2 Chronicles 32:11

“Ruit5496 u853 Jehizkia3169 niet3808 op,5496 8688 dat hij u853 overgeve,5414 8800 om door honger7458 en door dorst6772 te sterven,4191 8800 zeggende:559 8800 De HEERE,3068 onze God,430 zal ons uit4480 de hand3709 des konings4428 van Assyrie804 redden?5337 8686”

2 Chronicles 32:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 33 in 2 Chronicles chapter 32 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 32 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Na310 deze428 geschiedenissen1697 en derzelver bevestiging,571 kwam935 8804 ,5576 de koning4428 van ,804 en toog935 8799 in ,3063 en legerde zich2583 8799 tegen5921 de vaste1219 8803 steden,5892 en dacht559 8799 ze tot413 zich af te scheuren.1234 8800 Jehizkia3169 nu ziende,7200 8799 dat3588 Sanherib5576 kwam,935 8804 en zijn aangezicht6440 was tot den krijg4421 tegen5921 ;3389 Zo hield hij raad3289 8735 met5973 zijn vorsten8269 en zijn helden,1368 om de fonteinwateren4325 5869 te stoppen,5640 8800 die834 buiten4480 2351 de stad5892 waren; en zij hielpen5826 8799 hem. Want veel7227 volks5971 werd vergaderd,6908 8735 dat al3605 de fonteinen4599 stopte,5640 8799 mitsgaders de beek,5158 die door het midden8432 des lands776 henenvloeide,7857 8802 zeggende:559 8800 Waarom4100 zouden de koningen4428 van Assyrie804 komen,935 8799 en veel7227 waters4325 vinden?4672 8804 Zo versterkte hij zich,2388 8691 en bouwde1129 8799 den gehelen3605 muur2346 op, die gebroken was,6555 8803 dien hij optrok5927 8686 tot aan5921 de torens,4026 met een anderen312 muur2346 daarbuiten,2351 en hij versterkte2388 8762 Millo4407 [in] de stad5892 ;1732 en hij maakte6213 8799 geweer7973 en schilden4043 in menigte.7230 En hij stelde5414 8799 krijgsoversten8269 4421 over5921 het volk,5971 en hij vergaderde6908 8799 hen tot413 zich in413 de straat7339 der stadspoort,8179 5892 en sprak1696 8762 naar5921 hun hart,3824 zeggende:559 8800 Zijt sterk,2388 8798 en hebt een goeden moed,553 8798 vreest3372 8799 niet,408 en ontzet u2865 8735 niet,408 voor4480 het aangezicht6440 des konings4428 van ,804 noch voor4480 het aangezicht6440 der ganse3605 menigte,1995 die834 met5973 hem is; want3588 met5973 ons is er meer,7227 4480 met5973 hem. Met5973 hem is een vleselijke1320 arm,2220 maar met5973 ons is de HEERE,3068 onze God,430 om ons te helpen,5826 8800 en om onze krijgen4421 te krijgen.3898 8736 En het volk5971 steunde5564 8735 op5921 de woorden1697 van ,3169 den koning4428 van .3063 Na310 dezen2088 zond7971 8804 ,5576 de koning4428 van ,804 zijn knechten5650 naar ,3389 (doch hij zelf1931 was voor5921 ,3923 en al3605 zijn heerschappij4475 met5973 hem) tot5921 ,3169 den koning4428 van ,3063 en tot5921 het ganse3605 ,3063 dat834 te Jeruzalem3389 was, zeggende:559 8800 Zo 3541 Ruit5496 u853 Jehizkia3169 niet3808 op,5496 8688 dat hij u853 overgeve,5414 8800 om door honger7458 en door dorst6772 te sterven,4191 8800 zeggende:559 8800 De HEERE,3068 onze God,430 zal ons uit4480 de hand3709 des konings4428 van Assyrie804 redden?5337 8686 Heeft niet3808 dezelfde1931 Jehizkia3169 hoogten1116 en altaren4196 weggenomen,5493 8689 en tot Juda3063 en tot Jeruzalem3389 gesproken,559 8799 zeggende:559 8800 Voor6440 het enige259 altaar4196 zult gij u nederbuigen,7812 8691 en daarop5921 roken?6999 8686 Weet gij3045 8799 niet,3808 wat4100 ik589 gedaan heb,6213 8804 en mijn vaderen1 aan alle3605 volken5971 der landen?776 de goden430 van de natien1471 dier landen776 hun land776 enigszins3201 8800 kunnen3201 8804 redden5337 8687 uit4480 mijn hand?3027 Wie4310 is er onder alle3605 goden430 derzelver428 natien,1471 dewelke834 mijn vaders1 verbannen hebben,2763 8689 die834 zijn volk5971 heeft kunnen3201 8804 redden5337 8687 uit4480 mijn hand,3027 dat3588 uw God430 u853 uit4480 mijn hand3027 zou kunnen3201 8799 redden?5337 8687 Nu ,6258 dat Jehizkia2396 ulieden853 niet408 bedriege,5377 8686 en dat hij u853 op zulk een wijze2063 niet408 opruie,5496 8686 en gelooft539 8686 hem niet;408 want3588 geen3808 3605 god433 van enige3605 natie1471 en koninkrijk4467 heeft zijn volk5971 uit4480 mijn hand3027 en mijner vaderen1 hand3027 kunnen3201 8799 redden;5337 8687 hoeveel637 3588 te min3808 zal uw God430 u853 uit4480 mijn hand3027 kunnen redden?5337 8686 Daartoe spraken1696 8765 zijn knechten5650 nog meer5750 tegen5921 God,430 den HEERE,3068 en tegen5921 knecht5650 .3169 Ook schreef hij3789 8804 brieven,5612 om den HEERE3068 den God430 ,3478 te honen2778 8763 en om tegen5921 te spreken,559 8800 zeggende:559 8800 de goden430 van de natien1471 der landen,776 die834 hun volk5971 uit mijn hand3027 niet3808 gered hebben,5337 8689 alzo3651 zal de God430 van Jehizkia3169 volk5971 uit4480 mijn hand3027 niet3808 redden.5337 8686 En zij riepen7121 8799 met luider1419 stem,6963 in het ,3066 tegen5921 het volk5971 van ,3389 dat834 op5921 den muur2346 was, om die bevreesd te maken3372 8763 en die te beroeren,926 8763 opdat4616 zij de stad5892 mochten innemen.3920 8799 En zij spraken1696 8762 van413 den God430 van ,3389 als van5921 de goden430 der volkeren5971 der aarde,776 een werk4639 van mensenhanden.3027 120 Maar de koning4428 Jehizkia3169 en de profeet5030 ,3470 de zoon1121 van ,531 baden6419 8691 daartegen,5921 2063 en zij riepen2199 8799 naar den hemel.8064 En de HEERE3068 zond7971 8799 een engel,4397 die alle3605 strijdbare2428 helden,1368 en vorsten,5057 en oversten8269 in het leger4264 des konings4428 van Assyrie804 verdelgde.3582 8686 Zo is hij met schaamte1322 des aangezichts6440 in zijn land776 wedergekeerd;7725 8799 en als hij in het huis1004 zijns gods430 ingegaan was,935 8799 zo velden5307 8689 hem daar8033 met het zwaard,2719 die uit zijn lijf4578 voortgekomen waren.3329 Alzo verloste3467 8686 de HEERE3068 Jehizkia3169 en de inwoners3427 8802 van ,3389 uit4480 de hand3027 van ,5576 den koning4428 van ,804 en uit4480 de hand3027 van allen;3605 en geleidde5095 8762 hen rondom5439 heen.4480 En velen7227 brachten935 8688 geschenken4503 tot den HEERE3068 te ,3389 en kostelijkheden4030 tot ,3169 den koning4428 van ,3063 zodat hij daarna4480 310 3651 voor de ogen5869 van alle3605 heidenen1471 verheven werd.5375 8735 In die1992 dagen3117 werd2470 Jehizkia3169 krank2470 8804 tot5704 stervens4191 8800 toe, en hij bad6419 8691 tot413 den HEERE,3068 sprak559 8799 tot hem, en gaf5414 8804 hem een wonderteken.4159 Maar Jehizkia3169 deed7725 gene3808 vergelding,7725 8689 naar de weldaad1576 aan5921 hem geschied, dewijl3588 zijn hart3820 verheven werd;1361 8804 daarom werd1961 8799 over5921 hem, en over5921 Juda3063 en ,3389 een grote toornigheid.7110 Doch Jehizkia3169 verootmoedigde zich3665 8735 om de verheffing1363 zijns harten,3820 hij1931 en de inwoners3427 8802 van ,3389 zodat de grote toornigheid7110 des HEEREN3068 over5921 hen niet3808 kwam935 8804 in de dagen3117 van .3169 Jehizkia3169 nu had1961 8799 zeer3966 veel7235 8687 rijkdom6239 en eer;3519 en hij maakte6213 8804 zich schatkameren214 voor zilver3701 en voor goud,2091 en voor kostelijk3368 gesteente,68 en voor specerijen,1314 en voor schilden,4043 en voor alle3605 begeerlijk2532 gereedschap;3627 Ook schathuizen4543 voor de inkomsten8393 van koren,1715 en most,8492 en olie;3323 en stallen723 voor allerlei3605 929 beesten,929 en kooien220 voor de kudden.5739 Daartoe had hij zich steden5892 gemaakt,6213 8804 mitsgaders bezitting4735 van schapen6629 en runderen1241 in menigte;7230 want3588 God430 gaf5414 8804 hem zeer3966 grote7227 have.7399 Doch Jehizkia1931 3169 stopte5640 8804 ook den opperuitgang5945 4161 der wateren4325 van ,1521 en leidde ze recht3474 8762 af beneden4295 naar het westen4628 der stad5892 ;1732 want Jehizkia3169 had voorspoed6743 8686 in al3605 zijn werk.4639 Maar het is alzo,3651 als de gezanten3887 8688 der vorsten8269 van ,894 die tot5921 hem gezonden hadden,7971 8764 om te vragen1875 8800 naar dat wonderteken,4159 dat834 in het land776 geschied was,1961 8804 [bij] [hem] [waren], verliet5800 8804 hem God,430 om hem te verzoeken,5254 8763 om te weten3045 8800 al3605 [wat] in zijn hart3824 was. Het overige3499 nu der geschiedenissen1697 van ,3169 en zijn goeddadigheden,2617 ziet,2009 die zijn geschreven3789 8803 in het gezicht2377 van den profeet5030 ,3470 den zoon1121 van ,531 [en] in5921 het boek5612 der koningen4428 van Juda3063 en .3478 En Jehizkia3169 ontsliep7901 8799 met5973 zijn vaderen,1 en zij begroeven6912 8799 hem in het hoogste4608 van de graven6913 der zonen1121 van ;1732 daartoe deden6213 gans3695 Juda3063 en de inwoners3427 8802 van Jeruzalem3389 hem eer3519 aan6213 8804 in zijn dood;4194 en zijn zoon1121 Manasse4519 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478

Every verse in 2 Chronicles 32

Chapter navigation

0:000:00