2 Chronicles 34:9

“En zij kwamen935 8799 tot413 Hilkia,2518 den hogepriester,1419 3548 en zij gaven5414 8799 het geld,3701 dat ten huize1004 Gods430 gebracht was,935 8716 hetwelk834 de Levieten,3881 die den dorpel5592 bewaarden,8104 8802 vergaderd hadden622 8804 uit4480 de hand3027 van Manasse4519 en Efraim,669 en uit4480 het ganse3605 overblijfsel7611 van Israel,3478 en uit4480 gans3605 Juda3063 en Benjamin,1144 en te Jeruzalem3389 wedergekomen waren;7725 8799 8675 3427 8802”

2 Chronicles 34:9 — Statenvertaling (1637)

Verse 9 of 33 in 2 Chronicles chapter 34 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 34 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Josia2977 was acht8083 jaren8141 oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 een259 en dertig7970 jaren8141 te .3389 En hij deed6213 8799 dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 en wandelde3212 8799 in de wegen1870 van zijn vader1 ,1732 en week5493 niet3808 af5493 8804 ter rechter3225 [hand], noch ter linkerhand.8040 Want in het achtste8083 jaar8141 zijner regering,4427 8800 toen hij1931 nog5750 een jongeling5288 was, begon hij2490 8689 den God430 zijns vaders1 Davids1732 te zoeken;1875 8800 en in het twaalfde8147 6240 jaar8141 begon hij2490 8689 Juda3063 en Jeruzalem3389 van4480 de hoogten1116 en de bossen,842 en de gesneden6456 en de gegoten beelden4541 te reinigen.2891 8763 En men brak5422 voor zijn aangezicht6440 af5422 8762 de altaren4196 der ;1168 en de zonnebeelden,2553 die834 omhoog4605 boven4480 5921 dezelve waren, hieuw hij af;1438 8765 de bossen842 ook, en de gesneden6456 en gegoten beelden4541 verbrak,7665 8765 en vergruisde,1854 8689 en strooide hij2236 8799 op5921 6440 de graven6913 dergenen, die hun geofferd hadden.2076 8802 En de beenderen6106 der priesteren3548 verbrandde hij8313 8804 op5921 hun altaren;4196 en hij reinigde2891 8762 Juda3063 en .3389 Daartoe in de steden5892 van ,4519 en ,669 en ,8095 ja, tot5704 Nafthali5321 toe, in haar woeste plaatsen2719 rondom,5439 Brak hij5422 ook de altaren4196 af5422 8762 en de bossen,842 en de gesneden beelden6456 stampte hij,3807 8765 [die] vergruizende,1854 8687 en al3605 de zonnebeelden2553 hieuw hij af1438 8765 in het ganse3605 land776 van ;3478 daarna keerde hij weder7725 8799 naar .3389 In het achttiende8083 6240 jaar8141 nu zijner regering,4427 8800 als hij het land776 en het huis1004 gereinigd had,2891 8763 zond hij7971 8804 ,8227 den zoon1121 van ,683 en ,4641 den overste8269 der stad,5892 en ,3098 den zoon1121 van ,3099 den kanselier,2142 8688 om het huis1004 des HEEREN,3068 zijns ,430 te verbeteren.2388 8763 En zij kwamen935 8799 tot413 ,2518 den hogepriester,1419 3548 en zij gaven5414 8799 het geld,3701 dat ten huize1004 Gods430 gebracht was,935 8716 hetwelk834 de ,3881 die den dorpel5592 bewaarden,8104 8802 vergaderd hadden622 8804 uit4480 de hand3027 van Manasse4519 en ,669 en uit4480 het ganse3605 overblijfsel7611 van ,3478 en uit4480 gans3605 Juda3063 en ,1144 en te Jeruzalem3389 wedergekomen waren;7725 8799 8675 3427 8802 Zij nu gaven5414 8799 het in5921 de hand3027 der verzorgers6213 8802 van het werk,4399 die besteld waren6485 8716 over het huis1004 des HEEREN,3068 en [deze] gaven5414 8799 dat853 dengenen, die het werk4399 deden,6213 8802 die834 arbeidden6213 8802 aan het huis1004 des HEEREN,3068 om het huis1004 