2 Chronicles 33:19

“En zijn gebed,8605 en hoe [God] Zich van hem heeft laten verbidden,6279 8736 ook al3605 zijn zonde,2403 en zijn overtreding,4604 en de plaatsen,4725 waarop834 hij hoogten1116 gebouwd,1129 8804 en bossen842 en gesneden beelden6456 gesteld heeft,5975 8689 eer6440 hij vernederd werd,3665 8736 ziet,2009 dat is beschreven3789 8803 in5921 de woorden1697 der zieners.2374 8676 2335”

2 Chronicles 33:19 — Statenvertaling (1637)

Verse 19 of 25 in 2 Chronicles chapter 33 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 33 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Manasse4519 was twaalf8147 6240 jaren8141 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 vijf2568 en vijftig2572 jaren8141 te .3389 En hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 naar de gruwelen8441 der heidenen,1471 die834 de HEERE3068 voor4480 het aangezicht6440 der kinderen1121 Israels3478 uit de bezitting verdreven had.3423 8689 Want hij bouwde1129 8799 de hoogten1116 weder7725 8799 op, die834 zijn vader1 Jehizkia3169 afgebroken had,5422 8765 en richtte6965 den Baals1168 altaren4196 op,6965 8686 en maakte6213 8799 bossen,842 en boog zich neder7812 8691 voor al3605 het heir6635 des hemels,8064 en diende5647 8799 ze;853 En bouwde1129 8804 altaren4196 in het huis1004 des HEEREN,3068 van hetwelk834 de HEERE3068 gezegd had:559 8804 Te Jeruzalem3389 zal Naam8034 zijn1961 8799 tot in eeuwigheid.5769 Daartoe bouwde hij1129 8799 altaren4196 voor al3605 het heir6635 des hemels,8064 in beide8147 de voorhoven2691 van het huis1004 des HEEREN.3068 En hij1931 deed5674 zijn zonen1121 door het vuur784 gaan,5674 8689 in het dal1516 des zoons1121 van ,2011 en pleegde guichelarij,6049 8782 en gaf op vogelgeschrei acht,5172 8765 en toverde,3784 8765 en hij stelde6213 8804 waarzeggers178 en duivelskunstenaren;3049 en hij deed6213 8800 [zeer] veel7235 8689 kwaads7451 in de ogen5869 des HEEREN,3068 om tot toorn te verwekken.3707 8687 Hij stelde7760 8799 ook de gelijkenis6459 van een gesneden beeld,5566 die834 hij gemaakt had,6213 8804 in het huis1004 ,430 van hetwelk834 God430 gezegd had559 8804 tot413 1732 en tot413 zijn zoon1121 :8010 In dit2088 huis,1004 en te ,3389 dat834 Ik uit4480 alle3605 stammen7626 van 3478 verkoren heb,977 8804 zal Ik Naam8034 zetten7760 8799 tot in eeuwigheid.5865 En Ik zal den voet7272 van 3478 niet3808 meer3254 8686 doen wijken5493 8687 van4480 5921 het land,127 dat834 Ik uw vaderen1 besteld heb;5975 8689 alleenlijk7535 zo518 zij waarnemen8104 8799 te doen,6213 8800 al3605 hetgeen834 Ik hun geboden heb,6680 8765 naar de ganse3605 wet,8451 en inzettingen,2706 en rechten,4941 door de hand3027 van .4872 Zo deed8582 Manasse4519 Juda3063 en de inwoners3427 8802 te Jeruzalem3389 dwalen,8582 8686 dat zij erger7451 deden6213 8800 4480 de heidenen,1471 die834 de HEERE3068 voor4480 het aangezicht6440 der kinderen1121 Israels3478 verdelgd had.8045 8689 De HEERE3068 sprak1696 8762 wel tot413 Manasse4519 en tot413 zijn volk;5971 maar zij merkten7181 daar niet3808 op.7181 8689 Daarom bracht935 8686 de HEERE3068 over5921 hen de krijgsoversten,8269 6635 die834 de koning4428 van Assyrie804 had, dewelke Manasse4519 gevangen namen3920 8799 onder de doornen;2336 en zij bonden631 8799 hem met twee koperen ketenen,5178 en