Amos 6:1
“Wee1945 den gerusten7600 te Sion,6726 en den zekeren982 8802 op den berg2022 van Samaria!8111 die de voornaamste5344 8803 zijn van de eerstelingen7225 der volken,1471 en tot dewelke die van het huis1004 Israels3478 komen.935 8804”
Amos 6:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 14 in Amos chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Amos 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Wee1945 den gerusten7600 te ,6726 en den zekeren982 8802 op den berg2022 van !8111 die de voornaamste5344 8803 zijn van de eerstelingen7225 der volken,1471 en tot dewelke die van het huis1004 Israels3478 komen.935 8804 Gaat over5674 8798 naar ,3641 en ziet toe;7200 8798 en gaat3212 8798 van4480 daar8033 naar ,2574 de grote7227 8677 2579 [stad], en trekt af3381 8798 naar 1661 der ;6430 of zij beter2896 zijn 4480 deze428 koninkrijken,4467 of518 hun landpale1366 groter7227 uw landpale?1366 Gij, die den bozen7451 dag3117 verre stelt,5077 8764 en den stoel7675 8800 des gewelds2555 nabij brengt.5066 8686 Die daar liggen7901 8802 op5921 elpenbenen8127 bedsteden,4296 en weelderig zijn5628 8803 op5921 hun koetsen,6210 en eten398 8802 de lammeren3733 van4480 de kudde,6629 en de kalveren5695 uit4480 het midden8432 van den meststal.4770 Die op5921 het geklank6310 der luit5035 kwinkeleren,6527 8802 [en] bedenken2803 8804 zichzelven instrumenten3627 der muziek,7892 gelijk ;1732 Die wijn3196 uit schalen4219 drinken,8354 8802 en zich zalven4886 8799 met de voortreffelijkste7225 olie,8081 maar bekommeren zich2470 8738 niet3808 over5921 de verbreking7667 van .3130 Daarom3651 zullen zij nu6258 gevankelijk henengaan1540 8799 onder de voorsten,7218 die in gevangenis gaan;1540 8802 en het banket4797 dergenen, die weelderig zijn,5628 8803 zal wegwijken.5493 8804 De Heere136 HEERE3069 heeft gezworen7650 8738 bij Zichzelf5315 (spreekt5002 8803 de HEERE,3068 de God430 der heirscharen6635): Ik595 heb een gruwel8374 8764 van Jakobs3290 hovaardij,1347 en Ik haat8130 8804 zijn paleizen;759 daarom zal Ik de stad5892 en haar volheid4393 overleveren.5462 8689 En het zal geschieden,1961 8804 zo518 er tien6235 mannen582 in enig259 huis1004 zullen overgelaten zijn,3498 8735 dat zij sterven zullen.4191 8804 En de naaste vriend1730 zal een iegelijk van die opnemen,5375 8804 of die hem verbrandt,5635 8764 om de beenderen6106 uit4480 het huis1004 uit te brengen,3318 8687 en zal zeggen559 8804 tot dien, die834 binnen de zijden3411 van het huis1004 is: Zijn er nog meer5750 bij5973 u? En hij zal zeggen:559 8804 .657 zal hij zeggen:559 8804 !2013 8761 want3588 zij waren niet3808 om des HEEREN3068 Naam8034 te vermelden.2142 8687 Want3588 ziet,2009 de HEERE3068 geeft bevel,6680 8764 en zal het grote1419 huis1004 slaan5221 8689 met inwatering,7447 en het kleine6996 huis1004 met spleten.1233 Zullen ook paarden5483 rennen7323 8799 op een steenrots?5553 518 men ook [daarop] met runderen1241 ploegen?2790 8799 Want3588 gijlieden hebt het recht4941 in gal7219 verkeerd,2015 8804 en de vrucht6529 der gerechtigheid6666 in alsem.3939 Gij, die blijde zijt8056 over een nietig3808 ding;1697 gij, die zegt:559 8802 wij ons niet3808 door onze sterkte2392 hoornen7161 verkregen?3947 8804 Want3588 ziet,2009 Ik zal over5921 ulieden, o huis1004 !3478 een volk1471 verwekken,6965 8688 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 de God430 der heirscharen;6635 die zullen ulieden drukken,3905 8804 van daar men komt935 8800 te ,2574 tot5704 aan de beek5158 der wildernis.6160