2 Kings 18:21

“Zie2009 nu,6258 vertrouwt gij982 8804 u op5921 dien2088 gebroken7533 8803 rietstaf,4938 7070 op5921 Egypte,4714 op5921 denwelken834 zo iemand376 leunt,5564 8735 zo zal hij in zijn hand3709 gaan,935 8804 en die doorboren;5344 8804 alzo3651 is Farao,6547 de koning4428 van Egypte,4714 al3605 dengenen, die op5921 hem vertrouwen.982 8802”

2 Kings 18:21 — Statenvertaling (1637)

Verse 21 of 37 in 2 Kings chapter 18 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 18 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het geschiedde1961 8799 nu in het derde7969 jaar8141 van ,1954 den zoon1121 van ,425 den koning4428 van ,3478 [dat] Hizkia2396 koning werd,4427 8804 de zoon1121 van ,271 koning4428 van .3063 Vijf2568 en twintig6242 jaren8141 was1961 8804 hij oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en hij regeerde4427 8804 negen8672 en twintig6242 jaren8141 te ,3389 en de naam8034 zijner moeder517 was ,21 een dochter1323 van .2148 En hij deed6213 8799 dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 naar alles,3605 wat834 zijn vader1 1732 gedaan had.6213 8804 Hij1931 nam5493 de hoogten1116 weg,5493 8689 en brak7665 8765 de opgerichte beelden,4676 en roeide3772 de bossen842 uit;3772 8804 en hij verbrijzelde3807 8765 de koperen5178 slang,5175 die834 Mozes4872 gemaakt had,6213 8804 omdat3588 de kinderen1121 Israels3478 tot5704 die1992 dagen3117 toe haar gerookt hadden;1961 8804 6999 8764 en hij noemde7121 8799 haar .5180 Hij betrouwde982 8804 op den HEERE,3068 den God430 ,3478 zodat na310 hem zijns gelijke3644 niet3808 was1961 8804 onder alle3605 koningen4428 van ,3063 noch die834 voor6440 hem geweest waren.1961 8804 Want hij kleefde1692 den HEERE3068 aan;1692 8799 hij week5493 8804 niet3808 van4480 na te volgen,310 en hij hield8104 8799 geboden,4687 die834 de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 Zo was1961 8804 de HEERE3068 met5973 hem; overal,3605 waar834 hij henen uittrok,3318 8799 handelde hij kloekelijk;7919 8686 daartoe viel hij af4775 8799 van den koning4428 van ,804 dat hij hem niet3808 diende.5647 8804 Hij1931 sloeg5221 8689 de Filistijnen6430 tot5704 5804 toe, en haar landpalen,1366 van4480 den wachttoren4026 5341 8802 af tot5704 de vaste4013 steden5892 toe. Het geschiedde1961 8799 nu in het vierde7243 jaar8141 van den koning4428 Hizkia2396 (hetwelk1931 was het zevende7637 jaar8141 van ,1954 den zoon1121 van ,425 den koning4428 van 3478) dat ,8022 de koning4428 van ,804 opkwam5927 8804 tegen5921 ,8111 en haar belegerde.6696 8799 5921 En zij namen haar in3920 8799 ten4480 einde7097 van drie7969 jaren,8141 in het zesde8337 jaar8141 van ;2396 het1931 was het negende8672 jaar8141 van ,1954 den koning4428 van ,3478 als 8111 ingenomen werd.3920 8738 En de koning4428 van Assyrie804 voerde1540 3478 weg1540 8686 naar ,804 en deed hen leiden5148 8686 in ,2477 en in ,2249 bij de rivier5104 ,1470 en in de steden5892 der .4074 Daarom5921 834 dat zij de stem6963 des HEEREN,3068 huns ,430 niet3808 waren gehoorzaam geweest,8085 8804 maar verbond1285 overtreden hadden;5674 8799 [en] al3605 wat834 ,4872 de knecht5650 des HEEREN,3068 geboden had,6680 8765 dat hadden zij niet3808 gehoord,8085 8804 noch3808 gedaan.6213 8804 Maar