voerden3212 8686 hem naar .894 En als hij hem benauwde,6887 8687 bad hij2470 8765 het aangezicht6440 des HEEREN,3068 zijns ,430 ernstelijk aan, en vernederde zich3665 8735 zeer3966 voor4480 het aangezicht6440 van den God430 zijner vaderen,1 En bad6419 8691 413 ; en liet van hem verbidden,6279 8735 en hoorde8085 8799 zijn smeking,8467 en bracht hem weder7725 8686 te ,3389 in zijn koninkrijk.4438 erkende3045 8799 ,4519 dat3588 de HEERE3068 God430 is.1931 En na310 dezen3651 bouwde hij1129 8804 den buitenmuur2346 2435 aan de stad5892 ,1732 aan de westzijde4628 van Gihon1521 in het dal,5158 en tot den ingang935 8800 van de ,1709 8179 en omsingelde5437 8804 ,6077 en verhief1361 8686 dien zeer;3966 hij leide7760 8799 ook krijgsoversten8269 2428 in alle3605 vaste1219 8803 steden5892 in .3063 En hij nam5493 de vreemde5236 goden430 en die gelijkenis5566 uit4480 het huis1004 des HEEREN3068 weg,5493 8686 mitsgaders al3605 de altaren,4196 die834 hij gebouwd had1129 8804 op den berg2022 van het huis1004 des HEEREN,3068 en te ;3389 en hij wierp7993 8686 ze buiten2351 de stad.5892 En hij richtte1129 het altaar4196 des HEEREN3068 toe,1129 8799 en offerde2076 8799 daarop5921 dankofferen8002 2077 en lofofferen,8426 en zeide559 8799 tot ,3063 dat zij den HEERE,3068 den God430 ,3478 dienen zouden.5647 8800 Maar61 het volk5971 offerde2076 8802 nog5750 op de hoogten,1116 hoewel7535 aan den HEERE,3068 hun God.430 Het overige3499 nu der geschiedenissen1697 van ,4519 en zijn gebed8605 tot413 zijn God,430 ook de woorden1697 der zieners,2374 die tot413 hem gesproken hebben1696 8764 in den Naam8034 van den HEERE,3068 den God430 ,3478 ziet,2009 die zijn in5921 de geschiedenissen1697 der koningen4428 van ;3478 En zijn gebed,8605 en hoe [God] van hem heeft laten verbidden,6279 8736 ook al3605 zijn zonde,2403 en zijn overtreding,4604 en de plaatsen,4725 waarop834 hij hoogten1116 gebouwd,1129 8804 en bossen842 en gesneden beelden6456 gesteld heeft,5975 8689 eer6440 hij vernederd werd,3665 8736 ziet,2009 dat is beschreven3789 8803 in5921 de woorden1697 der zieners.2374 8676 2335 En Manasse4519 ontsliep7901 8799 met5973 zijn vaderen,1 en zij begroeven6912 8799 hem in zijn huis;1004 en zijn zoon1121 Amon526 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478 Amon526 was twee8147 en twintig6242 jaren8141 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 twee8147 jaren8141 te .3389 En hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 gelijk als834 zijn vader1 Manasse4519 gedaan had;6213 8804 want Amon526 offerde2076 8765 al3605 den gesneden beelden,6456 die834 zijn vader1 Manasse4519 gemaakt had,6213 8804 en diende5647 8799 ze. Maar hij vernederde zich3665 8738 niet3808 voor4480 het aangezicht6440 des HEEREN,3068 gelijk ,4519 zijn vader,1 zich vernederd had;3665 8736 maar3588 deze1931 Amon526 vermenigvuldigde7235 8689 de schuld.819 En zijn knechten5650 maakten een verbintenis7194 8799 tegen5921 hem, en doodden4191 8686 hem in zijn huis.1004 Maar het volk5971 des lands776 sloeg5221 8686 hen allen,3605 die de verbintenis7194 tegen5921 den koning4428 Amon526 gemaakt hadden;7194 8802 en het volk5971 des lands776 maakte4427 zijn zoon1121 Josia2977 koning4427 8686 in zijn plaats.8478

Every verse in 2 Chronicles 33

Chapter navigation

0:000:00