Amos 3:15
“En Ik zal het winterhuis2779 1004 met5921 het zomerhuis7019 1004 slaan;5221 8689 en de elpenbenen8127 huizen1004 zullen vergaan,6 8804 en de grote7227 huizen1004 een einde nemen,5486 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068”
Amos 3:15 — Statenvertaling (1637)
Verse 15 of 15 in Amos chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Amos 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Hoort8085 8798 dit2088 woord,1697 dat834 de HEERE3068 tegen5921 ulieden spreekt,1696 8765 gij kinderen1121 van !3478 namelijk tegen5921 het ganse3605 geslacht,4940 dat834 Ik uit4480 Egypteland776 4714 heb opgevoerd,5927 8689 zeggende:559 8800 Uit4480 alle3605 geslachten4940 des aardbodems127 heb Ik ulieden alleen gekend;3045 8804 daarom5921 3651 zal Ik al3605 uw ongerechtigheden5771 over ulieden bezoeken.6485 8799 Zullen twee8147 te zamen3162 wandelen,3212 8799 tenzij1115 dat518 zij bijeengekomen zijn?3259 8738 Zal een leeuw738 brullen7580 8799 in het woud,3293 als hij geen369 roof2964 heeft?369 een jonge leeuw3715 uit zijn hol4585 zijn stem6963 verheffen,5414 8799 tenzij1115 dat518 hij [wat] gevangen hebbe?3920 8804 Zal een vogel6833 in5921 den strik6341 op de aarde776 vallen,5307 8799 als er geen369 strik4170 voor hem is?369 men den strik6341 van4480 den aardbodem127 opnemen,5927 8799 als men ganselijk3920 8800 niet3808 heeft gevangen?3920 8799 518 de bazuin7782 in de stad5892 geblazen worden,8628 8735 dat het volk5971 niet3808 siddere?2729 8799 518 zal er een kwaad7451 in de stad5892 zijn,1961 8799 dat de HEERE3068 niet3808 doet?6213 8804 Gewisselijk,3588 de Heere136 HEERE3069 zal geen3808 ding1697 doen,6213 8799 tenzij3588 518 verborgenheid5475 aan413 knechten,5650 de profeten,5030 geopenbaard hebbe.1540 8804 De leeuw738 heeft gebruld,7580 8804 wie4310 zou niet3808 vrezen?3372 8799 De Heere136 HEERE3069 heeft gesproken,1696 8765 wie4310 zou niet3808 profeteren?5012 8735 Doet het horen8085 8685 in5921 de paleizen759 te ,795 en in5921 de paleizen759 in ,776 4714 en zegt:559 8798 u622 8734 op5921 de bergen2022 van ,8111 en ziet7200 8798 de grote7227 beroerten4103 in het midden7130 van haar, en de verdrukten6217 binnen in8432 haar. Want zij weten3045 8804 niet3808 te doen,6213 8800 dat recht5229 is, spreekt5002 8803 de HEERE;3068 die in hun paleizen759 schatten vergaderen686 8802 [door] geweld2555 en verstoring.7701 Daarom,3651 zo3541 zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 De vijand!6862 en dat rondom5439 het land!776 die zal uw sterkte5797 van4480 u nederstorten,3381 8689 en uw paleizen759 zullen uitgeplunderd worden.962 8738 Alzo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 als834 een herder7462 8802 twee8147 schenkelen,3767 of176 een stukje915 van een oor241 uit4480 des leeuwen738 muil6310 redt,5337 8686 alzo3651 zullen de kinderen1121 Israels3478 gered worden,5337 8735 die daar zitten3427 8802 te ,8111 in den hoek6285 van het bed,4296 en op de sponde1833 van de koets.6210 Hoort8085 8798 en betuigt5749 8685 in het huis1004 ,3290 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE,3069 de God430 der heirscharen;6635 Dat3588 Ik, ten dage3117 als Ik Israels3478 overtredingen6588 over5921 hem bezoeken zal,6485 8800 ook bezoeking zal doen6485 8804 over5921 de altaren4196 van -el;1008 en de hoornen7161 des altaars4196 zullen worden afgehouwen,1438 8738 en ter aarde776 vallen.5307 8804 En Ik zal het winterhuis2779 1004 met5921 het zomerhuis7019 1004 slaan;5221 8689 en de elpenbenen8127 huizen1004 zullen vergaan,6 8804 en de grote7227 huizen1004 een einde nemen,5486 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068