2 Chronicles 29:34

“Doch7535 van de priesteren3548 waren1961 8804 er te weinig,4592 en zij konden3201 8804 al3605 den brandofferen5930 de huid niet3808 aftrekken;6584 8687 daarom hielpen2388 8762 hen hun broederen,251 de Levieten,3881 totdat5704 het werk4399 geeindigd was,3615 8800 en totdat5704 de [andere] priesters3548 zich geheiligd hadden;6942 8691 want3588 de Levieten3881 waren rechter3477 van hart,3824 om zich te heiligen,6942 8692 dan4480 de priesteren.3548”

2 Chronicles 29:34 — Statenvertaling (1637)

Verse 34 of 36 in 2 Chronicles chapter 29 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 29 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Jehizkia3169 werd koning,4427 8804 vijf2568 en twintig6242 jaren8141 oud1121 zijnde, en regeerde4427 8804 negen8672 en twintig6242 jaren8141 te ;3389 en de naam8034 zijner moeder517 was ,29 een dochter1323 van .2148 En hij deed6213 8799 dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 naar alles,3605 wat834 zijn vader1 1732 gedaan had.6213 8804 Dezelve1931 deed6605 in het eerste7223 jaar8141 zijner regering,4427 8800 in de eerste7223 maand,2320 de deuren1817 van het huis1004 des HEEREN3068 open,6605 8804 en beterde2388 8762 ze. En hij bracht935 de priesteren3548 en de Levieten3881 in,935 8686 en hij verzamelde622 8799 ze in de .4217 7339 En hij zeide559 8799 tot hen: Hoort8085 8798 mij, o ;3881 heiligt6942 nu6258 uzelven,6942 8690 en heiligt6942 8761 het huis1004 des HEEREN,3068 des Gods430 uwer vaderen,1 en brengt3318 de onreinigheid5079 uit3318 8685 van4480 het heiligdom.6944 Want3588 onze vaders1 hebben overtreden,4603 8804 en gedaan6213 8804 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 onzes ,430 en hebben verlaten,5800 8799 en zij hebben hun aangezichten6440 van4480 den tabernakel4908 des HEEREN3068 omgewend,5437 8686 en hebben den nek6203 toegekeerd.5414 8799 Ook1571 hebben zij de deuren1817 van het voorhuis197 toegesloten,5462 8804 en de lampen5216 uitgeblust3518 8762 en het reukwerk7004 niet3808 gerookt;6999 8689 en het brandoffer5930 hebben zij in het heiligdom6944 aan den God430 Israels3478 niet3808 geofferd.5927 8689 Daarom is een grote toorn7110 des HEEREN3068 over5921 Juda3063 en Jeruzalem3389 geweest;1961 8799 en heeft hen overgegeven5414 8799 ter beroering,2189 8675 2113 ter verwoesting8047 en ter aanfluiting,8322 gelijk als834 gij859 ziet7200 8802 met uw ogen.5869 Want ziet,2009 onze vaders1 zijn door het zwaard2719 gevallen;5307 8804 daartoe onze zonen,1121 en onze dochteren,1323 en onze vrouwen802 zijn daarom5921 2063 in gevangenis7628 geweest. Nu6258 is het in5973 mijn hart3824 een verbond1285 te maken3772 8800 met den HEERE,3068 den God430 ,3478 opdat de hitte2740 toorns639 van4480 ons afkere.7725 8799 Mijn zonen,1121 weest7952 nu6258 niet408 traag;7952 8735 want3588 de HEERE3068 heeft u verkoren,977 8804 dat gij voor aangezicht6440 staan zoudt,5975 8800 om te dienen;8334 8763 en opdat gij dienaars8334 8764 en wierokers6999 8688 zoudt wezen.1961 8800 Toen maakten zich6965 de Levieten3881 op,6965 8799 ,4287 de zoon1121 van ,6022 en ,3100 de zoon1121 van ,5838 van4480 de kinderen1121 