den HEERE;3068 denkt559 8802 gijlieden859 toe te doen3254 8687 tot5921 onze zonden2403 en tot5921 onze schulden,819 hoewel3588 wij vele7227 schulden819 hebben, en de hitte2740 des toorns639 over5921 3478 is? Toen lieten5800 8799 de toegerusten2502 8803 de gevangenen7633 en den roof961 voor het aangezicht6440 der oversten8269 en der ganse3695 gemeente.6951 De mannen582 nu, die834 met namen8034 uitgedrukt zijn,5344 8738 maakten zich op,6965 8799 en grepen2388 8686 de gevangenen,7633 en kleedden3847 8689 van4480 den roof7998 al3605 hun naakten;4636 en zij kleedden3847 8686 hen, en schoeiden5274 8686 hen, en spijsden398 8686 hen, en drenkten8248 8686 hen, en zalfden5480 8799 hen, en voerden5095 8762 ze op ezelen,2543 allen3605 die zwak waren,3782 8802 en brachten935 8686 hen te ,3405 de ,5892 8558 8677 5899 bij681 hun broederen;251 daarna keerden zij weder7725 8799 naar .8111 Ter zelfder1931 tijd6256 zond7971 8804 de koning4428 Achaz271 tot5921 de koningen4428 van ,804 dat zij hem helpen zouden.5826 8800 Daarenboven5750 waren ook de Edomieten130 gekomen,935 8804 en hadden Juda3063 geslagen5221 8686 en gevangenen7628 gevankelijk weggevoerd.7617 8799 Daartoe waren de Filistijnen6430 in de steden5892 der laagte8219 en het zuiden5045 van Juda3063 ingevallen,6584 8804 en hadden ingenomen3920 8799 -semes,1053 en ,357 en ,1450 en Socho7755 en haar onderhorige plaatsen,1323 en Timna8553 en haar onderhorige plaatsen,1323 en Gimzo1579 en haar onderhorige plaatsen;1323 en zij woonden3427 8799 aldaar.8033 Want3588 de HEERE3068 vernederde3665 8689 ,3063 om der wille5668 van ,271 den koning4428 ;3478 want3588 hij had Juda3063 afgetrokken,6544 8689 dat het gans zeer4604 overtrad4603 8800 tegen den HEERE.3068 En -pilneser,8407 de koning4428 van ,804 kwam935 8799 tot5921 hem; doch hij benauwde6696 8799 hem, en sterkte2388 8804 hem niet.3808 Want3588 Achaz271 nam een deel2505 8804 van het huis1004 des HEEREN,3068 en van het huis1004 des konings4428 en der vorsten,8269 hetwelk hij den koning4428 van Assyrie804 gaf;5414 8799 maar hij hielp5833 hem niet.3808 Ja, ter tijd,6256 als men hem benauwde,6887 8687 zo maakte hij des overtredens4603 8800 tegen den HEERE3068 nog meer;3254 8686 dit1931 was de koning4428 .271 Want hij offerde2076 8799 den goden430 van ,1834 die hem geslagen hadden,5221 8688 en zeide:559 8799 Omdat3588 de goden430 der1992 koningen4428 van Syrie758 hen859 helpen,5826 8688 zal ik hun offeren,2076 8762 opdat zij mij [ook] helpen;5826 8799 maar zij1992 waren1961 8804 hem tot zijn val,3782 8687 mitsgaders aan gans3605 .3478 En Achaz271 verzamelde622 8799 de vaten3627 van het huis1004 ,430 en hieuw7112 de vaten3627 van het huis1004 Gods430 in stukken,7112 8762 en sloot5462 8799 de deuren1817 van het huis1004 des HEEREN3068 toe; daartoe maakte hij6213 8799 zich altaren4196 in alle3605 hoeken6438 te .3389 Ook maakte hij6213 8804 in elke3605 5892 stad5892 van Juda3063 hoogten,1116 om anderen312 goden430 te roken;6999 8763 alzo verwekte hij3707 den HEERE,3068 zijner vaderen1 God,430 tot toorn.3707 8686 Het overige3499 nu der geschiedenissen,1697 en al3605 zijn wegen,1870 de eerste7223 en de laatste,314 ziet,2009 zij zijn geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 der koningen4428 van Juda3063 en .3478 En Achaz271 ontsliep7901 8799 met5973 zijn vaderen,1 en zij begroeven6912 8799 hem in de stad5892 te ;3389 maar3588 zij brachten935 8689 hem niet3808 in de graven6913 der koningen4428 van ;3478 en zijn zoon1121 Jehizkia3169 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478

Every verse in 2 Chronicles 28

Chapter navigation

0:000:00