2 Chronicles 36:6
“Nebukadnezar,5019 de koning4428 van Babel,894 toog tegen5921 hem op,5927 8804 en bond631 8799 hem met twee koperen ketenen,5178 om hem te voeren3212 8687 naar Babel.894”
2 Chronicles 36:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 23 in 2 Chronicles chapter 36 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Chronicles 36 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen nam3947 8799 het volk5971 des lands776 ,3059 den zoon1121 van ,2977 en zij maakten hem koning,4427 8686 in zijns vaders1 plaats,8478 te .3389 Drie7969 en twintig6242 jaren8141 was Joahaz3099 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en hij regeerde4427 8804 drie7969 maanden2320 te .3389 Want de koning4428 van Egypte4714 zette hem af5493 8686 te ;3389 en hij leide6064 het land776 een boete op6064 8799 van honderd3967 talenten3603 zilvers3701 en een 3603 gouds.2091 En de koning4428 van Egypte4714 maakte4427 zijn broeder251 Eljakim471 koning4427 8686 over5921 Juda3063 en ,3389 en veranderde5437 8686 zijn naam8034 in ;3079 maar zijn broeder251 Joahaz3099 nam3947 8804 ,5224 en bracht935 8686 hem in .4714 Vijf2568 en twintig6242 jaren8141 was Jojakim3079 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 elf259 6240 jaren8141 te ;3389 en hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 zijns .430 Nebukadnezar,5019 de koning4428 van ,894 toog tegen5921 hem op,5927 8804 en bond631 8799 hem met twee koperen ketenen,5178 om hem te voeren3212 8687 naar .894 Nebukadnezar5019 bracht935 8689 ook van4480 de vaten3627 van het huis1004 des HEEREN3068 naar ,894 en stelde5414 8799 ze in zijn tempel1964 te .894 Het overige3499 nu van de geschiedenissen1697 van ,3079 en zijn gruwelen,8441 die834 hij deed,6213 8804 en wat aan5921 hem gevonden werd,4672 8737 ziet,2009 dat is geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 der koningen4428 van 3478 en ;3063 en ,3078 zijn zoon,1121 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478 Acht8083 jaren8141 was Jojachin3078 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 drie7969 maanden2320 en tien6235 dagen3117 te ,3389 en deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN.3068 En met de wederkomst8666 des jaars8141 zond7971 8804 de koning4428 Nebukadnezar5019 henen, en liet935 hem naar 894 halen,935 8686 met5973 de kostelijke2532 vaten3627 van het huis1004 des HEEREN;3068 en hij maakte4427 zijn broeder251 Zedekia6667 koning4427 8686 over Juda3063 en .3389 Een259 en twintig6242 jaren8141 was Zedekia6667 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 elf259 6240 jaren8141 te .3389 En hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 zijns ;430 hij verootmoedigde zich3665 8738 niet3808 voor4480 het aangezicht6440 van den profeet5030 ,3414 [sprekende] uit4480 den mond6310 des HEEREN.3068 Daartoe werd hij ook1571 afvallig4775 8804 tegen den koning4428 ,5019 die834 hem beedigd had7650 8689 bij God;430 en verhardde7185 8686 zijn nek,6203 en verstokte553 8762 zijn hart,3824 dat hij zich niet4480 bekeerde7725 8800 tot413 den HEERE,3068 den God430 .3478 Ook1571 maakten7235 alle3605 oversten8269 der priesteren,3548 en het volk,5971 der overtredingen4603 8800 zeer4604 veel,7235 8689 naar alle3605 gruwelen8441 der heidenen;1471 en zij verontreinigden2930 8762 het huis1004 des HEEREN,3068 dat834 geheiligd had6942 8689 te .3389 En de HEERE,3068 de God430 hunner vaderen,1 zond7971 8799 tot5921 hen, door de hand3027 boden,4397 vroeg op zijnde,7925 8687 om [die] te zenden;7971 8800 want3588 verschoonde2550 8804 5921 volk5971 en5921 woning.4583 Maar zij spotten1961 8799 3931 8688 met de boden4397 ,430 en verachtten959 8802 woorden;1697 zij verleidden zichzelven8591 8700 tegen profeten;5030 totdat5704 de grimmigheid2534 des HEEREN3068 tegen volk5971 opging,5927 8800 dat5704 er geen369 helen4832 aan was.369 Want deed tegen5921 hen opkomen5927 8686 den koning4428 der ,3778 die hun jongelingen970 met het zwaard2719 in het huis1004 huns heiligdoms4720 doodde,2026 8799 en hij verschoonde2550 8804 5921 de jongelingen970 niet,3808 noch de maagden,1330 de ouden2205 noch de stokouden;3486 gaf5414 8804 hen allen3605 in zijn hand.3027 En alle3605 vaten3627 van het huis1004 ,430 de grote1419 en de kleine,6996 en de schatten214 van het huis1004 des HEEREN,3068 en de schatten214 des konings4428 en zijner vorsten,8269 dit alles3605 voerde hij935 8689 naar .894 En zij verbrandden8313 8799 het huis1004 ,430 en zij braken5422 den muur2346 van Jeruzalem3389 af,5422 8762 en al3605 de paleizen759 daarvan verbrandden zij8313 8804 met vuur,784 verdervende7843 8687 ook alle3605 kostelijke4261 vaten3627 derzelve. En wie overgebleven was7611 van4480 het zwaard,2719 voerde hij weg1540 8686 naar413 ,894 en zij werden1961 8799 hem en zijn zonen1121 tot knechten,5650 tot5704 het regeren4427 8800 des koninkrijks4438 van ;6539 Opdat het woord1697 des HEEREN3068 vervuld wierd,4390 8763 door den mond6310 van ,3414 totdat5704 het land776 aan zijn sabbatten7676 een welgevallen had;7521 8804 het rustte7673 8804 al3605 de dagen3117 der verwoesting,8074 8715 totdat de zeventig7657 jaren8141 vervuld waren.4390 8763 Maar in het eerste259 jaar8141 van ,3566 koning4428 van ,6539 opdat volbracht wierd3615 8800 het woord1697 des HEEREN,3068 door den mond6310 van ,3414 verwekte5782 8689 de HEERE3068 den geest7307 van ,3566 koning4428 van ,6539 dat hij een stem6963 liet doorgaan5674 8686 door zijn ganse3605 koninkrijk,4438 zelfs ook1571 in geschrift,4385 zeggende:559 8800 Zo3541 zegt559 8804 ,3566 koning4428 van :6539 De HEERE,3068 de God des430 hemels,8064 heeft mij alle3605 koninkrijken4467 der aarde776 gegeven;5414 8804 en Hij1931 heeft mij5921 bevolen6485 8804 een huis1004 te bouwen1129 8800 te ,3389 hetwelk834 in Juda3063 is; wie4310 is onder ulieden van4480 al3605 volk?5971 De HEERE,3068 zijn God,430 zij met5973 hem, en hij trekke op.5927 8799