2 Samuel 20:8

“Als zij1992 nu waren bij5973 den groten1419 steen,68 die834 bij Gibeon1391 is, zo kwam935 8804 Amasa6021 voor hun aangezicht.6440 En Joab3097 was omgord2296 8803 over3830 zijn kleed,4055 dat hij aan had, en daarop5921 was een gordel,2289 daar het zwaard2719 aan vastgemaakt was6775 8794 op5921 zijn lenden4975 in zijn schede;8593 en als hij1931 voortging,3318 8804 zo viel het uit.5307 8799”

2 Samuel 20:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 26 in 2 Samuel chapter 20 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Samuel 20 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen was daar8033 bij geval7122 8738 een Belials1100 man,376 wiens naam8034 was ,7652 een zoon1121 van ,1075 een man376 van ;1145 die blies8628 8799 met de bazuin,7782 en zeide:559 8799 hebben geen369 deel2506 aan ,1732 en wij hebben geen3808 erfenis5159 aan den zoon1121 van ,3448 een iegelijk376 naar zijn tenten,168 o !3478 Toen toog5927 8799 alle3605 man376 van 3478 op van4480 achter310 ,1732 ,7652 den zoon1121 van ,1075 achterna;310 maar de mannen376 van Juda3063 kleefden1692 hun koning4428 aan,1692 8804 van4480 de Jordaan3383 af tot aan5704 .3389 Toen nu 1732 in413 zijn huis1004 te Jeruzalem3389 kwam,935 8799 nam3947 8799 de koning4428 de tien6235 vrouwen,802 [zijn] bijwijven,6370 die834 hij gelaten had,3240 8689 om het huis1004 te bewaren,8104 8800 en deed5414 8799 ze in een huis van bewaring,4931 en onderhield3557 8770 ze, maar ging935 tot413 haar niet3808 in.935 8804 En zij waren1961 8799 opgesloten6887 8803 tot5704 op den dag3117 van haarlieder dood,4191 8800 levende2424 als weduwen.491 Voorts zeide559 8799 de koning4428 tot413 :6021 Roep2199 mij de mannen376 van Juda3063 te zamen,2199 8685 tegen den derden7969 dag;3117 en gij,859 stel u5975 8798 [] hier.6311 En Amasa6021 ging heen,3212 8799 om Juda3063 bijeen te roepen;2199 8687 maar hij bleef achter,309 8799 8675 3186 8799 boven4480 den gezetten tijd,4150 dien834 hij hem gezet had.3259 8804 Toen zeide559 8799 1732 tot413 :52 Nu6258 zal ons ,7652 de zoon1121 van ,1075 meer kwaads3415 8799 doen, 4480 ;53 neem3947 8798 gij859 de knechten5650 uws heren,113 en jaag7291 8798 hem achterna,310 opdat hij niet6435 misschien vaste1219 8803 steden5892 voor zich vinde,4672 8804 en zich aan onze ogen5869 onttrekke.5337 8689 Toen togen uit,3318 8799 hem achterna,310 de mannen582 van ,3097 en de ,3774 en de ,6432 en al3605 de helden.1368 togen uit3318 8799 van4480 ,3389 om ,7652 den zoon1121 van ,1075 achterna310 te jagen.7291 8800 Als zij1992 nu waren bij5973 den groten1419 steen,68 die834 bij 1391 is, zo kwam935 8804 Amasa6021 voor hun aangezicht.6440 En 3097 was omgord2296 8803 over3830 zijn kleed,4055 dat hij aan had, en daarop5921 was een gordel,2289 daar het zwaard2719 aan vastgemaakt was6775 8794 op5921 zijn lenden4975 in zijn schede;8593 en als hij1931 voortging,3318 8804 zo viel het uit.5307 8799 En 3097 zeide559 8799 tot :6021 Is het wel7965 met u,859 mijn broeder?251 En 3097 vatte270 8799 met de rechterhand3225 3027 den baard2206 van ,6021 om hem te kussen.5401 8800 En Amasa6021 hoedde zich8104 8738 niet3808 voor het zwaard,2719 dat834 in Joabs3097 hand3027 was; zo sloeg hij5221 8686 hem daarmede aan413 de vijfde2570 rib, en hij stortte8210 zijn ingewand4578 ter aarde776 uit,8210 8799 en hij sloeg hem niet3808 ten tweeden male,8138 8804 en hij stierf.4191 8799 jaagden7291 8804 3097 en zijn broeder251 ,52 ,7652 den zoon1121 van ,1075 achterna.310 Maar een man,376 van4480 Joabs3097 jongens,5288 bleef bij5921 