2 Kings 22:3
“Het geschiedde1961 8799 nu in het achttiende8083 6240 jaar8141 van den koning4428 Josia,2977 dat de koning4428 den schrijver5608 8802 Safan,8227 den zoon1121 van Azalia,683 den zoon1121 van Mesullam,4918 zond7971 8804 in het huis1004 des HEEREN,3068 zeggende:559 8800”
2 Kings 22:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 20 in 2 Kings chapter 22 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Kings 22 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Josia2977 was acht8083 jaren8141 oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 een259 en dertig7970 jaren8141 te ;3389 en de naam8034 zijner moeder517 was ,3040 een dochter1323 van ,5718 van4480 .1218 En hij deed6213 8799 dat recht3477 was in de ogen5869 des HEEREN;3068 en hij wandelde3212 8799 in al3605 den weg1870 van zijn vader1 ,1732 en week5493 8804 niet3808 af ter rechter3225 [hand] noch ter linkerhand.8040 Het geschiedde1961 8799 nu in het achttiende8083 6240 jaar8141 van den koning4428 ,2977 dat de koning4428 den schrijver5608 8802 ,8227 den zoon1121 van ,683 den zoon1121 van ,4918 zond7971 8804 in het huis1004 des HEEREN,3068 zeggende:559 8800 Ga op5927 8798 tot413 ,2518 den hogepriester,1419 3548 opdat hij het geld3701 opsomme,8552 8686 dat in het huis1004 des HEEREN3068 gebracht is,935 8716 hetwelk834 de wachters8104 8802 des dorpels5592 van4480 het volk5971 verzameld hebben;622 8804 En dat zij dat geven5414 8799 in5921 de hand3027 der verzorgers6213 8802 van het werk,4399 die besteld zijn6485 8716 over het huis1004 des HEEREN;3068 opdat zij het853 geven5414 8799 aan degenen, die834 het werk4399 doen,6213 8802 dat in het huis1004 des HEEREN3068 is, om de breuken919 van het huis1004 te beteren;2388 8763 Aan de timmerlieden2796 en de bouwlieden,1129 8802 en de metselaars,1443 8802 en om hout6086 en gehouwene4274 stenen68 te kopen,7069 8800 om het huis1004 te beteren.2388 8763 Doch389 er werd met854 hen geen rekening gehouden2803 8735 van het geld,3701 dat in5921 hun hand3027 geleverd was,5414 8737 want3588 zij1992 handelden6213 8802 trouwelijk.530 Toen zeide559 8799 de hogepriester1419 3548 Hilkia2518 tot5921 ,8227 den schrijver:5608 8802 Ik heb het wetboek5612 8451 in het huis1004 des HEEREN3068 gevonden;4672 8804 en Hilkia2518 gaf5414 8799 dat boek5612 aan413 ,8227 die las7121 8799 het. Daarna kwam935 8799 ,8227 de schrijver,5608 8802 tot413 den koning,4428 en bracht7725 den koning4428 bescheid1697 weder,7725 8686 en hij zeide:559 8799 Uw knechten5650 hebben het geld,3701 dat in het huis1004 gevonden was,4672 8737 samengebracht,5413 8689 en hebben het gegeven5414 8799 in5921 de hand3027 der verzorgers6213 8802 van het werk,4399 die besteld waren6485 8716 over het huis1004 des HEEREN.3068 Ook gaf5046 ,8227 de schrijver,5608 8802 den koning4428 te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 De priester3548 Hilkia2518 heeft mij een boek5612 gegeven.5414 8804 En Safan8227 las7121 8799 dat voor het aangezicht6440 des konings.4428 Het geschiedde1961 8799 nu, als de koning4428 de woorden1697 des wetboeks5612 8451 hoorde,8085 8800 dat hij zijn klederen899 scheurde.7167 8799 En de koning4428 gebood6680 8762 ,2518 den priester,3548 en ,296 den zoon1121 van ,8227 en ,5907 den zoon1121 van ,4320 en ,8227 den schrijver,5608 8802 en ,6222 den knecht5650 des konings,4428 zeggende:559 8800 Gaat henen,3212 8798 vraagt1875 8798 den HEERE3068 voor1157 mij, en voor1157 het volk,5971 en voor1157 het ganse3605 ,3063 over5921 de woorden1697 dezes2088 boeks,5612 dat gevonden is;4672 8737 want3588 de grimmigheid2534 des HEEREN3068 is groot,1419 dewelke834 1931 tegen ons aangestoken is,3341 8738 omdat5921 834 onze vaderen1 niet gehoord hebben8085 8804 naar5921 de woorden1697 dezes2088 boeks,5612 om te doen6213 8800 naar al3605 wat834 voor5921 ons geschreven is.3789 8803 Toen ging3212 8799 de priester3548 ,2518 en ,296 en ,5907 en ,8227 en Asaja6222 henen tot413 de profetes5031 ,2468 de huisvrouw802 van ,7967 den zoon1121 van ,8616 den zoon1121 van ,2745 den klederbewaarder8104 8802 899 (zij nu woonde3427 8802 te ,3389 in het tweede deel4932), en zij1931 spraken1696 8762 tot413 haar. En zij zeide559 8799 tot413 hen: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 Zegt559 8798 tot den man,376 die834 u tot413 mij gezonden heeft:7971 8804 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 ,2009 Ik zal kwaad7451 over413 deze2088 plaats4725 brengen,935 8688 en over haar inwoners,3427 8802 [namelijk] al3605 de woorden1697 des boeks,5612 dat834 de koning4428 van Juda3063 gelezen heeft.7121 8804 Daarom8478 dat834 zij verlaten,5800 8804 en anderen312 goden430 gerookt hebben,6999 8762 opdat4616 zij tot toorn verwekten3707 8687 met al3605 het werk4639 hunner handen,3027 zo zal grimmigheid2534 aangestoken worden,3341 8738 tegen deze2088 plaats,4725 en niet3808 uitgeblust worden.3518 8799 Maar tot413 den koning4428 van ,3063 die u853 gezonden heeft,7971 8802 om den HEERE3068 te vragen,1875 8800 alzo3541 zult gij tot413 hem zeggen:559 8799 Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 de woorden,1697 die834 gij gehoord hebt;8085 8804 Omdat3282 uw hart3824 week geworden is,7401 8804 en gij u voor4480 het aangezicht6440 des HEEREN3068 vernederd hebt,3665 8735 als gij hoordet,8085 8800 wat834 Ik gesproken heb1696 8765 tegen5921 deze2088 plaats4725 en derzelver5921 inwoners,3427 8802 dat zij tot een verwoesting8047 en vloek7045 zullen worden,1961 8800 en dat gij uw klederen899 gescheurd7167 8799 en voor aangezicht6440 geweend hebt;1058 8799 zo heb Ik595 [u] ook1571 verhoord,8085 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Daarom3651 zie,2009 Ik zal u verzamelen622 8802 tot5921 uw vaderen,1 en gij zult met vrede7965 in413 uw graf6913 verzameld worden,622 8738 en uw ogen5869 zullen al3605 het kwaad7451 niet3808 zien,7200 8799 dat834 Ik589 over5921 deze2088 plaats4725 brengen zal.935 8688 En zij brachten7725 den koning4428 het antwoord1697 weder.7725 8686