2 Kings 19:34

“Want Ik zal413 deze2063 stad5892 beschermen,1598 8804 om die te verlossen,3467 8687 om4616 Mijnentwil, en om4616 Davids,1732 Mijns knechts5650 wil.”

2 Kings 19:34 — Statenvertaling (1637)

Verse 34 of 37 in 2 Kings chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En het geschiedde,1961 8799 als de koning4428 Hizkia2396 [dat] hoorde,8085 8800 zo scheurde hij7167 8799 zijn klederen,899 en bedekte zich3680 8691 met een zak,8242 en ging935 8799 in het huis1004 des HEEREN.3068 Daarna zond hij7971 8799 ,471 den hofmeester,834 5921 1004 en ,7644 den schrijver,5608 8802 en de oudsten2205 der priesteren,3548 met zakken8242 bedekt,3680 8693 tot413 ,3470 den profeet,5030 den zoon1121 van ;531 En zij zeiden559 8799 tot413 hem: Alzo3541 zegt559 8804 :2396 Deze2088 dag3117 is een dag3117 der benauwdheid,6869 en der schelding,8433 en der lastering;5007 want3588 de kinderen1121 zijn gekomen935 8804 tot aan5704 de geboorte,4866 en er is geen369 kracht3581 om te baren.3205 8800 Misschien194 zal de HEERE,3068 uw God,430 horen8085 8799 al3605 de woorden1697 van ,7262 denwelken834 zijn heer,113 de koning4428 van ,804 gezonden heeft,7971 8804 om den levenden2416 God430 te honen,2778 8763 en te schelden,3198 8689 met woorden,1697 die834 de HEERE,3068 uw God,430 gehoord heeft;8085 8804 hef5375 een gebed8605 op5375 8804 voor1157 het overblijfsel,7611 dat gevonden wordt.4672 8737 En de knechten5650 van den koning4428 Hizkia2396 kwamen935 8799 tot413 .3470 En Jesaja3470 zeide559 8799 tot hen: Zo3541 zult gij tot413 uw heer113 zeggen:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Vrees3372 8799 niet408 voor4480 6440 de woorden,1697 die834 gij gehoord hebt,8085 8804 waarmede834 Mij853 de dienaars5288 van den koning4428 van Assyrie804 gelasterd hebben.1442 8765 Zie,2009 Ik zal een geest7307 in hem geven,5414 8802 dat hij een gerucht8052 horen zal,8085 8804 en weder7725 in zijn land776 keren;7725 8804 en Ik zal hem door het zwaard2719 in zijn land776 vellen.5307 8689 Zo kwam7725 Rabsake7262 weder,7725 8799 en vond4672 8799 den koning4428 van ,804 strijdende3898 8737 tegen5921 ;3841 want3588 hij had gehoord,8085 8804 dat3588 hij van4480 Lachis3923 vertrokken was.5265 8804 Als hij nu hoorde8085 8799 van413 ,8640 den koning4428 van ,3568 zeggen:559 8800 ,2009 hij is uitgetogen3318 8804 om tegen854 u te strijden,3898 8736 zond hij7971 8799 weder7725 8799 boden4397 tot413 ,2396 zeggende:559 8800 Zo3541 zult gij spreken559 8799 tot413 ,2396 den koning4428 van ,3063 zeggende:559 8800 u uw God430 niet408 bedriegen,5377 8686 op welken834 gij859 vertrouwt,982 8802 zeggende:559 8800 Jeruzalem3389 zal in de hand3027 des konings4428 van Assyrie804 niet3808 gegeven worden.5414 8735 Zie,2009 gij859 hebt gehoord,8085 8804 wat834 de koningen4428 van Assyrie804 aan alle3605 landen776 gedaan hebben,6213 8804 die verbannende;2763 8687 en zoudt gij859 gered worden?5337 8735 Hebben de goden430 der volken,1471 die834 mijn vaders1 verdorven hebben,7843 