2 Kings 23:32
“En hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 naar alles,3605 wat834 zijn vaderen1 gedaan hadden.6213 8804”
2 Kings 23:32 — Statenvertaling (1637)
Verse 32 of 37 in 2 Kings chapter 23 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Kings 23 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen zond7971 8799 de koning4428 henen, en tot413 hem verzamelden622 8799 al3605 die oudsten2205 van Juda3063 en .3389 En de koning4428 ging op5927 8799 in het huis1004 des HEEREN,3068 en met854 hem alle3605 man376 van ,3063 en alle3605 inwoners3427 8802 van ,3389 en de priesters3548 en de profeten,5030 en al3605 het volk,5971 van4480 den minste6996 tot5704 den meeste;1419 en hij las7121 8799 voor hun oren241 al3605 de woorden1697 van het boek5612 des verbonds,1285 dat in het huis1004 des HEEREN3068 gevonden was.4672 8737 De koning4428 nu stond5975 8799 aan5921 den pilaar,5982 en maakte3772 8799 een verbond1285 voor des HEEREN3068 aangezicht,6440 om den HEERE3068 na310 te wandelen,3212 8800 en geboden,4687 en getuigenissen,5715 en inzettingen2708 met ganser3605 harte3820 en met ganser3605 ziele5315 te houden,8104 8800 bevestigende6965 8687 de woorden1697 dezes2063 verbonds,1285 die in5921 dit2088 boek5612 geschreven zijn.3789 8803 En het ganse3605 volk5971 stond5975 8799 in dit verbond.1285 En de koning4428 gebood6680 8762 den hogepriester1419 3548 ,2518 en den priesteren3548 der tweede ordening,4932 en den dorpelbewaarders,8104 8802 5592 dat zij uit4480 den tempel1964 des HEEREN3068 alle3605 gereedschap,3627 dat voor ,1168 en voor het [beeld] [van] [het] bos,842 en voor al3605 het heir6635 des hemels8064 gemaakt was,6213 8803 uitbrengen zouden;3318 8687 en hij verbrandde8313 8799 dat buiten4480 2351 Jeruzalem3389 in de velden7709 van ,6939 en liet het stof6083 daarvan naar -el1008 dragen.5375 8804 Daartoe schafte hij7673 de Chemarim3649 af,7673 8689 die834 de koningen4428 van Juda3063 gesteld hadden,5414 8804 opdat men roken zou6999 8762 op de hoogten,1116 in de steden5892 van ,3063 en rondom4524 ,3389 mitsgaders, die voor ,1168 de zon,8121 en de maan,3394 en de [andere] planeten,4208 en al3605 het heir6635 des hemels8064 rookten.6999 8764 Hij bracht3318 ook het [beeld] [van] [het] bos842 uit4480 het huis1004 des HEEREN3068 weg,3318 8686 buiten4480 2351 ,3389 tot413 de beek5158 ,6939 en verbrandde8313 8799 het853 aan de beek5158 ,6939 en vergruisde1854 8686 het tot stof;6083 en hij wierp7993 8686 het stof6083 daarvan op5921 de graven6913 der kinderen1121 des volks.5971 Daartoe brak hij5422 de huizen1004 der schandjongens6945 af,5422 8799 die834 aan het huis1004 des HEEREN3068 waren, alwaar834 8033 de vrouwen802 huisjes1004 voor het [beeld] [van] [het] bos842 weefden.707 8802 En hij bracht935 8686 al3605 de priesters3548 uit4480 de steden5892 van ,3063 en verontreinigde2930 8762 de hoogten,1116 alwaar834 8033 die priesters3548 gerookt hadden,6999 8765 van4480 Geba1387 af tot5704 -seba884 toe; en hij brak5422 8804 de hoogten1116 der poorten8179 af, [ook] die834 aan de deur6607 der poort8179 van ,3091 den overste8269 der stad,5892 was, welke834 aan5921 iemands376 linkerhand8040 was, in de stadspoort8179 5892 [gaande]. Doch389 de priesters3548 der hoogten1116 offerden5927 8799 niet3808 op413 het altaar4196 des HEEREN3068 te ;3389 maar3588 518 zij aten398 8804 ongezuurde4682 [broden] in het midden8432 van hun broederen.251 Hij verontreinigde2930 8765 ook ,8612 dat834 in het dal1516 der kinderen1121 8675 1121 van Hinnom2011 is, opdat niemand1115 376 zijn zoon1121 of zijn dochter1323 voor den Molech4432 door het vuur784 deed gaan.5674 8687 En hij schafte7673 de paarden5483 af,7673 8686 die834 de koningen4428 