Acts 21:2
“En2532 een schip4143 gevonden hebbende,2147 5631 dat naar1519 Fenicie5403 overvoer,1276 5723 gingen wij er in1910 5631 en voeren af.321 5681”
Acts 21:2 — Statenvertaling (1637)
Verse 2 of 40 in Acts chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Acts 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En1161 als het geschiedde,1096 5633 dat5613 wij2248 van575 hen846 gescheiden645 5685 en afgevaren waren,321 5683 zo liepen wij rechtuit2113 5660 en kwamen2064 5627 te1519 ,2972 en1161 den [dag] daaraan1836 te1519 ,4499 en van daar2547 te1519 .3959 En2532 een schip4143 gevonden hebbende,2147 5631 dat naar1519 Fenicie5403 overvoer,1276 5723 gingen wij er in1910 5631 en voeren af.321 5681 En1161 als wij 2954 in het gezicht gekregen,398 5631 en2532 dat846 aan de linker2176 [hand] gelaten hadden,2641 5631 voeren wij4126 5707 naar1519 ,4947 en2532 kwamen aan2609 5648 te1519 ;5184 want1063 het schip4143 zoude2258 5713 aldaar1566 den last1117 ontladen.670 5740 En2532 de discipelen3101 gevonden hebbende,429 5631 bleven wij1961 5656 daar847 zeven2033 dagen;2250 dewelke3748 tot Paulus3972 zeiden3004 5707 door1223 den ,4151 dat hij niet3361 zou opgaan305 5721 naar1519 .2419 Toen3753 het nu1161 geschiedde,1096 5633 dat wij2248 deze dagen2250 doorgebracht hadden,1822 5658 gingen wij uit,1831 5631 en reisden4198 5711 [voort]; en zij geleidden4311 5723 ons2248 allen3956 met4862 vrouwen1135 en2532 kinderen5043 tot2193 buiten1854 de stad;4172 en2532 aan1909 den oever123 nederknielende,5087 5631 1119 hebben wij gebeden.4336 5662 En2532 als wij elkander240 gegroet hadden,782 5666 gingen wij1910 5627 in1519 het schip;4143 maar1161 zijlieden1565 keerden wederom,5290 5656 [elk] naar1519 het zijne.2398 Wij2249 nu,1161 de scheepvaart4144 volbracht hebbende1274 5660 van575 ,5184 kwamen aan2658 5656 te1519 ,4424 en2532 de broeders80 gegroet hebbende,782 5666 bleven3306 5656 een3391 dag2250 bij3844 hen.846 En1161 des anderen1887 [daags], Paulus3972 en wij4012 , die met hem4012 waren, gingen van daar1831 5631 en kwamen2064 5627 5625 te1519 ;2542 en2532 gegaan zijnde1525 5631 in1519 het huis3624 van ,5376 den evangelist2099 (die [een] was5607 5752 van1537 de zeven2033), bleven wij3306 5656 bij3844 hem.846 Deze5129 nu1161 had2258 5713 vier5064 dochters,2364 [nog] maagden,3933 die profeteerden.4395 5723 En1161 als wij2257 [daar] vele4119 dagen2250 gebleven waren,1961 5723 kwam er2718 5627 een zeker5100 profeet4396 af van575 ,2449 met name3686 ;13 En2532 hij kwam2064 5631 tot4314 ons,2248 en2532 nam142 5660 den gordel2223 van ,3972 en5037 zichzelven846 handen5495 en2532 voeten4228 gebonden hebbende,1210 5660 zeide:2036 5627 Dit3592 zegt3004 5719 de Heilige40 :4151 man,435 wiens3739 deze3778 gordel2223 is,2076 5748 zullen de Joden2453 alzo3779 te1722 Jeruzalem2419 binden,1210 5692 en2532 overleveren3860 5692 in1519 de handen5495 der heidenen.1484 Als5613 wij nu1161 dit5023 hoorden,191 5656 baden3870 5707 beiden5037 wij2249 en2532 die van die plaats1786 waren, dat hij846 niet3361 zou opgaan305 5721 naar1519 .2419 Maar1161 Paulus3972 antwoordde:611 5662 Wat5101 doet gij,4160 5719 dat gij weent,2799 5723 en2532 mijn3450 hart2588 week maakt?4919 5723 Want1063 ik1473 ben2192 5719 bereid2093 niet3756 