2 Chronicles 35:1

“Daarna hield6213 8799 Josia2977 het pascha6453 den HEERE3068 te Jeruzalem;3389 en zij slachtten7819 8799 het pascha6453 op den veertienden702 6240 der eerste7223 maand.2320”

2 Chronicles 35:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 27 in 2 Chronicles chapter 35 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Chronicles 35 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daarna hield6213 8799 Josia2977 het pascha6453 den HEERE3068 te ;3389 en zij slachtten7819 8799 het pascha6453 op den veertienden702 6240 der eerste7223 maand.2320 En hij stelde5975 8686 de priesters3548 op5921 hun wachten;4931 en hij sterkte2388 8762 hen tot den dienst5656 van het huis1004 des HEEREN.3068 En hij zeide559 8799 tot de ,3881 die gans3605 3478 onderwezen,995 8688 8675 4000 die den HEERE3068 heilig6918 waren: Zet5414 8798 de heilige6944 727 in het huis,1004 hetwelk834 ,8010 de zoon1121 van ,1732 de koning4428 van ,3478 gebouwd heeft;1129 8804 gij hebt geen369 last4853 op de schouderen;3802 dient5647 8798 nu6258 den HEERE,3068 uw God,430 en volk5971 ;3478 En bereidt u3559 8685 8675 3559 8734 naar de huizen1004 uwer vaderen,1 naar uw verdelingen,4256 naar het voorschrift3791 van ,1732 den koning4428 van ,3478 en naar de beschrijving4385 van zijn zoon1121 ;8010 En staat5975 8798 in het heiligdom,6944 naar de onderscheiding6391 der vaderlijke1 huizen,1004 voor uw broederen,251 het volk,1121 5971 en [naar] de afdeling2515 van de vaderlijke1 huizen1004 der ;3881 En slacht7819 8798 het pascha,6453 en heiligt u,6942 8690 en bereidt3559 8685 [dat] voor uw broederen,251 doende6213 8800 naar het woord1697 des HEEREN,3068 door de hand3027 van .4872 En Josia2977 gaf7311 8686 voor het volk,1121 5971 van klein vee,6629 lammeren3532 en jonge1121 geitenbokken,5795 die alle3605 tot paasofferen,6453 naar al3605 hetgeen er gevonden werd,4672 8737 in getal4557 dertig7970 duizend;505 maar van runderen1241 drie7969 duizend;505 dit428 was van4480 des konings4428 have.7399 Ook gaven7311 8689 zijn vorsten8269 tot een vrijwillig offer5071 voor het volk,5971 voor de priesteren,3548 en voor de ;3881 ,2518 en ,2148 en ,3171 de oversten5057 van het huis1004 ,430 gaven5414 8804 den priesteren3548 tot paasofferen,6453 twee duizend505 en zeshonderd8337 3967 [klein] [vee], en driehonderd7969 3967 runderen.1241 Daartoe ,3562 en ,8098 en ,5417 zijn broeders,251 mitsgaders ,2811 en ,3273 en ,3107 de oversten8269 der ,3881 gaven7311 8689 den Levieten3881 tot paasofferen,6453 vijf2568 duizend505 [klein] [vee] en vijfhonderd2568 3967 runderen.1241 Alzo werd de dienst5656 toebereid;3559 8735 en de priesteren3548 stonden5975 8799 in5921 hun standplaats,5977 en de Levieten3881 in5921 hun verdelingen,4256 naar het gebod4687 des konings.4428 Daarna slachtte men7819 8799 het pascha,6453 en de priesters3548 sprengden2236 8799 [het] [bloed] uit4480 hun handen,3027 en de Levieten3881 trokken de huiden af.6584 8688 En zij namen5493 het brandoffer5930 daar af,5493 8686 opdat zij die naar de verdelingen4653 der vaderlijke1 huizen,1004 aan het volk1121 5971 geven mochten,5414 8800 om den HEERE3068 te offeren,7126 8687 gelijk geschreven is3789 8803 in het boek5612 van ;4872 en alzo3651 met de runderen.1241 En zij kookten1310 8762 het pascha6453 bij het vuur,784 naar het recht;4941 maar de [andere] heilige dingen6944 kookten zij1310 8765 in potten,5518 en in ketels,1731 en in pannen;6745 en zij deelden het haastelijk7323 8686 onder al3605 het volk.1121 5971 Daarna310 bereidden zij3559 8689 ook voor zichzelven en voor de priesteren;3548 want3588 de priesters,3548 de zonen1121 van ,175 waren tot