te vermaken918 8800 en te verbeteren.2388 8763 Want zij gaven5414 8799 het den werkmeesters2796 en den bouwlieden,1129 8802 om gehouwen4274 stenen68 te kopen,7069 8800 en hout6086 tot de samenvoegingen,4226 en om de huizen1004 te zolderen,7136 8763 die834 de koningen4428 van Juda3063 verdorven hadden.7843 8689 En die mannen582 handelden6213 8802 trouwelijk530 in dit werk;4399 en de bestelden5329 8763 over5921 dezelve waren Jahath3189 en ,5662 Levieten3881 van4480 de kinderen1121 van ,4847 mitsgaders Zacharia2148 en ,4918 van4480 de kinderen der ,6956 om het werk voort te drijven;6485 8716 en die Levieten3881 waren allen3605 verstandig995 8688 op instrumenten3627 van muziek.7892 Zij waren ook over5921 de lastdragers,5449 en de voortdrijvers5329 8764 van allen,3605 die in enig werk5656 arbeidden;6213 8802 4399 want uit4480 de Levieten3881 waren schrijvers,5608 8802 en ambtlieden,7860 8802 en poortiers.7778 En als zij het geld3701 uitnamen,3318 8687 dat in het huis1004 des HEEREN3068 gebracht was,935 8716 vond4672 8804 de priester3548 Hilkia2518 het wetboek5612 8451 des HEEREN,3068 [gegeven] door de hand3027 van .4872 En Hilkia2518 antwoordde6030 8799 en zeide559 8799 tot413 ,8227 den schrijver:5608 8802 Ik heb het wetboek5612 8451 gevonden4672 8804 in het huis1004 des HEEREN.3068 En Hilkia2518 gaf5414 8799 413 Safan8227 dat boek.5612 En Safan8227 droeg935 8686 dat boek5612 tot413 den koning;4428 daarbenevens bracht hij7725 nog5750 den koning4428 bescheid1697 weder,7725 8686 zeggende:559 8800 Al3605 wat834 in de hand3027 uwer knechten5650 gegeven is,5414 8738 dat doen6213 8802 zij;1992 En zij hebben het geld3701 samengestort,5413 8686 dat in het huis1004 des HEEREN3068 gevonden is,4672 8737 en hebben het gegeven5414 8799 in5921 de hand3027 der bestelden,6485 8716 en in5921 de hand3027 dergenen, die het werk4399 maakten.6213 8802 Voorts gaf5046 ,8227 de schrijver,5608 8802 den koning4428 te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 ,2518 de priester,3548 heeft mij een boek5612 gegeven.5414 8804 En Safan8227 las7121 8799 daarin voor het aangezicht6440 des konings.4428 Het geschiedde1961 8799 nu, als de koning4428 de woorden1697 der wet8451 hoorde,8085 8800 dat hij zijn klederen899 scheurde.7167 8799 En de koning4428 gebood6680 8762 ,2518 en ,296 den zoon1121 van ,8227 en ,5658 den zoon1121 van ,4318 en ,8227 den schrijver,5608 8802 en ,6222 den knecht5650 des konings,4428 zeggende:559 8800 Gaat heen,3212 8798 vraagt1875 8798 den HEERE3068 voor1157 mij, en voor1157 het overgeblevene7604 8737 in 3478 en in ,3063 over5921 de woorden1697 dezes boeks,5612 dat834 gevonden is;4672 8738 want3588 de grimmigheid2534 des HEEREN3068 is groot,1419 die834 over ons uitgegoten is,5413 8738 omdat5921 834 onze vaders1 niet3808 hebben gehouden8104 8804 het woord1697 des HEEREN,3068 om te doen6213 8800 naar al3605 hetgeen in5921 dat2088 boek5612 geschreven is.3789 8803 Toen ging3212 8799 Hilkia2518 henen, en die834 des konings4428 waren, tot413 de profetes5031 ,2468 de huisvrouw802 van ,7967 den zoon1121 van ,8616 8676 8445 den zoon1121 van ,2641 den klederbewaarder.8104 8802 899 Zij1931 nu woonde3427 8802 te Jeruzalem3389 in het tweede deel;4932 en zij spraken1696 8762 zulks2063 tot413 haar. En zij zeide559 8799 tot hen: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 Zegt559 8798 den