Deuteronomy 12:31
“Gij zult alzo niet doen6213 8799 den HEERE,3068 uw God;430 want al wat den HEERE3068 een gruwel8441 is, dat Hij haat,8130 8804 hebben zij hun goden430 gedaan;6213 8804 want zij hebben ook hun zonen1121 en hun dochteren1323 met vuur784 verbrand8313 8799 voor hun goden.430”
Deuteronomy 12:31 — Statenvertaling (1637)
Verse 31 of 32 in Deuteronomy chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Deuteronomy 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Dit zijn de inzettingen2706 en de rechten,4941 die gijlieden zult waarnemen8104 8799 om te doen,6213 8800 in dat land,776 hetwelk u de HEERE,3068 uwer vaderen1 God,430 gegeven heeft,5414 8804 om het te erven;3423 8800 al de dagen,3117 die gijlieden op den aardbodem127 leeft.2416 Gij zult ganselijk6 8763 vernielen6 8762 al de plaatsen,4725 alwaar de volken,1471 die834 gij zult erven,3423 8802 hun goden430 gediend hebben;5647 8804 op de hoge7311 8802 bergen,2022 en op de heuvelen,1389 en onder allen groenen7488 boom.6086 En gij zult hun altaren4196 afwerpen,5422 8765 en hun opgerichte beelden4676 verbreken,7665 8765 en hun bossen842 met vuur784 verbranden,8313 8799 en de gesneden beelden6456 hunner goden430 nederhouwen;1438 8762 en gij zult hun naam8034 te niet doen6 8765 uit diezelve plaats.4725 Gij zult den HEERE,3068 uw God,430 alzo niet doen!6213 8799 Maar naar de plaats,4725 die de HEERE,3068 uw God,430 uit al uw stammen7626 verkiezen zal,977 8799 om Naam8034 aldaar te zetten,7760 8800 naar woning7933 zult gijlieden vragen,1875 8799 en daarheen zult gij komen;935 8804 En daarheen zult gijlieden brengen935 8689 uw brandofferen,5930 en uw slachtofferen,2077 en uw tienden,4643 en het hefoffer8641 uwer hand,3027 en uw geloften,5088 en uw vrijwillige offeren,5071 en de eerstgeboorten1062 uwer runderen1241 en uwer schapen.6629 En aldaar zult gijlieden voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 eten398 8804 en vrolijk zijn,8055 8804 gijlieden en uw huizen,1004 over alles, waaraan gij uw hand3027 geslagen hebt,4916 waarin u de HEERE,3068 uw God,430 gezegend heeft.1288 8765 Gij zult niet doen6213 8799 naar alles, wat wij hier heden3117 doen,6213 8802 een ieder376 al wat in zijn ogen5869 recht3477 is. Want gij zijt tot nu toe niet gekomen935 8804 in de rust4496 en in de erfenis,5159 die de HEERE,3068 uw God,430 u geven zal.5414 8802 Maar gij zult over de Jordaan3383 gaan,5674 8804 en wonen3427 8804 in het land,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 zal doen erven;5157 8688 en zal u rust geven5117 8689 van al uw vijanden341 8802 rondom,5439 en gij zult zeker983 wonen.3427 8804 zal er een plaats4725 zijn, die de HEERE,3068 uw God,430 verkiezen zal,977 8799 om Naam8034 aldaar te doen wonen;7931 8763 daarheen zult gij brengen935 8686 alles, wat ik u gebiede:6680 8764 uw brandofferen,5930 en uw slachtofferen,2077 uw tienden,4643 en het hefoffer8641 uwer hand,3027 en alle keur4005 uwer geloften,5088 die gij den HEERE3068 beloven zult.5087 8799 En gij zult vrolijk zijn8055 8804 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 gijlieden, en uw zonen,1121 en uw dochteren,1323 en uw dienstknechten,5650 en uw dienstmaagden,519 en de ,3881 die in uw poorten8179 is; want3588 hij heeft geen deel2506 noch erve5159 met ulieden. Wacht u,8104 8734 dat gij uw brandofferen5930 niet offert5927 8686 in alle plaats,4725 die gij zien zult.7200 8799 Maar in de plaats,4725 die de HEERE3068 in een259 uwer stammen7626 zal verkiezen,977 8799 daar zult gij uw brandofferen5930 offeren,5927 8686 en daar zult gij doen6213 8799 al wat ik u gebiede.6680 8764 Doch naar allen lust185 uwer ziel5315 zult gij slachten2076 8799 en vlees1320 eten,398 8804 naar den zegen1293 des HEEREN,3068 uws ,430 dien u geeft,5414 8804 in al uw poorten;8179 de onreine2931 en de reine2889 zal daarvan eten,398 8799 als van een ree,6643 en als van een hert.354 Alleenlijk het bloed1818 zult gijlieden niet eten;398 8799 