Daniel 7:16

“Ik naderde7127 8754 tot5922 een2298 dergenen,4481 die daar stonden,6966 8750 en verzocht1156 8748 van hem4481 de zekerheid3330 over dit1836 alles;3606 en hij zeide560 8754 ze mij, en gaf3046 mij de uitlegging6591 dezer zaken4406 te kennen.3046 8681”

Daniel 7:16 — Statenvertaling (1637)

Verse 16 of 28 in Daniel chapter 7 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 thread runs through this chapter

Daniel 7 — full chapter (Statenvertaling (1637))

In het eerste2298 jaar8140 van ,1113 den koning4430 van ,895 zag2370 8754 1841 een droom,2493 en gezichten2376 zijns hoofds,7217 op5922 zijn leger;4903 toen116 schreef hij3790 8754 dien droom,2493 [en] hij zeide560 8754 de hoofdsom7217 der zaken.4406 1841 antwoordde6032 8750 en zeide:560 8750 Ik zag2370 8751 1934 8754 in mijn gezicht2376 bij5974 nacht,3916 en ziet,718 de vier703 winden7308 des hemels8065 braken voort1519 8683 op de grote7229 zee.3221 En er klommen5559 8751 vier703 grote7260 dieren2423 op uit4481 de zee,3221 het ene1668 van4481 het andere1668 verscheiden.8133 8750 Het eerste6933 was als een leeuw,744 en het had arendsvleugelen;5403 1611 ik zag toe,1934 8754 2370 8751 totdat5705 zijn vleugelen1611 uitgeplukt waren,4804 8760 en het werd van4481 de aarde772 opgeheven,5191 8760 en op5922 de voeten7271 gesteld,6966 8717 als een mens,606 en aan hetzelve werd eens mensen606 hart3825 gegeven.3052 8753 Daarna, ziet,718 het andere317 dier,2423 het tweede,8578 was gelijk1821 8751 een beer,1678 en stelde zich6966 8684 aan de ene2298 zijde,7859 en het had drie8532 ribben5967 in zijn muil6433 tussen997 zijn tanden;8128 en men zeide560 8750 aldus3652 tot hetzelve: Sta op,6966 8747 eet399 8747 veel7690 vlees.1321 Daarna870 1836 zag ik,1934 8754 2370 8751 en ziet,718 er was een ander317 [dier], gelijk een luipaard,5245 en het had vier703 vleugels1611 eens vogels5776 op5922 zijn rug;1355 ook had hetzelve dier2423 vier703 hoofden,7217 en aan hetzelve werd de heerschappij7985 gegeven.3052 8753 Daarna870 1836 zag ik1934 8754 2370 8751 in de nachtgezichten,3916 2376 en ziet,718 het vierde7244 dier2423 was schrikkelijk1763 8753 en gruwelijk,574 en zeer3493 sterk;8624 en het had grote7260 ijzeren6523 tanden,8128 het at,399 8750 en verbrijzelde,1855 8683 en vertrad7512 8751 het overige7606 met zijn voeten;7271 en het1932 was verscheiden8133 8743 van4481 al3606 de dieren,2423 die voor6925 hetzelve geweest waren; en het had tien6236 hoornen.7162 Ik nam acht op1934 8754 7920 8723 de hoornen,7162 en ziet,431 een andere317 kleine2192 hoorn7162 kwam op5559 8754 tussen997 dezelve, en drie8532 uit4481 de vorige6933 hoornen7162 werden uitgerukt6132 8725 voor denzelven;4481 6925 en ziet,431 in dienzelven1668 hoorn7162 waren ogen5870 als mensenogen,5870 606 en een mond,6433 grote dingen7260 sprekende.4449 8743 [] zag ik,1934 8754 2370 8751 totdat5705 er tronen3764 gezet werden,7412 8752 en de Oude6268 van dagen3118 zette,3488 8754 kleed3831 wit2358 was als de sneeuw,8517 en het haar8177 hoofds7217 als zuivere5343 wol;6015 troon3764 was vuurvonken,5135 7631 deszelfs raderen1535 een brandend1815 8751 vuur.5135 Een vurige5135 rivier5103 vloeide,5047 8743 en ging5312 van4481 voor6925 uit,5312 8750 duizendmaal506 duizenden506 dienden8120 8741 , en tien duizendmaal7240 tien duizenden7240 stonden6966 8748 voor6925 ; het gericht1780 zette zich,3488 8754 en de boeken5609 werden geopend.6606 8760 Toen116 zag ik toe1934 8754 2370 8751 vanwege4481 de stem7032 der grote7260 woorden,4406 welke die hoorn7162 sprak;4449 8743 ik zag toe,1934 8754 2370 8751 totdat5705 het dier2423 gedood,6992 8752 en zijn lichaam1655 verdaan werd,7 8717 en overgegeven3052 8753 om van het vuur785 verbrand te worden.3346 Aangaande ook de overige7606 dieren,2423 men nam5709 hun heerschappij7985 weg,5709 8684 want verlenging3052 van het leven2417 was hun gegeven3052 8753 tot5705 tijd2166 en stonde5732 toe. [] zag ik1934 8754 2370 8751 in de nachtgezichten,3916 2376 en ziet,718 er kwam Een858 8750 