2 Timothy 2:20

“Doch1161 in1722 een groot3173 huis3614 zijn2076 5748 niet3756 alleen3440 gouden5552 en2532 zilveren693 vaten,4632 maar235 ook2532 houten3585 en2532 aarden3749 [vaten]; en2532 sommige3739 3303 ter1519 ere,5092 maar1161 sommige3739 ter1519 onere.819”

2 Timothy 2:20 — Statenvertaling (1637)

Verse 20 of 26 in 2 Timothy chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

2 Timothy 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Gij4771 ,3767 mijn3450 zoon,5043 word gesterkt1743 5744 in1722 de genade,5485 die in1722 Christus5547 Jezus2424 is; En2532 hetgeen3739 gij van3844 mij1700 gehoord hebt191 5656 onder1223 vele4183 getuigen,3144 betrouw3908 5639 dat5023 aan getrouwe4103 mensen,444 welke3748 bekwaam2425 zullen zijn2071 5704 om ook2532 anderen2087 te leren.1321 5658 Gij4771 ,3767 lijd verdrukkingen,2553 5657 als5613 een goed2570 krijgsknecht4757 van Jezus2424 .5547 Niemand,3762 die in den krijg dient,4754 5734 wordt ingewikkeld1707 5743 in de handelingen4230 des leeftochts,979 opdat2443 hij dien moge behagen,700 5661 die [hem] tot den krijg aangenomen heeft.4758 5660 En1161 indien1437 ook2532 iemand5100 strijdt,118 5725 die wordt niet3756 gekroond,4737 5743 zo1437 hij niet3361 wettelijk3545 heeft gestreden.118 5661 De landman,1092 als hij arbeidt,2872 5723 moet1163 5748 alzo eerst4413 de vruchten2590 genieten.3335 5721 Merk,3539 5720 hetgeen3739 ik zeg;3004 5719 doch1063 de Heere2962 geve1325 5630 u4671 verstand4907 in1722 alle dingen.3956 Houd in gedachtenis,3421 5720 dat Jezus2424 Christus5547 uit1537 de doden3498 is opgewekt,1453 5772 is uit1537 den zade4690 ,1138 naar2596 mijn3450 ;2098 Om1722 hetwelk3739 ik verdrukkingen lijde2553 5719 tot3360 de banden1199 toe, als5613 een kwaaddoener;2557 maar235 het Woord3056 Gods2316 is niet3756 gebonden.1210 5769 Daarom1223 5124 verdraag ik5278 5719 alles3956 om de uitverkorenen,1223 1588 opdat2443 ook2532 zij846 de zaligheid4991 zouden verkrijgen,5177 5632 die3588 in1722 Christus5547 Jezus2424 is, met3326 eeuwige166 heerlijkheid.1391 Dit is een getrouw4103 woord;3056 want1063 indien1487 wij met [] gestorven zijn,4880 5627 zo zullen wij ook2532 met [] leven;4800 5692 Indien1487 wij verdragen,5278 5719 wij zullen ook2532 met [] heersen;4821 5692 indien1487 wij [] verloochenen,720 5736 zal ons2248 ook2548 verloochenen;720 5695 Indien1487 wij ontrouw zijn,569 5719 Hij1565 blijft3306 5719 getrouw;4103 kan1410 5736 Zichzelven1438 niet3756 verloochenen.720 5664 Breng5279 deze dingen5023 in gedachtenis,5279 5720 en betuig1263 5740 voor1799 den ,2962 dat zij geen3361 woordenstrijd voeren,3054 5721 [hetwelk] tot1519 geen ding3762 nut5539 [is], [] tot1909 verkering2692 der toehoorders.191 5723 Benaarstig u,4704 5657 om uzelven4572 Gode2316 beproefd1384 voor te stellen,3936 5658 een arbeider,2040 die niet beschaamd wordt,422 die het Woord3056 der waarheid225 recht snijdt.3718 5723 Maar1161 stel u tegen4026 5732 het ongoddelijk952 ijdelroepen;2757 want1063 zij zullen in1909 meerdere4119 goddeloosheid763 toenemen.4298 5692 En2532 hun846 woord3056 zal voorteten,2192 5692 3542 gelijk5613 de kanker;1044 onder welke3739 is2076 5748 Hymeneus5211 en2532 ;5372 Die3748 van4012 de waarheid225 zijn afgeweken,795 5656 zeggende,3004 5723 dat de opstanding386 alrede2235 geschied is,1096 5755 en2532 verkeren396 5719 sommiger5100 geloof.4102 Evenwel3303 3305 5104 het vaste4731 fondament2310 Gods2316 staat,2476 5758 hebbende2192 5723 dit5026 zegel:4973 De Heere2962 kent1097 5627 degenen, die de Zijnen846 zijn;5607 5752 en:2532 iegelijk,3956 die den Naam3686 van Christus5547 noemt,3687 5723 sta af868 5628 van575 ongerechtigheid.93 Doch1161 in1722 een groot3173 huis3614 zijn2076 5748 niet3756 alleen3440 gouden5552 en2532 zilveren693 vaten,4632 maar235 ook2532 houten3585 en2532 aarden3749 [vaten]; en2532 sommige3739 3303 ter1519 ere,5092 maar1161 sommige3739 ter1519 onere.819 Indien1437 3767 iemand5100 zichzelven1438 van575 deze5130 reinigt,1571 5661 die zal een vat4632 zijn2071 5704 ter1519 ere,5092 geheiligd37 5772 en2532 bekwaam tot gebruik2173 des ,1203 tot1519 alle3956 goed18 werk2041 toebereid.2090 5772 Maar1161 vlied5343 5720 de begeerlijkheden1939 der jonkheid;3512 en1161 jaag naar1377 5720 rechtvaardigheid,1343 geloof,4102 liefde,26 vrede,1515 met3326 degenen, die den Heere2962 aanroepen1941 5734 uit1537 een rein2513 hart.2588 En1161 verwerp3868 5737 de vragen,2214 die dwaas3474 en2532 zonder lering521 zijn, wetende,1492 5761 dat3754 zij twistingen3163 voortbrengen.1080 5719 En1161 een dienstknecht1401 des Heeren2962 moet1163 5748 niet3756 twisten,3164 5738 maar235 vriendelijk2261 zijn1511 5750 jegens4314 allen,3956 bekwaam om te leren,1317 [en] die de kwaden kan verdragen;420 Met1722 zachtmoedigheid4236 onderwijzende3811 5723 degenen, die tegenstaan;475 5734 of3361 hun846 God2316 te eniger tijd4218 bekering3341 gave1325 5632 tot1519 erkentenis1922 der waarheid;225 En2532 zij wederom ontwaken mochten366 5661 uit1537 den strik3803 des duivels,1228 onder5259 welken846 zij gevangen waren2221 5772 tot1519 zijn1565 wil.2307

Every verse in 2 Timothy 2

Chapter navigation

0:000:00