2 Samuel 13:3

“Doch Amnon550 had een vriend,7453 wiens naam8034 was Jonadab,3122 een zoon1121 van Simea,8093 Davids1732 broeder;251 en Jonadab3122 was een zeer3966 wijs2450 man.376”

2 Samuel 13:3 — Statenvertaling (1637)

Verse 3 of 39 in 2 Samuel chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Samuel 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En het geschiedde1961 8799 daarna,310 3651 alzo ,53 Davids1732 zoon,1121 een schone3303 zuster269 had, welker naam8034 was ,8559 dat ,550 Davids1732 zoon,1121 haar lief kreeg.157 8799 En Amnon550 was benauwd3334 8799 tot krank wordens2470 8692 toe, om5668 zijner zuster269 Thamars8559 wil; want3588 zij1931 was een maagd,1330 zodat het in Amnons550 ogen5869 zwaar was,6381 8735 haar iets3972 te doen.6213 8800 Doch Amnon550 had een vriend,7453 wiens naam8034 was ,3122 een zoon1121 van ,8093 Davids1732 broeder;251 en Jonadab3122 was een zeer3966 wijs2450 man.376 Die zeide559 8799 tot hem: Waarom4069 zijt gij859 van morgen1242 tot morgen1242 zo3602 mager,1800 gij koningszoon,4428 1121 zult gij het mij niet te kennen geven?5046 8686 zeide559 8799 Amnon550 tot hem: Ik595 heb157 ,8559 de zuster269 van mijn broeder251 ,53 lief.157 8802 En Jonadab3082 zeide559 8799 tot hem: Leg u7901 8798 op5921 uw leger,4904 en maak u krank;2470 8690 als uw vader1 zal komen935 8804 om u te zien,7200 8800 zo zult gij tot413 hem zeggen:559 8804 toch4994 mijn zuster269 Thamar8559 kome,935 8799 dat zij mij met brood3899 spijzige,1262 8686 en de spijze1279 voor mijn ogen5869 toemake,6213 8804 opdat4616 834 ik het aanzie,7200 8799 en van4480 haar hand3027 ete.398 8804 Amnon550 leide zich,7901 8799 en maakte zich krank.2470 8691 nu de koning4428 kwam935 8799 om hem te zien,7200 8800 zeide559 8799 Amnon550 tot413 den koning:4428 toch4994 mijn zuster269 Thamar8559 kome,935 8799 dat zij twee8147 koekjes3834 voor mijn ogen5869 toemake,3823 8762 en ik van4480 haar hand3027 ete.1262 8799 Toen zond7971 8799 1732 heen tot413 Thamar8559 in het huis,1004 zeggende:559 8800 Ga3212 toch4994 heen3212 8798 in het huis1004 van uw broeder251 ,550 en maak6213 8798 hem een spijze.1279 En Thamar8559 ging heen3212 8799 in het huis1004 van haar broeder251 ,550 (hij1931 nu was nederliggende7901 8802), en zij nam3947 8799 deeg,1217 en kneedde3888 8799 het, en maakte koekjes toe3823 8762 voor zijn ogen,5869 en bakte1310 8762 de koekjes.3834 En zij nam3947 8799 een pan,4958 en goot ze uit3332 8799 voor zijn aangezicht;6440 maar hij weigerde3985 8762 te eten.398 8800 En Amnon550 zeide:559 8799 alle3605 man376 van4480 5921 mij uitgaan.3318 8685 En alle3605 man376 ging3318 van4480 5921 hem uit.3318 8799 Toen zeide559 8799 Amnon550 tot413 :8559 Breng935 8685 de spijze1279 in de kamer,2315 dat ik van4480 uw hand3027 ete;1262 8799 zo nam3947 8799 Thamar8559 de koekjes,3834 die834 zij gemaakt had,6213 8804 en bracht935 8686 ze haar broeder251 Amnon550 in de kamer.2315 Als zij ze nu tot413 hem nabij bracht,5066 8686 dat hij ate,398 8800 zo greep hij2388 8686 haar, en zeide559 8799 tot haar: Kom,935 8798 lig7901 8798 bij5973 mij, mijn zuster!269 Maar zij zeide559 8799 tot hem: Niet,408 mijn broeder,251 verkracht6031 8762 mij niet,408 want3588 