Daniel 10:7

“En ik, Daniel,1840 alleen zag7200 8804 dat gezicht,4759 maar de mannen,582 die bij mij waren, zagen7200 8804 dat gezicht4759 niet; doch61 een grote1419 verschrikking2731 viel5307 8804 op hen, en zij vloden,1272 8799 om zich te versteken.2244 8736”

Daniel 10:7 — Statenvertaling (1637)

Verse 7 of 21 in Daniel chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Daniel 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))

In het derde7969 jaar8141 van ,3566 den koning4428 van ,6539 werd aan ,1840 wiens naam8034 genoemd werd7121 8738 ,1095 een zaak1697 geopenbaard,1540 8738 en die zaak1697 is de waarheid,571 doch [in] een gezetten groten1419 tijd;6635 en hij verstond995 8804 die zaak,1697 en hij had verstand998 van het gezicht.4758 In die dagen3117 was ik, ,1840 treurende56 8693 drie7969 weken7620 der dagen.3117 Begeerlijke2532 spijze3899 at ik398 8804 niet, en vlees1320 of wijn3196 kwam935 8804 in mijn mond6310 niet; ook zalfde ik5480 8804 mij gans5480 8800 niet, totdat die drie7969 weken7620 der dagen3117 vervuld waren.4390 8800 En op den vier702 en twintigsten6242 dag3117 der eerste7223 maand,2320 zo was ik aan den oever3027 der grote1419 rivier,5104 welke is .2313 En ik hief5375 8799 mijn ogen5869 op, en zag,7200 8799 en ziet, er was een259 Man376 met linnen906 bekleed,3847 8803 en lenden4975 waren omgord2296 8803 met fijn goud3800 van .210 En lichaam1472 was gelijk een turkoois,8658 en aangezicht6440 gelijk de gedaante4758 des bliksems,1300 en ogen5869 gelijk vurige784 fakkelen,3940 en armen2220 en voeten4772 gelijk de verf5869 van gepolijst7044 koper;5178 en de stem6963 woorden1697 was gelijk de stem6963 ener menigte.1995 En ik, ,1840 alleen zag7200 8804 dat gezicht,4759 maar de mannen,582 die bij mij waren, zagen7200 8804 dat gezicht4759 niet; doch61 een grote1419 verschrikking2731 viel5307 8804 op hen, en zij vloden,1272 8799 om zich te versteken.2244 8736 Ik werd alleen overgelaten,7604 8738 en zag7200 8799 dit grote1419 gezicht,4759 en er bleef7604 8738 in mij geen kracht3581 overig; en mijn sierlijkheid1935 werd aan mij veranderd2015 8738 in een verderving,4889 zodat ik geen kracht3581 behield.6113 8804 En ik hoorde8085 8799 de stem6963 woorden;1697 en toen ik de stem6963 woorden1697 hoorde,8085 8800 zo viel ik in een diepen slaap7290 8737 op mijn aangezicht,6440 met mijn aangezicht6440 ter aarde.776 En ziet, een hand3027 roerde mij aan,5060 8804 en maakte, dat ik mij bewoog5128 8686 op mijn knieen,1290 en de palmen3709 mijner handen.3027 En zeide559 8799 tot mij: ,1840 gij zeer gewenste2532 man!376 merk op995 8685 de woorden,1697 die Ik tot u spreken zal,1696 8802 en sta5975 8798 op uw standplaats,5977 want Ik ben alnu tot u gezonden;7971 8795 en toen dat woord1697 tot mij sprak,1696 8763 stond ik5975 8804 bevende.7460 8688 Toen zeide Hij559 8799 tot mij: Vrees3372 8799 niet, !1840 want van den eersten7223 dag3117 aan, dat gij uw hart3820 begaaft,5414 8804 om te verstaan995 8687 en om uzelven te verootmoedigen,6031 8692 voor het aangezicht6440 uws ,430 zijn uw woorden1697 gehoord,8085 8738 en om uwer woorden1697 wil ben Ik gekomen.935 8804 Doch de vorst8269 des koninkrijks4438 van Perzie6539 stond5975 8802 tegenover een259 en twintig6242 dagen;3117 en ziet, ,4317 een259 van de eerste7223 vorsten,8269 kwam935 8804 om te helpen,5826 8800 en Ik werd aldaar gelaten3498 8738 bij681 de koningen4428 van .6539 Nu ben Ik gekomen,935 8804 om u te doen verstaan,995 8687 hetgeen uw volk5971 bejegenen zal7136 8799 in het vervolg319 der dagen,3117 want het gezicht2377 is nog voor [vele] dagen.3117 En toen deze woorden1697 met mij sprak,1696 8763 sloeg ik5414 8804 mijn aangezicht6440 ter aarde,776 en ik werd stom.481 8738 En ziet, [], den mensenkinderen1121 120 gelijk,1823 raakte5060 8802 mijn lippen8193 aan, toen deed ik6605 mijn mond6310 open,6605 8799 en ik sprak,1696 8762 en zeide559 8799 tot , Die tegenover mij stond:5975 8802 !113 om des gezichts4759 wil keren zich2015 8738 mijn weeen6735 over mij, zodat ik geen kracht3581 behoude.6113 8804 En hoe1963 kan3201 8799 de knecht5650 van dezen mijn Heere113 spreken1696 8763 met dien mijn ?113 wat mij aangaat, van nu6258 af bestaat5975 8799 geen kracht3581 in mij, en geen adem5397 is in mij overgebleven.7604 8738 Toen raakte5060 mij wederom3254 8686 aan5060 8799 , als [in] de gedaante4758 van een mens;120 en versterkte2388 8762 mij. En zeide:559 8799 Vrees3372 8799 niet, gij zeer gewenste2532 man!376 vrede7965 zij u, wees sterk,2388 8798 ja, wees sterk!2388 8798 En terwijl met mij sprak,1696 8763 werd ik versterkt,2388 8694 en zeide:559 8799 Heere113 spreke,1696 8762 want hebt mij versterkt.2388 8765 Toen zeide :559 8799 gij,3045 8804 waarom dat Ik tot u gekomen ben?935 8804 nu zal Ik wederkeren7725 8799 om te strijden3898 8736 tegen den vorst8269 der ;6539 en als Ik zal uitgegaan zijn,3318 8802 ziet, zo zal de vorst8269 van Griekenland3120 komen.935 8804 Doch61 Ik zal u te kennen geven,5046 8686 hetgeen getekend is7559 8803 in het geschrift3791 der waarheid;571 en er is niet een,259 die zich met versterkt2388 8693 tegen dezen, uw vorst8269 .4317

Every verse in Daniel 10

Chapter navigation

0:000:00