2 Corinthians 9:12

“Want3754 de bediening1248 van dezen5026 dienst3009 vervult2076 5748 4322 5723 niet3756 alleen3440 het gebrek5303 der heiligen,40 maar235 is ook2532 overvloedig4052 5723 door1223 vele4183 dankzeggingen2169 tot God;2316”

2 Corinthians 9:12 — Statenvertaling (1637)

Verse 12 of 15 in 2 Corinthians chapter 9 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Corinthians 9 — full chapter (Statenvertaling (1637))

3303 Want1063 van4012 de bediening,1248 die voor1519 de heiligen40 [geschiedt], is2076 5748 mij3427 onnodig4053 aan u5213 te schrijven.1125 5721 Want1063 ik weet1492 5758 de volvaardigheid4288 uws5216 gemoeds,4288 van welke3739 ik roem2744 5736 over5228 u5216 bij de ,3110 dat3754 Achaje882 van575 over een jaar4070 bereid is geweest;3903 5769 en2532 de ijver,2205 van1537 u5216 [begonnen], heeft er velen4119 verwekt.2042 5656 Maar1161 ik heb deze broeders80 gezonden,3992 5656 opdat2443 onze2257 roem,2745 dien [wij] over5228 u5216 [hebben], niet3361 zou ijdel gemaakt worden2758 5686 in1722 dezen5129 dele;3313 opdat2443 (gelijk2531 ik gezegd heb3004 5707) gij bereid3903 5772 moogt zijn;5600 5753 [En] dat niet3361 mogelijk,4458 zo1437 de Macedoniers3110 met4862 mij1698 kwamen,2064 5632 en2532 u5209 onbereid532 vonden,2147 5627 wij2249 (opdat2443 wij niet3361 zeggen,3004 5725 gij5210) beschaamd worden2617 5686 in1722 dezen5026 vasten grond5287 der roeming.2746 Ik heb 3767 nodig316 geacht2233 5662 deze broeders80 te vermanen,3870 5658 dat2443 zij eerst4281 tot1519 u5209 zouden komen,4281 5632 en2532 voorbereiden4294 5661 uw5216 te voren aangedienden4293 5772 zegen;2129 opdat5026 die gereed2092 zij,1511 5750 alzo3779 als5613 een zegen,2129 en2532 niet3361 als5618 een vrekheid.4124 En1161 dit5124 [zeg] [ik]: Die spaarzamelijk5340 zaait,4687 5723 zal ook2532 spaarzamelijk5340 maaien;2325 5692 en2532 die in1909 zegeningen2129 zaait,4687 5723 zal ook2532 in1909 zegeningen2129 maaien.2325 5692 Een iegelijk1538 [doe], gelijk2531 hij in [zijn] hart,2588 voorneemt;4255 5736 niet3361 uit1537 droefheid,3077 of2228 uit1537 nooddwang;318 want1063 God2316 heeft een blijmoedigen2431 gever1395 lief.25 5719 En1161 God2316 is machtig1415 alle3956 genade5485 te doen overvloedig zijn4052 5658 in1519 u;5209 opdat2443 gij in1722 alles3956 te allen tijd,3842 alle3956 genoegzaamheid841 hebbende,2192 5723 tot1519 alle3956 goed18 werk2041 overvloedig moogt zijn.4052 5725 Gelijk2531 er geschreven is:1125 5769 heeft gestrooid,4650 5656 hij heeft den armen3993 gegeven;1325 5656 Zijn846 gerechtigheid1343 blijft3306 5719 in1519 der eeuwigheid.165 Doch1161 het zaad4690 den zaaier4687 5723 verleent,2023 5723 verlene5524 5659 ook2532 brood740 tot1519 spijze,1035 en2532 vermenigvuldige4129 5659 uw5216 gezaaisel,4703 en2532 vermeerdere837 5659 de vruchten1081 uwer5216 gerechtigheid;1343 Dat gij in1722 alles3956 rijk wordt4148 5746 tot1519 alle3956 goeddadigheid,572 welke3748 door1223 ons2257 werkt2716 5736 dankzegging2169 tot God.2316 Want3754 de bediening1248 van dezen5026 dienst3009 vervult2076 5748 4322 5723 niet3756 alleen3440 het gebrek5303 der heiligen,40 maar235 is ook2532 overvloedig4052 5723 door1223 vele4183 dankzeggingen2169 tot God;2316 Dewijl zij door1223 de beproeving1382 dezer5026 bediening1248 God2316 verheerlijken1392 5723 over1909 de onderwerping5292 uwer5216 belijdenis3671 onder1519 het Evangelie2098 van ,5547 en2532 [over] de goeddadigheid572 der mededeling2842 aan1519 hen846 en2532 aan1519 allen;3956 En2532 door hun846 gebed1162 voor5228 u,5216 welke naar u5209 verlangen,1971 5723 om1223 de uitnemende5235 5723 genade5485 Gods2316 over1909 u.5213 Doch1161 Gode2316 zij dank5485 voor1909 Zijn846 onuitsprekelijke411 gave.1431

Every verse in 2 Corinthians 9

Chapter navigation

0:000:00