Acts 23:5

“En5037 Paulus3972 zeide:5346 5713 Ik wist1492 5715 niet,3756 broeders!80 dat3754 het de hogepriester749 was;2076 5748 want1063 er is geschreven:1125 5769 Den overste758 uws4675 volks2992 zult gij niet3756 vloeken.2046 5692 2560”

Acts 23:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 35 in Acts chapter 23 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Acts 23 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En1161 ,3972 de ogen816 op den raad4892 houdende,816 5660 zeide:2036 5627 Mannen435 broeders!80 ik1473 heb met alle3956 goed18 geweten4893 voor God2316 gewandeld4176 5769 tot op891 dezen5026 dag.2250 Maar1161 de hogepriester749 367 beval2004 5656 dengenen, die bij hem846 stonden,3936 5761 dat zij hem846 op den mond4750 zouden slaan.5180 5721 Toen5119 zeide2036 5627 Paulus3972 tot4314 hem:846 God2316 zal3195 5719 u4571 slaan,5180 5721 gij gewitte2867 5772 wand!5109 Zit2521 5736 gij4771 ook2532 om mij3165 te oordelen2919 5723 naar2596 de wet,3551 en2532 beveelt gij,2753 5719 tegen de wet,3891 5723 dat men mij3165 zal slaan?5180 5745 En1161 die daarbij stonden,3936 5761 zeiden:2036 5627 gij3058 5719 den hogepriester749 ?2316 En5037 Paulus3972 zeide:5346 5713 Ik wist1492 5715 niet,3756 broeders!80 dat3754 het de hogepriester749 was;2076 5748 want1063 er is geschreven:1125 5769 overste758 uws4675 volks2992 zult gij niet3756 vloeken.2046 5692 2560 En1161 Paulus3972 wetende1097 5631 dat3754 het ene1520 deel3313 was2076 5748 van de ,4523 en1161 het andere2087 van de ,5330 riep2896 5656 in1722 den raad:4892 Mannen435 broeders,80 ik1473 ben1510 5748 een ,5330 eens Farizeers5330 zoon;5207 ik1473 word over4012 de hoop1680 en2532 opstanding386 der doden3498 geoordeeld.2919 5743 En1161 als hij dit5124 gesproken had,2980 5660 ontstond er1096 5633 tweedracht4714 tussen de Farizeen5330 en2532 de ,4523 en2532 de menigte4128 werd verdeeld.4977 5681 3303 Want1063 de Sadduceen4523 zeggen,3004 5719 dat er geen3361 opstanding386 is,1511 5750 noch3366 engel,32 noch3383 geest,4151 maar1161 de Farizeen5330 belijden3670 5719 het beide.297 En1161 er geschiedde1096 5633 een groot3173 geroep;2906 en2532 de Schriftgeleerden1122 van de zijde3313 der Farizeen5330 stonden op,450 5631 en streden,1264 5711 zeggende:3004 5723 vinden2147 5719 geen3762 kwaad2556 in1722 dezen5129 mens;444 en1161 indien1487 een geest4151 tot hem846 gesproken heeft,2980 5656 of2228 een engel,32 laat ons tegen God niet3361 strijden.2313 5725 En1161 als er grote4183 tweedracht4714 ontstaan was,1096 5637 de overste,5506 vrezende,2125 5685 dat3361 Paulus3972 van5259 hen846 verscheurd mocht worden,1288 5686 gebood,2753 5656 dat het krijgsvolk4753 zou afkomen,2597 5631 en hem846 uit1537 het midden3319 van hen846 wegrukken,726 5658 en5037 in1519 de legerplaats3925 brengen.71 5721 En1161 den volgenden1966 5752 nacht3571 stond2186 5631 de Heere2962 bij hem,846 en zeide:2036 5627 goeden moed,2293 5720 ,3972 want1063 gelijk5613 gij te1519 Jeruzalem2419 van4012 Mij1700 betuigd hebt1263 5662 alzo3779 moet1163 5748 gij4571 ook2532 te1519 4516 getuigen.3140 5658 En1161 als het dag2250 geworden was,1096 5637 maakten4160 5660 sommigen5100 van de Joden2453 een samenrotting,4963 en vervloekten332 5656 zichzelven,1438 zeggende,3004 5723 dat zij noch3383 eten5315 5629 noch3383 drinken zouden,4095 5629 totdat2193 zij Paulus3972 zouden gedood hebben.615 5725 En1161 zij waren2258 5713 meer 4119 veertig,5062 die3588 dezen5026 eed4945 te zamen gedaan hadden;4160 5761 Dewelke3748 gingen4334 5631 tot de overpriesters749 en2532 de ouderlingen,4245 en zeiden:2036 5627 hebben ons zelven1438 met vervloeking331 vervloekt,332 5656 niets3367 te zullen nuttigen,1089 5664 totdat2193 3739 wij Paulus3972 zullen gedood hebben.615 5725 Gij5210 3767 nu,3568 laat1718 den overste5506 weten1718 5657 met4862 den raad,4892 dat3704 hij hem846 morgen839 tot4314 u5209 afbrenge,2609 5632 alsof5613 gij nadere197 kennis1231 zoudt3195 5723 nemen1231 5721 van4012 zijn846 zaken; en1161 wij2249 zijn2070 5748 bereid2092 hem846 om te brengen,337 5629 eer4253 hij846 bij [u] komt.1448 5658 En1161 als de zoon5207 van '3972 zuster79 deze lage1749 gehoord had,191 5660 kwam hij daar,3854 5637 en2532 ging1525 5631 in1519 de legerplaats,3925 en boodschapte518 5656 het .3972 En1161 Paulus3972 riep tot zich4341 