alzo3651 doet men6213 8735 niet3808 in ;3478 doe6213 8799 deze2063 dwaasheid5039 niet.408 Want ik,595 waarhenen575 zou ik mijn schande2781 brengen?3212 8686 En gij,859 gij zoudt zijn als een259 der dwazen5036 in ;3478 zo spreek1696 8761 toch4994 nu6258 tot413 den koning,4428 want3588 hij zal mij van4808 u niet3808 onthouden.4513 8799 Doch hij wilde14 8804 naar haar stem6963 niet horen;8085 8800 maar sterker zijnde2388 8799 4480 zij, zo verkrachtte hij6031 8762 haar, en lag7901 8799 bij854 haar. Daarna haatte8130 8799 haar Amnon550 met een zeer3966 groten1419 haat;8135 want3588 de haat,8135 waarmede834 hij haar haatte,8130 8804 was groter1419 4480 de liefde,160 waarmede834 hij haar had liefgehad;157 8804 en Amnon550 zeide559 8799 tot haar: Maak u op,6965 8798 ga weg.3212 8798 Toen zeide zij559 8799 tot hem: Er zijn geen408 oorzaken182 om mij uit te drijven;7971 8763 dit2063 kwaad7451 zou groter1419 zijn 4480 het andere,312 dat834 gij bij5973 mij gedaan hebt;6213 8804 maar hij wilde14 8804 naar haar niet3808 horen.8085 8800 En hij riep7121 8799 zijn jongen,5288 die hem diende,8334 8764 en zeide:559 8799 Drijf7971 8798 nu4994 deze2063 van4480 5921 mij uit naar buiten,2351 en grendel5274 8798 de deur1817 achter310 haar toe. Zij nu had5921 een veelvervigen6446 rok3801 aan;5921 want3588 alzo3651 werden des konings4428 dochteren,1323 die maagden1330 waren, met mantels4598 gekleed;3847 8799 en zijn dienaar8334 8764 bracht3318 haar853 uit3318 8686 tot buiten,2351 en grendelde5274 8804 de deur1817 achter310 haar toe. Toen nam3947 8799 Thamar8559 as665 op5921 haar hoofd,7218 en scheurde7167 8804 den veelvervigen6446 rok,3801 dien834 zij aanhad;5921 en zij leide7760 8799 haar hand3027 op5921 haar hoofd,7218 en ging3212 vast1980 8800 henen3212 8799 en kreet.2199 8804 En haar broeder251 53 zeide559 8799 tot413 haar: Is uw broeder251 Amnon550 bij5973 u geweest?1961 8804 Nu ,6258 mijn zuster,269 zwijg stil,2790 8685 hij1931 is uw broeder;251 zet7896 8799 uw hart3820 niet408 op deze2088 zaak.1697 bleef3427 8799 Thamar8559 en was eenzaam8074 8802 in het huis1004 van haar broeder251 .53 Als de koning4428 1732 al3605 deze428 dingen1697 hoorde,8085 8804 zo ontstak hij2734 8799 zeer.3966 Doch 53 sprak1696 8765 niet3808 met5973 ,550 noch4480 kwaad7451 noch5704 goed;2896 maar3588 53 haatte8130 8804 ,550 ter5921 oorzake1697 dat834 hij zijn zuster269 Thamar8559 verkracht had.6031 8765 En het geschiedde,1961 8799 na twee3117 volle jaren,8141 dat ,53 [schaaps] scheerders1494 8802 had1961 799 te -,1178 dat834 bij5973 Efraim669 is; zo nodigde7121 8799 53 al3605 des konings4428 zonen.1121 En 53 kwam935 8799 tot413 den koning,4428 en zeide:559 8799 ,2009 4994 nu heeft uw knecht5650 [schaaps] scheerders;1494 8802 dat toch4994 de koning4428 en zijn knechten5650 met5973 uw knecht5650 gaan.3212 8799 Maar de koning4428 zeide559 8799 tot413 :53 ,408 mijn zoon,1121 laat ons toch4994 niet408 al3605 te zamen gaan,3212 8799 opdat wij u5921 niet3808 bezwaarlijk zijn;3513 8799 en hij hield bij hem aan,6555 8799 doch hij wilde14 8804 niet3808 gaan,3212 8800 maar zegende1288 8762 hem. Toen zeide559 8799 :53 Zo niet,3808 laat toch4994 mijn broeder251 Amnon550 met ons