Deuteronomy 11:25
“Niemand376 zal voor uw aangezicht6440 bestaan;3320 8691 de HEERE,3068 uw God,430 zal uw schrik6343 en uw vreze4172 geven5414 8799 over6440 al het land,776 waarop gij treden zult,1869 8799 gelijk als Hij tot u gesproken heeft.1696 8765”
Deuteronomy 11:25 — Statenvertaling (1637)
Verse 25 of 32 in Deuteronomy chapter 11 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Deuteronomy 11 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarom zult gij den HEERE,3068 uw God,430 liefhebben,157 8804 en gij zult te allen dage3117 onderhouden8104 8804 bevel,4931 en inzettingen,2708 en rechten,4941 en geboden.4687 En gijlieden zult heden3117 weten,3045 8804 dat ik niet [spreek] met uw kinderen,1121 die het niet weten,3045 8804 en de onderwijzing4148 des HEEREN,3068 uws ,430 niet gezien hebben.7200 8804 grootheid,1433 sterke2389 hand3027 en uitgestrekten5186 8803 arm;2220 Daartoe tekenen226 en daden,4639 die in het midden8432 van Egypte4714 gedaan heeft,6213 8804 aan ,6547 den koning4428 van ,4714 en aan zijn ganse land;776 En wat gedaan heeft6213 8804 aan het heir2428 der ,4714 aan deszelfs paarden5483 en aan deszelfs wagenen;7393 dat de wateren4325 van de Schelfzee5488 3220 boven hun aangezicht6440 deed overzwemmen,6687 8689 als zij ulieden van achteren310 vervolgden;7291 8800 en de HEERE3068 verdeed6 8762 hen, tot op dezen dag.3117 En wat ulieden gedaan heeft6213 8804 in de woestijn,4057 totdat gij gekomen zijt935 8800 aan deze plaats.4725 Daarboven, wat gedaan heeft6213 8804 aan ,1885 en aan ,48 zonen1121 van ,446 den zoon1121 van ;7205 hoe de aarde776 haar mond6310 opendeed,6475 8804 en hen verslond1104 8799 met hun huisgezinnen,1004 en hun tenten,168 ja, al wat bestond,3351 dat hun aanging,7272 in het midden7130 van gans .3478 Want het zijn uw ogen,5869 die gezien hebben7200 8802 al dit grote1419 werk4639 des HEEREN,3068 dat gedaan heeft.6213 8804 Houdt8104 8804 alle geboden,4687 die834 ik u heden3117 gebiede;6680 8764 opdat gij gesterkt wordt2388 8799 en inkomt,935 8804 en erft3423 8804 het land,776 waarheen gij overtrekt,5674 8802 om dat te erven;3423 8800 En opdat gij de dagen3117 verlengt748 8686 in het land,127 dat de HEERE3068 uw vaderen1 gezworen heeft,7650 8738 aan hen en aan hun zaad2233 te geven;5414 8800 een land,776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig.1706 Want het land,776 waar gij naar toe gaat,935 8802 om dat te erven,3423 8800 is niet als ,776 4714 van waar gij uitgegaan zijt,3318 8804 hetwelk gij bezaaidet2232 8799 met uw zaad,2233 en bewaterdet8248 8689 met uw gang,7272 als een kruidhof.1588 3419 Maar het land,776 waarheen gij overtrekt,5674 8802 om dat te erven,3423 8800 is een land776 van bergen2022 en van dalen;1237 het drinkt8354 8799 water4325 bij den regen4306 des hemels;8064 Een land,776 dat de HEERE,3068 uw God,430 bezorgt;1875 8802 de ogen5869 des HEEREN,3068 uws ,430 zijn gedurig8548 daarop, van het begin7225 des jaars8141 tot het einde319 des jaars.8141 En het zal geschieden, zo gij naarstiglijk8085 8800 zult horen8085 8799 naar geboden,4687 die Ik u heden3117 gebiede,6680 8764 om den HEERE,3068 uw God,430 lief te hebben,157 8800 en te dienen,5647 8800 met uw ganse hart3824 en met uw ganse ziel;5315 Zo zal Ik den regen4306 uws lands776 geven5414 8804 te zijner tijd,6256 vroegen regen3138 en spaden regen,4456 opdat gij uw koren,1715 en uw most,8492 en uw olie3323 inzamelt.622 8804 En Ik zal kruid6212 