alleen3440 gebonden te worden,1210 5683 maar235 ook2532 te sterven599 5629 te1519 Jeruzalem2419 voor5228 den Naam3686 van den Heere2962 .2424 En1161 als hij zich niet3361 liet afraden,3982 5746 hielden wij ons tevreden,2270 5656 zeggende:2036 5631 De wil2307 des Heeren2962 geschiede.1096 5634 En1161 na3326 die5025 dagen2250 maakten wij ons gereed,643 5666 en gingen op305 5707 naar1519 .2419 En1161 met4862 ons2254 gingen4905 5627 ook2532 [sommigen] der discipelen3101 van575 ,2542 leidende71 5723 [met] [zich3844 ] een zekeren5100 ,3416 van ,2953 een ouden744 discipel,3101 bij dewelken3739 wij zouden te huis liggen.3579 5686 En1161 als wij2257 te1519 Jeruzalem2414 gekomen waren,1096 5637 ontvingen1209 5662 ons2248 de broeders80 blijdelijk.780 En1161 den volgenden1966 5752 [dag] ging1524 5715 Paulus3972 met4862 ons2254 in tot4314 ;2385 en5037 al3956 de ouderlingen4245 waren daar gekomen.3854 5633 En2532 als hij hen846 gegroet had,782 5666 verhaalde hij1834 5711 van2596 stuk tot stuk,1520 1538 wat3739 God2316 onder1722 de heidenen1484 door1223 zijn846 dienst1248 gedaan had.4160 5656 En1161 zij, [dat] gehoord hebbende,191 5660 loofden1392 5707 den ,2962 en5037 zeiden2036 5627 tot hem:846 ziet,2334 5719 broeder,80 hoevele4214 duizenden3461 van Joden2453 er zijn,1526 5748 die3588 geloven;4100 5761 en2532 zij zijn5225 5719 allen3956 ijveraars2207 van de wet.3551 En1161 zij zijn aangaande4012 u4675 bericht,2727 5681 dat3754 gij al3956 de ,2453 die onder2596 de heidenen1484 zijn, leert1321 5719 van575 Mozes3475 afvallen,646 zeggende:3004 5723 dat zij de kinderen5043 niet3361 zouden besnijden,4059 5721 noch3366 naar de wijze1485 [der] [wet] wandelen.4043 5721 Wat5101 is er2076 5748 3767 [te] [doen]? Het is1163 gans3843 nodig,1163 5748 dat de menigte4128 samenkome;4905 5629 want1063 zij zullen horen,191 5695 dat3754 gij gekomen zijt.2064 5754 Doe4160 5657 3767 hetgeen5124 3739 wij u4671 zeggen:3004 5719 Wij2254 hebben1526 5748 vier5064 mannen,435 die1909 1438 een gelofte2171 gedaan hebben.2192 5723 Neem3880 5631 dezen5128 tot u, en heilig u48 5682 met4862 hen,846 en2532 doe de onkosten1159 5657 nevens1909 hen,846 opdat2443 zij het hoofd2776 bescheren mogen;3587 5667 en2532 allen3956 mogen weten,1097 5632 dat3754 er niets3762 is2076 5748 aan hetgeen, waarvan3739 zij, aangaande4012 u,4675 bericht zijn;2727 5769 maar235 [dat] gij [alzo] wandelt,4748 5719 dat gij846 ook2532 zelve846 de wet3551 onderhoudt.5442 5723 Doch1161 van4012 de heidenen,1484 die geloven,4100 5761 hebben wij2249 geschreven1989 5656 en goed gevonden,2919 5660 dat zij846 niets3367 dergelijks5108 zouden onderhouden,5083 5721 1508 dat zij zich846 wachten5442 5733 van5037 hetgeen den afgoden geofferd is,1494 en2532 van bloed,129 en2532 van het verstikte,4156 en2532 van hoererij.4202 Toen5119 nam3880 5631 Paulus3972 de mannen435 met zich, en den dag2250 daaraan2192 5746 met4862 hen846 geheiligd zijnde,48 5685 ging hij1524 5715 in1519 den tempel,2411 en verkondigde,1229 5723 dat de dagen2250 der heiliging49 vervuld1604 waren, [blijvende] [daar], totdat2193 3739 5228 een iegelijk1520 1538 van hen846 de offerande4376 opgeofferd was.4374 5681 Als5613 1161 nu de zeven2033 dagen2250 zouden voleindigd worden,4931 5745 3195 5707 zagen2300 