gaan.3212 8799 de koning4428 zeide559 8799 tot hem: Waarom4100 zou hij met5973 u gaan?3212 8799 Als 53 bij hem aanhield,6555 8799 zo liet hij Amnon550 en al3605 des konings4428 zonen1121 met854 hem gaan.7971 8799 53 nu gebood6680 8762 zijn jongens,5288 zeggende:559 8800 Let7200 er nu4994 op,7200 8798 als Amnons550 hart3820 vrolijk is2896 van den wijn,3196 en ik tot413 ulieden zal zeggen:559 8804 Slaat5221 8685 ,550 zult gij hem853 doden;4191 8689 vreest3372 8799 niet;408 is het niet,3808 omdat3588 ik589 het u854 geboden heb?6680 8765 sterk2388 8798 en weest1961 8798 dapper.1121 2428 En Absaloms53 jongens5288 deden6213 8799 aan ,550 gelijk als834 53 geboden had.6680 8765 stonden6965 alle3605 zonen1121 des konings4428 op,6965 8799 en reden7392 8799 een iegelijk376 op5921 zijn muildier,6505 en vloden.5127 8799 En het geschiedde,1961 8799 als zij1992 op den weg1870 waren, dat het gerucht8052 tot413 1732 kwam,935 8804 dat men zeide:559 8800 53 heeft al3605 de zonen1121 des konings4428 geslagen,5221 8689 en er is niet3808 een259 van4480 hen1992 overgelaten.3498 8738 Toen stond6965 de koning4428 op,6965 8799 en scheurde7167 8799 zijn klederen,899 en leide zich neder7901 8799 ter aarde;776 desgelijks stonden5324 8737 al3605 zijn knechten5650 met gescheurde7167 8803 klederen.899 Maar ,3122 de zoon1121 van ,8093 Davids1732 broeder,251 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 heer113 zegge559 8799 niet,408 dat zij al3605 de jongelingen,5288 des konings4428 zonen,1121 gedood hebben;4191 8689 maar3588 Amnon550 alleen909 is dood;4191 8804 want3588 bij5921 6310 53 is1961 8804 er op toegeleid,7760 8803 van den dag3117 af, dat hij zijn zuster269 Thamar8559 verkracht heeft.6031 8763 Zo neme7760 8799 nu6258 mijn heer113 de koning4428 de zaak1697 niet408 in413 zijn hart,3820 denkende:559 8800 al3605 des konings4428 zonen1121 zijn dood;4191 8804 want3588 518 Amnon550 alleen909 is dood.4191 8804 53 nu vluchtte;1272 8799 en de jongen,5288 die de wacht hield,6822 8802 hief5375 zijn ogen5869 op,5375 8799 en zag toe,7200 8799 en ziet,2009 er kwam1980 8802 veel7227 volks5971 van4480 den weg1870 achter310 hem, aan4480 de zijde6654 van het gebergte.2022 Toen zeide559 8799 Jonadab3122 tot413 den koning:4428 ,2009 de zonen1121 des konings4428 komen;935 8804 naar het woord1697 uws knechts,5650 alzo3651 is het geschied.1961 8804 En het geschiedde,1961 8799 als hij geeindigd had3615 8763 te spreken,1696 8763 ziet,2009 zo kwamen935 8804 de zonen1121 des konings,4428 en hieven5375 hun stemmen6963 op5375 8799 en weenden;1058 8799 en de koning4428 ook1571 en al3605 zijn knechten5650 weenden1058 8804 met een zeer3966 groot1419 geween.1065 (53 vluchtte,1272 8804 en toog3212 8799 tot413 ,8526 den zoon1121 van ,5991 8675 5989 koning4428 van .1650) En hij droeg rouw56 8691 over5921 zijn zoon,1121 al3605 die dagen.3117 Alzo vluchtte1272 8804 ,53 en toog3212 8799 naar ;1650 en hij was1961 8799 aldaar8033 drie7969 jaren.8141 Toen verlangde3615 8762 [de] [ziel] van den koning4428 1732 zeer om naar413 53 uit te trekken;3318 8800 want3588 hij had zich getroost5162 8738 over5921 ,550 dat3588 hij dood was.4191 8804

Every verse in 2 Samuel 13

Chapter navigation

0:000:00