2 Kings 25:27

“Het geschiedde1961 8799 daarna in het zeven7651 en dertigste7970 jaar8141 der wegvoering1546 van Jojachin,3078 den koning4428 van Juda,3063 in de twaalfde8147 6240 maand,2320 op den zeven7651 en twintigsten6242 der maand,2320 dat Evilmerodach,192 de koning4428 van Babel,894 in het jaar,8141 als hij koning werd,4427 8800 het hoofd7218 van Jojachin,3078 den koning4428 van Juda,3063 uit4480 het gevangenhuis,1004 3608 verhief.5375 8804”

2 Kings 25:27 — Statenvertaling (1637)

Verse 27 of 30 in 2 Kings chapter 25 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Kings 25 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En het geschiedde1961 8799 in het negende8671 jaar8141 zijner regering,4427 8800 in de tiende6224 maand,2320 op den tienden6218 der maand,2320 [dat] ,5019 de koning4428 van ,894 kwam935 8804 tegen5921 ,3389 hij1931 en zijn ganse3605 heir,2428 en legerde zich2583 8799 tegen5921 haar; en zij bouwden1129 8799 tegen5921 haar sterkten1785 rondom.5439 Zo kwam935 8799 de stad5892 in belegering,4692 tot in5704 het elfde6249 6240 jaar8141 van den koning4428 .6667 Op den negenden8672 der [vierde] maand,2320 als de honger7458 in de stad5892 sterk werd,2388 8799 en het volk5971 des lands776 geen3808 brood3899 had,1961 8804 Toen werd de stad5892 doorgebroken,1234 8735 en al3605 de krijgslieden582 4421 [vloden] des nachts3915 door den weg1870 der poort,8179 tussen996 de twee muren,2346 die834 aan5921 des konings4428 hof1588 waren (de Chaldeen3778 nu waren tegen5921 de stad5892 rondom5439), en [de] [koning] trok3212 8799 [door] den weg1870 des vlakken velds.6160 Doch het heir2428 der Chaldeen3778 jaagde7291 8799 den koning4428 na,310 en zij achterhaalden5381 8686 hem853 in de vlakke velden6160 van ,3405 en al3605 zijn heir2428 werd van4480 bij5921 hem verstrooid.6327 8738 Zij grepen8610 8799 den koning,4428 en voerden hem853 opwaarts5927 8686 tot413 den koning4428 van ,894 naar ;7247 en zij spraken1696 8762 een oordeel4941 tegen853 hem. En zij slachtten7819 8804 de zonen1121 van Zedekia6667 voor zijn ogen,5869 en men verblindde5786 8765 's6667 ogen,5869 en zij bonden631 8799 hem met twee koperen5178 ketenen,5178 en voerden935 8686 hem naar .894 Daarna in de vijfde2549 maand,2320 op den zevenden7651 der maand2320 (dit1931 was het negentiende8672 6240 8141 jaar8141 van4428 ,5019 den koning4428 van 894) kwam935 8804 ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 de knecht5650 des konings4428 van ,894 te .3389 En hij verbrandde8313 8799 het huis1004 des HEEREN,3068 en het huis1004 des konings,4428 mitsgaders alle3605 huizen1004 van ;3389 en alle3605 huizen1004 der groten1419 verbrandde hij8313 8804 met vuur.784 En het ganse3605 heir2428 der ,3778 dat834 met den overste7227 der trawanten2876 was, brak5422 de muren2346 van Jeruzalem3389 rondom5439 af.5422 8804 Het overige3499 nu des volks,5971 die in de stad5892 overgelaten waren,7604 8737 en de afvalligen,5307 8802 die834 tot5921 den koning4428 van 894 gevallen waren,5307 8804 en het overige3499 der menigte,1995 voerde1540 ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 gevankelijk weg.1540 8689 Maar van4480 de armsten1803 des lands776 liet7604 de overste7227 der trawanten2876 [enigen] overig7604 8689 tot wijngaardeniers3755 en tot akkerlieden.3009 8802 8675 1461 8801 Verder braken7665 8765 de Chaldeen3778 de koperen5178 pilaren,5982 die834 in het huis1004 des HEEREN3068 waren, en de stellingen,4350 en de koperen5178 zee,3220 die834 in het huis1004 des HEEREN3068 was; en zij voerden5375 8799 het koper5178 daarvan naar .894 Zij namen3947 8804 ook de potten,5518 en de schoffelen,3257 en de gaffelen,4212 en de rookschalen,3709 en al3605 de koperen5178 vaten,3627 daar834 men den dienst mede deed.8334 8762 En de overste7227 der trawanten2876 nam weg3947 8804 de wierookvaten4289 en de sprengbekkens,4219 wat834 geheel2091 goud2091 en wat834 geheel3701 zilver3701 was. De twee8147 pilaren,5982 de