Amos 4:2
“De Heere136 HEERE3069 heeft gezworen7650 8738 bij Zijn heiligheid,6944 dat3588 er, ziet,2009 dagen3117 over5921 ulieden zullen komen,935 8802 dat men u zal optrekken5375 8765 met haken,6793 en uw nakomelingen319 met visangelen.1729 5518”
Amos 4:2 — Statenvertaling (1637)
Verse 2 of 13 in Amos chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Amos 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Hoort8085 8798 dit2088 woord,1697 gij koeien6510 van !1316 gij, die834 op den berg2022 van 8111 zijt, die de armen1800 verdrukt,6231 8802 die de nooddruftigen34 verplettert;7533 8802 gij, die tot hunlieder heren113 zegt:559 8802 aan,935 8685 opdat wij drinken.8354 8799 De Heere136 HEERE3069 heeft gezworen7650 8738 bij heiligheid,6944 dat3588 er, ziet,2009 dagen3117 over5921 ulieden zullen komen,935 8802 dat men u zal optrekken5375 8765 met haken,6793 en uw nakomelingen319 met visangelen.1729 5518 En gij zult [door] de bressen6556 uitgaan,3318 8799 een ieder802 voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleis2038 [gebracht] is, wegwerpen,7993 8689 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Komt935 8798 te -el,1008 en overtreedt6586 8798 te ;1537 maakt7235 des overtredens6586 8800 veel,7235 8685 en brengt935 8685 uw offers2077 des morgens,1242 uw tienden4643 om de drie7969 dagen!3117 En rookt6999 8763 van het gedesemde2557 een lofoffer,8426 en roept7121 vrijwillige offers5071 uit,7121 8798 doet het horen;8085 8685 want3588 alzo3651 hebt gij het gaarne,157 8804 gij kinderen1121 !3478 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Daarom heb Ik589 ulieden ook1571 reinheid5356 der tanden8127 gegeven5414 8804 in al3605 uw steden,5892 en gebrek2640 van brood3899 in al3605 uw plaatsen;4725 nochtans hebt gij u niet3808 bekeerd7725 8804 tot5704 , spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Daartoe heb Ik589 ook1571 den regen1653 van4480 ulieden geweerd,4513 8804 als er nog5750 drie7969 maanden2320 waren tot den oogst,7105 en heb doen regenen4305 8689 over5921 de ene259 stad,5892 maar over de andere259 stad5892 niet doen regenen;4305 8686 het ene259 stuk lands2513 werd beregend,4305 8735 maar het [andere] stuk lands,2513 waar834 het niet3808 op5921 regende,4305 8686 verdorde.3001 8799 En twee,8147 drie7969 steden5892 togen om5128 8804 tot413 een259 stad,5892 opdat zij water4325 mochten drinken,8354 8800 maar werden niet3808 verzadigd;7646 8799 nochtans hebt gij u niet bekeerd7725 8804 tot5704 , spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Ik heb ulieden geslagen5221 8689 met brandkoren7711 en met honigdauw;3420 de veelheid7235 8687 uwer hoven,1593 en uwer wijngaarden,3754 en uwer vijgebomen,8384 en uwer olijfbomen2132 at398 de rups1501 op;398 8799 nochtans hebt gij u niet3808 bekeerd7725 8804 tot5704 , spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Ik heb de pestilentie1698 onder ulieden gezonden,7971 8765 naar de wijze1870 van ;4714 Ik heb uw jongelingen970 door het zwaard2719 gedood,2026 8804 en5973 uw paarden5483 gevankelijk laten wegvoeren;7628 en Ik heb den stank889 uwer heirlegeren4264 zelfs in uw neus639 doen opgaan;5927 8686 nochtans hebt gij u niet3808 bekeerd7725 8804 tot5704 , spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Ik heb [sommigen] onder ulieden omgekeerd,2015 8804 gelijk God430 5467 en Gomorra6017 omkeerde,4114 u, die waart1961 8799 als een vuurbrand,181 dat uit den brand8316 gered is;5337 8716 nochtans hebt gij u niet3808 bekeerd7725 8804 tot5704 , spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Daarom3651 zal Ik u alzo3541 doen,6213 8799 o !3478 omdat6118 3588 Ik u [] dit2063 doen zal,6213 8799 zo schik u,3559 8734 o !3478 om uw God430 te ontmoeten.7125 8800 Want3588 zie,2009 de bergen2022 formeert,3335 8802 en den wind7307 schept,1254 8802 en den mens120 bekend maakt,5046 8688 wat4100 zijn gedachte7808 zij, Die den dageraad7837 duisternis5890 maakt,6213 8802 en op5921 de hoogten1116 der aarde776 treedt,1869 8802 HEERE,3068 God430 der heirscharen,6635 is .8034