man,376 die834 ulieden853 tot413 mij gezonden heeft:7971 8804 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 ,2009 Ik zal kwaad7451 over5921 deze2088 plaats4725 en over5921 haar inwoners3427 8802 brengen;935 8688 al3605 de vloeken,423 die geschreven zijn3789 8803 in5921 het boek,5612 dat834 men voor het aangezicht6440 des konings4428 van Juda3063 gelezen heeft.7121 8804 Daarom8478 dat834 zij verlaten,5800 8804 en anderen312 goden430 gerookt hebben,6999 8762 8675 6999 8686 opdat4616 zij tot toorn verwekten3707 8687 met alle3605 werken4639 hunner handen;3027 zo zal grimmigheid2534 uitgegoten worden5413 8799 tegen deze2088 plaats,4725 en niet3808 uitgeblust worden.3518 8799 Maar tot413 den koning4428 van ,3063 die ulieden853 gezonden heeft,7971 8802 om den HEERE3068 te vragen,1875 8800 tot413 hem zult gij alzo3541 zeggen:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 de woorden,1697 die834 gij hebt gehoord;8085 8804 Omdat3282 uw hart3824 week geworden is,7401 8804 en gij u voor4480 het aangezicht6440 Gods430 vernederd hebt,3665 8735 als gij woorden1697 hoordet8085 8800 tegen5921 deze2088 plaats4725 en tegen5921 haar inwoners,3427 8802 en hebt u vernederd3665 8735 voor aangezicht,6440 en uw klederen899 gescheurd,7167 8799 en geweend1058 8799 voor aangezicht,6440 zo heb Ik589 [u] ook1571 verhoord,8085 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Zie,2009 Ik zal u verzamelen622 8802 tot413 uw vaderen,1 en gij zult met vrede7965 in413 uw graf6913 verzameld worden,622 8738 en uw ogen5869 zullen al3605 dat kwaad7451 niet3808 zien,7200 8799 dat834 Ik589 over5921 deze2088 plaats4725 en over5921 haar inwoners3427 8802 brengen zal.935 8688 En zij brachten7725 den koning4428 dit antwoord1697 weder.7725 8686 Toen zond7971 8799 de koning4428 henen, en verzamelde622 8799 alle3605 oudsten2205 van Juda3063 en .3389 En de koning4428 ging op5927 8799 in het huis1004 des HEEREN,3068 en al3605 de mannen376 van Juda3063 en de inwoners3427 8802 van ,3389 mitsgaders de priesters3548 en de ,3881 en al3605 het volk,5971 van4480 den grote1419 tot5704 den kleine6996 toe; en men las7121 8799 voor hun oren241 al3605 de woorden1697 van het boek5612 des verbonds,1285 dat in het huis1004 des HEEREN3068 gevonden was.4672 8737 En de koning4428 stond5975 8799 in5921 zijn standplaats,5977 en maakte3772 8799 een verbond1285 voor des HEEREN3068 aangezicht,6440 om den HEERE3068 na310 te wandelen,3212 8800 en om geboden,4687 en getuigenissen,5715 en inzettingen,2706 met zijn ganse3605 hart3824 en met zijn ganse3605 ziel,5315 te onderhouden,8104 8800 doende6213 8800 de woorden1697 des verbonds,1285 die in5921 datzelve2088 boek5612 geschreven zijn.3789 8803 En hij deed5975 allen,3605 die te Jeruzalem3389 en in 1144 gevonden werden,4672 8737 staan;5975 8686 en de inwoners3427 8802 van Jeruzalem3389 deden6213 8799 naar het verbond1285 van God,430 den God430 hunner vaderen.1 Josia2977 deed5493 alle3605 gruwelen8441 weg5493 8686 uit4480 alle3605 landen,776 die834 der kinderen1121 Israels3478 waren, en maakte5647 allen,3605 die in 3478 gevonden werden,4672 8737 te dienen;5647 8686 te dienen5647 8800 den HEERE,3068 hun God;430 al3605 zijn dagen3117 weken zij5493 8804 niet3808 af van4480 den HEERE,3068 den God430 hunner vaderen,1 na te volgen.310

Every verse in 2 Chronicles 34

Chapter navigation

0:000:00