hem staan,5975 8804 en hij zeide:559 8799 Wie4310 is er, die834 lust heeft2654 8804 aan ,3097 en wie4310 is er, die834 voor 1732 is, die volge 3097 na!310 Amasa6021 nu lag1556 in het bloed1818 gewenteld,1556 8706 midden8432 op de straat.4546 die man376 zag,7200 8799 dat3588 al3605 het volk5971 staan bleef,5975 8804 zo deed hij5437 Amasa6021 weg5437 8686 van4480 de straat4546 in het veld,7704 en wierp7993 8686 een kleed899 op5921 hem, dewijl834 hij zag,7200 8804 dat al3605 wie bij5921 hem kwam,935 8802 bleef staan.5975 8804 Toen834 hij nu van4480 de straat4546 weggenomen was,3014 8689 toog5674 alle3605 man376 voort,5674 8804 3097 na,310 om ,7652 den zoon1121 van ,1075 achterna310 te jagen.7291 8800 En hij toog heen5674 8799 door alle3605 stammen7626 van ,3478 naar ,59 te weten, Beth-maacha,1038 en het ganse3605 ;1276 en zij verzamelden zich,6950 8735 8675 7035 8735 en kwamen935 8799 hem ook637 na.310 En zij kwamen935 8799 en belegerden6696 8799 hem5921 in 59 -maacha,1038 en zij wierpen8210 8799 een wal5550 op tegen413 de stad,5892 dat hij aan den buitenmuur2426 stond;5975 8799 en al3605 het volk,5971 dat834 met 3097 was, verdorven7843 8688 den muur,2346 om dien neder te vellen.5307 8687 Toen riep7121 8799 een wijze2450 vrouw802 uit4480 de stad:5892 ,8085 8798 hoort,8085 8798 zegt559 8798 toch4994 tot413 :3097 Nader7126 8798 tot5704 hiertoe,2008 dat ik tot413 u spreke.1696 8762 Toen hij nu tot413 haar naderde,7126 8799 zeide559 8799 de vrouw:802 gij859 ?3097 En hij zeide:559 8799 Ik589 ben het; en zij zeide559 8799 tot hem: Hoor8085 8798 de woorden1697 uwer dienstmaagd;519 en hij zeide:559 8799 Ik595 hoor.8085 8802 Toen sprak zij,559 8799 zeggende:559 8800 In voortijden7223 spraken zij1696 8762 gemeenlijk,1696 8763 zeggende:559 8800 zullen zonder twijfel7592 8800 te 59 vragen;7592 8762 en alzo3651 volbrachten zij8552 8689 het. Ik595 ben een van de vreedzamen,7999 8803 van de getrouwen539 8803 in ,3478 en gij859 zoekt1245 8764 te doden4191 8687 een stad,5892 die een moeder517 is in ;3478 waarom4100 zoudt gij het erfdeel5159 des HEEREN3068 verslinden?1104 8762 Toen antwoordde6030 8799 ,3097 en zeide:559 8799 zij verre,2486 het zij verre2486 van mij, dat518 ik zou verslinden,1104 8762 en dat518 ik zou verderven!7843 8686 De zaak1697 is niet3808 alzo;3651 maar3588 een man376 van4480 het gebergte2022 van ,669 wiens naam8034 is ,7652 de zoon1121 van ,1075 heeft zijn hand3027 opgeheven5375 8804 tegen413 den koning,4428 tegen ;1732 lever5414 8798 hem853 alleen,909 zo zal ik van4480 5921 deze stad5892 aftrekken.3212 8799 zeide559 8799 de vrouw802 tot413 :3097 ,2009 zijn hoofd7218 zal tot413 u over1157 den muur2346 geworpen worden.7993 8716 En de vrouw802 kwam935 8799 in tot413 al3605 het volk,5971 met haar wijsheid;2451 en zij hieuwen3772 8799 ,7652 den zoon1121 van ,1075 het hoofd7218 af, en wierpen7993 8686 het tot413 .3097 blies hij8628 8799 met de bazuin,7782 en zij verstrooiden zich6327 8799 van4480 5921 de stad,5892 een iegelijk376 naar zijn tenten;168 en 3097 keerde weder7725 8804 naar Jeruzalem3389 tot413 den koning.4428 3097 nu was over413 het ganse3605 heir6635 van ;3478 en ,1141 de zoon1121 van ,3077 over5921 de Krethi3774 8675 3746 en over5921 de ;6432 En Adoram151 was over5921 de schatting;4522 en ,3092 de zoon1121 van ,286 was kanselier;2142 8688 En Seja7864 8675 7724 was schrijver;5608 8802 en Zadok6659 en Abjathar54 waren priesters.3548 En ook1571 was1961 8804 ,5896 de ,2972 Davids1732 opperofficier.3548

Every verse in 2 Samuel 20

Chapter navigation

0:000:00