2 Kings 12:21

“Want Jozacar,3108 de zoon1121 van Simeath,8100 en Jozabad,3075 de zoon1121 van Somer,7763 zijn knechten,5650 sloegen5221 8689 hem, dat hij stierf;4191 8799 en zij begroeven6912 8799 hem853 met5973 zijn vaderen1 in de stad5892 Davids;1732 en Amazia,558 zijn zoon,1121 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478”

2 Kings 12:21 — Statenvertaling (1637)

Verse 21 of 21 in 2 Kings chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))

In het zevende7651 jaar8141 van 3058 werd4427 Joas3060 koning,4427 8804 en regeerde4427 8804 veertig705 jaren8141 te ;3389 en de naam8034 zijner moeder517 was Zibja6645 van4480 -seba.884 En Joas3060 deed6213 8799 dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 al3605 zijn dagen,3117 in dewelke834 de priester3548 Jojada3077 hem onderwees.3384 8689 Alleenlijk7535 werden de hoogten1116 niet3808 weggenomen;5493 8804 het volk5971 offerde2076 8764 en rookte6999 8764 nog5750 op de hoogten.1116 En Joas3060 zeide559 8799 tot413 de priesteren:3548 Al3605 het geld3701 der geheiligde dingen,6944 dat834 gebracht zal worden935 8714 in het huis1004 des HEEREN,3068 [te] [weten] het geld3701 desgenen, die overgaat5674 8802 [tot] [de] [getelden], het geld3701 van een ieder376 der personen5315 [naar] zijn schatting,6187 [en] al3605 het geld,3701 dat834 in5921 ieders376 hart3820 komt,5927 8799 om [dat] te brengen935 8687 in het huis1004 des HEEREN,3068 Zullen de priesters3548 tot zich nemen,3947 8799 een ieder376 van4480 zijn bekende;4378 en zij1992 zullen de breuken919 van het huis1004 verbeteren,2388 8762 naar alles3605 wat834 er8033 voor breuk919 bevonden zal worden.4672 8735 Maar het geschiedde1961 8799 in het drie7969 8141 en twintigste6242 jaar8141 van den koning4428 ,3060 dat de priesters3548 de breuken919 van het huis1004 niet3808 gebeterd hadden.2388 8765 Toen riep7121 8799 de koning4428 Joas3060 den priester3548 Jojada3077 en de [andere] priesteren,3548 en zeide559 8799 tot413 hen: Waarom4069 betert gijlieden2388 8764 niet369 de breuken919 van het huis?1004 Nu ,6258 neemt3947 8799 geen408 geld3701 van4480 uw bekenden,4378 dat3588 gij het zoudt geven5414 8799 voor de breuken919 van het huis.1004 En de priesters3548 bewilligden225 8735 van4480 het volk5971 geen1115 geld3701 te nemen,3947 8800 noch1115 de breuken919 van het huis1004 te verbeteren.2388 8763 Maar de priester3548 Jojada3077 nam3947 8799 een259 kist,727 en boorde5344 8799 een gat2356 in haar deksel,1817 en zette5414 8799 die853 bij681 het altaar4196 ter rechterhand,3225 als iemand376 inkwam935 8800 in het huis1004 des HEEREN;3068 en de priesters,3548 die den dorpel5592 bewaarden,8104 8802 staken5414 8804 daarin8033 al3605 het geld,3701 dat ten huize1004 des HEEREN3068 gebracht werd.935 8716 Het geschiedde1961 8799 nu, als zij zagen,7200 8800 dat3588 veel7227 gelds3701 in de kist727 was, dat des konings4428 schrijver5608 8802 met den hogepriester1419 3548 opkwam,5927 8799 en zij bonden het samen,6696 8799 en telden4487 8799 het geld,3701 dat in het huis1004 des HEEREN3068 gevonden werd.4672 8737 En zij gaven5414 8804 het geld3701 wel gewogen8505 8794 in5921 handen3027 der verzorgers6213 8802 van dat werk,4399 die gesteld waren6485 8716 8675 6485 8803 over het huis1004 des HEEREN;3068 en zij besteedden het uit3318 8686 aan de timmerlieden2796 6086 en aan de bouwlieden,1129 8802 die het huis1004 des HEEREN3068 vermaakten;6213 8802 En aan de metselaren,1443 8802 en aan de steenhouwers,2672 8802 68 en om hout6086 en gehouwen4274 stenen68 te kopen,7069 8800 om de breuken919 van het huis1004 des HEEREN3068 te verbeteren,2388 8763 en voor al3605 wat834 uitgegeven werd3318 8799 voor5921 het huis,1004 om [dat] te beteren.2394 Evenwel389 werden niet3808 gemaakt6213 8735 voor het huis1004 des HEEREN3068 zilveren3701 schalen,5592 gaffelen,4212 sprengbekkens,4219 trompetten,2689 [noch] enig3605 gouden2091 vat,3627 of zilveren3701 vat,3627 van4480 het geld,3701 dat ten huize1004 des HEEREN3068 gebracht werd.935 8716 Maar3588 zij gaven5414 8799 dat aan degenen, die het werk4399 deden;6213 8802 en zij verbeterden2388 8765 daarmede het huis1004 des HEEREN.3068 Daartoe eisten zij geen3808 rekening2803 8762 van de mannen,582 wien834 zij dat geld3701 in5921 hun handen3027 gaven,5414 8799 om aan degenen, die het werk4399 deden, te geven;5414 8800 want3588 zij1992 handelden6213 8802 trouwelijk.530 Het geld3701 van schuldoffer,817 en het geld3701 van zondofferen2403 werd ten huize1004 des HEEREN3068 niet3808 gebracht;935 8714 het was1961 8799 voor de priesteren.3548 Toen227 trok5927 ,2371 de koning4428 van Syrie758 op,5927 8799 en krijgde3898 8735 tegen5921 ,1661 en nam haar in;3920 8799 daarna stelde7760 8799 Hazael2371 zijn aangezicht,6440 om tegen5921 Jeruzalem3389 op te trekken.5927 8800 Maar ,3060 de koning4428 van ,3063 nam3947 8799 al3605 de geheiligde dingen,6944 die834 ,3092 en ,3088 en ,274 zijn vaderen,1 de koningen4428 van ,3063 geheiligd hadden,6942 8689 en zijn geheiligde dingen,6944 en al3605 het goud,2091 dat gevonden werd4672 8737 in de schatten214 van het huis1004 des HEEREN,3068 en van het huis1004 des konings,4428 en zond7971 8799 het tot ,2371 den koning4428 van ;758 toen trok hij op5927 8799 van4480 5921 .3389 Het overige3499 nu der geschiedenissen1697 van ,3101 en al3605 wat hij gedaan heeft,6213 8804 is dat1992 niet3808 geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 der kronieken1697 3117 der koningen4428 van ?3063 En zijn knechten5650 stonden op,6965 8799 en maakten7194 8799 een verbintenis,7195 en sloegen5221 8686 ,3101 in het huis1004 van ,4407 8677 1037 dat afgaat3381 8802 naar ;5538 Want ,3108 de zoon1121 van ,8100 en ,3075 de zoon1121 van ,7763 zijn knechten,5650 sloegen5221 8689 hem, dat hij stierf;4191 8799 en zij begroeven6912 8799 hem853 met5973 zijn vaderen1 in de stad5892 ;1732 en ,558 zijn zoon,1121 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478

Every verse in 2 Kings 12

Chapter navigation

0:000:00