2 Kings 2:20
“En hij zeide:559 8799 Brengt3947 8798 mij een nieuwe2319 schaal,6746 en legt7760 8798 er8033 zout4417 in. En zij brachten3947 8799 ze tot413 hem.”
2 Kings 2:20 — Statenvertaling (1637)
Verse 20 of 25 in 2 Kings chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Kings 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het geschiedde1961 8799 nu, als de HEERE3068 Elia452 met een onweder5591 ten hemel8064 opnemen zou,5927 8687 dat Elia452 met Elisa477 ging3212 8799 van4480 .1537 En Elia452 zeide559 8799 tot413 :477 Blijf3427 8798 toch4994 hier,6311 want3588 de HEERE3068 heeft mij naar5704 -el1008 gezonden.7971 8804 Elisa477 zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft2416 en uw ziel5315 leeft,2416 518 ik zal u niet verlaten!5800 8799 gingen zij af3381 8799 naar -el.1008 Toen gingen3318 de zonen1121 der profeten,5030 die834 te -el1008 waren, tot413 Elisa477 uit,3318 8799 en zeiden559 8799 tot hem: Weet gij,3045 8804 dat3588 de HEERE3068 heden3117 uw heer113 van4480 5921 uw hoofd7218 wegnemen zal?3947 8802 En hij zeide:559 8799 Ik589 weet3045 8804 het ook1571 wel, zwijgt gij stil.2814 8685 En Elia452 zeide559 8799 tot hem: Elisa,477 blijf3427 8798 toch4994 hier,6311 want3588 de HEERE3068 heeft mij naar 3405 gezonden.7971 8804 hij zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft2416 en uw ziel5315 leeft,2416 518 ik zal u niet verlaten!5800 8799 kwamen zij935 8799 te .3405 Toen traden5066 de zonen1121 der profeten,5030 die834 te 3405 waren, naar413 Elisa477 toe,5066 8799 en zeiden559 8799 tot413 hem: Weet gij,3045 8804 dat3588 de HEERE3068 heden3117 uw heer113 van4480 5921 uw hoofd7218 wegnemen zal?3947 8802 En hij zeide:559 8799 Ik589 weet3045 8804 het ook1571 wel, zwijgt gij stil.2814 8685 En Elia452 zeide559 8799 tot hem: Blijf3427 8798 toch4994 hier,6311 want3588 de HEERE3068 heeft mij naar de Jordaan3383 gezonden.7971 8804 hij zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft2416 en uw ziel5315 leeft,2416 518 ik zal u niet verlaten!5800 8799 En zij beiden8147 gingen henen.3212 8799 En vijftig2572 mannen376 van4480 de zonen1121 der profeten5030 gingen henen,1980 8804 en stonden5975 8799 tegenover4480 5048 van4480 verre;7350 en die beiden8147 stonden5975 8804 aan5921 de .3383 Toen nam3947 8799 Elia452 zijn mantel,155 en wond [hem] samen,1563 8799 en sloeg5221 8686 het water,4325 en het werd herwaarts2008 en derwaarts2008 verdeeld;2673 8735 en zij beiden8147 gingen er door5674 8799 op het droge.2724 Het geschiedde1961 8799 nu, als zij overgekomen waren,5674 8800 dat Elia452 zeide559 8804 tot413 :477 Begeer7592 8798 wat4100 ik u doen zal,6213 8799 eer2962 ik van4480 bij5973 u weggenomen worde.3947 8735 En Elisa477 zeide:559 8799 toch4994 twee8147 delen6310 van uw geest7307 op413 mij zijn!1961 8799 En hij zeide:559 8799 hebt een harde zaak7185 8689 begeerd;7592 8800 indien518 gij mij853 zult zien,7200 8799 als ik van4480 bij854 u weggenomen worde,3947 8795 het zal u alzo3651 geschieden;1961 8799 doch zo518 niet,369 het zal niet3808 geschieden.1961 8799 En het gebeurde,1961 8799 als zij1992 voortgingen,1980 8802 gaande1980 8800 en sprekende,1696 8763 ziet,2009 zo was er een vurige784 wagen7393 met vurige784 paarden,5483 die tussen996 hen beiden8147 scheiding maakten.6504 8686 voer5927 8799 Elia452 met een onweder5591 ten