gij zult het op de aarde776 uitgieten8210 8799 als water.4325 Gij zult in uw poorten8179 niet mogen3201 8799 eten398 8800 de tienden4643 van uw koren,1715 en van uw most,8492 en van uw olie,3323 noch de eerstgeboorten1062 van uw runderen1241 en van uw schapen,6629 noch enige uwer geloften,5088 die gij zult hebben beloofd,5087 8799 noch uw vrijwillige offeren,5071 noch het hefoffer8641 uwer hand.3027 Maar gij zult dat eten398 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 in de plaats,4725 die de HEERE,3068 uw God,430 verkiezen zal,977 8799 gij, en uw zoon,1121 en uw dochter,1323 en uw dienstknecht,5650 en uw dienstmaagd,519 en de ,3881 die in uw poorten8179 is; en gij zult vrolijk zijn8055 8804 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 over alles, waaraan gij uw handen3027 geslagen hebt.4916 Wacht u,8104 8734 dat gij den Leviet3881 niet verlaat,5800 8799 al uw dagen3117 in uw land.127 Wanneer de HEERE,3068 uw God,430 uw landpale1366 zal verwijd hebben,7337 8686 gelijk als tot u gesproken heeft,1696 8765 en gij zeggen zult:559 8804 Ik zal vlees1320 eten;398 8799 dewijl uw ziel5315 lust heeft183 8762 vlees1320 te eten,398 8800 zo zult gij vlees1320 eten,398 8799 naar allen lust185 uwer ziel.5315 Zo de plaats,4725 die de HEERE,3068 uw God,430 verkiezen zal,977 8799 om Naam8034 aldaar te zetten,7760 8800 verre van u zal zijn,7368 8799 zo zult gij slachten2076 8804 van uw runderen1241 en van uw schapen,6629 die de HEERE3068 u gegeven heeft,5414 8804 gelijk als ik u geboden heb;6680 8765 en gij zult eten398 8804 in uw poorten,8179 naar allen lust185 uwer ziel.5315 Doch gelijk als een ree6643 en een hert354 gegeten wordt,398 8735 alzo zult gij dat eten;398 8799 de onreine2931 en de reine2889 zullen het te zamen3162 eten.398 8799 Alleen houdt vast,2388 8798 dat gij het bloed1818 niet eet;398 8800 want het bloed1818 is de ziel;5315 daarom zult gij de ziel5315 met het vlees1320 niet eten;398 8799 Gij zult dat niet eten;398 8799 op de aarde776 zult gij het uitgieten8210 8799 als water;4325 Gij zult dat niet eten;398 8799 opdat het u, en uw kinderen1121 na310 u, welga,3190 8799 als gij zult gedaan hebben,6213 8799 wat recht3477 is in de ogen5869 des HEEREN.3068 Doch uw heilige dingen,6944 die gij hebben zult, en uw geloften5088 zult gij opnemen,5375 8799 en komen935 8804 tot de plaats,4725 die de HEERE3068 verkiezen zal;977 8799 En gij zult uw brandofferen,5930 het vlees1320 en het bloed,1818 bereiden6213 8804 op het altaar4196 des HEEREN,3068 uws ;430 en het bloed1818 uwer slachtofferen2077 zal op het altaar4196 des HEEREN,3068 uws ,430 worden uitgegoten;8210 8735 maar het vlees1320 zult gij eten.398 8799 Neemt waar,8104 8798 en hoort8085 8804 al deze woorden,1697 die ik u gebiede,6680 8764 opdat het u, en uw kinderen1121 na310 u, welga3190 8799 tot5704 in eeuwigheid,5769 als gij zult gedaan hebben6213 8799 wat goed2896 en recht3477 is in de ogen5869 des HEEREN,3068 uws .430 Wanneer de HEERE,3068 uw God,430 voor uw aangezicht6440 zal hebben uitgeroeid3772 8686 de volken,1471 naar dewelke gij heengaat,935 8802 om die erfelijk te bezitten;3423 8800 en gij die erfelijk zult bezitten,3423 8804 en in hun land776 wonen;3427 8804 Wacht u,8104 8734 dat gij niet verstrikt wordt5367 8735 achter310 hen, nadat310 zij voor uw aangezicht6440 zullen verdelgd zijn;8045 8736 en dat gij niet vraagt1875 8799 naar hun goden,430 zeggende:559 8800 als deze volken1471 hun goden430 gediend hebben,5647 8799 alzo zal ik ook1571 doen.6213 8799 Gij zult alzo niet doen6213 8799 den HEERE,3068 uw God;430 want al wat den HEERE3068 een gruwel8441 is, dat haat,8130 8804 hebben zij hun goden430 gedaan;6213 8804 want zij hebben ook hun zonen1121 en hun dochteren1323 met vuur784 verbrand8313 8799 voor hun goden.430 Al dit woord,1697 hetwelk ik ulieden gebiede,6680 8764 zult gij waarnemen8104 8799 om te doen;6213 8800 gij zult daar niet toedoen,3254 8686 en daarvan niet afdoen.1639 8799