2 Samuel 18:32

“Toen zeide559 8799 de koning4428 tot413 Cuschi:3569 Is het wel7965 met den jongeling,5288 met Absalom?53 En Cuschi3569 zeide:559 8799 De vijanden341 8802 van mijn heer113 den koning,4428 en allen,3605 die834 tegen5921 u ten kwade7451 opstaan,6965 8804 moeten worden1961 8799 als die jongeling.5288”

2 Samuel 18:32 — Statenvertaling (1637)

Verse 32 of 33 in 2 Samuel chapter 18 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Samuel 18 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En 1732 monsterde6485 8799 het volk,5971 dat834 met hem854 was; en hij stelde7760 8799 over5921 hen oversten8269 van duizenden,505 en oversten8269 van honderden.3967 Voorts zond7971 8762 1732 het volk5971 uit, een derde deel7992 onder de hand3027 van ,3097 en een derde deel7992 onder de hand3027 van ,52 den zoon1121 van ,6870 Joabs3097 broeder,251 en een derde deel7992 onder de hand3027 van ,863 den .1663 En de koning4428 zeide559 8799 tot413 het volk:5971 Ik589 zal ook1571 zelf589 zekerlijk3318 8800 met5973 ulieden uittrekken.3318 8799 Maar het volk5971 zeide:559 8799 zult niet3808 uittrekken;3318 8799 want3588 of518 wij te enen male5127 8800 vloden,5127 8799 zij zullen het hart3820 op413 ons niet3808 stellen;7760 8799 ja, of518 de helft2677 van ons stierf,4191 8799 zij zullen het hart3820 op5921 ons niet3808 stellen;7760 8799 maar3588 [gij859 ] [zijt] nu als3644 tien6235 duizend505 onzer. Zo zal het nu6258 beter2896 zijn, dat3588 gij ons uit4480 de stad5892 ter hulpe5826 8800 8675 5826 8687 zijt.1961 8799 Toen zeide559 8799 de koning4428 tot413 hen: Ik zal doen,6213 8799 wat834 goed is3190 8799 in uw ogen.5869 De koning4428 nu stond5975 8799 aan413 de zijde3027 van de poort,8179 en al3605 het volk5971 trok uit3318 8804 bij honderden3967 en bij duizenden.505 En de koning4428 gebood6680 8762 ,3097 en ,52 en ,863 zeggende:559 8800 [] mij zachtkens328 met den jongeling,5288 met .53 En al3695 het volk5971 hoorde8085 8804 het, als de koning4428 aan al3605 de oversten8269 van5921 Absaloms53 zaak1697 gebood.6680 8763 Alzo toog3318 het volk5971 uit3318 8799 in het veld,7704 3478 tegemoet,7125 8800 en de strijd4421 geschiedde1961 8799 bij Efraims669 woud.3293 En het volk5971 van 3478 werd aldaar8033 voor het aangezicht6440 van Davids1732 knechten5650 geslagen;5062 8735 en aldaar8033 geschiedde1961 8799 te dienzelven1931 dage3117 een grote1419 slag,4046 van twintig6242 duizend.505 Want de strijd4421 werd1961 8799 aldaar8033 verspreid6327 8737 over5921 6440 al3605 dat land.776 En het woud3293 verteerde398 8800 meer7235 8686 van het volk,5971 4480 die834 het zwaard2719 verteerde,398 8804 te dienzelven1931 dage.3117 53 nu ontmoette7122 8735 voor het aangezicht6440 der knechten5650 ;1732 en 53 reed7392 8802 op5921 een muildier;6505 en als het muildier6505 kwam935 8799 onder8478 de dichte takken7730 van een groten1419 eik,424 zo werd2388 zijn hoofd7218 vast2388 8799 aan den eik,424 dat hij hangen bleef5414 8714 tussen996 den hemel8064 en tussen996 de aarde,776 en het muildier,6505 dat834 onder8478 hem was, ging door.5674 8804 Als dat een259 man376 