2 Chronicles 8:11
“Salomo8010 nu deed de dochter1323 van Farao6547 opkomen5927 8689 uit4480 de stad5892 Davids,1732 tot het huis,1004 dat834 hij voor haar gebouwd had;1129 8804 want3588 hij zeide:559 8804 Mijn vrouw802 zal in het huis1004 van David,1732 den koning4428 van Israel,3478 niet3808 wonen,3427 8799 omdat3588 de [plaatsen] heilig6944 zijn,1992 tot dewelke834 de ark727 des HEEREN3068 gekomen is.935 8804”
2 Chronicles 8:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 18 in 2 Chronicles chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Chronicles 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het geschiedde1961 8799 nu ten4480 einde7093 van twintig6242 jaren,8141 in dewelke834 Salomo8010 het huis1004 des HEEREN3068 en zijn huis1004 gebouwd had,1129 8804 Dat Salomo8010 de steden,5892 welke834 Huram2361 hem8010 gegeven had,5414 8804 bouwde,1129 8804 en de kinderen1121 Israels3478 aldaar8033 deed wonen.3427 8686 Daarna toog3212 8799 Salomo8010 naar -zoba,2578 en hij overweldigde2388 8799 5921 het. Hij bouwde1129 8799 ook Thadmor8412 in de woestijn,4057 en al3605 de schatsteden,4543 5892 die834 hij bouwde1129 8804 in .2574 Ook bouwde hij1129 8799 het hoge5945 -horon1032 en het neder8481 -horon,1032 vaste4692 steden5892 met muren,2346 deuren1817 en grendelen;1280 Mitsgaders ,1191 en al3605 de schatsteden,4543 5892 die834 Salomo8010 had,1961 8804 en alle3605 wagensteden,7393 5892 en de steden5892 der ruiteren,6571 en wat3605 834 de begeerte2837 van Salomo8010 begeerd had2836 8804 te bouwen,1129 8800 in ,3389 en in den ,3844 en in het ganse3605 land776 zijner heerschappij.4475 Aangaande al3605 het volk,5971 dat overgebleven was3498 8737 van4480 de ,2850 en de ,567 en de ,6522 en de ,2340 en de ,2983 die834 niet3808 uit 3478 waren;1992 Uit4480 hun kinderen,1121 die834 na310 hen in het land776 overgebleven waren,3498 8738 welke834 de kinderen1121 Israels3478 niet3808 verdaan hadden,3615 8765 die bracht5927 Salomo8010 op5927 8686 uitschot4522 tot op5704 dezen2088 dag.3117 Doch uit8804 de kinderen1121 ,3478 die834 Salomo8010 niet3808 maakte5414 8804 tot slaven5650 in zijn werk;4399 (want3588 zij1992 waren krijgslieden,582 4421 en oversten8269 zijner hoofdlieden,7991 en oversten8269 zijner wagenen7393 en zijner ruiteren;6571) [] dezen428 waren oversten8269 der bestelden,5324 8737 8675 5333 die834 de koning4428 Salomo8010 had, tweehonderd3967 en vijftig,2572 die over het volk5971 heerschappij hadden.7287 8802 Salomo8010 nu deed de dochter1323 van Farao6547 opkomen5927 8689 uit4480 de stad5892 ,1732 tot het huis,1004 dat834 hij voor haar gebouwd had;1129 8804 want3588 hij zeide:559 8804 vrouw802 zal in het huis1004 van ,1732 den koning4428 van ,3478 niet3808 wonen,3427 8799 omdat3588 de [plaatsen] heilig6944 zijn,1992 tot dewelke834 de 727 des HEEREN3068 gekomen is.935 8804 Toen227 offerde5927 8689 Salomo8010 den HEERE3068 brandofferen5930 op5921 het altaar4196 des HEEREN,3068 hetwelk834 hij voor6440 het voorhuis197 gebouwd had;1129 8804 Zelfs naar den eis1697 van elken3117 dag,3117 offerende,5927 8687 naar het gebod4687 van ,4872 op de sabbatten,7676 en op de nieuwe maanden,2320 en op de gezette hoogtijden,4150 drie7969 malen6471 in het jaar;8141 op het feest2282 van de ongezuurde4682 [broden], en op het feest2282 der weken,7620 en op het feest2282 der loofhutten.5521 Hij stelde5975 8686 ook, naar de wijze4941 zijns vaders1 ,1732 de verdelingen4256 der priesteren3548 over5921 hun dienst,5656 en der Levieten3881 over5921 hun wachten,4931 om [God] te prijzen,1984 8763 en voor5048 de priesteren3548 te dienen,8334 8763 naar den eis1697 van elken3117 dag;3117 en de poortiers7778 in hun verdelingen,4256 aan elke poort;8179 want3588 alzo3651 was het gebod4687 van ,1732 den man376 .430 En men week5493 8804 niet3808 van des konings4428 gebod4687 aan5921 de priesteren3548 en de ,3881 aangaande alle3605 zaken,1697 en aangaande de schatten.214 Alzo werd al3605 het werk4399 van Salomo8010 bereid3559 8735 tot5704 den dag3117 der grondlegging4143 van het huis1004 des HEEREN,3068 en tot5704 het volbrengen3615 8800 van hetzelve, [dat] het huis1004 des HEEREN3068 volmaakt werd.8003 Toen227 toog1980 8804 Salomo8010 naar -geber,6100 en naar413 ,359 aan5921 den oever8193 der zee,3220 in het land776 .123 En Huram2361 zond7971 8799 hem, door de hand3027 zijner knechten,5650 schepen,591 8675 591 mitsgaders knechten,5650 kenners3045 8802 van de zee;3220 en zij gingen935 8799 met5973 's8010 knechten5650 naar ,211 en zij haalden3947 8799 van4480 daar8033 vierhonderd702 3967 en vijftig2572 talenten3603 gouds,2091 dewelke zij brachten935 8686 tot413 den koning4428 .8010