met5974 de wolken6050 des hemels,8065 als eens mensen606 zoon,1247 en kwam4291 8754 tot5705 den Oude6268 van dagen,3118 en zij deden voor6925 naderen.7127 8684 En werd gegeven3052 8753 heerschappij,7985 en eer,3367 en het ,4437 dat alle3606 volken,5972 natien524 en tongen3961 eren zouden;6399 8748 heerschappij7985 is een eeuwige5957 heerschappij,7985 die niet3809 vergaan zal,5709 8748 en Koninkrijk4437 zal niet3809 verdorven worden.2255 8721 Mij576 1841 werd mijn geest7308 doorstoken3735 8730 in het midden1459 van het lichaam,5085 en de gezichten2376 mijns hoofds7217 verschrikten927 8792 mij. Ik naderde7127 8754 tot5922 een2298 dergenen,4481 die daar stonden,6966 8750 en verzocht1156 8748 van hem4481 de zekerheid3330 over dit1836 alles;3606 en hij zeide560 8754 ze mij, en gaf3046 mij de uitlegging6591 dezer zaken4406 te kennen.3046 8681 Deze459 grote7260 dieren,2423 die581 vier703 zijn, zijn vier703 koningen,4430 [die] uit4481 de aarde772 opstaan zullen.6966 8748 Maar de heiligen6922 der hoge5946 [plaatsen] zullen dat Koninkrijk4437 ontvangen,6902 8741 en zij zullen het Rijk4437 bezitten2631 8681 tot5705 in der eeuwigheid,5957 ja, tot5705 in eeuwigheid5957 der eeuwigheden.5957 Toen116 wenste ik6634 8754 naar de waarheid3321 8742 van5922 het vierde7244 dier,2423 hetwelk verscheiden8133 8750 was1934 8754 van4481 al3606 de andere, zeer3493 gruwelijk,1763 8753 welks tanden8128 van ijzer6523 waren, en zijn klauwen2953 van koper;5174 het at,399 8750 het verbrijzelde,1855 8683 en vertrad7512 8751 het overige7606 met zijn voeten.7271 En aangaande5922 de tien6236 hoornen7162 die op zijn hoofd7217 waren, en den anderen,317 die opkwam,5559 8754 en voor denwelken4481 6925 drie8532 afgevallen waren,5308 8754 namelijk dien hoorn,7162 die1797 ogen5870 had, en een mond,6433 die grote dingen7260 sprak,4449 8743 en wiens aanzien2376 groter7229 was, 4481 van zijn metgezellen.2273 Ik had gezien,1934 8754 2370 8751 dat diezelve1797 hoorn7162 krijg7129 voerde5648 8751 tegen5974 de heiligen,6922 en dat hij die overmocht,3202 8750 Totdat5705 de Oude6268 van dagen3118 kwam,858 8754 1768 en het gericht1780 gegeven werd3052 8753 aan de heiligen6922 der hoge5946 [plaatsen], en dat de bestemde tijd2166 kwam,4291 8754 dat de heiligen6922 het Rijk4437 bezaten.2631 8684 Hij zeide560 8754 aldus:3652 vierde7244 dier2423 zal het vierde7244 rijk4437 op aarde772 zijn,1934 8748 dat verscheiden zal zijn8133 8748 van4481 al3606 die rijken,4437 en het zal de ganse3606 aarde772 opeten,399 8748 en het zal dezelve vertreden,1759 8748 en het zal ze verbrijzelen.1855 8681 Belangende nu de tien6236 hoornen:7162 uit4481 dat koninkrijk4437 zullen tien6236 koningen4430 opstaan,6966 8748 en een ander321 zal na311 hen opstaan;6966 8748 en dat zal verscheiden zijn8133 8748 van4481 de vorigen,6933 en het zal drie8532 koningen4430 vernederen.8214 8681 En het zal woorden4406 spreken4449 8741 tegen6655 den ,5943 en het zal de heiligen6922 der hoge5946 [plaatsen] verstoren,1080 8741 en het zal menen5452 8748 de tijden2166 en de wet1882 te veranderen,8133 8682 en zij zullen in deszelfs hand3028 overgegeven worden3052 8725 tot5705 een tijd,5732 en tijden,5732 en een gedeelte6387 eens tijds.5732 Daarna zal het gericht1780 zitten,3488 8754 en men zal zijn heerschappij7985 wegnemen,5709 8681 hem verdelgende8046 8682 en verdoende,7 8682 tot5705 het einde5491 toe. Maar het rijk,4437 en de heerschappij,7985 en de grootheid7238 der koninkrijken4437 onder8460 den gansen3606 hemel,8065 zal gegeven worden3052 8753 den volke5972 der heiligen6922 der hoge5946 [plaatsen], welks Rijk4437 een eeuwig5957 Rijk4437 zijn zal; en alle3606 heerschappijen7985 zullen eren6399 8748 en gehoorzamen.8086 8721 Tot5705 hiertoe3542 is het einde5491 dezer rede.4406 mij576 1841 aangaat, mijn gedachten7476 verschrikten927 8792 mij zeer,7690 en mijn glans2122 veranderde8133 8721 aan mij;5922 doch ik bewaarde5202 8754 dat woord4406 in mijn hart.3821

Every verse in Daniel 7

Chapter navigation

0:000:00