aan5704 den nacht3915 in het offeren5927 8687 der brandofferen5930 en des vets;2459 daarom bereidden3559 8689 de Levieten3881 voor zichzelven, en voor de priesteren,3548 de zonen1121 van .175 En de zangers,7891 8789 de zonen1121 van ,623 waren in5921 hun standplaats,4612 naar het gebod4687 van ,1732 en ,623 en ,1968 en ,3038 den ziener2374 des konings,4428 mitsgaders de poortiers7778 aan elke8179 poort;8179 zij behoefden niet369 te wijken5493 8800 van4480 5921 hun dienst,5656 overmits3588 hun broeders,251 de ,3881 voor hen bereidden.3559 8689 Alzo werd de ganse3605 dienst5656 des HEEREN3068 op denzelfden1931 dag3117 beschikt,3559 8735 om pascha6453 te houden,6213 8800 en brandofferen5930 op5921 het altaar4196 des HEEREN3068 te offeren,5927 8687 naar het gebod4687 van den koning4428 .2977 En de kinderen1121 ,3478 die er gevonden werden,4672 8737 hielden6213 8799 het pascha6453 ter zelfder1931 tijd,6256 en het feest2282 der ongezuurde4682 [broden], zeven7651 dagen.3117 Daar was ook geen3808 pascha6453 als3644 dat in 3478 gehouden,6213 8738 van4480 de dagen3117 van ,8050 den profeet,5030 af; en geen3605 3808 koningen4428 van 3478 hadden zulk een pascha6453 gehouden,6213 8804 gelijk834 dat Josia2977 hield6213 8804 met de priesters3548 en de ,3881 en gans3605 Juda3063 en ,3478 dat er gevonden werd,4672 8737 en de inwoners3427 8802 van .3389 In het achttiende8083 6240 jaar8141 van het koninkrijk4438 van ,2977 werd dit2088 pascha6453 gehouden.6213 8738 Na310 dit2063 alles,3605 toen834 Josia2977 het huis1004 toebereid had,3559 8689 toog5927 ,5224 de koning4428 van ,4714 op,5927 8804 om te krijgen3898 8736 tegen ,3751 aan5921 den ;6578 en Josia2977 toog uit3318 8799 hem tegemoet.7125 8800 Toen zond [hij7971 8799 ] boden4397 tot413 hem, zeggende:559 8800 Wat4100 heb ik met u te doen, gij, koning4428 van ?3063 u589 aangaat, ik ben heden3117 tegen5921 u niet,3808 maar3588 tegen413 een huis,1004 dat oorlog4421 voert tegen mij; en God430 heeft gezegd,559 8804 dat ik mij haasten zou;926 8763 houd u af2308 8798 van4480 God,430 Die834 met5973 mij is, opdat u niet408 verderve.7843 8686 Doch Josia2977 keerde5437 8689 zijn aangezicht6440 niet3808 van4480 hem; maar3588 hij verstelde zich,2664 8694 om tegen hem te strijden,3898 8736 en hoorde8085 8804 niet3808 naar413 de woorden1697 van 5224 uit4480 den mond6310 van God;430 maar hij kwam935 8799 om te strijden3898 8736 in het dal1237 .4023 En de schutters3384 8802 schoten3384 8686 den koning4428 .2977 zeide559 8799 de koning4428 tot zijn knechten:5650 mij weg,5674 8685 want3588 ik ben zeer3966 gewond.2470 8717 En zijn knechten5650 namen hem weg5674 8686 van4480 den wagen,4818 en voerden7392 8686 hem op5921 den tweeden4932 wagen,7393 dien834 hij had, en brachten3212 8686 hem te ;3389 en hij stierf,4191 8799 en werd begraven6912 8735 in de graven6913 zijner vaderen;1 en gans3605 Juda3063 en Jeruzalem3389 bedreven rouw56 8693 over5921 .2977 En Jeremia3414 maakte een klaaglied6969 8787 over5921 ;2977 desgelijks alle3605 zangers7891 8802 en zangeressen7891 8802 spraken559 8799 in hun klaagliederen7015 van5921 ,2977 tot op5704 dezen dag;3117 want zij gaven5414 8799 ze tot een inzetting2706 in5921 ;3478 en ziet,2009 zij zijn geschreven3789 8803 in5921 de klaagliederen.7015 Het overige3499 nu der geschiedenissen1697 van ,2977 en zijn goeddadigheden,2617 naar dat geschreven is3789 8803 in de wet8451 des HEEREN;3068 Zijn geschiedenissen1697 , de eerste7223 en de laatste,314 ziet,2009 die zijn geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 der koningen4428 van 3478 en van .3063

Every verse in 2 Chronicles 35

Chapter navigation

0:000:00