2 Kings 11:20

“En al3605 het volk5971 des lands776 was blijde,8055 8799 en de stad5892 werd stil,8252 8804 nadat zij Athalia6271 met het zwaard2719 gedood hadden4191 8689 [bij] des konings4428 huis.1004”

2 Kings 11:20 — Statenvertaling (1637)

Verse 20 of 21 in 2 Kings chapter 11 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 11 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen nu ,6271 de moeder517 van ,274 zag,7200 8804 dat3588 haar zoon1121 dood was,4191 8804 zo maakte zij zich op,6965 8799 en bracht6 al3605 het koninklijke4467 zaad2233 om.6 8762 Maar ,3089 de dochter1323 van den koning4428 ,3141 de zuster269 van ,274 nam3947 8799 ,3101 den zoon1121 van ,274 en stal1589 8799 hem853 uit4480 het midden8432 van des konings4428 zonen,1121 die gedood werden,4191 8716 [zettende] hem853 en zijn voedster3243 8688 in een slaapkamer;2315 4296 en zij verborgen5641 8686 hem853 voor4480 6440 ,6271 dat hij niet3808 gedood werd.4191 8717 En hij was1961 8799 met854 haar verstoken2244 8693 in het huis1004 des HEEREN3068 zes8337 jaren;8141 en Athalia6271 regeerde4427 8802 over5921 het land.776 In het zevende7637 jaar8141 nu zond7971 8804 ,3077 en nam3947 8799 de oversten8269 van honderd3967 met de hoofdmannen,3746 en met de trawanten,7323 8801 en hij bracht935 8686 hen853 tot413 zich, in het huis1004 des HEEREN;3068 en hij maakte3772 8799 een verbond1285 met hen, en hij beedigde7650 8686 hen853 in het huis1004 des HEEREN,3068 en hij toonde7200 8686 hun853 den zoon1121 des konings.4428 En hij gebood6680 8762 hun, zeggende:559 8800 Dit2088 is de zaak,1697 die834 gij doen zult:6213 8799 een derde deel7992 van4480 u, die op den sabbat7676 ingaan,935 8802 zullen de wacht4931 waarnemen8104 8802 van het huis1004 des konings;4428 En een derde deel7992 zal zijn aan de poort8179 ;5495 en een derde deel7992 aan de poort8179 achter310 de trawanten;7323 8801 zo zult gij waarnemen8104 8804 de wacht4931 van dit huis,1004 tegen inbreking.4535 En de twee8147 delen3027 van ulieden, allen,3605 die op den sabbat7676 uitgaan,3318 8802 zullen de wacht4931 van het huis1004 des HEEREN3068 waarnemen8104 8804 bij413 den koning.4428 En gij zult den5921 koning4428 rondom5439 omsingelen,5362 8689 een ieder376 met zijn wapenen3627 in zijn hand,3027 en hij, die tussen413 de ordeningen7713 intreedt,935 8802 zal gedood worden;4191 8714 en zijt gij1961 8798 bij den koning,4428 als hij uitgaat,3318 8800 en als hij inkomt.935 8800 De oversten8269 van honderd3967 deden6213 8799 naar al3605 wat834 de priester3548 Jojada3077 geboden had,6680 8765 en namen3947 8799 ieder376 zijn mannen,582 die op den sabbat7676 ingingen,935 8802 met5973 degenen, die op den sabbat7676 uitgingen;3318 8802 en zij kwamen935 8799 tot413 den priester3548 .3077 En de priester3548 gaf5414 8799 aan de oversten8269 van honderd3967 de spiesen2595 en de schilden,7982 die834 van den koning4428 1732 geweest waren, die834 in het huis1004 des HEEREN3068 geweest waren. En de trawanten7323 8801 stonden,5975 8799 ieder376 met zijn wapenen3627 in zijn hand,3027 van4480 de rechterzijde3233 3802 van het huis,1004 tot5704 de linkerzijde8042 3802 van het huis,1004 naar het altaar4196 en naar het huis1004 toe, bij5921 den koning4428 rondom.5439 Daarna bracht hij3318 des konings4428 zoon1121 voor,3318 8686 en zette5414 8799 hem de kroon5145 op,5921 en [gaf] [hem] de getuigenis;5715 en zij maakten4427 hem853 koning,4427 8686 en zalfden4886 8799 hem; daartoe klapten zij5221 8686 met de handen,3709 en zeiden:559 8799 De koning4428 leve!2421 8799 Toen Athalia6271 hoorde8085 8799 de stem6963 der trawanten7323 8801 [en] des volks,5971 zo kwam zij935 8799 tot413 het volk5971 in het huis1004 des HEEREN.3068 En zij zag toe,7200 8799 en ziet,2009 de koning4428 stond5975 8802 bij5921 den pilaar,5982 naar de wijze,4941 en de oversten8269 en de trompetten2689 bij413 den koning;4428 en al3605 het volk5971 des lands776 was blijde,8056 en blies8628 8802 met trompetten.2689 verscheurde7167 8799 Athalia6271 haar klederen,899 en zij riep:7121 8799 ,7195 verraad!7195 Maar de priester3548 Jojada3077 gebood6680 8762 aan de oversten8269 van honderd,3967 die over het heir2428 gesteld waren,6485 8803 en zeide559 8799 tot413 hen: Brengt3318 haar853 uit3318 8685 tot413 buiten4480 1004 de ordeningen,7713 en doodt,4191 8687 wie haar volgt,935 8802 310 met het zwaard;2719 want3588 de priester3548 had gezegd:559 8804 ze in het huis1004 des HEEREN3068 niet408 gedood worden.4191 8714 En zij leiden7760 8799 de handen3027 aan haar; en zij ging935 8799 den weg1870 van den ingang3996 der paarden5483 naar het huis1004 des konings,4428 en zij werd daar8033 gedood.4191 8714 En Jojada3077 maakte3772 8799 een verbond1285 tussen996 den HEERE3068 en tussen996 den koning,4428 en tussen996 het volk,5971 dat het den HEERE3068 tot een volk5971 zou zijn;1961 8800 mitsgaders tussen996 den koning4428 en tussen996 het volk.5971 Daarna ging935 8799 al3605 het volk5971 des lands776 in het huis1004 van ,1168 en braken dat af;5422 8799 zijn altaren4196 en zijn beelden6754 verbraken zij7665 8765 recht wel;3190 8687 en ,4977 den priester3548 van ,1168 sloegen zij dood2026 8804 voor6440 de altaren.4196 De priester3548 nu bestelde7760 8799 de ambten6485 8803 8676 6486 in5921 het huis1004 des HEEREN.3068 En hij nam3947 8799 de oversten8269 van honderd,3967 en de hoofdmannen,3746 en de trawanten,7323 8801 en al3605 het volk5971 des lands;776 en zij brachten3381 den koning4428 af3381 8686 uit4480 het huis1004 des HEEREN,3068 en kwamen935 8799 door den weg1870 van de poort8179 der trawanten7323 8801 tot het huis1004 des konings,4428 en hij zat3427 8799 op5921 den troon3678 der koningen.4428 En al3605 het volk5971 des lands776 was blijde,8055 8799 en de stad5892 werd stil,8252 8804 nadat zij Athalia6271 met het zwaard2719 gedood hadden4191 8689 [bij] des konings4428 huis.1004 Joas3060 was zeven7651 jaren8141 oud,1121 toen hij koning werd.4427 8800

Every verse in 2 Kings 11

Chapter navigation

0:000:00