in het veertiende702 6240 jaar8141 van den koning4428 Hizkia2396 kwam5927 8804 ,5576 de koning4428 van ,804 op tegen5921 alle3605 vaste1219 8803 steden5892 van ,3063 en nam ze in.8610 8799 Toen zond7971 8799 ,2396 de koning4428 van ,3063 tot413 den koning4428 van ,804 naar ,3923 zeggende:559 8800 Ik heb gezondigd,2398 8804 keer af7725 8798 van4480 5921 mij, wat834 gij mij opleggen zult,5414 8799 5921 zal ik dragen.5375 8799 leide7760 8799 5921 de koning4428 van Assyrie804 ,2396 den koning4428 van ,3063 driehonderd7969 3967 talenten3603 zilvers,3701 en dertig7970 talenten3603 gouds2091 op. Alzo gaf5414 8799 Hizkia2396 al3605 het zilver,3701 dat gevonden werd4672 8737 in het huis1004 des HEEREN,3068 en in de schatten214 van het huis1004 des konings.4428 Te dier1931 tijd6256 sneed7112 8765 Hizkia2396 [het] [goud] af van de deuren1817 van den tempel1964 des HEEREN,3068 en van de posten,547 die834 ,2396 de koning4428 van ,3063 had laten overtrekken,6823 8765 en gaf5414 8799 dat aan de koning4428 van .804 Evenwel zond7971 8799 de koning4428 van Assyrie804 ,8661 en ,7249 en ,7262 van4480 Lachis3923 tot413 den koning4428 ,2396 met een zwaar3515 heir2426 naar ;3389 en zij togen op,5927 8799 en kwamen935 8799 naar .3389 En als zij optogen5927 8799 en gekomen waren,935 8799 bleven zij staan5975 8799 bij den watergang8585 des oppersten5945 vijvers,1295 welke834 is bij den hogen weg4546 van het veld7704 des vollers.3526 8801 En zij riepen7121 8799 tot413 den koning;4428 zo ging3318 tot413 hen uit3318 8799 ,471 de zoon1121 van ,2518 de hofmeester,834 5921 1004 en ,7644 de schrijver,5608 8802 en ,3098 de zoon1121 van ,623 de kanselier.2142 8688 En Rabsake7262 zeide559 8799 tot413 hen: Zegt559 8798 nu4994 tot413 :2396 Zo3541 zegt559 8804 de grote1419 koning,4428 de koning4428 van :804 Wat4100 vertrouwen986 is dit,2088 waarmede834 gij vertrouwt?982 8804 Gij zegt559 8804 (doch389 het is een woord1697 der lippen8193): Er is raad6098 en macht1369 tot den oorlog;4421 op5921 wien4310 vertrouwt gij982 8804 nu,6258 dat3588 gij tegen mij rebelleert?4775 8804 Zie2009 nu,6258 vertrouwt gij982 8804 u op5921 dien2088 gebroken7533 8803 rietstaf,4938 7070 op5921 ,4714 op5921 denwelken834 zo iemand376 leunt,5564 8735 zo zal hij in zijn hand3709 gaan,935 8804 en die doorboren;5344 8804 alzo3651 is ,6547 de koning4428 van ,4714 al3605 dengenen, die op5921 hem vertrouwen.982 8802 Maar3588 zo gij tot413 mij zegt:559 8799 vertrouwen982 8804 op413 den HEERE,3068 onzen God;430 is Hij1931 die niet,3808 hoogten1116 en altaren4196 Hizkia2396 weggenomen heeft,5493 8689 en tot Juda3063 en tot Jeruzalem3389 gezegd heeft:559 8799 Voor6440 dit2088 altaar4196 zult gij u buigen7812 8691 te ?3389 Nu ,6258 wed6148 8690 toch4994 met mijn heer,113 den koning4428 van ;804 en ik zal u twee duizend505 paarden5483 geven,5414 8799 zo518 gij voor u de ruiters7392 8802 daarop5921 zult kunnen3201 8799 geven.5414 8800 Hoe349 zoudt gij het aangezicht6440 van een enigen259 vorst6346 van de geringste6996 knechten5650 mijns heren113 afkeren?7725 8686 gij vertrouwt982 8799 op5921 ,4714 om de wagenen7393 en om de ruiteren.6571 Nu,6258 ben ik zonder1107 den HEERE3068 opgetogen5927 8804 tegen5921 deze2088 plaats,4725 om die te