der ;6956 en van4480 de kinderen1121 van ,4847 ,7027 de zoon1121 van ,5660 en ,5838 de zoon1121 van ;3094 en van4480 de ,1649 ,3098 de zoon1121 van ,2155 en ,5731 de zoon1121 van ;3098 En van4480 de kinderen1121 van ,469 Simri8113 en ;3273 en van4480 de kinderen1121 van ,623 Zecharja2148 en ;4983 En van4480 de kinderen1121 van ,1968 Jehiel3171 en ;8096 en van4480 de kinderen1121 van ,3038 Semaja8098 en .5816 En zij verzamelden622 8799 hun broederen,251 en heiligden zich,6942 8691 en kwamen,935 8799 naar het gebod4687 des konings,4428 door de woorden1697 des HEEREN,3068 om het huis1004 des HEEREN3068 te reinigen.2891 8763 Maar de priesteren3548 gingen935 8799 binnen6441 in het huis1004 des HEEREN,3068 om [dat] te reinigen,2891 8763 en zij brachten uit3318 8686 in het voorhof2691 van het huis1004 des HEEREN3068 al3605 de onreinigheid,2932 die834 zij in den tempel1964 des HEEREN3068 vonden;4672 8804 en de Levieten3881 namen ze op,6901 8762 om naar buiten2351 uit te brengen,3318 8687 in de beek5158 .6939 Zij begonnen2490 8686 nu te heiligen6942 8763 op den eersten259 der eerste7223 maand,2320 en op den achtsten8083 dag3117 der maand2320 kwamen zij935 8804 in het voorhuis197 des HEEREN,3068 en heiligden6942 8762 het huis1004 des HEEREN3068 in acht8083 dagen;3117 en op den zestienden8337 6240 dag der eerste7223 maand2320 maakten zij een einde.3615 8765 Daarna kwamen zij935 8799 binnen6441 tot413 den koning4428 ,2396 en zeiden:559 8799 hebben het gehele3605 huis1004 des HEEREN3068 gereinigd,2891 8765 mitsgaders het brandofferaltaar4196 5930 met al3605 zijn gereedschap,3627 en de tafel7979 der toerichting4635 met al3605 haar gereedschap.3627 Alle3605 gereedschap3627 ook, dat834 de koning4428 ,271 onder zijn koninkrijk,4438 door zijn overtreding4604 weggeworpen had,2186 8689 hebben wij bereid3559 8689 en geheiligd;6942 8689 en zie,2009 zij zijn voor6440 het altaar4196 des HEEREN.3068 Toen maakte zich7925 de koning4428 Jehizkia3169 vroeg op,7925 8686 en verzamelde622 8799 de oversten8269 der stad,5892 en hij ging op5927 8799 in het huis1004 des HEEREN.3068 En zij brachten935 8686 zeven7651 varren,6499 en zeven7651 rammen,352 en zeven7651 lammeren,3532 en zeven7651 geitenbokken6842 5795 ten zondoffer2403 voor5921 het koninkrijk,4467 en voor5921 het heiligdom,4720 en voor5921 ;3063 en hij zeide559 8799 tot de zonen1121 van ,175 de priesteren,3548 dat zij [die] op5921 het altaar4196 des HEEREN3068 zouden offeren.5927 8687 Zo slachtten zij7819 8799 de runderen,1241 en de priesters3548 ontvingen6901 8762 het bloed,1818 en sprengden2236 8799 het op het altaar;4196 zij slachtten7819 8799 ook de rammen,352 en sprengden2236 8799 het bloed1818 op het altaar;4196 insgelijks slachtten zij7819 8799 de lammeren,3532 en sprengden2236 8799 het bloed1818 op het altaar.4196 Daarna brachten zij5066 de bokken8163 bij,5066 8686 ten zondoffer,2403 voor het aangezicht6440 des konings4428 en der gemeente,6951 en zij leiden5564 8799 hun handen3027 op5921 dezelve. En de priesteren3548 slachtten7819 8799 ze, en ontzondigden2398 8762 met derzelver bloed1818 op het altaar,4196 om verzoening te doen3722 