8765 dezelve853 gered,5337 8689 [als] ,1470 en ,2771 en ,7530 en de kinderen1121 van ,5729 die834 in Telasser8515 waren? Waar335 is de koning4428 van ,2574 en de koning4428 van ,774 en de koning4428 der stad5892 ,5617 Hena2012 en ?5755 Als nu Hizkia2396 de brieven5612 uit4480 der boden4397 hand3027 ontvangen,3947 8799 en die gelezen had,7121 8799 ging hij op5927 8799 in het huis1004 des HEEREN,3068 en Hizkia2396 breidde die uit6566 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En Hizkia2396 bad6419 8691 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 en zeide:559 8799 O HEERE,3068 God430 ,3478 tussen de 3742 woont!3427 8802 Gij859 zelf,1931 alleen909 zijt de God430 van alle koninkrijken4467 der aarde,776 Gij859 hebt den hemel8064 en de aarde776 gemaakt.6213 8804 O, HEERE!3068 neig5186 8685 Uw oor241 en hoor,8085 8798 doe6491 , HEERE!3068 Uw ogen5869 open6491 8798 en zie,7200 8798 en hoor8085 8798 de woorden1697 van ,5576 die834 dezen gezonden heeft,7971 8804 om den levenden2416 God430 te honen.2778 8763 Waarlijk,551 HEERE,3068 hebben de koningen4428 van Assyrie804 die heidenen1471 en hun land776 verwoest;2717 8689 En hebben hun goden430 in het vuur784 geworpen;5414 8804 want3588 zij1992 waren geen3808 goden,430 maar3588 518 het werk4639 van mensenhanden,120 3027 hout6086 en steen;68 daarom hebben zij die verdorven.6 8762 Nu ,6258 HEERE,3068 onze God,430 verlos3467 8685 ons toch4994 uit4480 zijn hand;3027 zo zullen alle3605 koninkrijken4467 der aarde776 weten,3045 8799 dat3588 ,859 HEERE,3068 alleen909 God430 zijt. Toen zond7971 8799 ,3470 de zoon1121 van ,531 tot413 ,2396 zeggende:559 8800 Zo3541 spreekt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 Dat834 gij tot413 gebeden hebt6419 8694 tegen413 ,5576 den koning4428 van ,804 heb Ik gehoord.8085 8804 Dit2088 is het woord,1697 dat834 de HEERE3068 over5921 hem gesproken heeft:1696 8765 De jonkvrouw,1330 de dochter1323 van ,6726 veracht959 8804 u, zij bespot3932 8804 u, de dochter1323 van Jeruzalem3389 schudt5128 8689 het hoofd7218 achter310 u. Wien4310 hebt gij gehoond2778 8765 en gelasterd?1442 8765 en tegen5921 Wien4310 hebt gij de stem6963 verheven,7311 8689 en uw ogen5869 omhoog4791 opgeheven?5375 8799 Tegen5921 den Heilige6918 !3478 Door middel3027 uwer boden4397 hebt gij den HEERE136 gehoond,2778 8765 en gezegd:559 8799 Ik589 heb met de menigte7230 mijner wagenen7393 8675 7393 beklommen5927 8804 de hoogten4791 der bergen,2022 de zijden3411 van den ;3844 en ik zal zijn hoge6967 cederbomen,730 en zijn uitgelezen4004 dennebomen1265 afhouwen;3772 8799 en zal komen935 8799 in zijn uiterste7093 herberg,4411 in het woud3293 zijns schonen velds.3760 Ik589 heb gegraven6979 8804 en heb gedronken8354 8804 vreemde2114 8801 wateren;4325 en ik heb met mijn voetzolen3709 6471 alle3605 rivieren2975 der belegerde plaatsen4693 verdroogd.2717 8686 Hebt gij niet3808 gehoord,8085 8804 dat Ik zulks853 lang te voren4480 7350 gedaan heb6213 8804 en dat van4480 oude6924 