Amos 9:3
“En al518 verstaken zij zich2244 8735 op de hoogte7218 van Karmel,3760 zo zal Ik ze naspeuren2664 8762 en van4480 daar8033 halen;3947 8804 en al518 verborgen zij zich5641 8735 van4480 voor5048 Mijn ogen5869 in den grond7172 van de zee,3220 zo zal Ik van4480 daar8033 een slang5175 gebieden,6680 8762 die zal ze bijten.5391 8804”
Amos 9:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 15 in Amos chapter 9 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Amos 9 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ik zag7200 8804 den Heere136 staan5324 8737 op5921 het altaar,4196 en zeide:559 8799 Sla5221 8685 dien knoop,3730 dat de posten5592 beven,7493 8799 en doorkloof1214 8798 ze allen3605 in het hoofd;7218 en Ik zal hun achterste319 met het zwaard2719 doden;2026 8799 en vliedende5127 8801 zal onder hen niet3808 ontvlieden,5127 8799 noch3808 de ontkomende6412 onder hen behouden worden.4422 8735 Al518 groeven zij2864 8799 [tot] in de hel,7585 zo zal hand3027 ze van4480 daar8033 halen,3947 8799 en al518 klommen zij5927 8799 in den hemel,8064 zo zal Ik ze van4480 daar8033 doen nederdalen.3381 8686 En al518 verstaken zij zich2244 8735 op de hoogte7218 van ,3760 zo zal Ik ze naspeuren2664 8762 en van4480 daar8033 halen;3947 8804 en al518 verborgen zij zich5641 8735 van4480 voor5048 ogen5869 in den grond7172 van de zee,3220 zo zal Ik van4480 daar8033 een slang5175 gebieden,6680 8762 die zal ze bijten.5391 8804 En al518 gingen zij3212 8799 in gevangenis7628 voor het aangezicht6440 hunner vijanden,341 8802 zo zal Ik van4480 daar8033 het zwaard2719 gebieden,6680 8762 dat het hen dode;2026 8804 en Ik zal oog5869 tegen5921 hen zetten7760 8804 ten kwade,7451 en niet3808 ten goede.2896 Want de Heere136 HEERE3069 der heirscharen6635 is het, Die het land776 aanroert,5060 8802 dat het versmelte,4127 8799 en allen,3605 die daarin wonen,3427 8802 treuren;56 8804 en [dat] het geheel3605 oprijze5927 8804 als een rivier,2975 en verdronken worde8257 8804 als [door] de rivier2975 van .4714 Die opperzalen4609 in den hemel8064 bouwt,1129 8802 en benden92 heeft op5921 aarde776 gefondeerd;3245 8804 de wateren4325 der zee3220 roept,7121 8802 en giet ze uit8210 8799 op5921 den aardbodem;6440 776 HEERE3068 is .8034 Zijt gijlieden859 niet3808 als de kinderen1121 der ,3569 o kinderen1121 ?3478 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Ik 3478 niet3808 opgevoerd5927 8689 uit4480 ,776 4714 en de Filistijnen6430 uit4480 ,3731 en de Syriers758 uit4480 ?7024 Ziet,2009 de ogen5869 des Heeren136 HEEREN3069 zijn tegen dit zondig2403 koninkrijk,4467 dat Ik het853 van4480 den aardbodem6440 127 verdelge;8045 8689 behalve657 dat3588 Ik het huis1004 Jakobs3290 niet3808 ganselijk8045 8687 zal verdelgen,8045 8686 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Want3588 ziet,2009 Ik geef bevel,6680 8764 en Ik zal het huis1004 Israels3478 onder al3605 de heidenen1471 schudden,5128 8689 gelijk als834 [zaad] geschud wordt5128 8735 in een zeef;3531 en niet3808 een steentje6872 zal er ter aarde776 vallen.5307 8799 Alle3605 zondaars2400 volks5971 zullen door het zwaard2719 sterven;4191 8799 die daar zeggen:559 8802 kwaad7451 zal tot5704 ons niet3808 genaken,5066 8686 noch [ons] voorkomen.6923 8686 Te dien1931 dage3117 zal Ik de vervallen5307 8802 hut5521 van 1732 weder oprichten,6965 8686 en Ik zal haar reten6556 vertuinen,1443 8804 en wat aan haar is afgebroken,2034 weder oprichten,6965 8686 en zal ze bouwen,1129 8804 als [in] de dagen3117 van ouds;5769 Opdat4616 zij erfelijk bezitten3423 8799 het overblijfsel7611 van ,123 en al3605 de heidenen,1471 die834 naar5921 Naam8034 genoemd worden,7121 8738 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dit2063 doet.6213 8802 Ziet,2009 de dagen3117 komen,935 8802 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dat de ploeger2790 8802 den maaier,7114 8802 en de druiventreder1869 8802 6025 den zaadzaaier4900 8802 2233 genaken zal;5066 8738 en de bergen2022 zullen van zoeten wijn6071 druipen,5197 8689 en al3605 de heuvelen1389 zullen smelten.4127 8709 En Ik zal de gevangenis7622 van volk5971 3478 wenden,7725 8804 en zij zullen de verwoeste8074 8737 steden5892 herbouwen1129 8804 en bewonen,3427 8804 en wijngaarden3754 planten,5193 8804 en derzelver wijn3196 drinken;8354 8804 en zij zullen hoven1593 maken,6213 8804 en derzelver vrucht6529 eten.398 8804 En Ik zal ze in5921 hun land127 planten;5193 8804 en zij zullen niet3808 meer5750 worden uitgerukt5428 8735 uit4480 5921 hun land,127 dat834 Ik hunlieden gegeven heb,5414 8804 zegt559 8804 de HEERE,3068 uw God.430