van Juda3063 voor de zon8121 gesteld hadden,5414 8804 van4480 den ingang935 8800 van het huis1004 des HEEREN,3068 tot413 de kamer3957 van -melech,5419 den hoveling,5631 die834 in Parvarim6503 was; en de wagenen4818 der zon8121 verbrandde hij8313 8804 met vuur.784 Verder de altaren4196 die834 op5921 het dak1406 der opperzaal5944 van Achaz271 waren, die834 de koningen4428 van Juda3063 gemaakt hadden,6213 8804 mitsgaders de altaren,4196 die834 Manasse4519 in de twee8147 voorhoven2691 van het huis1004 des HEEREN3068 gemaakt had,6213 8804 brak5422 de koning4428 af;5422 8804 en hij verbrijzelde7323 8799 ze van4480 daar,8033 en wierp7993 8689 het stof6083 daarvan in413 de beek5158 .6939 De hoogten1116 ook, die834 vooraan5921 6440 Jeruzalem3389 waren, dewelke834 waren ter4480 rechterhand3225 van den berg2022 ,4889 die834 ,8010 de koning4428 van ,3478 voor ,6253 het verfoeisel8251 der ,6722 en voor ,3645 het verfoeisel8251 der ,4124 en voor ,4445 den gruwel8441 der kinderen1121 ,5983 gebouwd had,1129 8804 verontreinigde2930 8765 de koning.4428 Insgelijks brak hij7665 8765 de opgerichte beelden,4676 en roeide3772 de bossen842 uit;3772 8799 en hij vervulde4390 8762 hun plaats4725 met mensenbeenderen.6106 120 Daartoe ook1571 het altaar,4196 dat834 te -el1008 was, [en] de hoogte,1116 die834 ,3379 de zoon1121 van ,5028 dewelke834 3478 zondigen deed,2398 8689 gemaakt had;6213 8804 te zamen1571 dat1931 altaar4196 en die hoogte1116 brak hij af;5422 8804 ja, hij verbrandde8313 8799 de hoogte,1116 hij vergruisde1854 8689 ze tot stof,6083 en hij verbrandde8313 8804 het bos.842 En als Josia2977 zich omkeerde,6437 8799 zag hij7200 8799 de graven,6913 die834 daar8033 op den berg2022 waren, en zond henen,7971 8799 en nam3947 8799 de beenderen6106 uit4480 de graven,6913 en verbrandde8313 8799 ze op5921 dat altaar,4196 en verontreinigde2930 8762 dat; naar het woord1697 des HEEREN,3068 dat834 de man376 Gods430 uitgeroepen had,7121 8804 die834 deze428 woorden1697 uitriep.7121 8804 Verder zeide hij:559 8799 Wat4100 is dat1975 voor een grafteken,6725 dat834 ik589 zie?7200 8802 En de lieden582 der stad5892 zeiden559 8799 tot413 hem: Het is het graf6913 van den man376 ,430 die834 uit4480 Juda3063 kwam,935 8804 en deze428 dingen,1697 die834 gij tegen5921 dit altaar4196 van -el1008 gedaan hebt,6213 8804 uitgeroepen heeft.7121 8799 En hij zeide:559 8799 hem liggen,3240 8685 dat niemand376 408 zijn beenderen6106 verroere.5128 8686 Zo bevrijdden zij4422 8762 zijn beenderen,6106 met de beenderen6106 van den profeet,5030 die834 uit4480 8111 gekomen was.935 8804 Daartoe nam5493 Josia2977 ook1571 weg5493 8689 al3605 de huizen1004 der hoogten,1116 die834 in de steden5892 van 8111 waren, die834 de koningen4428 van 3478 gemaakt hadden,6213 8804 om [den] HEERE tot toorn te verwekken;3707 8687 en hij deed6213 8799 dezelve naar al3605 de daden,4639 die834 hij te -el1008 gedaan had.6213 8804 En hij slachtte2076 8799 al3605 de priesteren3548 der hoogten,1116 die834 daar8033 waren, op5921 de altaren,4196 en verbrandde8313 8799 mensenbeenderen120 6106 op5921 dezelve. Daarna keerde hij weder7725 8799 naar .3389 En de koning4428 gebood6680 8762 het ganse3605 volk,5971 zeggende:559 8800 Houdt6213 8798 den HEERE,3068 uw God,430 pascha,6453 gelijk in5921 dit2088 boek5612 des verbonds1285 geschreven is.3789 8803 Want3588 gelijk dit2088 pascha6453 was er geen3808 gehouden,6213 8738 van4480 de dagen3117 der richteren8199 8802 af, die834 3478 gericht hadden,8199 8804 noch in al3605 de dagen3117 der koningen4428 van ,3478 noch der koningen4428 van .3063 Maar3588 518 in het achttiende8083 6240 jaar8141 van den koning4428 ,2977 werd dit2088 pascha6453 den HEERE3068 te Jeruzalem3389 