2 Samuel 5:12

“En David1732 merkte,3045 8799 dat3588 de HEERE3068 hem tot een koning4428 over5921 Israel3478 bevestigd had,3559 8689 en dat3588 Hij zijn koninkrijk4467 verheven had,5375 8765 om5668 Zijns volks5971 Israels3478 wil.”

2 Samuel 5:12 — Statenvertaling (1637)

Verse 12 of 25 in 2 Samuel chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Samuel 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen kwamen935 8799 alle3605 stammen7626 van 3478 tot413 1732 te ;2275 en zij spraken,559 8799 zeggende:559 8800 ,2009 wij,587 uw gebeente6106 en uw vlees1320 zijn wij. Daartoe ook1571 1571 te voren,865 8032 toen 7586 koning4428 over5921 ons was,1961 8800 waart1961 8804 gij859 3478 uitvoerende3318 8688 en inbrengende;935 8688 ook heeft de HEERE3068 tot u gezegd:559 8799 Gij859 zult volk5971 3478 weiden,7462 8799 en gij859 zult tot een voorganger5057 zijn1961 8799 over5921 .3478 Alzo kwamen935 8799 alle3605 oudsten2205 van 3478 tot413 den koning4428 te ;2275 en de koning4428 1732 maakte3772 8799 een verbond1285 met hen te ,2275 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 en zij zalfden4886 8799 1732 tot koning4428 over5921 .3478 Dertig7970 jaar8141 was 1732 oud,1121 als hij koning werd;4427 8800 veertig705 jaren8141 heeft hij geregeerd.4427 8804 Te 2275 regeerde hij4427 8804 over5921 Juda3063 zeven7651 jaren8141 en zes8337 maanden;2320 en te Jeruzalem3389 regeerde hij4427 8804 drie7969 en dertig7970 jaren8141 over5921 gans3605 3478 en .3063 En de koning4428 toog3212 8799 met zijn mannen582 naar ,3389 tegen413 de ,2983 die in dat land776 woonden.3427 8802 En zij spraken559 8799 tot ,1732 zeggende:559 8800 zult hier2008 niet3808 inkomen,935 8799 maar3588 518 de blinden5787 en kreupelen6455 zullen u afdrijven;5493 8687 dat is te zeggen:559 8800 1732 zal hier2008 niet3808 inkomen.935 8799 Maar 1732 nam3920 8799 den burg4686 Sion6726 in; dezelve1931 is de stad5892 .1732 Want 1732 zeide559 8799 ten zelfden1931 dage:3117 Al3605 wie de Jebusieten2983 slaat,5221 8688 en geraakt5060 8799 aan die watergoot,6794 en die kreupelen,6455 en die blinden,5787 die van Davids1732 ziel5315 gehaat zijn,8130 8803 [die] [zal] [tot] [een] [hoofd] [en] [tot] [een] [overste] [zijn]; daarom5921 3651 zegt men:559 8799 blinde5787 en kreupele6455 zal in413 het huis1004 niet3808 komen.935 8799 Alzo woonde3427 8799 1732 in den burg4686 en noemde7121 8799 dien Davids1732 stad.5892 En 1732 bouwde1129 8799 rondom5439 van4480 Millo4407 af en binnenwaarts.1004 1732 nu ging3212 8799 geduriglijk voort,1980 8800 en werd groot;1419 want de HEERE,3068 de God430 der heirscharen,6635 was met5973 hem. En ,2438 de koning4428 van ,6865 zond7971 8799 boden4397 tot413 ,1732 en cederenhout,730 6086 en timmerlieden,2796 en metselaars;7023 68 en zij bouwden1129 8799 1732 een huis.1004 En 1732 merkte,3045 8799 dat3588 de HEERE3068 hem tot een koning4428 over5921 3478 bevestigd had,3559 8689 en dat3588 zijn koninkrijk4467 verheven had,5375 8765 om5668 volks5971 Israels3478 wil. En 1732 nam3947 8799 meer5750 bijwijven,6370 en vrouwen802 van4480 ,3389 nadat310 hij van4480 2275 gekomen was;935 8800 en 1732 werden meer5750 zonen1121 en dochteren1323 geboren.3205 8735 En dit428 zijn de namen8034 dergenen, die hem te Jeruzalem3389 geboren zijn:3209 ,8051 en ,7727 en ,5416 en .8010 En ,2984 en Elischua474 en ,5298 en ,3309 En ,476 en ,450 en .467 Als nu de Filistijnen6430 hoorden,8085 8799 dat3588 zij 1732 ten koning4428 over5921 3478 gezalfd hadden,4886 8804 zo togen5927 alle3605 Filistijnen6430 op5927 8799 om 1732 te zoeken;1245 8763 en ,1732 dat horende,8085 8799 toog af,3381 8799 naar413 den burg.4686 En de Filistijnen6430 kwamen935 8804 en verspreidden zich5203 8735 in het dal6010 .7497 Zo vraagde7592 8799 1732 den HEERE,3068 zeggende:559 8800 ik optrekken5927 8799 tegen413 de ?6430 ze in mijn hand3027 geven?5414 8799 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot413 :1732 op,5927 8798 want3588 Ik zal de Filistijnen6430 zekerlijk5414 8800 in uw hand3027 geven.5414 8799 Toen kwam935 8799 1732 te -perazim;1188 en 1732 sloeg5221 8686 hen aldaar,8033 en zeide:559 8799 De HEERE3068 heeft mijn vijanden341 8802 voor mijn aangezicht6440 gescheurd,6555 8804 als een scheur6556 der wateren;4325 daarom5921 3651 noemde hij7121 8804 den naam8034 derzelve1931 plaats,4725 -perazim.1188 En zij lieten5800 8799 hun afgoden6091 aldaar;8033 en 1732 en zijn mannen582 namen ze op.5375 8799 Daarna togen5927 de Filistijnen6430 weder3254 8686 5750 op;5927 8800 en zij verspreidden zich5203 8735 in het dal6010 .7497 En 1732 vraagde7592 8799 den HEERE,3068 zeide:559 8799 zult niet3808 optrekken;5927 8799 [maar] trek om5437 8685 tot413 achter310 hen, dat gij aan hen komt935 8804 van4480 tegenover4136 de moerbezienbomen;1057 En het geschiede,1961 8799 als gij hoort8085 8800 het geruis6963 van een gang6807 in de toppen7218 der moerbezienbomen,1057 227 rep u;2782 8799 want3588 alsdan227 is de HEERE3068 voor uw aangezicht6440 uitgegaan,3318 8804 om het heirleger4264 der Filistijnen6430 te slaan.5221 8687 En 1732 deed6213 8799 alzo,3651 gelijk als834 de HEERE3068 hem geboden had;6680 8765 en hij sloeg5221 8686 de Filistijnen6430 van4480 Geba1387 af, totdat5794 gij komt935 8800 te .1507

Every verse in 2 Samuel 5

Chapter navigation

0:000:00