Daniel 2:43
“En dat1768 gij gezien hebt2370 8754 ijzer6523 vermengd6151 8743 met modderig2917 leem,2635 zij zullen zich [wel] door menselijk606 zaad2234 vermengen,1934 8748 6151 8723 maar zij zullen1934 8748 de een1836 aan5974 den ander1836 niet3809 hechten,1693 8751 gelijk als1888 zich ijzer6523 met leem2635 niet3809 vermengt.6151 8723”
Daniel 2:43 — Statenvertaling (1637)
Verse 43 of 49 in Daniel chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Daniel 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
In het tweede8147 jaar8141 nu des koninkrijks4438 van ,5019 droomde2492 8804 Nebukadnezar5019 dromen;2472 daarvan werd zijn geest7307 verslagen,6470 8691 en zijn slaap8142 werd in hem gebroken.1961 8738 Toen zeide559 8799 de koning,4428 dat men roepen zou7121 8800 de tovenaars,2748 en de sterrekijkers,825 en de guichelaars,3784 8764 en de ,3778 om den koning4428 zijn dromen2472 te kennen te geven;5046 8687 zij nu kwamen,935 8799 en stonden5975 8799 voor het aangezicht6440 des konings.4428 En de koning4428 zeide559 8799 tot hen: Ik heb een droom2472 gedroomd;2492 8804 en mijn geest7307 is ontsteld6470 8735 om dien droom2472 te weten.3045 8800 Toen spraken1696 8762 de ,3778 tot den koning4428 in het :762 O koning,4430 leef2418 8747 in eeuwigheid!5957 Zeg560 8747 uw knechten5649 den droom,2493 zo zullen wij de uitlegging6591 te kennen geven.2324 8741 De koning4430 antwoordde6032 8750 en zeide560 8750 tot de :3779 De zaak4406 is mij4481 ontgaan;230 8754 indien2006 gij mij den droom2493 en zijn uitlegging6591 niet3809 bekend maakt,3046 8681 gij zult in stukken1917 gehouwen worden,5648 8725 en uw huizen1005 zullen tot een drekhoop5122 gemaakt worden.7761 8725 Maar indien2006 gijlieden den droom2493 en zijn uitlegging6591 te kennen geeft,2324 8681 zo zult gij geschenken4978 en gaven,5023 en grote7690 eer3367 van4481 mij6925 ontvangen;6902 8741 daarom3861 geeft2324 mij den droom2493 en zijn uitlegging6591 te kennen.2324 8680 Zij antwoordden6032 8754 ten tweeden male,8579 en zeiden:560 8750 De koning4430 zegge560 8748 zijn knechten5649 den droom,2493 zullen wij de uitlegging6591 te kennen geven.2324 8681 De koning4430 antwoordde6032 8750 en zeide:560 8750 Ik576 weet3046 8751 vastelijk,4481 3330 dat gijlieden608 den tijd5732 uitkoopt,2084 8750 dewijl6903 3606 gij ziet,2370 8754 dat de zaak4406 mij4481 ontgaan is.230 8754 Indien2006 gijlieden mij dien droom2493 niet3809 te kennen geeft,3046 8681 ulieder vonnis1882 is enerlei;1932 2298 daarom hebt gij een leugenachtig3538 en verdicht7844 8752 woord4406 voor6925 mij te zeggen560 8749 bereid,2164 8724 totdat5705 de tijd5732 verandere;8133 8721 daarom3861 zegt560 8747 mij den droom,2493 zal ik weten,3046 8748 dat1768 gij mij deszelfs uitlegging6591 zult te kennen geven.2324 8681 De Chaldeen3779 antwoordden6032 8754 voor6925 den koning,4430 en zeiden:560 8750 Er is383 geen3809 mens606 op5922 den aardbodem,3007 die des konings4430 woord4406 zou kunnen3202 8748 te kennen geven;2324 8682 daarom6903 1768 is er geen3809 koning,4430 grote7229 of heerser,7990 die zulk1836 een zaak4406 begeerd heeft7593 8754 van enigen3606 tovenaar,2749 of sterrekijker,826 of .3779 Want de zaak4406 