zag,7200 8799 zo gaf hij5046 het 3097 te kennen,5046 8686 en zeide:559 8799 ,2009 ik heb 53 zien7200 8804 hangen8518 8803 aan een eik.424 Toen zeide559 8799 3097 tot den man,376 die het hem te kennen gaf:5046 8688 Zie2009 toch, gij hebt het gezien,7200 8804 waarom4069 hebt gij hem niet3808 aldaar8033 ter aarde776 geslagen,5221 8689 alzo het aan5921 mij [stond] om u tien6235 zilverlingen3701 en een259 gordel2290 te geven?5414 8800 Maar die man376 zeide559 8799 tot413 :3097 En of ik595 al3863 duizend505 zilverlingen3701 op5921 mijn handen3709 mocht wegen,8254 8802 zo zou ik mijn hand3027 aan413 des konings4428 zoon1121 niet3808 slaan;7971 8799 want3588 de koning4428 heeft u,853 en ,52 en ,863 voor onze oren241 geboden,6680 8765 zeggende:559 8800 u,8104 8798 wie4310 [gij] [zijt], van den jongeling,5288 van .53 Of176 ik al valselijk8267 tegen mijn ziel5315 handelde,6213 8804 zo zou toch geen3808 3605 ding1697 voor4480 den koning4428 verborgen worden;3582 8735 ook gij zelf859 zoudt er u van4480 tegenover5048 stellen.3320 8691 Toen zeide559 8799 :3097 Ik zal hier bij u6440 alzo3651 niet3808 vertoeven;3176 8686 en hij nam3947 8799 drie7969 pijlen,7626 3709 en stak8628 8799 ze in Absaloms53 hart,3820 daar hij nog5750 levend was2416 in het midden van den eik.424 En tien6235 jongens,5288 wapendragers5375 8802 3627 van ,3097 omringden5437 8799 [hem], en zij sloegen5221 8686 ,53 en doodden4191 8686 hem. Toen blies8628 8799 3097 met de bazuin,7782 en al het volk5971 keerde af7725 8799 van4480 3478 achterna310 te jagen,7291 8800 want3588 3097 hield2820 het volk5971 terug.2820 8804 En zij namen3947 8799 ,53 en wierpen7993 8686 hem853 in het woud,3293 in413 een groten1419 kuil,6354 en stelden5324 8686 op5921 hem een zeer3966 groten1419 steenhoop;1530 68 en gans3605 3478 vluchtte,5127 8804 een iegelijk376 naar zijn tent.168 53 nu had genomen,3947 8804 en in zijn leven2416 voor zich opgericht5324 8686 een pilaar,4678 die in het koningsdal4428 6010 is; want3588 hij zeide:559 8804 Ik heb geen369 zoon,1121 om5668 aan mijn naam8034 te doen gedenken;2142 8687 en hij had dien pilaar4678 genoemd7121 8799 naar5921 zijn naam;8034 daarom wordt hij tot op5704 dezen2088 dag3117 genoemd:7121 8735 Absaloms53 hand.3027 Toen zeide559 8804 ,290 Zadoks6659 zoon:1121 mij toch4994 heenlopen,7323 8799 en den koning4428 boodschappen,1319 8762 dat3588 de HEERE3068 hem recht gedaan heeft8199 8804 van4480 de hand3027 zijner vijanden.341 8802 Maar 3097 zeide559 8799 tot hem: Gij859 zult dezen2088 dag3117 geen3808 boodschapper376 1309 zijn, maar op een anderen312 dag3117 zult gij boodschappen;1319 8765 dezen2088 dag3117 nu zult gij niet3808 boodschappen,1319 8762 daarom dat3588 5921 des konings4428 zoon1121 dood is.4191 8804 En 3097 zeide559 8799 tot :3569 Ga heen,3212 8798 en zeg5046 8685 den koning4428 aan, wat834 gij gezien hebt;7200 8804 en Cuschi3569 boog zich7812 8691 voor ,3097 en liep heen.7323 8799 Doch ,290 Zadoks6659 zoon,1121 voer3254 nog5750 voort3254 8686 en zeide559 8799 tot413 :3097 Wat4100 het ook zij,1961 8799 laat mij598 toch4994 ook1571 Cuschi3569 achterna310 lopen.7323 