2 Samuel 14:7
“En zie,2009 het ganse3605 geslacht4940 is opgestaan6965 8804 tegen5921 uw dienstmaagd,8198 en hebben gezegd:559 8799 Geef5414 8798 dien hier, die zijn broeder251 geslagen heeft,5221 8688 dat wij hem voor de ziel5315 zijns broeders,251 dien834 hij doodgeslagen heeft,2026 8804 doden,4191 8686 en ook1571 den erfgenaam3423 8802 verdelgen;8045 8686 alzo zullen zij mijn kool,1513 die834 overgebleven is,7760 8800 uitblussen,3518 8765 opdat1115 zij mijn man376 geen1115 naam8034 noch overblijfsel7611 laten7604 8738 op5921 6440 den aardbodem.127”
2 Samuel 14:7 — Statenvertaling (1637)
Verse 7 of 33 in 2 Samuel chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 Samuel 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Als nu ,3097 de zoon1121 van ,6870 merkte,3045 8799 dat3588 des konings4428 hart3820 over5921 53 was; Zo zond7971 8799 3097 heen naar ,8620 en nam3947 8799 van4480 daar8033 een wijze2450 vrouw;802 en hij zeide559 8799 tot413 haar: Stel u56 toch,4994 alsof gij rouw droegt,56 8693 en trek3847 nu4994 rouwklederen60 899 aan,3847 8798 en zalf5480 8799 u niet408 met olie,8081 en wees1961 8798 als een vrouw,802 die nu2088 vele7227 dagen3117 rouw gedragen heeft56 8690 over5921 een dode;4191 8801 En ga in935 8804 tot413 den koning,4428 en spreek1696 8765 tot413 hem naar dit2088 woord.1697 En 3097 leide7760 8799 de woorden1697 in haar mond.6310 En de Thekoietische8621 vrouw802 zeide559 8799 tot413 den koning,4428 als zij op5921 haar aangezicht639 ter aarde776 was gevallen,5307 8799 en zich nedergebogen had,7812 8691 zo zeide zij:559 8799 ,3467 8685 o koning!4428 En de koning4428 zeide559 8799 tot haar: Wat4100 is u? En zij zeide:559 8799 ,61 ik595 ben een weduwvrouw,490 802 en mijn man376 is gestorven.4191 8799 Nu had uw dienstmaagd8198 twee8147 zonen,1121 en deze beiden8147 twistten5327 8735 in het veld,7704 en er was geen369 scheider5337 8688 tussen996 hen; zo sloeg5221 8686 de een259 den ander,259 en doodde4191 8686 hem.853 En zie,2009 het ganse3605 geslacht4940 is opgestaan6965 8804 tegen5921 uw dienstmaagd,8198 en hebben gezegd:559 8799 Geef5414 8798 dien hier, die zijn broeder251 geslagen heeft,5221 8688 dat wij hem voor de ziel5315 zijns broeders,251 dien834 hij doodgeslagen heeft,2026 8804 doden,4191 8686 en ook1571 den erfgenaam3423 8802 verdelgen;8045 8686 alzo zullen zij mijn kool,1513 die834 overgebleven is,7760 8800 uitblussen,3518 8765 opdat1115 zij mijn man376 geen1115 naam8034 noch overblijfsel7611 laten7604 8738 op5921 6440 den aardbodem.127 Toen zeide559 8799 de koning4428 tot413 deze vrouw:802 Ga3212 8798 naar uw huis,1004 en ik589 zal voor5921 u gebieden.6680 8762 En de Thekoietische8621 vrouw802 zeide559 8799 tot413 den koning:4428 heer113 koning,4428 de ongerechtigheid5771 zij op5921 mij en op5921 mijns vaders1 huis;1004 de koning4428 daarentegen, en zijn stoel,3678 zij onschuldig.5355 En de koning4428 zeide:559 8799 Spreekt1696 8764 iemand tegen413 u, zo breng935 8689 hem tot413 mij; en hij zal u voortaan3254 8686 niet3808 meer5750 aantasten.5060 8800 En zij zeide:559 8799 De koning4428 gedenke2142 8799 toch4994 