2 Kings 1:5

“Zo kwamen7725 de boden4397 weder7725 8799 tot413 hem; en hij zeide559 8799 tot413 hen: Wat4100 is dit,2088 [dat] gij wederkomt?7725 8804”

2 Kings 1:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 18 in 2 Kings chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En 4124 viel6586 van 3478 af,6586 8799 na310 Achabs256 dood.4194 En Ahazia274 viel5307 8799 door1157 een tralie7639 in zijn opperzaal,5944 die834 te 8111 was, en werd krank.2470 8799 En hij zond7971 8799 boden,4397 en zeide559 8799 tot413 hen: Gaat heen,3212 8798 vraagt1875 8798 -zebub,1176 den god430 van ,6138 of ik518 van4480 deze2088 krankheid2483 genezen zal.2421 8799 Maar de Engel4397 des HEEREN3068 sprak1696 8765 tot413 ,452 den :8664 u op,6965 8798 ga op,5927 8798 den boden4397 des konings4428 van 8111 tegemoet,7125 8800 en spreek1696 8761 tot413 hen: Is het, omdat4480 1097 er geen369 God430 in 3478 is,369 dat gijlieden859 heengaat,1980 8802 om -zebub,1176 den god430 van ,6138 te vragen?1875 8800 Daarom3651 nu zegt559 8804 de HEERE3068 alzo:3541 zult niet3088 afkomen3381 8799 van4480 dat bed,4296 waarop834 8033 gij geklommen zijt,5927 8804 maar3588 gij zult den dood4191 8800 sterven.4191 8799 En Elia452 ging weg.3212 8799 Zo kwamen7725 de boden4397 weder7725 8799 tot413 hem; en hij zeide559 8799 tot413 hen: Wat4100 is dit,2088 [dat] gij wederkomt?7725 8804 En zij zeiden559 8799 tot413 hem: Een man376 kwam op,5927 8804 ons tegemoet,7125 8800 en zeide559 8799 tot413 ons: Gaat heen,3212 8798 keert weder7725 8798 tot413 den koning4428 die834 u853 gezonden heeft,7971 8804 en spreekt1696 8765 tot413 hem: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Is het, omdat4480 1097 er geen369 God430 in 3478 is,369 dat gij859 zendt,7971 8802 om -zebub,1176 den god430 van ,6138 te vragen?1875 8800 Daarom3651 zult gij van4480 dat bed,4296 waarop834 8033 gij geklommen zijt,5927 8804 niet3808 afkomen,3381 8799 maar3588 gij zult den dood4191 8800 sterven.4191 8799 En hij sprak1696 8762 tot hen: Hoedanig4100 was de gestalte4941 des mans,376 die834 u tegemoet7125 8800 opgekomen is,5927 8804 en deze428 woorden1697 tot413 u gesproken heeft?1696 8762 En zij zeiden559 8799 tot413 hem: Hij was een man376 met1167 een harig8181 [kleed], en met een lederen5785 gordel232 gegord247 8803 om zijn lenden.4975 zeide hij:559 8799 Het1931 is ,452 de .8664 En hij zond7971 8799 tot413 hem een hoofdman8269 van vijftig2572 met zijn vijftigen.2572 En als hij tot413 hem opkwam5927 8799 (want ziet,2009 hij zat3427 8802 op5921 de hoogte7218 eens bergs2022), zo sprak hij1696 8762 tot413 hem: Gij, man376 !430 de koning4428 zegt:1696 8765 af.3381 8798 Maar Elia452 antwoordde6030 8799 en sprak1696 8762 tot413 den hoofdman8269 van vijftigen:2572 Indien518 ik589 een man376 Gods430 ben, zo dale3381 8799 vuur784 van4480 den hemel,8064 en vertere398 8799 u853 en uw vijftigen.2572 daalde3381 8799 vuur784 van4480 den hemel,8064 en verteerde398 8799 hem853 en zijn vijftigen.2572 En hij zond7971 8799 wederom7725 8799 tot413 hem een anderen312 hoofdman8269 van vijftig2572 met zijn vijftigen.2572 antwoordde6030 8799 en sprak1696 8762 tot413 hem: Gij, man376 !430 zo3541 zegt559 8804 de koning:4428 Kom3381 haastelijk4120 af.3381 8798 En Elia452 antwoordde6030 8799 en sprak1696 8762 tot hem:518 ik859 een man376 ,430 zo dale3381 8799 vuur784 van4480 den hemel,8064 en vertere398 8799 u853 en uw vijftigen.2572 daalde3381 8799 vuur784 Gods430 van4480 den hemel8064 en verteerde398 8799 hem853 en zijn vijftigen.2572 En wederom7725 8799 zond hij7971 8799 een hoofdman8269 van de derde7992 vijftigen2572 met zijn vijftigen.2572 Zo ging5927 de derde7992 hoofdman8269 van vijftigen2572 op,5927 8799 en kwam935 8799 en boog zich3766 8799 op5921 zijn knieen,1290 voor5048 ,452 en smeekte2603 8691 hem,413 en sprak1696 8762 tot413 hem: Gij, man376 ,430 laat toch4994 mijn ziel5315 en de ziel5315 van uw knechten,5650 van deze428 vijftigen,2572 dierbaar zijn3365 8799 in uw ogen!5869 Zie,2009 het vuur784 is van4480 den hemel8064 gedaald,3381 8804 en heeft die twee8147 eerste7223 hoofdmannen8269 van vijftigen2572 met hun vijftigen2572 verteerd;398 8799 maar nu,6258 laat mijn ziel5315 dierbaar zijn3365 8799 in uw ogen!5869 Toen sprak1696 8762 de Engel4397 des HEEREN3068 tot :452 Ga af3381 8798 met854 hem; vrees3372 8799 niet408 voor4480 zijn aangezicht.6440 En hij stond op,6965 8799 en ging3381 met854 hem af3381 8799 tot413 den koning.4428 En hij sprak1696 8762 tot413 hem: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 ,3282 dat834 gij boden4397 gezonden hebt,7971 8804 om -zebub,1176 den god430 van ,6138 te vragen1875 8800 (is het, omdat4480 1097 er geen369 God430 in 3478 is,369 om woord1697 te vragen?1875 8800); daarom,3651 van4480 dat bed,4296 waarop834 8033 gij geklommen zijt,5927 8804 zult gij niet3808 afkomen,3381 8799 maar3588 gij zult den dood4191 8800 sterven.4191 8799 Alzo stierf hij,4191 8799 naar het woord1697 des HEEREN,3068 dat834 Elia452 gesproken had;1696 8765 en Joram3088 werd koning4427 8799 in zijn plaats,8478 in het tweede8147 jaar8141 van ,3088 den zoon1121 van ,3092 den koning4428 van ;3063 want3588 hij had1961 8804 geen3808 zoon.1121 Het overige3499 nu der zaken1697 van ,274 die834 hij gedaan heeft,6213 8804 is dat1992 niet3808 geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 der kronieken1697 3117 der koningen4428 van ?3478

Every verse in 2 Kings 1

Chapter navigation

0:000:00