2 Chronicles 31:14

“En Kore,6981 de zoon1121 van Jimna,3232 de Leviet,3881 de poortier7778 tegen het oosten,4217 was over5921 de vrijwillige gaven5071 Gods,430 om het hefoffer8641 des HEEREN3068 en het allerheiligste6944 6944 uit te delen.5414 8800”

2 Chronicles 31:14 — Statenvertaling (1637)

Verse 14 of 21 in 2 Chronicles chapter 31 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 31 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Als zij nu dit2063 alles3605 voleind hadden,3615 8763 togen3318 alle3605 ,3478 die er gevonden werden,4672 8737 uit,3318 8804 tot de steden5892 van ,3063 en braken7665 8762 de opgerichte beelden,4676 en hieuwen1438 de bossen842 af,1438 8762 en wierpen5422 de hoogten1116 en de altaren4196 af,5422 8762 uit4480 gans3605 Juda3063 en ,1144 ook in Efraim669 en ,4519 totdat5704 zij alles te niet gemaakt hadden;3615 8763 daarna keerden7725 al3605 de kinderen1121 Israels3478 weder,7725 8799 een ieder376 tot zijn bezitting272 in hun steden.5892 En Hizkia3169 bestelde5975 8686 de verdelingen4256 der priesteren3548 en der ,3881 naar5921 hun verdelingen,4256 een ieder376 naar6310 zijn dienst,5656 de priesteren3548 en de Levieten3881 tot het brandoffer5930 en tot de dankofferen,8002 om te dienen,8334 8763 en om te loven,3034 8687 en om te prijzen1984 8763 in de poort8179 van de legers4264 des HEEREN;3068 Ook het deel4521 des konings4428 van4480 zijn have7399 tot de brandofferen,5930 tot de brandofferen5930 des morgens1242 en des avonds,6153 en de brandofferen5930 der sabbatten,7676 en der nieuwe maanden,2320 en der gezette hoogtijden;4150 gelijk geschreven is3789 8803 in de wet8451 des HEEREN.3068 En hij zeide559 8799 tot het volk,5971 tot de inwoners3427 8802 van ,3389 dat zij het deel4521 der priesteren3548 en Levieten3881 geven zouden,5414 8800 opdat4616 zij versterkt mochten worden2388 8799 in de wet8451 des HEEREN.3068 Toen nu dat woord1697 uitbrak,6555 8800 brachten935 8689 de kinderen1121 Israels3478 vele7235 8689 eerstelingen7225 van koren,1715 most,8492 en olie,3323 en honig,1706 en van al3605 de inkomsten8393 des velds;7704 ook brachten zij935 8689 de tienden4643 van alles3605 in met menigte.7230 En de kinderen1121 van 3478 en ,3063 die in de steden5892 van Juda3063 woonden,3427 8802 brachten935 8689 ook1571 1992 tienden4643 der runderen1241 en der schapen,6629 en tienden4643 der heilige dingen,6944 die den HEERE,3068 hun God,430 geheiligd waren,6942 8794 en maakten5414 8799 vele6194 hopen.6194 In de derde7992 maand2320 begonnen zij2490 8689 den grond3245 van die hopen6194 te leggen,3245 8800 en in de zevende7637 maand2320 voleindden zij.3615 8765 Toen nu Jehizkia3169 en de vorsten8269 kwamen935 8799 en die hopen6194 zagen,7200 8799 zegenden zij1288 8762 den HEERE3068 en volk5971 .3478 En Jehizkia3169 ondervraagde1875 8799 5921 de priesteren3548 en de Levieten3881 aangaande5921 die hopen.6194 En ,5838 de hoofdpriester,7218 3548 van het huis1004 van ,6659 sprak559 8799 tot413 hem en zeide:559 8799 Van4480 dat men deze heffing8641 begonnen heeft2490 8687 tot het huis1004 des HEEREN3068 te brengen,935 8687 is er te eten geweest398 8800 en verzadigd te worden,7646 8800 ja, over te houden3498 8687 tot4704 overvloed7230 toe; want3588 de HEERE3068 heeft volk5971 gezegend,1288 8765 zodat deze2088 veelheid1995 overgebleven is.3498 8737 Toen zeide559 8799 ,3169 dat men kameren3957 aan het huis1004 des HEEREN3068 bereiden zou;3559 8687 en zij bereidden3559 8686 ze. Daarin brachten zij935 8686 die heffing,8641 en de tienden,4643 en de geheiligde dingen,6944 in getrouwigheid;530 en daarover5921 was ,3562 de ,3881 overste,5057 en ,8096 zijn broeder,251 de tweede.4932 Maar ,3171 en ,5812 en ,5184 en ,6214 en ,3406 en ,3107 en ,447 en ,3253 en ,4287 en ,1141 waren opzieners,6496 onder4480 de hand3027 van Chonanja3562 en ,8096 zijn broeder;251 door het bevel4662 van den koning4428 Jehizkia3169 en van ,5838 den overste5057 van het huis1004 .430 En ,6981 de zoon1121 van ,3232 de ,3881 de poortier7778 tegen het oosten,4217 was over5921 de vrijwillige gaven5071 ,430 om het hefoffer8641 des HEEREN3068 en het allerheiligste6944 6944 uit te delen.5414 8800 En aan5921 zijn hand waren ,5731 en ,4509 en ,3442 en ,8098 Amarja568 en ,7935 in de steden5892 der priesteren,3548 met getrouwigheid,530 om aan hun broederen251 in3027 de verdelingen,4256 zowel aan de kleinen6996 als de groten,1419 uit te delen:5414 8800 (Benevens4480 905 die gesteld waren in het geslachtsregister3187 8692 der manspersonen,2145 4480 drie7969 jaren8141 oud1121 en daarboven4605) allen,3605 die in het huis1004 des HEEREN3068 gingen,935 8802 tot het dagelijkse3117 werk1697 op elken dag,3117 voor hun dienst,5656 in hun wachten,4931 naar hun verdelingen.4256 En met die gesteld waren in het geslachtsregister3187 8692 der priesteren3548 naar het huis1004 hunner vaderen,1 ook de Levieten3881 van4480 twintig6242 jaren8141 oud1121 en daarboven,4605 in hun wachten,4931 naar hun verdelingen;4256 Ook tot de geslachtsrekening3187 8692 met al3605 hun kinderkens,2945 hun vrouwen,802 en hun zonen,1121 en hun dochteren,1323 door de ganse3605 gemeente;6951 want3588 zij hadden zich in hun ambt530 [in] heiligheid6944 geheiligd.6942 8691 Ook waren onder de kinderen1121 van ,175 de priesteren,3548 op de velden7704 der voorsteden4054 hunner steden,5892 in elke3605 5892 stad,5892 mannen,582 die834 met namen8034 uitgedrukt waren,5344 8738 om aan alle3605 manspersonen2145 onder de priesteren3548 en aan allen,3605 die in het geslachtsregister3187 onder de Levieten3881 gesteld waren,3187 8692 delen4490 te geven.5414 8800 En alzo2063 deed6213 8799 Jehizkia3169 in geheel3605 ;3063 en hij deed6213 8799 dat goed,2896 en recht,3477 en waarachtig571 was, voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 zijns .430 En in alle3605 werk,4639 dat834 hij begon2490 8689 in den dienst5656 van het huis1004 ,430 en in de wet8451 en in het gebod,4687 om zijn God430 te zoeken,1875 8800 deed hij6213 8804 met zijn ganse3605 hart,3824 en had voorspoed.6743 8689

Every verse in 2 Chronicles 31

Chapter navigation

0:000:00