ene259 zee,3220 en de stellingen,4350 die834 Salomo8010 voor het huis1004 des HEEREN3068 gemaakt had;6213 8804 het koper5178 van al3605 deze428 vaten3627 was1961 8804 zonder3808 gewicht.4948 De hoogte6967 van een259 pilaar5982 was achttien8083 6240 ellen,520 en het kapiteel3805 daarop5921 was koper;5178 en de hoogte6967 des kapiteels3805 was drie7969 ellen;520 en het ,7639 en de granaatappelen7416 op5921 het kapiteel3805 rondom,5439 waren alle3605 van koper;5178 en dezen428 gelijk had de andere8145 pilaar,5982 met5921 het .7639 Ook nam3947 8799 de overste7227 der trawanten2876 ,8304 den hoofdpriester,7218 3548 en ,6846 den tweeden4932 priester,3548 en de drie7969 dorpelbewaarders.8104 8802 5592 En uit4480 de stad5892 nam hij3947 8804 een259 hoveling,5631 die834 1931 over5921 de krijgslieden582 4421 gesteld was,6496 en vijf2568 mannen582 uit4480 degenen, die des konings4428 aangezicht6440 zagen,7200 8802 die834 in de stad5892 gevonden werden,4672 8738 mitsgaders den oversten8269 schrijver5608 8802 des heirs,6635 die het volk5971 des lands776 ten oorlog opschreef,6633 8688 en zestig8346 mannen376 van4480 het volk5971 des lands,776 die in de stad5892 gevonden werden.4672 8737 Als ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 dezen853 genomen had,3947 8799 zo bracht hij3212 8686 hen853 tot5921 den koning4428 van ,894 naar .7247 En de koning4428 van 894 sloeg5221 8686 hen,853 en doodde4191 8686 hen te ,7247 in het land776 van .2574 werd Juda3063 uit4480 5921 zijn land127 gevankelijk weggevoerd.1540 8799 Maar aangaande het volk,5971 dat in het776 land van Juda3063 overgebleven was,7604 8737 dat834 ,5019 de koning4428 van ,894 had laten overblijven,7604 8689 daarover5921 stelde hij6485 8686 ,1436 den zoon1121 van ,296 den zoon1121 van .8227 Toen nu al3605 de oversten8269 der heiren,2428 zij1992 en hun mannen,582 hoorden,8085 8799 dat3588 de koning4428 van 894 Gedalia1436 tot overste gesteld had,6485 8689 kwamen zij935 8799 tot413 Gedalia1436 naar ;4709 namelijk, Ismael,3458 de zoon1121 van ,5418 en ,3110 de zoon1121 van ,7143 en ,8304 de zoon1121 van ,8576 de ,5200 en ,2970 de zoon1121 van den ,4602 zij1992 en hun mannen.582 En Gedalia1436 zwoer7650 8735 hun en hun mannen,582 en zeide559 8799 tot hen: Vreest3372 8799 niet408 van4480 te zijn knechten5650 der ,3778 blijft3427 8798 in het land,776 en dient5647 8798 den koning4428 van ,894 zo zal het u wel gaan.3190 8799 Maar het geschiedde1961 8799 in de zevende7637 maand,2320 dat ,3458 de zoon1121 van ,5418 den zoon1121 van ,476 van koninklijk4410 zaad,2233 kwam,935 8804 en tien6235 mannen582 met854 hem; en zij sloegen5221 8686 ,1436 dat hij stierf;4191 8799 mitsgaders de Joden3064 en de ,3778 die834 met hem te Mizpa4709 waren.1961 8804 Toen maakte zich6965 al3605 het volk5971 op,6965 8799 van4480 de minste6996 tot5704 den meeste,1419 en de oversten8269 der heiren,2428 en kwamen935 8799 in ;4714 want3588 zij vreesden3372 8804 voor4480 6440 de .3778 Het geschiedde1961 8799 daarna in het zeven7651 en dertigste7970 jaar8141 der wegvoering1546 van ,3078 den koning4428 van ,3063 in de twaalfde8147 6240 maand,2320 op den zeven7651 en twintigsten6242 der maand,2320 dat ,192 de koning4428 van ,894 in het jaar,8141 als hij koning werd,4427 8800 het hoofd7218 van ,3078 den koning4428 van ,3063 uit4480 het gevangenhuis,1004 3608 verhief.5375 8804 En hij sprak1696 8762 vriendelijk2896 met854 hem, en stelde5414 8799 zijn stoel3678 boven4480 5921 den stoel3678 der koningen,4428 die834 bij854 hem te 894 waren. En hij veranderde8132 8765 de klederen899 zijner gevangenis,3608 en hij at398 8804 geduriglijk8548 brood3899 voor zijn aangezicht,6440 al3605 de dagen3117 zijns levens.2416 En aangaande zijn tering,737 een gedurige8548 tering737 werd hem van4480 den koning4428 gegeven,5414 8738 elk dagelijks3117 bestemde deel1697 op zijn dag,3117 al3605 de dagen3117 zijns levens.2416

Every verse in 2 Kings 25

Chapter navigation

0:000:00