verderven?7843 8687 De HEERE3068 heeft tot413 mij gezegd:559 8804 op5927 8798 tegen5921 dat2063 land,776 en verderf7843 8685 het. Toen zeide559 8799 ,471 de zoon1121 van ,2518 en ,7644 en Joah3098 tot413 :7262 Spreek1696 8761 toch4994 tot413 uw knechten5650 in het ,762 want3588 wij587 verstaan8085 8802 het [wel]; en spreek1696 8762 met5973 ons niet408 in het ,3066 voor de oren241 des volks,5971 dat834 op5921 den muur2346 is. Maar Rabsake7262 zeide559 8799 tot413 hen: Heeft mijn heer113 mij tot5921 uw heer113 en tot413 u gezonden,7971 8804 om deze428 woorden1697 te spreken?1696 8763 Is het niet3808 tot5921 de mannen,582 die op5921 den muur2346 zitten,3427 8802 dat zij met5973 ulieden hun drek6675 8675 2755 eten,398 8800 en hun water4325 7272 8675 7890 drinken zullen?8354 8800 Alzo stond5975 8799 ,7262 en riep7121 8799 met luider1419 stem6963 in het ;3066 en hij sprak1696 8762 en zeide:559 8799 Hoort8085 8798 het woord1697 des groten1419 konings,4428 des konings4428 van !804 Zo3541 zegt559 8804 de koning:4428 Hizkia2396 u niet408 bedriege:5377 8686 want3588 hij zal u853 niet3808 kunnen3201 8799 redden5337 8687 uit4480 zijn hand.3027 Daartoe dat Hizkia2396 u853 niet408 doe vertrouwen982 8686 op413 den HEERE,3068 zeggende:559 8800 De HEERE3068 zal ons zekerlijk5337 8687 redden,5337 8686 en deze2063 stad5892 zal niet3808 in de hand3027 van den koning4428 van Assyrie804 gegeven worden.5414 8735 Hoort8085 8799 naar413 Hizkia2396 niet;408 want3588 zo3541 zegt559 8804 de koning4428 van :804 Handelt6213 8798 met854 mij door een geschenk,1293 en komt tot413 mij uit,3318 8798 en eet,398 8798 een ieder376 [van] zijn wijnstok,1612 en een ieder376 [van] zijn vijgeboom;8384 en drinkt8354 8798 een ieder376 het water4325 zijns bornputs;953 Totdat5704 ik kom,935 8800 en u853 haal3947 8804 in413 een land,776 als ulieder land,776 een land776 van koren1715 en van most,8492 een land776 van brood3899 en van wijngaarden,3754 een land776 van olijven,2132 van olie3323 en van honig;1706 zo zult gij leven2421 8798 en niet3808 sterven;4191 8799 en hoort8085 8799 niet408 naar413 ,2396 want3588 hij hitst u853 op,5496 8686 zeggende:559 8800 De HEERE3068 zal ons redden.5337 8686 Hebben de goden430 der volken,1471 ieder376 zijn land,776 enigszins5337 8687 gered5337 8689 uit4480 de hand3027 van den koning4428 van ?804 Waar346 zijn de goden430 van ,2574 en van ?774 Waar346 zijn de goden430 van ,5617 Hena2012 en ?5755 Ja,3588 hebben zij 8111 uit4480 mijn hand3027 gered?5337 8689 Welke4310 zijn ze onder alle3605 goden430 der landen,776 die834 hun land776 uit4480 mijn hand3027 gered hebben,5337 8689 dat3588 de HEERE3068 Jeruzalem3389 uit4480 mijn hand3027 redden zou?5337 8686 Doch het volk5971 zweeg stil2790 8689 en antwoordde6030 8804 hem853 niet3808 een woord;1697 want3588 het gebod4687 des konings4428 was,1931 zeggende:559 8800 zult hem niet3808 antwoorden.6030 8799 Toen kwam935 8799 ,471 de zoon1121 van ,2518 de hofmeester,834 5921 1004 en ,7644 de schrijver,5608 8802 en ,3098 de zoon1121 van ,623 de kanselier,2142 8688 tot413 ,2396 met gescheurde7167 8803 klederen;899 en zij gaven5046 hem de woorden1697 van Rabsake7262 te kennen.5046 8686

Every verse in 2 Kings 18

Chapter navigation

0:000:00