5666 een1520 van de hoofdmannen over honderd,1543 en zeide:5346 5713 Leid520 5628 dezen5126 jongeling3494 heen tot4314 den overste;5506 want1063 hij heeft2192 5719 hem846 wat5100 te boodschappen.518 5658 3303 3767 nam3880 5631 hem846 en bracht71 5627 [hem] tot4314 den overste,5506 en2532 zeide:5346 5748 ,3972 de gevangene,1198 heeft mij3165 tot zich geroepen,4341 5666 en begeerd,2065 5656 dat ik dezen5126 jongeling3494 tot4314 u4571 zou brengen,71 5629 die u4671 wat5100 heeft2192 5723 te zeggen.2980 5658 De overste5506 nu1161 nam1949 5637 hem846 bij de hand,5495 en2532 bezijden2596 2398 gegaan zijnde,402 5660 vraagde hij:4441 5711 Wat5101 is het2076 5748 dat gij mij3427 hebt2192 5719 te boodschappen?518 5658 En1161 hij zeide:2036 5627 3754 De Joden2453 zijn overeengekomen,4934 5639 om van u4571 te begeren,2065 5658 dat3704 gij Paulus3972 morgen839 in1519 den raad4892 zoudt afbrengen,2609 5632 alsof5613 zij iets5100 van4012 hem846 nader197 zouden3195 5723 onderzoeken.4441 5738 4771 Doch3767 geloof3982 5686 hen846 niet;3361 want1063 meer 4119 veertig5062 mannen435 uit1537 hen846 leggen1748 hem846 lagen,1748 5719 welke3748 zichzelven1438 met een vervloeking verbonden hebben332 5656 noch3383 te eten5315 5629 noch3383 te drinken,4095 5629 totdat2193 zij hem846 zullen omgebracht hebben;337 5661 en2532 zij zijn1526 5748 nu3568 gereed,2092 verwachtende4327 5740 de toezegging1860 van575 u.4675 3303 De overste5506 3767 liet630 den jongeling3494 gaan,630 5656 [hem] gebiedende:3853 5660 Zeg1583 niemand3367 voort,1583 5658 dat3754 gij mij4314 3165 zulks5023 geopenbaard hebt.1718 5656 En2532 zekere5100 twee1417 van de hoofdmannen over honderd1543 tot zich geroepen hebbende,4341 5666 zeide hij:2036 5627 Maakt2090 tweehonderd1250 krijgsknechten4757 gereed,2090 5657 opdat3704 zij naar2193 Cesarea2542 trekken,4198 5680 en2532 zeventig1440 ruiters,2460 en2532 tweehonderd1250 schutters,1187 tegen575 de derde5154 ure5610 des nachts;3571 En5037 laat ze [zadel] beesten2934 bestellen,3936 5658 opdat2443 zij Paulus3972 daarop zetten,1913 5660 en behouden overbrengen1295 5661 tot4314 den stadhouder2232 .5344 En hij schreef1125 5660 een brief,1992 hebbende4023 5723 dezen5126 inhoud:5179 Claudius2804 Lysias3079 aan den machtigsten2903 stadhouder2232 5344 groetenis.5463 5721 Alzo deze5126 man435 van5259 de Joden2453 gegrepen was,4815 5685 en2532 van5259 hen846 omgebracht337 zou3195 5723 geworden zijn,337 5745 ben ik daarover gekomen2186 5631 met4862 het krijgsvolk,4753 en heb hem846 [hun] ontnomen,1807 5639 bericht zijnde,3129 5631 dat3754 hij een Romein4514 is.2076 5748 En1161 willende1014 5740 de zaak156 weten,1097 5629 waarover1223 zij hem846 beschuldigden,1458 5707 bracht ik2609 5627 hem846 af in1519 hun846 raad;4892 Welken3739 ik bevond2147 5627 beschuldigd te worden1458 5746 over4012 vragen2213 hunner846 wet;3551 maar1161 geen3367 beschuldiging1462 tegen hem te zijn,2192 5723 die den dood2288 of2228 banden1199 waardig514 is. En1161 als mij3427 te kennen gegeven was,3377 5685 dat5259 van de Joden2453 een lage1917 tegen1519 deze man435 [gelegd] zou worden,3195 5721 1510 5705 zo heb ik [hem] terstond1824 aan4314 u4571 gezonden;3992 5656 gebiedende3853 5660 ook2532 den beschuldigers2725 voor1909 u4675 te zeggen,3004 5721 hetgeen zij tegen4314 hem846 hadden. Vaarwel.4517 5770 3303 De krijgsknechten4757 ,3767 gelijk2596 hun846 bevolen was,1299 5772 namen353 5631 ,3972 en brachten71 5627 hem des1223 nachts3571 tot1519 .494 En1161 des anderen daags,1887 latende1439 5660 de ruiters2460 met4862 hem846 trekken,4198 5738 keerden zij wederom5290 5656 naar1519 de legerplaats.3925 Dewelken3748 als zij te1519 Cesarea2542 gekomen waren,1525 5631 en2532 den brief1992 den stadhouder2232 overgeleverd hadden,325 5631 hebben zij ook2532 Paulus3972 voor hem846 gesteld.3936 5656 En1161 de stadhouder,2232 [den] [brief] gelezen hebbende,314 5631 2532 vraagde,1905 5660 uit1537 wat4169 provincie1885 hij was;2076 5748 en2532 verstaande,4441 5637 dat3754 hij van575 Cilicie2791 was, Zeide hij:5346 5713 Ik zal u4675 horen,1251 5695 als3752 ook2532 uw4675 beschuldigers2725 hier zullen gekomen zijn.3854 5638 En5037 hij beval,2753 5656 dat hij846 in1722 het rechthuis4232 van Herodes2264 zou bewaard worden.5442 5733

Every verse in Acts 23

Chapter navigation

0:000:00