dagen3117 af geformeerd heb?3335 8804 Nu6259 heb Ik dat doen komen,935 8689 dat gij zoudt zijn,1961 8799 om de vaste1219 8803 steden5892 te verstoren7582 8687 tot woeste5327 8737 hopen.1530 Daarom waren haar inwoners3427 8802 handeloos;7116 3027 zij waren1961 8804 verslagen2865 8804 en beschaamd;954 8799 zij waren [als] het gras6212 des velds,7704 en de groene3419 grasscheutjes,1877 het hooi2682 der daken,1406 en het brandkoren,7711 eer6440 het over einde staat.7054 Maar Ik weet3045 8804 uw zitten,3427 8800 en uw uitgaan,3318 8800 en uw inkomen,935 8800 en uw woeden7264 8692 tegen413 . Om3282 uw woeden7264 8692 tegen413 , en dat uw woeling7600 voor oren241 opgekomen is,5927 8804 zo zal Ik haak2397 in uw neus639 leggen,7760 8804 en gebit4964 in uw lippen,8193 en Ik zal u doen wederkeren7725 8689 door dien weg,1870 door834 denwelken gij gekomen zijt.935 8804 En dat2088 zij u een teken,226 dat men [in] dit jaar8141 eten zal,398 8800 wat van zelf gewassen is;5599 en in het tweede8145 jaar,8141 wat daarvan weder uitspruit;7823 maar zaait2232 8798 in het derde7992 jaar,8141 en maait,7114 8798 en plant5193 8798 wijngaarden,3754 en eet398 8798 hun vruchten.6529 Want het ontkomene,6413 dat overgebleven is7604 8737 van het huis1004 van ,3063 zal wederom3254 8804 nederwaarts4295 wortelen,8328 en zal opwaarts4605 vrucht6529 dragen.6213 8804 Want3588 van4480 Jeruzalem3389 zal het overblijfsel7611 uitgaan,3318 8799 en het ontkomene6413 van4480 den berg2022 ;6726 de ijver7068 van den HEERE3068 der heirscharen6635 zal dit2063 doen.6213 8799 Daarom3651 zo3541 zegt559 8804 de HEERE3068 van413 den koning4428 van :804 zal in413 deze2063 stad5892 niet3808 komen,935 8799 noch3808 daar8033 een pijl2671 inschieten;3384 8686 ook zal hij [met] geen3808 schild4043 daarvoor komen,6923 8762 en zal geen3808 wal5550 daartegen5921 opwerpen.8210 8799 Door den weg,1870 dien834 hij gekomen is,935 8799 door dien zal hij wederkeren;7725 8799 maar in413 deze2063 stad5892 zal hij niet3808 komen,935 8799 zegt5002 8803 de HEERE.3068 Want Ik zal413 deze2063 stad5892 beschermen,1598 8804 om die te verlossen,3467 8687 om4616 , en om4616 ,1732 knechts5650 wil. Het geschiedde1961 8799 in dienzelven1931 nacht,3915 dat de Engel4397 des HEEREN3068 uitvoer,3318 8799 en sloeg5221 8686 in het leger4264 van Assyrie804 honderd3967 vijf2568 en tachtig8084 duizend.505 En toen zij zich des morgens1242 vroeg opmaakten,7925 8686 ziet,2009 die allen3605 waren dode4191 8801 lichamen.6297 Zo vertrok5265 8799 ,5576 de koning4428 van ,804 en toog henen,3212 8799 en keerde7725 8799 weder; en hij bleef3427 8799 te .5210 Het geschiedde1961 8799 nu, als hij1931 in het huis1004 van ,5268 zijn god,430 zich nederboog,7812 8693 dat Adramelech152 en ,8272 [zijn] [zonen1121 ], hem met het zwaard2719 versloegen;5221 8689 doch zij1992 ontkwamen4422 8738 in het land776 van ;780 en -haddon,634 zijn zoon,1121 werd koning4427 8799 in zijn plaats.8478

Every verse in 2 Kings 19

Chapter navigation

0:000:00