die de koning4430 begeert,7593 8751 is te zwaar;3358 en er is383 niemand3809 anders,321 die dezelve voor6925 den koning4430 te kennen [kan] geven,2324 8741 3861 de goden,426 welker woning4070 bij5974 het vlees1321 niet3809 is.383 Daarom6903 1836 3606 werd de koning4430 toornig1149 8754 en zeer7690 verbolgen,7108 8754 en zeide,560 8754 dat men al3606 de wijzen2445 te 895 zou ombrengen.7 8682 Die wet1882 ging uit,5312 8754 en de wijzen2445 werden gedood;6992 8726 men zocht1156 8754 ook 1841 en zijn metgezellen,2269 om gedood te worden.6992 8723 Toen116 bracht8421 8684 1841 een raad5843 en oordeel2942 in, aan ,746 den overste7229 der1768 trawanten2877 des konings,4430 die uitgetogen was,5312 8754 om de wijzen2445 van 895 te doden.6992 8742 Hij antwoordde6032 8750 en zeide560 8750 tot ,746 den bevelhebber7990 des konings:4430 Waarom4101 5922 zou de wet1882 van4481 's konings4430 wege6925 [zo] verhaast worden?2685 8683 Toen116 gaf3046 Arioch746 aan 1841 de zaak4406 te kennen.3046 8684 En 1841 ging in,5954 8754 en verzocht1156 8754 van4481 den koning,4430 dat hij hem een bestemden tijd2166 wilde geven,5415 8748 dat hij den koning4430 de uitlegging6591 te kennen gave.2324 8682 Toen116 ging236 8754 1841 naar zijn huis,1005 en hij gaf3046 de zaak4406 zijn metgezellen,2269 ,2608 ,4333 en Azarja5839 te kennen;3046 8684 Opdat zij van4481 6925 den God426 des hemels8065 barmhartigheden7359 verzochten1156 8749 over5922 deze1836 verborgenheid,7328 dat 1841 en zijn metgezellen2269 met5974 de overige7606 wijzen2445 van 895 niet3809 omkwamen.7 8681 Toen116 werd aan 1841 in een nachtgezicht3916 2376 de verborgenheid7328 geopenbaard;1541 8752 toen116 loofde1289 8745 1841 den God426 des hemels.8065 1841 antwoordde6032 8750 en zeide:560 8750 De Naam8036 Gods426 zij1934 8748 geloofd1289 8743 van4481 eeuwigheid5957 tot5705 in eeuwigheid,5957 want Zijn1932 is de wijsheid2452 en de kracht.1370 Want verandert8133 8683 de tijden5732 en stonden;2166 zet5709 de koningen4430 af,5709 8683 en bevestigt6966 8683 de koningen;4430 geeft3052 8751 den wijzen2445 wijsheid,2452 en wetenschap4486 dengenen, die verstand999 hebben;3046 8751 Hij openbaart1541 8751 diepe5994 en verborgen dingen;5642 8743 weet,3046 8751 wat4101 in het duister2816 is, want het licht5094 woont8271 8754 bij .5974 Ik576 dank3029 8683 en ik loof7624 8743 U, o God426 mijner vaderen!2 omdat mij wijsheid2452 en kracht1370 gegeven hebt,3052 8754 en mij nu3705 bekend gemaakt hebt,3046 8684 wat wij van4481 U verzocht hebben,1156 8754 want hebt ons des konings4430 zaak4406 bekend gemaakt.3046 8684 Daarom3606 6903 1836 ging5954 8754 1841 in tot5922 ,746 dien de koning4430 gesteld had4483 8745 om de wijzen2445 van 895 om te brengen;7 8682 hij ging henen236 8754 en zeide560 8754 aldus3652 tot hem: Breng7 de wijzen2445 van 895 niet409 om,7 8681 [maar] breng5954 8680 mij in voor6925 den koning,4430 en ik zal den koning4430 de uitlegging6591 te kennen geven.2324 8741 Toen116 bracht5954 8684 Arioch746 met haast927 8726 1841 voor6925 den koning,4430 en hij sprak560 8754 alzo3652 tot hem: Ik heb een man1400 van de gevankelijk weggevoerden1123 1547 van4481 Juda3061 gevonden,7912 8684 die den koning4430 