hemel.8064 En Elisa477 zag7200 8802 het, en hij1931 riep:6817 8764 vader,1 mijn vader,1 wagen7393 Israels3478 en zijn ruiteren!6571 En hij zag7200 8804 hem niet3808 meer;5750 en hij vatte2388 8686 zijn klederen899 en scheurde7167 8799 ze in twee8147 stukken.7168 Hij hief7311 ook 's452 mantel155 op,7311 8686 die834 van4480 5921 hem afgevallen was,5307 8804 en keerde weder,7725 8799 en stond5975 8799 aan5921 den oever8193 van de .3383 En hij nam3947 8799 den mantel155 van ,452 die834 van4480 5921 hem afgevallen was,5307 8804 en sloeg5221 8686 het water,4325 en zeide:559 8799 Waar370 is de HEERE,3068 de God430 van ?452 Ja,389 ?1931 En hij sloeg5221 8686 het water,4325 en het werd herwaarts2008 en derwaarts2008 verdeeld,2673 8735 en Elisa477 ging er door.5674 8799 Als nu de kinderen1121 der profeten,5030 die834 tegenover4480 5048 te 3405 waren, hem zagen,7200 8799 zo zeiden zij:559 8799 De geest7307 van Elia452 rust5117 8804 op5921 ;477 en zij kwamen935 8799 hem tegemoet,7125 8800 en bogen zich7812 8691 voor hem neder ter aarde.776 En zij zeiden559 8799 tot413 hem: Zie2009 nu,4994 er zijn3426 bij uw knechten5650 vijftig2572 dappere2428 mannen;1121 582 laat hen toch4994 heengaan,3212 8799 en uw heer113 zoeken,1245 8762 of niet6435 misschien de Geest7307 des HEEREN3068 hem opgenomen,5375 8804 en op een259 der bergen,2022 of176 in een259 der dalen1516 hem geworpen heeft.7993 8686 hij zeide:559 8799 Zendt7971 8799 niet.3808 Maar zij hielden6484 bij hem aan6484 8799 tot5704 schamens954 8800 toe; en hij zeide:559 8799 .7971 8798 En zij zonden7971 8799 vijftig2572 mannen,376 die drie7969 dagen3117 zochten,1245 8762 doch hem niet3808 vonden.4672 8804 Toen kwamen zij weder7725 8799 tot413 hem, daar hij1931 te 3405 gebleven was;3427 8802 en hij zeide559 8799 tot413 hen: Heb ik tot413 ulieden niet3808 gezegd:559 8804 Gaat3212 8799 niet?408 En de mannen582 der stad5892 zeiden559 8799 tot413 :477 Zie2009 toch,4994 de woning4186 dezer stad5892 is goed,2896 gelijk als834 mijn heer113 ziet;7200 8802 maar het water4325 is kwaad,7451 en het land776 onvruchtbaar.7921 8764 En hij zeide:559 8799 Brengt3947 8798 mij een nieuwe2319 schaal,6746 en legt7760 8798 er8033 zout4417 in. En zij brachten3947 8799 ze tot413 hem. Toen ging hij uit3318 8799 tot413 de waterwel,4161 4325 en wierp7993 8686 het zout4417 daarin,8033 en zeide:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Ik heb dit428 water4325 gezond gemaakt,7495 8765 er zal geen3808 dood4194 noch onvruchtbaarheid7921 8764 meer5750 van4480 worden.1961 8799 Alzo werd7495 dat water4325 gezond,7495 8735 tot op5704 dezen2088 dag,3117 naar het woord1697 van ,477 dat834 hij gesproken had.1696 8765 En hij ging5927 van4480 daar8033 op5927 8799 naar -el.1008 hij1931 nu den weg1870 opging,5927 8802 zo kwamen3318 8804 kleine6996 jongens5288 uit4480 de stad;5892 die bespotten7046 8691 hem, en zeiden559 8799 tot hem: Kaalkop,7142 ga op,5927 8798 kaalkop,7142 ga op!5927 8798 En hij keerde zich6437 8799 achterom,310 en hij zag7200 8799 ze, en vloekte7043 8762 hen, in den Naam8034 des HEEREN.3068 kwamen3318 8799 twee8147 beren1677 uit4480 het woud,3293 en verscheurden1234 8762 van4480 dezelve1992 twee8147 en veertig705 kinderen.3206 En hij ging3212 8799 van4480 daar8033 naar413 den berg2022 ;3760 en van4480 daar8033 keerde hij weder7725 8804 naar .8111