aan den HEERE,3068 uw God,430 dat4480 de bloedwrekers1350 8802 1818 niet4480 te vele worden7235 8687 om te verderven,7843 8763 dat zij mijn zoon1121 niet3808 verdelgen.8045 8686 zeide hij:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 indien518 er een van4480 de haren8185 uws zoons1121 op de aarde776 zal vallen!5307 8799 Toen zeide559 8799 deze vrouw:802 toch4994 uw dienstmaagd8198 een woord1697 tot413 mijn heer113 den koning4428 spreken.1696 8762 En hij zeide:559 8799 .1696 8761 En de vrouw802 zeide:559 8799 Waarom4100 hebt gij alzulks2063 tegen5921 Gods430 volk5971 gedaan?2803 8804 daaruit, dat de koning4428 dit2088 woord1697 gesproken heeft,1696 8693 is hij als een schuldige,818 dewijl1115 de koning4428 zijn verstotene5080 8737 niet1115 wederhaalt.7725 8687 Want3588 wij zullen den dood4191 8800 sterven,4191 8799 en wezen als water,4325 dat,834 ter aarde776 uitgestort zijnde,5064 8737 niet3808 verzameld wordt.622 8735 God430 zal de ziel5315 niet3808 wegnemen,5375 8799 maar zal gedachten4284 denken,2803 8804 dat1115 den verstotene5080 8737 niet1115 van4480 verstote.5080 8799 Nu ,6258 dat834 ik gekomen ben,935 8804 om ditzelve2088 woord1697 tot413 den koning,4428 mijn heer,113 te spreken,1696 8763 [is] omdat3588 het volk5971 mij vreesachtig gemaakt heeft;3372 8765 zo zeide559 8799 uw dienstmaagd:8198 Ik zal nu4994 tot413 den koning4428 spreken;1696 8762 misschien194 zal de koning4428 het woord1697 zijner dienstmaagd519 doen.6213 8799 Want3588 de koning4428 zal horen,8085 8799 om zijn dienstmaagd519 te redden5337 8687 van4480 de hand3709 des mans,376 die [voorheeft] mij853 en mijn zoon1121 te zamen3162 van4480 Gods430 erve5159 te verdelgen.8045 8687 Wijders zeide559 8799 uw dienstmaagd:8198 woord1697 mijns heren,113 des konings,4428 zij1961 8799 toch4994 tot rust;4496 want3588 gelijk een Engel4397 ,430 alzo3651 is mijn heer113 de koning,4428 om te horen8085 8800 het goede2896 en het kwade;7451 en de HEERE,3068 uw God,430 zal met5973 u zijn.1961 8798 Toen antwoordde6030 8799 de koning,4428 en zeide559 8799 tot413 de vrouw:802 Verberg3582 8762 nu4994 niet408 voor4480 mij de zaak,1697 die834 ik595 u854 vragen zal.7592 8802 En de vrouw802 zeide:559 8799 heer113 de koning4428 spreke1696 8762 toch.4994 En de koning4428 zeide:559 8799 Is Joabs3097 hand3027 met854 u in dit2088 alles?3605 En de vrouw802 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] uw ziel5315 leeft,2416 mijn heer113 koning,4428 indien518 iemand367 ter rechter-3231 8687 of ter linkerhand zou kunnen afwijken8041 8687 van4480 alles,3605 wat834 mijn heer113 de koning4428 gesproken heeft;1696 8765 want3588 uw knecht5650 3097 1931 heeft het mij geboden,6680 8765 en die1931 heeft al3605 deze428 woorden1697 in den mond6310 uwer dienstmaagd8198 gelegd;7760 8804 Dat5668 ik de gestalte6440 dezer zaak1697 alzo omwenden zou,5437 8763 zulks1697 2088 heeft uw knecht5650 3097 gedaan;6213 8804 doch mijn heer113 is wijs,2450 naar de wijsheid2451 van een Engel4397 ,430 om te merken3045 8800 alles,3605 wat834 op de aarde776 is. Toen zeide559 8799 de koning4428 tot413 :3097 Zie2009 nu,4994 ik