de uitlegging6591 zal bekend maken.3046 8681 De koning4430 antwoordde6032 8750 en zeide560 8750 tot ,1841 wiens naam8036 Beltsazar1096 was: Zijt gij383 machtig3546 8751 mij bekend te maken3046 8682 den droom,2493 dien ik gezien heb,2370 8754 en zijn uitlegging?6591 1841 antwoordde6032 8750 voor6925 den koning,4430 en zeide:560 8750 De verborgenheid,7328 die de koning4430 eist,7593 8751 3809 kunnen3202 8750 de wijzen,2445 de sterrekijkers,826 de tovenaars,2749 [en] de waarzeggers1505 8750 den koning4430 niet3809 te kennen geven;2324 8682 Maar1297 er is383 een God426 in den hemel,8065 verborgenheden7328 openbaart,1541 8751 heeft den koning4430 Nebukadnezar5020 bekend gemaakt,3046 8684 wat4101 er geschieden zal1934 8748 in het laatste320 der dagen;3118 uw droom,2493 en de gezichten2376 uws hoofds7217 op5922 uw leger,4903 zijn deze:1836 Gij,607 o koning!4430 op5922 uw leger4903 zijnde, klommen5559 8760 uw gedachten7476 op, wat4101 hierna311 1836 geschieden zou;1934 8748 en , Die verborgen dingen7328 openbaart,1541 8751 heeft u te kennen gegeven,3046 8684 wat4101 er geschieden zal.1934 8748 Mij576 nu, mij is de1836 verborgenheid7328 geopenbaard,1541 8752 niet3809 door wijsheid,2452 die in mij383 is boven4481 alle3606 levenden;2417 maar3861 daarom1701 opdat5922 men den koning4430 de uitlegging6591 zou bekend maken,3046 8681 en opdat gij de gedachten7476 uws harten3825 zoudt weten.3046 8748 Gij,607 o koning!4430 zaagt,1934 8754 2370 8751 en ziet,431 er was een groot2298 7690 beeld6755 (dit1797 beeld6755 was treffelijk,7229 en deszelfs glans2122 was uitnemend3493), staande6966 8750 tegen u over;6903 en zijn gedaante7299 was schrikkelijk.1763 8753 Het hoofd7217 van dit beeld6755 was van goed2869 goud;1722 zijn borst2306 en zijn armen1872 van zilver;3702 zijn buik4577 en zijn dijen3410 van koper;5174 Zijn schenkelen8243 van ijzer;6523 zijn voeten7271 eensdeels4481 van ijzer,6523 en eensdeels4481 van leem.2635 [] zaagt gij,2370 8751 1934 8754 totdat5705 er een steen69 afgehouwen werd1505 8728 zonder3809 handen,3028 die sloeg4223 8754 dat beeld6755 aan5922 zijn voeten7271 van ijzer6523 en leem,2635 en vermaalde1855 8684 ze.1994 Toen116 werden te zamen2298 vermaald1855 8754 8676 1751 8754 het ijzer,6523 leem,2635 koper,5174 zilver3702 en goud,1722 en zij werden1934 8754 gelijk kaf5784 van4481 de dorsvloeren147 des zomers,7007 en de wind7308 nam5376 ze1994 weg,5376 8754 en er werd geen3809 plaats3606 870 voor dezelve gevonden;7912 8728 maar de steen,69 die het beeld6755 geslagen heeft,4223 8754 werd1934 8754 tot een groten7229 berg,2906 alzo dat hij de gehele3606 aarde772 vervulde.4391 8754 Dit1836 is de droom;2493 zijn uitlegging6591 nu zullen wij voor6925 den koning4430 zeggen.560 8748 Gij,607 o koning!4430 zijt een koning4430 der koningen;4430 want de God426 des hemels8065 heeft u een koninkrijk,4437 macht,2632 en sterkte,8632 en eer3367 gegeven;3052 8754 En overal,3606 waar mensenkinderen1123 606 wonen,1753 8748 heeft de beesten2423 des velds1251 en de vogelen5776 des hemels8065 in uw hand3028 gegeven;3052 8754 en heeft u gesteld3606 tot een heerser7981 8684 over al dezelve; gij607 zijt dat gouden1722 hoofd.7217 En na870 