gehouden.6213 8738 En ook1571 deed1197 Josia2977 weg1197 8765 de waarzeggers,178 en de duivelskunstenaars,3049 en de terafim,8655 en de drekgoden,1544 en alle3605 verfoeiselen,8251 die834 in het land776 van Juda3063 en in Jeruzalem3389 gezien werden;7200 8738 opdat4616 hij bevestigde6965 8687 de woorden1697 der wet,8451 die geschreven waren3789 8803 in5921 het boek,5612 dat834 de priester3548 Hilkia2518 in het huis1004 des HEEREN3068 gevonden had.4672 8804 En voor6440 hem was1961 8804 geen3808 koning4428 zijns gelijke,3644 die834 zich tot413 den HEERE,3068 met zijn ganse3605 hart,3824 en met zijn ganse3605 ziel,5315 en met zijn ganse3605 kracht,3966 naar al3605 de wet8451 van ,4872 bekeerd had;7725 8804 en na310 hem stond6965 zijns gelijke3644 niet3808 op.6965 8804 Nochtans389 keerde zich7725 de HEERE3068 van4480 den brand2740 groten1419 toorns639 niet3808 af,7725 8804 waarmede834 toorn639 brandde2734 8804 tegen ,3063 om5921 al3605 de tergingen,3708 waarmede834 Manasse4519 getergd had.3707 8689 En de HEERE3068 zeide:559 8799 Ik zal Juda3063 ook1571 van4480 5921 aangezicht6440 wegdoen,5493 8686 gelijk als834 Ik 3478 weggedaan heb;5493 8689 en Ik zal deze2063 stad5892 Jeruzalem3389 verwerpen,3988 8804 die834 Ik verkoren heb,977 8804 en het huis,1004 waarvan834 Ik gezegd heb:559 8804 Naam8034 zal daar8033 wezen.1961 8799 Het overige3499 nu der geschiedenissen1697 van ,2977 en al3605 wat834 hij gedaan heeft,6213 8804 zijn die1992 niet3808 geschreven3789 8803 in5921 het boek5612 der kronieken1697 3117 der koningen4428 van ?3063 In zijn dagen3117 toog5927 8804 ,6549 de koning4428 van ,4714 op tegen5921 den koning4428 van ,804 naar5921 de rivier5104 ;6578 en de koning4428 Josia2977 toog3212 8799 hem tegemoet,7125 8800 en hij doodde4191 8686 hem te ,4023 als hij hem853 gezien had.7200 8800 En zijn knechten5650 voerden7392 hem dood4191 8801 op een wagen7392 8686 van4480 ,4023 en brachten935 8686 hem te ,3389 en begroeven6912 8799 hem in zijn graf;6900 en het volk5971 des lands776 nam3947 8799 ,3059 den zoon1121 van ,2977 en zalfden4886 8799 hem,853 en maakten4427 hem853 koning4427 8686 in zijns vaders1 plaats.8478 Drie7969 en twintig6242 jaren8141 was Joahaz3059 oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en hij regeerde4427 8804 drie7969 maanden2320 te ;3389 en de naam8034 zijner moeder517 was ,2537 de dochter1323 van ,3414 van4480 .3841 En hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 naar alles,3605 wat834 zijn vaderen1 gedaan hadden.6213 8804 Doch 6549 liet hem binden631 8799 te Ribla7247 in het land776 van ,2574 opdat hij te Jeruzalem3389 niet regeren zou;4427 8800 en hij leide5414 het land776 een boete6066 op5414 8799 5921 van honderd3967 talenten3603 zilvers3701 en een 3603 gouds.2091 Ook maakte4427 6549 ,471 den zoon1121 van ,2977 koning,4427 8686 in de plaats8478 van zijn vader1 ,2977 en veranderde5437 8686 zijn naam8034 in ;3079 maar Joahaz3059 nam hij mede,3947 8804 en hij kwam935 8799 in ,4714 en stierf4191 8799 aldaar.8033 En Jojakim3079 gaf5414 8804 dat zilver3701 en dat goud2091 aan ;6547 doch389 hij schatte6186 8689 het land,776 om dat geld3701 naar5921 het bevel6310 van Farao6547 te geven;5414 8800 een ieder376 naar zijn schatting6187 eiste hij5065 8804 het zilver3701 en goud2091 af van het volk5971 des lands,776 om aan 6549 te geven.5414 8800 Vijf2568 en twintig6242 jaren8141 was Jojakim3079 oud,1121 toen hij koning werd,4427 8800 en regeerde4427 8804 elf259 6240 jaren8141 te ;3389 en de naam8034 zijner moeder517 was ,2080 een dochter1323 van ,6305 van4480 .7316 En hij deed6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 naar alles,3605 wat834 zijn vaders1 gedaan hadden.6213 8804