8799 En 3097 zeide:559 8799 Waarom4100 zoudt gij859 nu2088 heenlopen,7323 8801 mijn zoon!1121 Zo gij toch geen369 bekwame4672 8802 boodschap1309 hebt? Wat4100 het ook zij,1961 8799 [zeide] [hij], laat mij heenlopen;7323 8799 zo zeide559 8799 hij tot hem: Loop heen.7323 8798 En Ahimaaz290 liep7323 8799 den weg1870 van het effen veld,3603 en kwam5674 Cuschi3569 voorbij.5674 8799 1732 nu zat3427 8802 tussen996 de twee8147 poorten;8179 en de wachter6822 8802 ging3212 8799 op413 het dak1406 der poort8179 aan413 den muur,2346 en hief5375 zijn ogen5869 op,5375 8799 en zag,7200 8799 en ziet,2009 er liep7323 8801 een man376 alleen.909 Zo riep7121 8799 de wachter,6822 8802 en zeide5046 8686 het den koning4428 aan; en de koning4428 zeide:559 8799 Indien518 hij alleen909 is, zo is er een boodschap1309 in zijn mond;6310 en hij ging3212 8799 al voort1980 8800 en naderde.7131 Toen zag7200 8799 de wachter6822 8802 een anderen312 man376 lopende,7323 8801 en de wachter6822 8802 riep7121 8799 tot413 den poortier7778 en zeide:559 8799 ,2009 er loopt7323 8801 [nog] een man376 alleen.909 zeide559 8799 de koning:4428 Die2088 is ook1571 een boodschapper.1319 8764 Voorts zeide559 8799 de wachter:6822 8802 Ik589 zie7200 8802 den loop4794 des eersten7223 aan, als den loop4794 van ,290 Zadoks6659 zoon.1121 zeide559 8799 de koning:4428 Dat2088 is een goed2896 man,376 en hij zal met413 een goede2896 boodschap1309 komen.935 8799 Ahimaaz290 riep7121 8799 en zeide559 8799 tot413 den koning4428 !7965 En hij boog zich7812 8691 voor den koning4428 met het aangezicht639 ter aarde,776 en hij zeide:559 8799 Geloofd1288 8803 zij de HEERE,3068 uw God,430 Die834 de mannen,582 dewelke834 hun hand3027 tegen mijn heer113 den koning4428 ophieven,5375 8804 heeft overgegeven.5462 8765 Toen zeide559 8799 de koning:4428 Is het wel7965 met den jongeling,5288 met ?53 En Ahimaaz290 zeide:559 8799 Ik zag7200 8804 een groot1419 rumoer,1995 als ,3097 den knecht5650 des konings,4428 en [mij] uw knecht5650 afzond,7971 8800 maar ik weet3045 8804 niet3808 wat.4100 En de koning4428 zeide:559 8799 Ga om,5437 8798 stel u3320 8690 hier;3541 zo ging hij om,5437 8735 en bleef staan.5975 8799 En ziet,2009 Cuschi3569 kwam aan;935 8802 en Cuschi3569 zeide:559 8799 heer113 den koning4428 wordt geboodschapt,1319 8691 dat3588 u de HEERE3068 heden3117 heeft recht gedaan8199 8804 van4480 de hand3027 van al3605 degenen, die tegen5921 u opstonden.6965 8801 Toen zeide559 8799 de koning4428 tot413 :3569 Is het wel7965 met den jongeling,5288 met ?53 En Cuschi3569 zeide:559 8799 De vijanden341 8802 van mijn heer113 den koning,4428 en allen,3605 die834 tegen5921 u ten kwade7451 opstaan,6965 8804 moeten worden1961 8799 als die jongeling.5288 Toen werd de koning4428 zeer beroerd,7264 8799 en ging op5927 8799 naar413 de opperzaal5944 der poort,8179 en weende;1058 8799 en in zijn gaan3212 8800 zeide hij559 8804 alzo:3541 zoon1121 ,53 mijn zoon,1121 mijn zoon1121 !53 , dat4310 5414 8799 ik,589 ik voor8478 u gestorven ware,4191 8800 ,53 mijn zoon,1121 mijn zoon!1121

Every verse in 2 Samuel 18

Chapter navigation

0:000:00