8763 voor5921 het ganse3605 ;3478 want3588 de koning4428 had dat brandoffer5930 en dat zondoffer2403 voor gans 3478 bevolen.559 8804 En hij stelde5975 8686 de Levieten3881 in het huis1004 des HEEREN,3068 met cimbalen,4700 met luiten5035 en harpen,3658 naar het gebod4687 van ,1732 en van ,1410 den ziener2374 des konings,4428 en van ,5416 den profeet;5030 want3588 dit gebod4687 was van de hand3027 des HEEREN,3068 door de hand3027 profeten.5030 De Levieten3881 nu stonden5975 8799 met de instrumenten3627 van ,1732 en de priesters3548 met de trompetten.2689 En Hizkia2396 beval,559 8799 dat men het brandoffer5930 op het altaar4196 zou offeren;5927 8687 ten tijde6256 nu, als dat brandoffer5930 begon,2490 8689 begon2490 8689 het gezang7892 des HEEREN3068 met de trompetten2689 en met5921 3027 de instrumenten3627 van ,1732 den koning4428 van .3478 De ganse3605 gemeente6951 nu boog zich neder,7812 8693 als men het gezang7892 zong,7891 8789 en met trompetten2689 trompette;2690 8688 8675 2690 8764 dit alles3605 totdat5704 het brandoffer5930 voleind was.3615 8800 Als men nu geeindigd had3615 8763 te offeren,5927 8687 bukten3766 8804 de koning4428 en allen,3605 die bij853 hem gevonden waren,4672 8737 en bogen zich neder.7812 8691 Daarna zeide559 8799 de koning4428 ,3169 en de oversten,8269 tot de ,3881 dat zij den HEERE3068 loven zouden,1984 8763 met de woorden1697 van 1732 en van ,623 den ziener;2374 en zij loofden1984 8762 tot5704 blijdschap8057 toe; en neigden hun hoofden,6915 8799 en bogen zich7812 8691 neder. En Jehizkia3169 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 Nu6258 hebt gij uw handen3027 den HEERE3068 gevuld,4390 8765 treedt toe,5066 8798 en brengt935 8685 slachtofferen2077 en lofofferen8426 tot het huis1004 des HEEREN;3068 en de gemeente6951 bracht935 8686 slachtofferen2077 en lofofferen8426 en alle3605 vrijwilligen5081 van harte3820 brandofferen.5930 En het getal4557 der brandofferen,5930 die834 de gemeente6951 bracht,935 8689 was1961 8799 zeventig7657 runderen,1241 honderd3967 rammen,352 tweehonderd3967 lammeren;3532 deze428 alle3605 den HEERE3068 ten brandoffer.5930 Nog waren der geheiligde dingen6944 zeshonderd8337 3967 runderen1241 en drie7969 duizend505 schapen.6629 Doch7535 van de priesteren3548 waren1961 8804 er te weinig,4592 en zij konden3201 8804 al3605 den brandofferen5930 de huid niet3808 aftrekken;6584 8687 daarom hielpen2388 8762 hen hun broederen,251 de ,3881 totdat5704 het werk4399 geeindigd was,3615 8800 en totdat5704 de [andere] priesters3548 zich geheiligd hadden;6942 8691 want3588 de Levieten3881 waren rechter3477 van hart,3824 om zich te heiligen,6942 8692 4480 de priesteren.3548 En ook1571 waren de brandofferen5930 in menigte,7230 met het vet2459 der dankofferen,8002 en met de drankofferen,5262 voor de brandofferen;5930 alzo werd de dienst5656 van het huis1004 des HEEREN3068 besteld.3559 8735 Jehizkia3169 nu en al3605 het volk5971 verblijdden zich8055 8799 over5921 hetgeen God430 het volk5971 voorbereid had;3559 8689 want3588 deze zaak1697 geschiedde1961 8804 haastelijk.6597

Every verse in 2 Chronicles 29

Chapter navigation

0:000:00