heb deze2088 zaak1697 gedaan;6213 8804 zo ga henen,3212 8798 haal7725 den jongeling5288 53 weder.7725 8685 Toen viel5307 8799 3097 op413 zijn aangezicht6440 ter aarde,776 en boog zich,7812 8691 en dankte1288 8762 den koning;4428 en 3097 zeide:559 8799 Heden3117 heeft uw knecht5650 gemerkt,3045 8804 dat3588 ik genade2580 gevonden heb4672 8804 in uw ogen,5869 mijn heer113 koning!4428 Omdat834 de koning4428 het woord1697 van zijn knecht5650 gedaan heeft.6213 8804 Alzo maakte zich6965 3097 op,6965 8799 en toog3212 8799 naar ;1650 en hij bracht935 8686 53 te .3389 En de koning4428 zeide:559 8799 hij in413 zijn huis1004 kere,5437 8735 en mijn aangezicht6440 niet3808 zie.7200 8799 keerde5437 8735 53 in413 zijn huis,1004 en zag7200 8804 des konings4428 aangezicht6440 niet.3808 Nu was er1961 8804 in gans3605 3478 geen3808 man376 zo schoon3303 als ,53 zeer3966 te prijzen;1984 8763 van4480 zijn voetzool3709 7272 af tot5704 zijn hoofdschedel6936 toe was er1961 8804 geen3808 gebrek3971 in hem. En als hij zijn hoofd7218 beschoor,1548 8763 (nu geschiedde het1961 8804 ten einde7093 van elk3117 jaar,3117 dat834 hij het beschoor,1548 8762 omdat3588 het hem5921 te zwaar was,3513 8804 zo beschoor hij1548 8765 het), zo woog8254 8804 het haar8181 zijns hoofds7218 tweehonderd3967 sikkelen,8255 naar des konings4428 gewicht.68 Ook werden 53 drie7969 zonen1121 geboren,3205 8735 en een259 dochter,1323 welker naam8034 was ;8559 deze1931 was1961 8804 een vrouw,802 schoon3303 van aanzien.4758 Alzo bleef3427 8799 53 twee3117 volle jaren8141 te ,3389 dat hij des konings4428 aangezicht6440 niet3808 zag.7200 8804 Daarom zond7971 8799 53 tot413 ,3097 dat hij hem853 tot413 den koning4428 zond;7971 8800 maar hij wilde14 8804 niet3808 tot413 hem komen.935 8800 Zo zond hij7971 8799 nog5750 ten anderen male;8145 evenwel wilde hij14 8804 niet3808 komen.935 8800 Zo zeide hij559 8799 tot413 zijn knechten:5650 ,7200 8798 het stuk akkers2513 van 3097 is aan413 de zijde3027 van het mijne, en hij heeft gerst8184 daarop;8033 gaat heen,3212 8798 en steekt het aan3341 8685 met vuur,784 en Absaloms53 knechten5650 staken3341 dat stuk akkers2513 aan3341 8686 met vuur.784 Toen maakte zich6965 3097 op6965 8799 en kwam935 8799 tot413 53 in het huis,1004 en zeide559 8799 tot413 hem: Waarom4100 hebben uw knechten5650 het stuk akkers,2513 dat834 mijn is, met vuur784 aangestoken?3341 8689 En 53 zeide559 8799 tot413 :3097 ,2009 ik heb tot413 u gezonden,7971 8804 zeggende:559 8800 Kom935 8798 herwaarts,2008 dat ik u853 tot413 den koning4428 zende,7971 8799 om te zeggen:559 8800 Waarom4100 ben ik van4480 Gesur1650 gekomen?935 8804 ware mij goed,2896 dat ik589 nog5750 daar8033 ware; nu ,6258 laat mij het aangezicht6440 des konings4428 zien;7200 8799 518 is er3426 nog een misdaad5771 in mij, zo dode hij4191 8689 mij. Toen ging935 8799 3097 in tot413 den koning,4428 en zeide5046 8686 het hem aan. Toen riep hij7121 8799 413 ,53 en hij kwam935 8799 tot413 den koning4428 in, en boog zich7812 8691 voor hem op5921 zijn aangezicht639 ter aarde,776 voor des konings4428 aangezicht;6440 en de koning4428 kuste5401 8799 .53