u zal een ander317 koninkrijk4437 opstaan,6966 8748 lager772 het uwe;4481 daarna een ander,317 het derde8523 koninkrijk4437 van koper,5174 hetwelk heersen zal7981 8748 over de gehele3606 aarde.772 En het vierde7244 koninkrijk4437 zal hard8624 zijn,1934 8748 gelijk ijzer;6523 aangezien het ijzer6523 alles3606 vermaalt1855 8683 en verzwakt;2827 8751 gelijk6903 nu het ijzer,6523 dat zulks459 alles3606 verbreekt,7490 8750 [alzo] zal het vermalen1855 8681 en verbreken.7490 8748 En dat gij gezien hebt2370 8754 de voeten7271 en de tenen,677 ten dele4481 van pottenbakkersleem,6353 2635 en ten dele4481 van ijzer,6523 dat zal een gedeeld6386 8752 koninkrijk4437 zijn,1934 8748 doch daar zal van4481 des ijzers6523 vastigheid5326 in zijn,1934 8748 ten welken3606 aanzien6903 gij gezien hebt2370 8754 ijzer6523 vermengd6151 8743 met modderig2917 leem;2635 En de tenen677 der voeten,7271 ten dele4481 ijzer,6523 en ten dele4481 leem;2635 dat koninkrijk4437 zal ten7118 dele4481 hard8624 zijn,1934 8748 en ten7118 dele4481 broos.8406 8750 En dat1768 gij gezien hebt2370 8754 ijzer6523 vermengd6151 8743 met modderig2917 leem,2635 zij zullen zich [wel] door menselijk606 zaad2234 vermengen,1934 8748 6151 8723 maar zij zullen1934 8748 de een1836 aan5974 den ander1836 niet3809 hechten,1693 8751 gelijk als1888 zich ijzer6523 met leem2635 niet3809 vermengt.6151 8723 Doch in de dagen3118 van die581 koningen4430 zal de God426 des hemels8065 een Koninkrijk4437 verwekken,6966 8681 dat in der eeuwigheid5957 niet3809 zal verstoord worden;2255 8721 en dat Koninkrijk4437 zal aan geen3809 ander321 volk5972 overgelaten worden;7662 8721 het zal al3606 die459 koninkrijken4437 vermalen,1855 8681 en te niet doen,5487 8681 maar zelf1932 zal het in alle eeuwigheid5957 bestaan.6966 8748 Daarom3606 6903 hebt gij gezien,2370 8754 dat uit den berg2906 een steen69 zonder3809 handen3028 afgehouwen is1505 8728 geworden, die het ijzer,6523 koper,5174 leem,2635 zilver3702 en goud1722 vermaalde;1855 8684 de grote7229 God426 heeft den koning4430 bekend gemaakt,3046 8684 wat4101 hierna311 1836 geschieden zal;1934 8748 de droom2493 nu is gewis,3330 en zijn uitlegging6591 is zeker.540 8683 Toen116 viel5308 8754 de koning4430 Nebukadnezar5020 op5922 zijn aangezicht,600 en aanbad5457 8754 ;1841 en hij zeide,560 8754 dat men hem [met] spijsoffer4504 en liefelijk reukwerk5208 een drankoffer doen zou.5260 8742 De koning4430 antwoordde6032 8750 1841 en zeide:560 8750 is de4481 waarheid,7187 dat1768 ulieder God426 een God426 der goden426 is, en een Heere4756 der koningen,4430 en de verborgenheden7328 openbaart,1541 8751 dewijl gij deze1836 verborgenheid7328 hebt kunnen3202 8754 openbaren.1541 8749 Toen116 maakte7236 de koning4430 1841 groot,7236 8745 en hij gaf3052 8754 hem vele7690 grote7260 geschenken,4978 en hij stelde hem tot een heerser7981 8684 over5922 het ganse3606 landschap4083 van ,895 en een overste7229 der overheden5460 over5922 al3606 de wijzen2445 van .895 Toen verzocht1156 8754 1841 van4481 den koning;4430 en hij stelde4483 8745 ,7715 Mesach4336 en -nego5665 over5922 de bediening5673 van het landschap4083 van ;895 maar 1841 [bleef] aan de poort8651 des konings.4430