geven5414 8804 op uw veld7704 voor uw beesten;929 en gij zult eten398 8804 en verzadigd worden.7646 8804 Wacht uzelven,8104 8734 dat ulieder hart3824 niet verleid worde,6601 8799 dat gij afwijkt,5493 8804 en andere312 goden430 dient,5647 8804 en u voor die buigt;7812 8694 Dat de toorn639 des HEEREN3068 tegen ulieden ontsteke,2734 8804 en den hemel8064 toesluite,6113 8804 dat er geen regen4306 zij, en het aardrijk127 zijn gewas2981 niet geve;5414 8799 en gij haastelijk4120 omkomt6 8804 van het goede2896 land,776 dat u de HEERE3068 geeft.5414 8802 Legt7760 8804 deze mijn woorden1697 in uw hart,3824 en in uw ziel,5315 en bindt7194 8804 ze tot een teken226 op uw hand,3027 dat zij tot voorhoofdspanselen2903 zijn tussen uw ogen;5869 En leert3925 8765 die uw kinderen,1121 sprekende1696 8763 daarvan, als gij in uw huis1004 zit,3427 8800 en als gij op den weg1870 gaat,3212 8800 en als gij nederligt,7901 8800 en als gij opstaat;6965 8800 En schrijft3789 8804 ze op de posten4201 van uw huis,1004 en aan uw poorten;8179 Opdat uw dagen,3117 en de dagen3117 uwer kinderen,1121 in het land,127 dat de HEERE3068 uw vaderen1 gezworen heeft7650 8738 hun te geven,5414 8800 vermenigvuldigen,7235 8799 gelijk de dagen3117 des hemels8064 op de aarde.776 Want zo gij naarstiglijk8104 8800 houdt8104 8799 al deze geboden,4687 die ik u gebiede6680 8764 om die te doen,6213 8800 den HEERE,3068 uw God,430 liefhebbende,157 8800 wandelende3212 8800 in al wegen,1870 en aanhangende;1692 8800 Zo zal de HEERE3068 al deze volken1471 voor uw aangezicht6440 uit de bezitting verdrijven,3423 8689 en gij zult erfelijk bezitten3423 8804 groter1419 en machtiger6099 volken,1471 gij zijt. Alle plaats,4725 waar uw voetzool3709 7272 op treedt,1869 8799 zal de uwe zijn; van de woestijn4057 en den ,3844 van de rivier,5104 de rivier5104 ,6578 tot aan de achterste314 zee,3220 zal uw landpale1366 zijn. Niemand376 zal voor uw aangezicht6440 bestaan;3320 8691 de HEERE,3068 uw God,430 zal uw schrik6343 en uw vreze4172 geven5414 8799 over6440 al het land,776 waarop gij treden zult,1869 8799 gelijk als tot u gesproken heeft.1696 8765 Ziet,7200 8798 ik stel5414 8802 ulieden heden3117 voor,6440 zegen1293 en vloek:7045 Den zegen,1293 wanneer gij horen zult8085 8799 naar de geboden4687 des HEEREN,3068 uws ,430 die ik u heden3117 gebiede;6680 8764 Maar den vloek,7045 zo gij niet horen zult8085 8799 naar de geboden4687 des HEEREN,3068 uws ,430 en afwijkt5493 8804 van den weg,1870 dien ik u heden3117 gebiede,6680 8764 om andere312 goden430 na310 te wandelen,3212 8800 die gij niet gekend hebt.3045 8804 En het zal geschieden, als u de HEERE,3068 uw God,430 zal hebben ingebracht935 8686 in het land,776 waar gij naar toe gaat,935 8802 om dat te erven;3423 8800 zult gij den zegen1293 uitspreken5414 8804 op den berg2022 ,1630 en den vloek7045 op den berg2022 .5858 Zijn zij niet aan gene zijde5676 van de ,3383 achter310 den weg1870 van den ondergang3996 der zon,8121 in het land776 der ,3669 die in het vlakke veld6160 wonen,3427 8802 tegenover4136 ,1537 bij681 de eikenbossen436 van ?4176 Want gijlieden zult over de Jordaan3383 gaan,5674 8802 dat gij inkomet935 8800 om te erven3423 8800 dat land,776 dat de HEERE,3068 uw God,430 u geven zal;5414 8802 en gij zult het erfelijk bezitten,3423 8804 en daarin wonen.3427 8804 Neemt waar8104 8804 te doen6213 8800 al de inzettingen2706 en de rechten,4941 die ik u6440 heden3117 voorstel.5414 8802