5666 hem846 de Joden2453 van575 Azie773 in1722 den tempel,2411 en beroerden4797 5707 al3956 het volk,3793 en2532 sloegen1911 5627 de handen5495 aan1909 hem,846 Roepende:2896 5723 Israelietische2475 mannen,435 komt te hulp!997 5720 Deze3778 is2076 5748 de mens,444 die tegen2596 het volk,2992 en2532 de wet,3551 en5037 deze5126 plaats5117 allen3956 [man] overal3837 leert;1321 5723 en2532 bovendien2089 heeft hij ook2532 Grieken1672 in1519 den tempel2411 gebracht,1521 5627 en2532 heeft deze5127 heilige40 plaats5117 ontheiligd.2840 5758 Want1063 zij hadden2258 5713 te voren4308 ,5161 den ,2180 met4862 hem846 in1722 de stad4172 gezien,4308 5761 welken3739 zij meenden,3543 5707 dat3754 Paulus3972 in1519 den tempel2411 gebracht had.1521 5627 En5037 de gehele3650 stad4172 kwam in roer2795 5681 en2532 het volk2992 liep1096 5633 samen;4890 en2532 zij grepen1949 5637 ,3972 en trokken1670 5707 hem846 buiten1854 den tempel;2411 en2532 terstond2112 werden de deuren2374 gesloten.2808 5681 En1161 als zij hem846 zochten2212 5723 te doden,615 5658 kwam305 5627 het gerucht5334 tot den overste5506 der bende,4686 dat3754 geheel3650 Jeruzalem2419 in verwarring was.4797 5769 Welke3739 terstond1824 krijgsknechten4757 en2532 hoofdmannen over honderd1543 tot zich nam,3880 5631 en liep af2701 5627 naar1909 hen846 toe. Zij nu,1161 den oversten5506 en2532 de krijgsknechten4757 ziende,1492 5631 hielden op3973 5668 van Paulus3972 te slaan.5180 5723 Toen5119 naderde1448 5660 de overste5506 en greep1949 5633 hem,846 en2532 beval,2753 5656 dat men [hem] met twee1417 ketenen254 zou binden;1210 5683 en2532 vraagde,4441 5711 wie5101 hij was,1498 5751 302 en2532 wat5101 hij gedaan4160 5761 had.2076 5748 En1161 onder1722 de schare3793 riep994 5707 [de] [ene] [dit], de andere243 wat5100 anders.243 Doch1161 als hij de zekerheid804 niet3361 kon1410 5740 weten1097 5629 vanwege1223 de beroerte,2351 beval hij,2753 5656 dat men hem846 in1519 de legerplaats3925 zou brengen.71 5745 En1161 als3753 hij aan1909 de trappen304 gekomen was,1096 5633 gebeurde het,4819 5627 dat hij van5259 de krijgsknechten4757 gedragen werd941 5745 vanwege1223 het geweld970 der schare.3793 Want1063 de menigte4128 des volks2992 volgde,190 5707 al roepende:2896 5723 Weg142 5720 met hem!846 En5037 als Paulus3972 [nu] in1519 de legerplaats3925 zou3195 5723 geleid worden,1521 5745 zeide hij3004 5719 tot den overste:5506 1487 Is het mij3427 geoorloofd1832 5748 tot4314 u4571 wat5100 te spreken?2036 5629 En1161 hij3588 zeide:5346 5713 gij1097 5719 ?1676 Zijt1488 5748 gij4771 686 niet3756 de ,124 die voor4253 deze5130 dagen2250 oproer verwekte,387 5660 en2532 de vier duizend5070 moordenaars435 4607 naar1519 de woestijn2048 uitleidde?1806 5631 Maar1161 Paulus3972 zeide:2036 5627 3303 Ik1473 ben1510 5748 een Joods2453 man444 van ,5018 een burger4177 van geen3756 onvermaarde767 stad4172 in ,2791 1161 ik bid1189 5736 u,4675 laat2010 mij3427 toe2010 5657 tot4314 het volk2992 te spreken.2980 5658 En1161 als hij846 het toegelaten had,2010 5660 ,3972 staande2476 5761 op1909 de trappen,304 wenkte2678 5656 met de hand5495 tot het volk;2992 en1161 als er grote4183 stilte4602 geworden was,1096 5637 sprak hij4377 5656 hen aan in de Hebreeuwse1446 taal,1258 zeggende:3004 5723